Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BG6687

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
11-12-2008
Datum publicatie
12-12-2008
Zaaknummer
03/700630-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis Vonnis - Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar met verplicht reclasseringstoezicht.

Verdachte had een zaak in Kerkrade, een in Brunssum en een in Gulpen. Hij verkocht abonnementen voor mobiele telefonie.

Er waren vier soorten contracten die niet klopten. Bij contracten die mensen afsloten met een looptijd van twaalf maanden heeft verdachte de twaalf maanden in vierentwintig maanden veranderd. Daarnaast heeft verdachte zelfstandig en zonder medeweten van zijn klanten contracten verlengd. De handtekening werd dan door hemzelf geplaatst. In de derde plaats heeft verdachte contracten afgesloten op naam van bij hem bekende klanten met behulp van de reeds aanwezige gegevens van die klanten. Die contracten annuleerde hij later weer, dat was althans de bedoeling. Ook heeft verdachte contracten met medeweten van klanten verlengd, maar verdachte heeft die contracten buiten medeweten van de klanten zelf getekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700630-06

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 december 2008

in de strafzaak tegen

[Naam verdachte],

geboren te [Geboortegegevens verdachte],

wonende te [Woongegevens verdachte].

Raadsman is mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 november 2008, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: valselijk heeft opgemaakt contracten van mobiele telefonie en

Feit 2 en 3: twee mensen heeft opgelicht.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle drie de feiten wettig en overtuigend bewezen. Wat zaaksdossier 2 betreft, is de officier van justitie van oordeel dat de benadeelde heeft verklaard dat hij géén contract heeft afgesloten. Het kan dus volgens de officier niet anders dan dat de onder dat contract staande handtekening vals is. Het past bovendien binnen verdachtes modus operandi.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het bewijs van de feiten 1, 2 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met uitzondering van de zaken in de zaaksdossiers 2, 3 en 7, behorende bij feit 1.

Ten aanzien van zaaksdossier 2 heeft de raadsman naar voren gebracht dat zijn cliënt zich niet aan de indruk kan onttrekken dat bepaalde medewerkers zijn handelswijze hebben gezien en deze hebben gekopieerd. Er is geen fotoconfrontatie gehouden. De mogelijkheid blijft dus open dat een ander dan verdachte die handelingen heeft gepleegd.

Ten aanzien van zaaksdossier 3 merkt de raadsman op dat het slachtoffer nooit in de winkel is geweest en hij cliënt bij een fotoconfrontatie niet herkend heeft. Het is daarom, volgens de raadsman, mogelijk dat een ander dan verdachte heeft gehandeld.

Ten aanzien van zaaksdossier 7 verwijst de raadsman naar de negatieve fotoconfrontatie. Volgens de raadsman heeft verdachte verklaard die handtekening niet te hebben gezet.

3.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1, zaaksdossiers 3, 20 en 22 ten laste is gelegd, nu naar het oordeel van de rechtbank in alle drie de zaken onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte degene is geweest die de handtekening onder de betreffende contracten heeft gezet. De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

Voor wat betreft het onder 1 tenlastegelegde oordeelt de rechtbank als volgt.

Verdachte had destijds een zaak aan de [Straatnaam] in Kerkrade, [Naam zaak] geheten, en een aan de [Straatnaam] in Brunssum. Hij verkocht abonnementen voor mobiele telefonie.1

Verdachte heeft bij de politie2 en ter terechtzitting3 verklaard dat er vier soorten contracten zijn geweest die niet klopten. Verdachte heeft verklaard dat hij bij contracten die mensen afsloten met een looptijd van twaalf maanden, de twaalf in vierentwintig heeft veranderd. Daarnaast heeft verdachte zelfstandig en zonder medeweten van zijn klanten contracten verlengd. De handtekening werd dan door hemzelf geplaatst. In de derde plaats heeft verdachte contracten afgesloten op naam van bij hem bekende klanten met behulp van de reeds aanwezige gegevens van die klanten. Die contracten annuleerde hij later weer, dat was althans de bedoeling. Ook heeft verdachte contracten met medeweten van klanten verlengd, maar heeft verdachte het contract getekend.

Zaaksdossier 1

[Naam getuige B]4 heeft verklaard dat zij in november 2005 bij [Naam zaak] in Kerkrade een contract voor mobiele telefonie heeft afgesloten met Orange. Zij heeft verklaard dat zij haar ID-kaart en giropas heeft afgegeven aan een mannelijke medewerker die hiervan een kopie heeft gemaakt ten behoeve van de aanvraag. Na het bekijken van een op haar naam staande aanvraag5 mobiele telefoonaansluiting van KPN van 10 november 2005, heeft [Naam getuige B] verklaard dat de handtekening onder die aanvraag niet van haar is.

Verdachte6 heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich dit geval kan herinneren en dat hetgeen [Naam getuige B] heeft verklaard juist is.

Zaaksdossier 2

Aangever7 [Naam aangever VD] heeft verklaard dat hij bij [Naam zaak] te Kerkrade een contract voor mobiele telefonie heeft afgesloten met Orange. De aangever heeft verklaard dat hij op een gegeven moment meerdere rekeningen van KPN kreeg. Nadat hij hierover bij [Naam zaak] had geklaagd, is door een medewerker van [Naam zaak] gezegd dat er een fout was gemaakt en dat hij zijn geld terug zou krijgen. De aangever heeft verklaard dat dit nooit is gebeurd. Later8 heeft de aangever nog verklaard dat hij, toen hij bij [Naam zaak] kwam klagen, te woord is gestaan door de hem bekende [Naam verdachte]. Bij het afsluiten van het Orange abonnement heeft aangever een kopie laten maken van zijn bankafschrift en ID-kaart.

Bij de stukken bevindt zich een aanvraag mobiele telefoonaansluiting van KPN op naam van [Naam aangever VD] van 15 september 2005.9

Het verweer van de raadsman van verdachte dat er geen confrontatie is gehouden en dat verdachte zich niet aan de indruk kan onttrekken dat zijn medewerkers zijn handelswijze mogelijk hebben gekopieerd, wordt door de rechtbank verworpen. Het feit dat er geen fotoconfrontatie is gehouden, acht de rechtbank in het onderhavige geval niet relevant, nu de aangever heeft verklaard dat hij destijds is geholpen door verdachte. Het verweer dat dit mogelijk iemand anders is geweest, althans, dat medewerkers van verdachte – ook in dit geval - mogelijk verdachtes handelswijze hebben gekopieerd, is naar het oordeel van de rechtbank door verdachte enkel als mogelijkheid geopperd en in het geheel niet onderbouwd.

Zaaksdossier 6

Aangeefster10 [Naam aangever S] heeft verklaard dat er op 23 juni 2005 bij Orange een gsm abonnement is afgesloten op naam van [JS] waarbij haar bankrekeningnummer stond vermeld. Zij heeft verklaard dat zij niets van dit abonnement weet.

[JS]11 is naar aanleiding hiervan door de politie als verdachte verhoord en heeft desgevraagd verklaard dat hij op 15 oktober 2004 bij [Naam zaak] in Kerkrade is geweest en daar in eerste instantie een jaarcontract heeft afgesloten. [JS] heeft verklaard dat hij diezelfde dag nog is teruggegaan en het jaarcontract weer heeft opgezegd en voor pre pay optie heeft gekozen. [JS] heeft verklaard dat hij de aanvraagformulieren waarmee hij tijdens zijn verhoor werd geconfronteerd, niet kent en ook niet heeft ondertekend. Bij het proces-verbaal van verhoor van [JS] zijn twee aanvragen mobiele telefonie particulier van Orange gedateerd 23 juni 2006 gevoegd met daarop een stempel van [Naam zaak] te Kerkrade.12

Aangeefster13 [Naam aangever S] heeft later nog verklaard dat zij op 27 oktober 2004 bij [Naam zaak] te Kerkrade haar mobiele telefooncontract bij Orange voor de duur van 24 maanden heeft verlengd. Zij heeft verklaard dat zij haar bankrekeningnummer op het contract moest zetten en dat er een kopie van haar paspoort is gemaakt. Later kwam ze er achter dat er vanaf juli tot november 2005 maandelijks bedragen van haar rekening werden afgeschreven door Orange voor twee abonnementen die zij niet had afgesloten.

Verdachte14 heeft verklaard dat [JS] in 2004 een abonnement heeft afgesloten en dat een dag later weer heeft geannuleerd. Verdachte heeft verklaard dat hij de gegevens van [JS] heeft gebruikt voor het afsluiten van nieuwe contracten die hij dan later weer annuleerde. Verdachte heeft, nadat hem een kopie van de aanvraag werd getoond, verklaard dat hij die aanvraag heeft opgesteld en dat hij de handtekening heeft gezet. Het voordeel was een tijdelijke bonus.

De rechtbank stelt, gelet op het bovenstaande, vast dat verdachte de twee aanvragen die in de tenlastelegging staan genoemd in ieder geval niet heeft geannuleerd.

Zaaksdossier 7

Aangeefster15 [JS] heeft verklaard dat zij op 4 augustus 2005 aangifte heeft gedaan van vermissing van haar paspoort. Op 16 februari 2006 kreeg ze van haar buren twee enveloppes van Telfort, die aan haar waren gericht, maar geadresseerd op het adres van haar buren. In beide enveloppes zat een brief die betrekking had op het aanleveren van nadere gegevens voor twee pre-paid GSM-nummers in verband met nummerbehoud van KPN naar Telfort. Aangeefster heeft verklaard dat zij die nummers niet kent en die contracten niet heeft afgesloten. Aangeefster heeft de verbalisant naderhand nog medegedeeld dat zij had gebeld met een van de nummers en dat er toen werd opgenomen door een vrouw die zei dat het het nummer van haar man was en dat deze zijn telefoon thuis had laten liggen. De man zou op zijn werk zijn op [Werkadres] te Kerkrade en [Naam verdachte] heten. De aangeefster heeft verklaard dat zij ongeveer twee jaar geleden daar ([Werkadres]) een contract wilde afsluiten, maar dat dat niet is doorgegaan. Wel zijn er toen kopieën gemaakt van haar paspoort en van een rekeningafschrift.

Bij de stukken bevindt zich een overeenkomst16 particulier contractant van Telfort op naam van [JS], ondertekend op 30 januari 2006. [JS]17 heeft desgevraagd verklaard dat de handtekening op deze overeenkomst niet van haar is. Bij de stukken bevindt zich eveneens een door aangeefster18 ingevulde en ondertekende Orange-aanvraag19 mobiele telefonie van 17 juli 2004 die door Orange is afgewezen. De rechtbank constateert dat de handtekening op deze laatste aanvraag niet overeen komt met de handtekening op de Telfortaanvraag.

Zaaksdossier 14

Aangever20 [Naam aangever H] heeft verklaard dat hij op 19 juli 2005 een contract voor mobiele telefonie bij KPN bij [Naam verdachte], de eigenaar van [Naam zaak] in Kerkrade, heeft afgesloten. Toen aangever het contract afsloot was [Naam verdachte] ook met twee Orangecontracten bezig. De aangever heeft verklaard dat hij nog heeft gezegd dat hij alleen een KPN contract wilde. Er werd toen gezegd dat die Orangecontracten niet voor aangever waren. De aangever heeft verklaard dat er in augustus 2005 door Orange geld van zijn rekening is afgeschreven. Bij navraag bleek dit abonnementsgeld te zijn voor twee contracten voor mobiele telefonie. De twee bij deze contracten behorende telefoonnummers zijn niet-bestaande telefoonnummers.

Bij de stukken bevindt zich een aanvraag21 mobiele telefonie-particulier van Orange op naam van [Naam aangever H] gedateerd 21 juli 2005 met daarop een handtekening die naar het oordeel van de rechtbank niet lijkt op de handtekening22 op de achterkant van de giropas van aangever. Op de aanvraag van Orange staat een stempel [Naam zaak] GSM te Kerkrade.

Zaaksdossier 18

Aangeefster [Naam aangever D]23 heeft verklaard dat zij op 4 september 2004 bij [Naam zaak] te Kerkrade een abonnement bij Orange heeft afgesloten. In de loop van de daarop volgende maanden heeft aangeefster haar beltegoed laten verlagen tot €22,50 per maand. Op 30 mei 2006 ontving aangeefster een sms van Orange inhoudende dat er een bedrag van €55,00 automatisch van haar rekening zou worden afgeschreven. Aangeefster heeft verklaard dat zij daarop contact heeft opgenomen met Orange en te horen kreeg dat zij op 30 december 2005 een abonnement in Naarden zou hebben aangevraagd met een haar onbekend gsm-nummer. Aangeefster heeft verklaard dat zij dit contract niet heeft afgesloten.

Bij de stukken bevindt zich een aanvraag mobiele telefonie-particulier van 30 december 2005 op naam van aangeefster.

Zaaksdossier 19

Aangever24 [Naam aangever M] heeft verklaard dat hij op 4 maart 2006 een gsm contract heeft afgesloten bij Orange bij [Naam verdachte] van [Naam zaak] te Kerkrade. Aangever heeft hiervoor een kopie van zijn bankpas en ID-kaart overgelegd. Aangever heeft verklaard dat hij enige tijd moest wachten op de beloofde gsm en dat hij [Naam verdachte] hierover op diens gsm nummer ([06-XXXXXXXXXXX]) nog heeft moeten bellen. Op 23 maart 2006 werd er een bedrag van €217,32 van de privérekening van aangever afgeschreven. Dit bedrag betrof een Telfort abonnement met gsm nummer [06-XXXXXXXXXXX], het nummer van [Naam verdachte].

Bij de stukken bevindt zich een overeenkomst25 particuliere contractant van Telfort op naam van aangever en gedateerd op 3 maart 2006.

Zaaksdossier 23

Aangever26 [Naam aangever VDB] heeft verklaard dat hij op 4 februari 2004 een Orange abonnement heeft afgesloten voor de duur van twaalf maanden bij [Naam zaak] in Kerkrade. Aangever heeft verklaard dat hij het abonnement in november 2005 voor twaalf maanden heeft verlengd. In augustus 2006 is aangever gebeld door de politie met de mededeling dat er waarschijnlijk “geknoeid” was met zijn contract. Aan aangever is een verlenging, gedateerd november 2004 voor de duur van twaalf maanden getoond. Aangever heeft hierover verklaard dat hij zijn contract toen niet heeft verlengd. De handtekening die onder het contract staat is niet door aangever gezet. De kopieën die bij de contractverlenging zijn gevoegd zijn dezelfde als die door aangever zijn gegeven bij de aanvraag.

Bij de stukken bevindt zich een contractvernieuwing27 van Orange op naam van aangever en gedateerd op 25 november 2005, waarin het abonnement met twaalf maanden wordt verlengd.

Zaaksdossier 24

Aangever28 [Naam aangever VB] heeft verklaard dat hij op 12 januari 2005 bij [Naam zaak] in Kerkrade een nieuw gsm-contract heeft afgesloten bij Orange. Aangever heeft verklaard dat [Naam verdachte] hem hierbij heeft geholpen. Bij het afsluiten van het nieuwe contract heeft [Naam verdachte] aangever een fiets en een fotocamera aangeboden. Als bewijs hiervoor heeft aangever van [Naam verdachte] een niet ondertekende kopie van een aanvraagformulier29 mobiele telefonie meegekregen, waarop met de hand is bijgeschreven “nokia 3200, fiets en camera”. Na het bekijken van een soortgelijk ondertekend aanvraagformulier30, met daarop zijn gegevens en gedateerd 12 januari 2005 en waarop niets is bijgeschreven met betrekking tot de beloofde camera en fiets, heeft aanvrager verklaard dat hij dit formulier niet eerder heeft gezien en dat de handtekening niet door hem is gezet. Aangever heeft nog verklaard dat hij de beloofde fiets en camera nooit heeft ontvangen.

Zaaksdossier 15

Aangeefster31 [Naam aangever G] heeft verklaard dat zij op 28 juni 2004 een Orange abonnement heeft afgesloten bij de Orangeshop aan de [Straatnaam] te Brunssum. Zij heeft verklaard dat zij op 14 december 2004 bij dezelfde winkel een KPN abonnement heeft afgesloten en het Orange abonnement heeft opgezegd. Dit vanwege de slechte ontvangst met het Orangenetwerk. Op 7 april 2005 is er, zo is aangeefster gebleken in het kader van een juridische procedure die Orange tegen haar had aangespannen wegens wanbetaling, op haar naam een Orange abonnement afgesloten. Zij heeft verklaard dat zij dit abonnement nooit heeft afgesloten en dat het bankrekeningnummer dat op het contract vermeld staat niet van haar is. Ook het adres is niet het hare. Het is het adres van de belwinkel aan de [Straatnaam] te Brunssum. In een later verhoor32 heeft aangeefster verklaard dat zij destijds te woord is gestaan door [Naam verdachte], de eigenaar van [Naam zaak].

Bij de stukken bevindt zich een aanvraag33 mobiele telefonie-particulier van Orange op naam van aangeefster van 7 april 2005 met daarop een rekeningnummer dat overeenkomt met het nummer op de bankpas34 van verdachte. Tevens bevinden zich bij de stukken diverse rekeningen35 van Orange gericht aan aangeefster, maar verstuurd naar het adres van [Naam zaak] te Brunssum.

De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen is dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde, voorzover hij daarvan niet is vrijgesproken, heeft begaan.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde oordeelt de rechtbank als volgt.

Aangever36 [Naam aangever HA] heeft verklaard dat hij in april 2005 bij [Naam verdachte] van [Naam zaak] in Kerkrade een gsm-abonnement heeft afgesloten bij Telfort. Aangever heeft verklaard dat dit allesbehalve soepel verliep. Aangever heeft verklaard dat hij op een gegeven moment is gebeld door Telfort met de mededeling dat Telfort het contract zou opzeggen en dat aangever nog een bedrag van €416,- moest betalen. In december 2005 is aangever teruggegaan naar verdachte. Aangever heeft verklaard dat verdachte had gezegd dat hij het afkoopbedrag dat aangever Telfort verschuldigd was zou betalen, als aangever een tweejarig contract bij KPN zou tekenen. Aangever heeft verklaard dat hij het contract heeft getekend, maar dat verdachte de schuld aan Telfort nooit heeft betaald. Aangever heeft verklaard dat een en ander inmiddels is doorgestuurd naar een incassobureau en dat het bedrag is opgelopen tot €516,07.

Verdachte37 heeft ter terechtzitting verklaard dat het klopt wat aangever [Naam aangever HA] heeft verklaard, behalve dan dat hij het bedrag dat aangever aan Telfort schuldig was, wel heeft betaald aan aangever.

De rechtbank hecht, onder meer gelet op het feit dat aangever [Naam aangever HA] twee brieven38 van het incassobureau van januari en februari 2006 heeft overlegd, geen geloof aan de verklaring van verdachte dat hij het bedrag aan de aangever heeft terugbetaald.

De rechtbank is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde oordeelt de rechtbank als volgt.

Aangever39 [Naam benadeelde partij R] heeft verklaard dat hij in april 2004 bij [Naam zaak] in Kerkrade was en dat de eigenaar van de winkel hem een verleidelijk aanbod deed. Als aangever twee mobiele telefoons zou inleveren en een Orange contract zou afsluiten voor de duur van vierentwintig maanden, zou de eigenaar van [Naam zaak] aangever een Samsung E700 toestel leveren en het bedrag dat betaald zou moeten worden vanwege de contractbreuk bij Telfort voor zijn rekening nemen. Aangever heeft verklaard dat hij op dit aanbod is ingegaan. Hij heeft verklaard dat hij enige weken later een brief heeft ontvangen van een incassobureau met een vordering van €764,95. Hij heeft daarna nog diverse brieven van het incassobureau ontvangen. Die brieven hadden betrekking op het Telfortabonnement dat hij had laten opzeggen. Hij heeft verklaard dat hij is teruggegaan naar [Naam zaak] en dat de eigenaar had gezegd dat hij ervoor zou zorgen dat het opgelost werd. Het probleem is echter nooit opgelost. Aangever heeft ook nog verklaard dat hij het beloofde telefoontoestel nooit heeft ontvangen. Hij heeft wel een ander, inferieur toestel gekregen.

Getuige40 [Naam getuige G] heeft verklaard dat zij in april 2004 met aangever, haar vriend, naar [Naam zaak] in Kerkrade is geweest en dat ene [Naam verdachte] toen voorstelde dat als aangever twee toestellen inleverde en een tweejarig Orange abonnement zou nemen, aangever van die [Naam verdachte] het gewenste toestel zou krijgen en dat [Naam verdachte] de kosten van het oude abonnement zou overnemen. De getuige heeft verklaard dat aangever het beloofde toestel nooit heeft gekregen. Aangever heeft wel een ander toestel gekregen dat veel minder waard was. Enkele weken nadien heeft aangever volgens getuige brieven van een incassobureau ontvangen. De getuige heeft verklaard dat zij samen met aangever diverse malen terug is gegaan naar [Naam zaak] en dat [Naam verdachte] heeft beloofd een en ander te regelen. Dat is echter nooit gebeurd.

Getuige41 [Naam getuige H] heeft verklaard dat hij in 2004 hoorde dat aangever, zijn neef, problemen had met de telefoonzaak [Naam zaak] in Kerkrade. De getuige heeft verklaard dat aangever hem had verteld dat hij een nieuw abonnement had afgesloten en dat hij een nieuwe telefoon zou krijgen. Die nieuwe telefoon kreeg aangever echter maar niet. Ook zou [Naam zaak] het oude abonnement afkopen. De getuige heeft verklaard dat hij samen met zijn vrouw naar [Naam zaak] is gegaan en dat zijn vrouw eerst naar binnen is gegaan en heeft gevraagd of het betreffende toestel leverbaar was. Volgens de man achter de toonbank was het toestel binnen twee dagen leverbaar. De getuige heeft verklaard dat hij vervolgens zelf naar binnen is gegaan en heeft gevraagd of het toestel van aangever al binnen was. De man achter de toonbank zei toen dat het toestel niet leverbaar was, omdat de leverancier het niet op voorraad had. De getuige heeft verklaard dat hij de man toen heeft geconfronteerd met de informatie die zijn vrouw net had ontvangen en dat de aangever toen een ander toestel mocht uitzoeken. Dit toestel bleek een overjarig model te zijn, aldus de getuige.

De rechtbank acht, gelet op het bovenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.

3.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

hij op of omstreeks na te noemen tijdstippen in de gemeente Kerkrade, respectievelijk (in het hieronder als laatstgenoemde geval) in de gemeente Brunssum, meermalen een geschrift, te weten een aanvraag voor het afsluiten van een contract en/of een abonnement voor (een) mobiele telefoonaansluiting bij een telecommunicatiebedrijf, zijnde dat een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit (te weten die aanvraag) te dienen, valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande dat valselijk opmaken hierin dat hij, verdachte, op naam van een ander en zonder medeweten of instemming van die ander zulk een aanvraag heeft

opgemaakt met vermelding van de naam en/of adresgegevens en/of bankgegevens van die ander en/of deze aanvraag heeft voorzien van een valse handtekening en/of de in zulk een aanvraag vermelde contractsduur heeft veranderd van 12 maanden in 24 maanden, respectievelijk van een jaar in twee jaar, te weten in de nagenoemde gevallen:

op 10 november 2005 een aanvraag voor een abonnement bij KPN, ten name gesteld van [Naam getuige B]; (zaaksdossier 1)

op 15 september 2005 een aanvraag voor een abonnement bij KPN, ten name gesteld van [Naam aangever VD]; (zaaksdossier 2)

op 23 juni 2005, in elk geval in of omstreeks de periode van 15 oktober 2004 tot en met 16 november 2005 twee aanvragen voor een abonnement bij Orange, ten name gesteld van [JS], met opgave van bankrekeningnummer van [WS]; (zaaksdossier 6)

op 30 januari 2006 een aanvraag voor een abonnement bij Telfort, ten name gesteld van [JS]; (zaaksdossier 7)

op 21 juli 2005 een aanvraag voor een abonnement bij Orange, ten name gesteld van [Naam aangever H]; (zaaksdossier 14)

op 30 december 2005 een aanvraag voor een abonnement bij Orange, ten name gesteld van [Naam aangever D]; (zaaksdossier 18)

op 3 maart 2006 een aanvraag voor een abonnement bij Telfort, ten name gesteld van [Naam aangever M]; (zaaksdossier 19)

op of omstreeks 25 november 2004 een aanvraag voor een verlenging van abonnement bij Orange, ten name gesteld van [Naam aangever VDB]; (zaaksdossier 23)

op 12 januari 2005 een aanvraag voor een abonnement bij Orange, ten name gesteld van [Naam aangever VB];(zaaksdossier 24)

en voorts in de gemeente Brunssum op 7 april 2005 een aanvraag voor een abonnement bij Orange, ten name gesteld van [Naam aangever G];(zaaksdossier 15);

2.

hij op 3 december 2005 in de gemeente Kerkrade, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [Naam aangever HA] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, te weten een tweejarig contract voor een abonnement mobiele telefoonaansluiting bij KPN, door bedrieglijk aan die [Naam aangever HA] mee te delen (zakelijk samengevat) dat als die [Naam aangever HA] een tweejarig contract voor een mobiele telefoonaansluiting bij KPN zou afsluiten hij, verdachte, de afkoopsom van een eerder ten name van die [Naam aangever HA] bij Telfort afgesloten mobiele telefoonabonnement voor zijn, verdachtes, rekening zou nemen en twee weken althans enige tijd nadien ten bewijze van die betaling van de afkoopsom aan die [Naam aangever HA] een betalingsbewijs zou verschaffen;

3.

hij op 4 november 2003, in de gemeente Kerkrade met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [Naam benadeelde partij R] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, te weten een contract voor de duur van 24 maanden voor een abonnement mobiele telefoonaansluiting bij Orange, door bedrieglijk aan die [Naam benadeelde partij R] mee te delen (zakelijk samengevat) dat als die [Naam benadeelde partij R] een 24 maanden-contract voor een mobiele telefoonaansluiting bij Orange zou afsluiten en twee in zijn bezit zijnde telefoontoestellen zou inleveren, die [Naam benadeelde partij R] een door die [Naam benadeelde partij R] gewenst telefoontoestel type Samsung E700 zou ontvangen en hij, verdachte, de afkoopsom van een eerder ten name van die [Naam benadeelde partij R] bij T-mobile afgesloten mobiel telefoonabonnement voor zijn, verdachtes, rekening zou nemen.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd,

feit 2 en feit 3:

oplichting.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van wat hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen:

- een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht en

- openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Volgens de officier van justitie is deze bijkomende straf noodzakelijk om iedereen te waarschuwen tegen verdachtes praktijken.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de straf die de officier van justitie eist niet in verhouding staat tot de tijd die het openbaar ministerie heeft genomen met het aanbrengen van de strafzaak bij de rechtbank. Verdachte werkt op dit moment hard aan zijn toekomst, zoals ook blijkt uit het reclasseringsrapport. Verdachte is vrijwillig in behandeling gegaan bij De Horst en de behandeling heeft indruk op hem gemaakt. Verdachte heeft ook weer werk in loondienst. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur dan de voorlopige hechtenis zal maken dat verdachte dit alles weer zal kwijtraken.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte al genoeg in de publiciteit is geweest. Zowel L1TV, Radar, Kassa en Opgelicht, alsook de schrijvende pers hebben talloze uitzendingen en artikelen aan verdachte gewijd. Verdachte is kortom voldoende aan de schandpaal genageld. Het nu alsnog openbaar maken van het vonnis is te veel van het goede.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van wat bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de gedupeerden in deze zaak, klanten van zijn telecomwinkels, in hem en zijn winkels hebben gesteld. Verdachte deed dat omdat hij in financiële moeilijkheden was geraakt. Hij heeft deze moeilijkheden, die als ondernemer tot zijn risicosfeer behoren, afgewenteld op zijn klanten en dezen daardoor met problemen opgezadeld. Die problemen zijn in sommige gevallen beperkt gebleven, maar ook zeer ernstig geweest, zoals in het geval van mevrouw [Naam aangever G] (zaaksdossier 15) die door de kantonrechter is veroordeeld wegens wanbetaling. De rechtbank rekent verdachte aan dat hij door zo te handelen het vertrouwen in het normale handelsverkeer heeft ondermijnd.

De ernst van de door verdachte gepleegde feiten rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank een gevangenisstraf van één maand per feit. Dat zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van veertien maanden opleveren. De rechtbank weegt daarbij mee dat uit het strafblad van verdachte blijkt dat deze feiten in een proeftijd zijn gepleegd en dat sprake is van recidive. Daarom zal de rechtbank in totaal twintig maanden opleggen.

De rechtbank houdt ten voordele van verdachte rekening met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en met het feit dat verdachte zich vrijwillig heeft gemeld bij De Horst. Anders dan de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat de behandeling bij De Horst zou kunnen worden doorkruist door een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht de feiten te ernstig om te volstaan met een voorwaardelijke straf en een werkstraf. De rechtbank acht de behandeling in De Horst wel van zodanig belang dat zij verdachte een deels voorwaardelijke straf zal opleggen met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact (verplicht), ook als dat inhoudt een behandeling bij De Horst.

De rechtbank legt verdachte, gelet op het bovenstaande een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk op, met bovenbedoelde bijzondere voorwaarde.

Wat de gevorderde bijkomende straf betreft, geldt het volgende.

Openbaarmaking van het vonnis in de zin van artikel 9, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht zal aan bovenstaande niet veel meer toevoegen. De rechtbank zal deze straf daarom niet opleggen.

6 De benadeelde partijen

Der volgende benadeelde partijen hebben een vordering ingediend:

- [Naam benadeelde partij W], [Adresgegevens benadeelde partij W], vordert € 1.097,86,

- [JS], [Adresgegevens benadeelde partij JS], vordert € 76,70,

- [Naam aangever HA], [Adresgegevens benadeelde partij HA], vordert € 259,20,

- [Naam benadeelde partij R], [Adresgegevens benadeelde partij R], vordert € 764,95 en

- [Naam aangever VDB], [Adresgegevens benadeelde partij VDB], vordert € 250,-.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [Naam benadeelde partij W], [JS], [Naam aangever HA] en [Naam benadeelde partij R] voornoemd is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat zij door de hiervoor onder 1, zaaksdossier 6, feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks schade hebben geleden tot de hen gevorderde en hiervoor vermelde bedragen. Aan de verdachte zal onder meer ter zake van deze feiten een straf worden opgelegd. De rechtbank zal deze vorderingen dan ook toewijzen.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [JS] voornoemd is de rechtbank ter terechtzitting gebleken dat [JS] met betrekking tot de door hem geleden schade veel heeft moeten regelen. De opgevoerde telefoonkosten komen de rechtbank dan ook niet onredelijk voor.

Ten aanzien van de vordering van [Naam aangever HA] voornoemd heeft de verdachte verklaard dat hij deze kosten heeft betaald. De rechtbank verwerpt dit verweer, nu dit op geen enkele wijze onderbouwd is.

De door de benadeelde partij [Naam aangever VDB] gevorderde schade is naar het oordeel van de rechtbank geen rechtstreeks gevolg van het hiervoor onder 1, zaaksdossier 23, bewezen verklaarde feit. Aangezien alleen de directe schade voor vergoeding in aanmerking komt, zal de rechtbank de vordering afwijzen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering, ook als deze voorschriften en aanwijzingen inhouden dat verdachte ambulante behandeling dient te ondergaan in de Forensisch Psychiatrische Polikliniek “De Horst” te Maastricht;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [Naam benadeelde partij W], [Adresgegevens benadeelde partij W], € 1.097,86;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [Naam benadeelde partij W] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [Naam benadeelde partij W] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [JS], [Adresgegevens benadeelde partij JS] van een bedrag van € 76,70;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [JS] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [JS] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [Naam aangever HA], [Adresgegevens benadeelde partij HA] van een bedrag van € 259,20;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [Naam aangever HA] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [Naam aangever HA] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [Naam benadeelde partij R], [Adresgegevens benadeelde partij R] van een bedrag van € 764,95;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [Naam benadeelde partij R] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [Naam benadeelde partij R] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 15 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

- wijst af de vordering van de benadeelde partij [Naam aangever VDB], [Adresgegevens benadeelde partij VDB];

- veroordeelt de benadeelde partij [Naam aangever VDB] in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.V. Pelsser, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en mr. M.C.A.E. van Binnebeke, rechters, in tegenwoordigheid van J.M.A. Haanen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 11 december 2008.

-----------------------------------------------------------

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks na te noemen tijdstippen, in elk geval telkens in of

omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot 8 november 2006 in de gemeente

Kerkrade, respectievelijk (in het hieronder als laatstgenoemde geval) in de

gemeente Brunssum, in elk geval in Nederland, meermalen althans eenmaal,

(telkens) in na te noemen gevallen een geschrift, te weten een aanvraag voor

het afsluiten van een contract en/of een abonnement voor (een) mobiele

telefoonaansluiting bij een telecommunicatiebedrijf, zijnde dat een geschrift

bestemd om tot bewijs van enig feit (te weten die aanvraag) te dienen,

valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, met het oogmerk om het als echt

en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande dat

valselijk opmaken of vervalsen hierin dat hij, verdachte, op naam van een

ander en zonder medeweten of instemming van die ander zulk een aanvraag heeft

opgemaakt met vermelding van de naam en/of adresgegevens en/of bankgegevens

van die ander en/of deze aanvraag heeft voorzien van een valse handtekening,

althans een handtekening die moest doorgaan voor die van de in die aanvraag

genoemde ander en/of de in zulk een aanvraag vermelde contractsduur heeft

veranderd van 12 maanden in 24 maanden, respectievelijk van een jaar in twee

jaar,

te weten in (een of meer van) de nagenoemde gevallen:

op of omstreeks 10 november 2005 een aanvraag voor (een) abonnement(en) bij

KPN, ten name gesteld van [Naam getuige B]; (zaaksdossier 1)

op of omstreeks 15 september 2005 een aanvraag voor (een) abonnement(en) bij

KPN, ten name gesteld van [Naam aangever VD]; (zaaksdossier 2)

op of omstreeks 15 september 2005 een aanvraag voor een abonnement bij KPN,

ten name gesteld van [K]; (zaaksdossier 3)

op of omstreeks 23 juni 2005, in elk geval in of omstreeks de periode van 15

oktober 2004 tot en met 16 november 2005 een aanvraag voor (een)

abonnement(en) bij Orange, ten name gesteld van [JS], met opgave van

bankrekeningnummer van [WS]; (zaaksdossier 6)

op of omstreeks 30 januari 2006 een aanvraag voor (een) abonnement(en) bij

Telfort, ten name gesteld van [JS]; (zaaksdossier 7)

op of omstreeks 21 juli 2005 een aanvraag voor (een) abonnement(en) bij

Orange, ten name gesteld van [Naam aangever H]; (zaaksdossier 14)

op of omstreeks 30 december 2005 een aanvraag voor (een) abonnement(en) bij

Orange, ten name gesteld van [Naam aangever D]; (zaaksdossier 18)

op of omstreeks 3 maart 2006, althans in of omstreeks de periode van 31

januari 2006 tot en met 3 maart 2006 een aanvraag voor (een) abonnement(en)

bij Telfort, ten name gesteld van [Naam aangever M]; (zaaksdossier 19)

op of omstreeks 30 september 2004 een aanvraag (voor) een abonnement bij

Telfort, ten name gesteld van [H.]; (zaaksdossier 20)

op of omstreeks 20 oktober 2005 en/of op omstreeks 26 januari 2006 een

aanvraag voor (een) abonnement(en) bij Orange, ten name gesteld van [MB]; (zaaksdossier 22)

op of omstreeks 25 november 2004 een aanvraag voor een verlenging van

abonnement(en) bij Orange, ten name gesteld van [Naam aangever VDB];

(zaaksdossier 23)

op of omstreeks 12 januari 2005 een aanvraag voor (een) abonnement(en) bij

Orange, ten name gesteld van [Naam aangever VB];(zaaksdossier 24)

en voorts in de gemeente Brunssum, in elk geval in Nederland, op of omstreeks

7 april 2005 een aanvraag voor (een) abonnement(en) bij Orange, ten name

gesteld van [Naam aangever G];(zaaksdossier 15)

hebbende hij, verdachte, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 januari

2004 tot 8 november 2006 in de gemeente Kerkrade, respectievelijk in de

gemeente Brunssum, in elk geval in Nederland, meermalen althans eenmaal,

(telkens) een geschrift, te weten een aanvraag voor het afsluiten van een

contract en/of een abonnement voor (een) mobiele telefoonaansluiting bij een

telecommunicatiebedrijf, zijnde dat een geschrift

bestemd om tot bewijs van enig feit (te weten die aanvraag) te dienen,

valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, met het oogmerk om het als echt

en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande dat

valselijk opmaken of vervalsen hierin dat hij, verdachte, op naam van een

ander en zonder medeweten of instemming van die ander zulk een aanvraag heeft

opgemaakt met vermelding van de naam en/of adresgegevens en/of bankgegevens

van die ander en/of deze aanvraag heeft voorzien van een valse handtekening,

althans een handtekening die moest doorgaan voor die van de in die aanvraag

genoemde ander en/of de in zulk een aanvraag vermelde contractsduur heeft

veranderd van 12 maanden in 24 maanden, respectievelijk van een jaar in twee

jaar;

2.

hij op of omstreeks 3 december 2005, in elk geval in of omstreeks de maand december 2005 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander/anderen wederrechtelijk te bevoordelen door (een) listige kunstgreep/kunstgrepen, althans een samenweefsel van verdichtsels, [Naam aangever HA] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, te weten een tweejarig contract voor een abonnement mobiele telefoonaansluiting bij KPN, door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk aan die [Naam aangever HA] mee te delen (zakelijk samengevat) dat als die [Naam aangever HA] een tweejarig

contract voor een mobiele telefoonaansluiting bij KPN zou afsluiten hij, verdachte, de afkoopsom van een eerder ten name van die [Naam aangever HA] bij Telfort afgesloten mobiele telefoonabonnement voor zijn, verdachtes, rekening zou nemen en twee weken althans enige tijd nadien ten bewijze van die betaling van de afkoopsom aan die [Naam aangever HA] een betalingsbewijs zou verschaffen; (zaaksdossier 8)

3.

hij op of omstreeks 4 november 2003, in elk geval in of omstreeks de maand

november 2003 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, met het

oogmerk om zich en/of een ander/anderen wederrechtelijk te bevoordelen door

(een) listige kunstgreep/kunstgrepen, althans een samenweefsel van

verdichtsels, [Naam benadeelde partij R] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, te weten een contract voor de duur van 24 maanden voor een abonnement mobiele telefoonaansluiting bij Orange, door valselijk en/of listiglijk en/of

bedrieglijk aan die [Naam benadeelde partij R] mee te delen (zakelijk samengevat) dat als die [Naam benadeelde partij R] een 24 maanden-contract voor een mobiele telefoonaansluiting bij Orange zou afsluiten en twee in zijn bezit zijnde telefoontoestellen zou inleveren, die [Naam benadeelde partij R] een door die [Naam benadeelde partij R] gewenst telefoontoestel type Samsung E700 zou

ontvangen en hij, verdachte, de afkoopsom van een eerder ten name van die

[Naam benadeelde partij R] bij T-mobile afgesloten mobiel telefoonabonnement voor zijn, verdachtes, rekening zou nemen;

(zaaksdossier 13)

-----------------------------------------------------------

1 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 27 november 2008.

2 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte, van 9 november 2006, nummer 2006029924-23, doorgenummerd dossier, p. 93.

3 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 27 november 2008.

4 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige, van 31 mei 2007, nummer 2006029924-26, doorgenummerd dossier, p. 232.

5 Een geschrift, de aanvraag mobiele telefoonaansluiting bij KPN, doorgenummerd dossier, p.197.

6 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 27 november 2008.

7 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte, van 19 november 2005, nummer 2005151758-1, doorgenummerd dossier, p. 241.

8 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor aangever, van 13 februari 2007, nummer 2005151758-7, doorgenummerd dossier, p. 258.

9 Een geschrift, de aanvraag mobiele telefoonaansluiting bij KPN, doorgenummerd dossier, p. 272.

10 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte, van 16 november 2005, nummer 2005151667-1, doorgenummerd dossier, p. 326-327.

11 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte, van 19 november 2005, nummer 2005151667-3, doorgenummerd dossier, p. 335-336.

12 Een geschrift, de aanvraag mobiele telefonie – particulier bij Orange, doorgenummerd dossier, p. 338-339.

13 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor aangever, van 29 november 2005, nummer 2005151667-4, doorgenummerd dossier, p. 346.

14 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte (3de), van 20 november 2006, nummer 2006029924-24,doorgenummerd dossier, p. 101.

15 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte, van 23 februari 2006, nummer 2006022861-1, doorgenummerd dossier, p. 379-381.

16 Een geschrift, doorgenummerd dossier, p. 388-390.

17 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor aangever, van 10 juni 2007, nummer 2006022861-3, doorgenummerd dossier, p. 394.

18 Zie bovenstaande noot.

19 Een geschrift, doorgenummerd dossier, p. 384 en p. 385.

20 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor aangever, van 3 maart 2006, nummer 2006028851-2, doorgenummerd dossier, p. 518-519.

21 Een geschrift, doorgenummerd dossier, p. 531.

22 Een geschrift, bijlage bij de aanvraag mobiele telefoonaansluiting op naam van aangever en ook getekend door aangever van 19 juli 2005, doorgenummerd dossier, p. 521.

23 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte, van 30 mei 2006, nummer 2006073235-1, doorgenummerd dossier, p. 613-615.

24 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte, van 9 juni 2006, nummer 20060778896-1, doorgenummerd dossier, p. 630-631.

25 Een geschrift, doorgenummerd dossier, p. 641.

26 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte, van 28 september 2006, nummer 2006132788-1, doorgenummerd dossier, p. 685 en 686.

27 Een geschrift, doorgenummerd dossier, p. 694 en 695.

28 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal inhoudende verklaring van aangever, van 5 oktober 2006, nummer 2006136307-1, doorgenummerd dossier, p. 701-702.

29 Een geschrift, bijlage bij het hiervoor genoemde proces-verbaal, doorgenummerd dossier, p. 704.

30 Een geschrift, doorgenummerd dossier, p. 705.

31 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor aangever van 13 april 2006, nummer 2006045525-4, doorgenummerd dossier, 542-543.

32 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor aangever, van 28 april 2006, nummer 2006045525-5, doorgenummerd dossier p. 568.

33 Een geschrift, doorgenummerd dossier, p. 560.

34 Een geschrift, kopie bankpas ten name van verdachte, doorgenummerd dossier, p. 562.

35 Geschriften, doorgenummerd dossier, p. 550-559.

36 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte, van 14 februari 2006, nummer 2006019864-1, doorgenummerd dossier, p. 397-399.

37 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 27 november 2008.

38 Geschriften, doorgenummerd dossier, p. 407 en 408.

39 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte, van 17 maart 2006, nummer 2006036766-1, doorgenummerd dossier p. 494-495 met als bijlagen diverse brieven van het incassobureau, p. 499-502.

40 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige, van 29 maart 2006, nummer 2006036766-6, doorgenummerd dossier, p. 504-506.

41 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige, van 29 maart 2006, nummer 2006036766-7, doorgenummerd dossier, p. 507-508.