Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BH4304

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
07-01-2009
Datum publicatie
27-02-2009
Zaaknummer
131377 / HA ZA 08-726
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Landinrichtingswet, plan van toedeling, bietenlaadplaats, frontbreedte, toegewezen regenwaterbuffer, toegedeelde instroomvoorziening, kavelvorm.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 7 januari 2009

Zaaknummer: 131377 / HA ZA 08-726

Bezwaarschrift nummer: 477a en 477b

De meervoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft op een bezwaarschrift tegen het plan van toedeling in de herinrichting "Centraal-Plateau", het navolgende vonnis gewezen in de zaak van:

[Naam reclamanten],

wonenden te [adres],

reclamanten,

tegen:

DE LANDINRICHTINGSCOMMISSIE IN DE HERINRICHTING

“CENTRAAL-PLATEAU”,

bij welk bezwaar betrokken is:

Waterschap Roer en Overmaas,

gevestigd te 6130 AD Sittard, Postbus 185,

belanghebbende.

1. Het verdere verloop van het geding

Door de rechter-commissaris is geen overeenstemming verkregen omtrent de door reclamanten op 8 december 2006 ingediende bezwaren. Omdat geschillen zijn blijven bestaan is de zaak door de rechter-commissaris op 1 juli 2008 verwezen naar de zitting van de rechtbank van 9 december 2008.

Van het verhandelde ter zitting van de rechter-commissaris is proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift is verzonden naar reclamanten, de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de minister), de landinrichtingscommissie (hierna: de commissie) en belanghebbende.

Op de voor de behandeling van de bezwaren vastgestelde zitting van de rechtbank heeft mr. ing. [...] namens reclamanten (machtiging) de standpunten van reclamanten mondeling (pleitnota) toegelicht. Ing. [...], ing. [...] en drs. [...] hebben namens belanghebbende (machtiging) de standpunten van belanghebbende mondeling (pleitnota) toegelicht.

Op deze zitting heeft de rechtbank voorts gehoord:

- de vertegenwoordiger van de minister (pleitnota);

- vertegenwoordigers van de commissie en de aan de commissie toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger.

2. De bezwaren van reclamanten

2.1 Reclamanten hebben ten Oosten van Klimmen pachtperceel C 1969, aan de Trichterweg eigendomsperceel A 3378 en aan de Heufkensveldweg dertien eigendoms- dan wel pachtpercelen ingebracht.

De commissie heeft de inbreng van reclamanten geconcentreerd toebedeeld ten Zuiden van de Heufkensveldweg: kavels 059.117, 059.136, 059.137, 059.138 en 059.139.

2.2 Reclamanten hebben bij bezwaarschrift van 8 december 2006 drie bezwaren tegen de toedeling ingediend. Op de zitting van 9 december 2008 hebben reclamanten het derde bezwaar ingetrokken. Ter onderbouwing van de resterende bezwaren hebben reclamanten - kort samengevat - aangevoerd dat de toedeling de vergelijking met de inbreng niet kan doorstaan, nu de toedeling in twee delen wordt gesplitst door de regenwaterbuffer 059.102WB (verder: regenwaterbuffer) plus de - aan BBL ten behoeve van belanghebbende toebedeelde - instroomvoorziening 059.140ER (verder: instroomvoorziening). Er is hierdoor sprake van een slechte kavelvorm. Daarnaast is de ontsluiting van de toedeling onvoldoende.

2.3 De voornoemde slechte kavelvorm, waardoor vele wendakkers ontstaan, alsmede de splitsing van de toedeling door de voornoemde instroomvoorziening houdt een groot verlies aan doelmatigheid bij de agrarische bewerkingen van de toegedeelde grond aan de Heufkensveldweg in. Er is sprake van een lager opbrengend vermogen van de grond.

2.4 De toedeling kan bovendien als gevolg van een slechte ontsluiting, niet bereikt worden door grote oogst- en transportmachines. Reclamanten hebben verder gesteld dat zij 100 meter frontbreedte nodig hebben aan de Heufkensveldweg, voor het laden van bieten.

2.5 Reclamanten hebben gelet op al het bovenstaande een voorstel aan belanghebbende gedaan, inhoudende dat de regenwaterbuffer en instroomvoorziening in Westelijke richting worden verschoven. Belanghebbende is hiermee niet akkoord gegaan. Reclamanten hebben tot slot gesteld dat zij op 1 juli 2008, ten overstaan van de rechter-commissaris, met belanghebbende een alternatieve kavelvorm van de regenwaterbuffer zijn overeengekomen. De locatie van de regenwaterbuffer staat volgens reclamanten nog immer ter discussie.

3. Het standpunt van belanghebbende

3.1 Belanghebbende heeft allereerst aangevoerd dat de grenzen van de regenwaterbuffer ingevolge het begrenzingenplan zijn komen vast te staan. Belanghebbende heeft voorts - kort samengevat - aangevoerd dat, gelet op de situatie ter plaatse van de toedeling van reclamanten, de regenwaterbuffer en instroomvoorziening noodzakelijk zijn om aldaar wateroverlast en erosie te voorkomen. De geplande instroomvoorziening ligt bovenstrooms van de regenwaterbuffer en zal worden ingericht als grasbaan, teneinde het water naar de regenwaterbuffer te geleiden en slib af te vangen. Het is de taak van belanghebbende om voor een goed werkende regenwaterbuffer plus instroomvoorziening zorg te dragen.

3.2 Terzake de vorm van de regenwaterbuffer, alsmede de locatie van die buffer, heeft belanghebbende met reclamanten op 1 juli 2008 overeenstemming bereikt. Belanghebbende heeft voor wat betreft de alternatieve vorm van de regenwaterbuffer verwezen naar bijlage 2 van haar pleitnota. De ontsluiting van de toedeling van reclamanten aan de Heufkensveldweg is door de alternatieve vorm van de regenwaterbuffer (verder) verbeterd. Belanghebbende heeft betwist dat enkel de vorm van de regenwaterbuffer zou zijn overeengekomen. Haars inziens is tussen reclamanten en belanghebbende tevens overeenstemming bereikt over de locatie van de regenwaterbuffer.

3.3 Belanghebbende heeft meegedeeld dat nu de (alternatieve) regenwaterbuffer, alsmede de instroomvoorziening noodzakelijk zijn ter voorkoming van wateroverlast en erosie, het algemeen belang prevaleert op het individuele belang van reclamanten.

3.4 Belanghebbende heeft ter onderbouwing van de noodzaak van de regenwaterbuffer en instroomvoorziening - onder meer - afschriften van luchtfoto’s overgelegd waarop de hoogtelijnen van het gebied rondom de (gewijzigde) regenwaterbuffer en instroomvoorziening zijn aangegeven.

4. Het standpunt van de commissie en de minister

4.1 De commissie heeft zich - kort samengevat - op het standpunt gesteld dat de toedeling de vergelijking met de inbreng kan doorstaan, doch dat voor wat betreft de aan BBL ten behoeve van belanghebbende toebedeelde instroomvoorziening het agrarisch belang van reclamanten dient te prevaleren. De commissie heeft daartoe aangevoerd dat de instroomvoorziening de vorm van de toedeling aantast aldus, dat de bewerking van de toedeling ernstig wordt belemmerd. Daarnaast is de commissie van mening dat de geplande instroomvoorziening niet, dan wel onvoldoende zal functioneren door de verlagingen in het terrein waarin de instroomvoorziening is voorzien, tengevolge van ploegvoren en spuitbanen die haaks op de hoogtelijnen en evenwijdig aan de instroomvoorziening liggen.

4.2 De commissie heeft het voorstel gedaan om de instroomvoorziening te verleggen, zoals is te zien op bijlage 4 van de pleitnota van de vertegenwoordiger van de minister.

4.3 De minister heeft zich ter zitting aangesloten bij het standpunt van de commissie.

5. Het oordeel

5.1 Voor de toedeling van kavels geldt - voor zover thans van belang - het uitgangspunt dat aan iedere eigenaar een recht wordt toebedeeld met betrekking tot onroerende zaken van gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming als te zijnen aanzien in het blok is opgenomen, althans voor zover het belang van de landinrichting zich hiertegen niet verzet.

5.2 Elke kavel moet bovendien zo worden gevormd:

- dat deze uitweg heeft op een openbare land- of waterweg en zo mogelijk daar aan belendt;

- zo nodig en indien mogelijk de gelegenheid tot behoorlijke afwatering heeft.

5.3 Voorts moet de toedeling in overeenstemming zijn met de bepalingen in de Regeling Herverkaveling (regeling van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 11 oktober 2004 met kenmerk TRCJZ/2004/3819) en met de afwijkende bepalingen op deze regeling voor de herinrichting “Centraal Plateau”, zoals deze bij brief van de commissie van 27 juli 2004 (kenmerk LCCENTR/2004-55092) zijn voorgelegd en waarmee de minister bij brief van 22 november 2004 (TRCJZ/2004/5901) heeft verklaard in te stemmen.

5.4 De toedeling aan reclamanten ingevolge het ter visie gelegde plan van toedeling kan de vergelijking met de inbreng doorstaan. De rechtbank overweegt hiertoe dat de inbreng van reclamanten geconcentreerd is toebedeeld, alsmede dat de kavelvorm is verbeterd. Zo heeft de toedeling aan de Heufkensveldweg minder hoeken in vergelijking met de inbreng ter plaatse: 15 hoeken in plaats van 18 hoeken. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat belanghebbende voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een zwaarwegend belang heeft bij (handhaving van de) toedeling van de instroomvoorziening aan BBL ten behoeve van belanghebbende. Het agrarisch belang van reclamanten bij een (nog) betere kavelvorm is minder zwaarwegend dan het belang van belanghebbende bij het voorkomen van overlast door regenwater en erosie in de omgeving van de toedeling van reclamanten. Belanghebbende heeft voorts voldoende aangetoond dat de instroomvoorziening ook zal functioneren bij belemmeringen zoals ploegvoren of aardappelruggen en wielsporen. Hoewel tengevolge van de genoemde belemmeringen er wellicht een meer beperkte afstroom van water zal zijn, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de bovenstrooms gelegen instroomvoorziening een nuttige functie vervult om het afkomend water richting de regenwaterbuffer te leiden.

5.5 De rechtbank overweegt vervolgens dat de frontbreedte van de toedeling aan de Heufkensveldweg in vergelijking met de inbreng ter plaatse is verminderd, doch dat gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen desalniettemin sprake is van een goede verkaveling. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de toedeling aan de verharde Heufkensveldweg twee goede inritten heeft, zodat de toedeling voldoende is ontsloten, alsmede aan de rechtbank ambtshalve bekend is geworden de mondelinge overeenkomst tussen reclamanten en belanghebbende van 1 juli 2008, op grond waarvan reclamanten een vergroting van de frontbreedte van de toedeling tegemoet kunnen zien, waardoor een verbeterde ontsluiting van de toedeling ontstaat.

5.6 Voor wat betreft de door reclamanten gestelde noodzaak van een bietenlaadplaats over een frontbreedte van 100 meter aan de Heufkensveldweg overweegt de rechtbank dat, nu de totale toedeling aan reclamanten een verbetering is in vergelijking met hun inbreng, het (overigens niet onderbouwde) nadeel van reclamanten bij het gemis van een dergelijke bietenlaadplaats niet maakt dat de toedeling (alsnog) onevenredig zou zijn. In dit verband brengt de rechtbank in herinnering dat [...] namens de commissie in een brief van 15 mei 2008 aan de voormalige adviseur van reclamanten ing. [...], heeft meegedeeld dat de inrichting van de toedeling met een bietenlaadplaats in overleg met reclamanten, belanghebbende en de Dienst Landelijk Gebied nader zal worden uitgewerkt.

5.7 Nu reclamanten in het ongelijk zijn gesteld, dienen de eigen kosten van dit geding ten laste van reclamanten te blijven.

6. De beslissing

De rechtbank:

verklaart de bezwaren ongegrond.

Dit vonnis is gewezen door mrs. R.M.L.M. Magnée, voorzitter, F.M. van Maanen Winters en E.J.A.M. Bakermans, rechters, en uitgesproken ter openbare zitting, in tegenwoordigheid van de griffier.

CM