Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BG3795

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
06-08-2008
Datum publicatie
07-11-2008
Zaaknummer
297436 \ CV EXPL 08-2537
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Uitleg van een (in een non-concurrentiebeding vervat) relatiebeding. Naar het oordeel van de kantonrechter is sprake van een kennelijke en voor partijen genoegzaam kenbare verschrijving. Deze opvatting geeft geen blijk van een in het voordeel van de werkgever gegeven extensieve uitleg van het beding. Het is zo evident dat het om een verschrijving gaat dat het letterlijk nemen van het woord "contracten" (in alle redelijkheid) niet verdedigbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 297436 \ CV EXPL 08-2537

typ: AJ

coll: AJ

Vonnis in kort geding van 6 augustus 2008

in de zaak van

OPEN LINE CONSULTANCY B.V.,

gevestigd te 6199 AA Maastricht Airport, Australiëlaan 70,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

verder te noemen Open Line,

gemachtigde: mr. C.M.H.M. van Oijen, advocaat te Venlo,

tegen:

[gedaagde]

adres

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

verder te noemen [gedaagde]

gemachtigde: mr. E.V.C. Savelkoul, advocaat te Heerlen.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 30 juni 2008 heeft Open Line de kantonrechter verzocht datum en tijdstip te bepalen om [gedaagde] te dagvaarden in kort geding als bedoeld in artikel 254 Rv. Bij beschikking van 1 juli 2008 heeft de kantonrechter de datum en het tijdstip voor het kort geding bepaald.

Bij dagvaarding van 2 juli 2008 heeft Open Line een vordering ingesteld tegen [gedaagde] onder verwijzing naar twee gekopieerde producties. Naar aanleiding hiervan heeft [gedaagde] bij telefaxbericht van 9 juli 2008 twee producties ingediend en tevens aangekondigd ter zitting een eis in reconventie te zullen instellen. Bij telefaxbericht van diezelfde datum heeft Open Line vier aanvullende producties toegezonden, onder mededeling dat zij haar eis ter zitting nog zou aanvullen. Op 10 juli 2008 heeft [gedaagde] op zijn beurt (per fax) nog één productie nagezonden.

Mondelinge behandeling heeft voor het eerst plaatsgevonden op 10 juli 2008. Open Line heeft zich toen doen vertegenwoordigen door haar directeur [eiser] bijgestaan door de gemachtigde mr. C.M.H.M. van Oijen. [gedaagde] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. E.V.C. Savelkoul. Partijen hebben haar standpunten nader toegelicht, mede aan de hand van een ter zitting voorgedragen - en aan de gedingstukken toegevoegde - pleitnota. De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting aangehouden en partijen verzocht verhinderdata door te geven voor het agenderen van een nieuwe zitting.

Op 23 juli 2008 heeft [gedaagde] (per fax) drie aanvullende producties in het geding gebracht.

Voortzetting van het onderzoek ter zitting heeft vervolgens plaatsgevonden op 24 juli 2008.

Van de zijde van Open Line zijn toen verschenen [eiser] en de gemachtigde

mr. C.M.H.M. van Oijen. [gedaagde] is in persoon verschenen, bijgestaan door

mr. S.G.J. Habets, kantoorgenote van zijn gemachtigde mr. E.G.C. Savelkoul.

Hierna is uitspraak bepaald.

MOTIVERING

de vordering in conventie

Open Line vordert in kort geding (en dus bij wege van onmiddellijke voorziening bij voorraad) om bij vonnis met inachtneming van een aanvulling van eis het navolgende te bepalen:

1. [gedaagde] te verbieden om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis tot 1 februari 2009 zonder schriftelijke toestemming van Open Line in een straal van 75 kilometer met als middelpunt Maastricht:

- op enigerlei wijze, direct of indirect, gehonoreerd of ongehonoreerd werkzaam of

betrokken te zijn bij enige persoon, instelling, vennootschap of onderneming die

concurrerende, soortgelijke of aanverwante activiteiten ontplooit als de besloten

vennootschap Open Line Consultancy B.V. of de aan haar gelieerde vennootschappen dan wel daarin of daarbij enig belang te hebben;

- op enigerlei wijze, direct of indirect zakelijke contacten te onderhouden met

(potentiële) relaties van de besloten vennootschap Open Line Consultancy B.V.

waarmee de besloten vennootschap Open Line Consultancy B.V. of [gedaagde] gedurende de laatste twee jaar voorafgaand aan het einde (van het/hun) dienstverband op enigerlei wijze op zakelijk niveau contact heeft gehad;

- werknemers of personen die in de periode voorafgaand aan het einde (van het/hun) dienstverband een dienstbetrekking hebben of hebben gehad met de besloten vennootschap Open Line Consultancy B.V. en/of met de aan haar gelieerde vennootschappen en/of ondernemingen, te bewegen het dienstverband te beëindigen en/of in dienst te nemen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] weigert het vonnis na te leven.

2. [gedaagde] te gebieden om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis de zakelijke contacten met Vodafone en Vodafone Global en/of zijn werkzaamheden bij Vodafone Global te beëindigen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 500,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] weigert het vonnis na te leven.

3. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan Open Line - bij wijze van voorschot - van de door hem uit hoofde van het non-concurrentiebeding verbeurde boete tot een bedrag van

€ 5.000,00 en wel binnen 48 uur na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening.

4. [gedaagde] te verwijzen in de proceskosten.

Ter onderbouwing van bovengenoemde vordering heeft Open Line, samengevat weergegeven, het volgende aangevoerd.

Open Line stelt zich op het standpunt dat na beëindiging van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, het (als artikel 11) in die overeenkomst opgenomen non-concurrentiebeding door [gedaagde] is overtreden, althans op het onderdeel dat in wezen een relatiebeding behelst. Hiertoe voert zij aan dat [gedaagde] zonder de toestemming van Open Line sinds 2 juni 2008 zakelijke contacten heeft onderhouden met, althans in opdracht van de huidige werkgever Siliconhenge ICT B.V. werkzaamheden heeft verricht bij een (potentiële) relatie van Open Line, te weten Vodafone.

Naar de opvatting van Open Line is [gedaagde] aldus tekortgeschoten in de nakoming van één van zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, waardoor Open Line schade wordt toegebracht aan haar bedrijfsdebiet.

de vordering in reconventie

[gedaagde] vordert in reconventie - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - om indien en voor zover het in de arbeidsovereenkomst van 29 april 2003 opgenomen non-concurrentiebeding rechtskracht heeft, dat beding met onmiddellijke ingang en in volle omvang te schorsen, althans dat beding dusdanig te schorsen, dat het [gedaagde] per heden, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, zonder enige beperking vrijstaat om voor Vodafone, althans Vodafone Group Services GmbH, werkzaam te zijn totdat in een bodemprocedure vonnis zal zijn gewezen, onder veroordeling van Open Line tot betaling van de kosten van dit geding.

de feiten

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken, mede aan de hand van de overgelegde producties en van hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, het navolgende vast.

i. Open Line is een ICT-onderneming die hard- en software levert en automatiseringsdiensten ontwikkelt en exploiteert. Daarnaast detacheert Open Line werknemers bij andere bedrijven of ondernemingen voor activiteiten als het digitaal opslaan van gegevens en het onderhouden van de mailserver.

ii. [gedaagde] is krachtens schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst geweest bij Open Line in de functie van consultant.

iii. Het dienstverband duurde van 19 mei 2003 tot 1 februari 2008 en is van de zijde van [gedaagde] door opzegging beëindigd.

iv. De tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst kent een non-concurrentiebeding dat mede een relatiebeding bevat. Het desbetreffende artikel 11 luidt als volgt:

“Gedurende 1 jaar na het einde van het dienstverband - ongeacht de wijze waarop en de redenen waarom het dienstverband tot een einde is gekomen - zal het de werknemer zonder schriftelijke toestemming van de werkgever, niet zijn toegestaan om in een straal van 75 kilometer met als middelpunt Maastricht:

a. op enigerlei wijze, direct of indirect, gehonoreerd of ongehonoreerd werkzaam of

betrokken te zijn bij enige persoon, instelling, vennootschap of onderneming die

concurrerende, soortgelijke of aanverwante activiteiten ontplooit als de werkgever of

de aan haar gelieerde vennootschappen dan wel daarin of daarbij enig belang te

hebben;

b. op enigerlei wijze, direct of indirect zakelijke contracten te onderhouden met

(potentiële) relaties van de werkgever waarmee de werkgever en/of de werknemer

gedurende de laatste twee jaar voorafgaande aan het einde van het dienstverband op

enigerlei wijze op zakelijke niveau contact heeft gehad;

(…).”

v. In artikel 12 van de arbeidsovereenkomst is voorts een mede daarop afgestemd boetebeding opgenomen, dat luidt:

“a. Ingeval van overtreding van het bepaalde in de artikelen “Geheimhouding

documenten”en “Non-concurrentie” verbeurt de werknemer aan de werkgever een terstond en zonder nadere ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst opeisbare boete

van Euro 5.000,-- per overtreding, te vermeerderen met Euro 500,-- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt en onverminderd de bevoegdheid van de werkgever in plaats van deze boete vergoeding te vorderen van de volledige schade.

b. Betaling van de in dit artikel genoemde boete ontslaat de werknemer niet van de in de

artikelen “Geheimhouding documenten” en “Non-concurrentie” opgenomen

verplichtingen.”

vi. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst bij Open Line is [gedaagde] met directe ingang in dienst getreden bij Siliconhenge ICT B.V.(verder te noemen: Siliconhenge), gevestigd te Venray. Bij deze onderneming zijn tien andere ex-werknemers van Open Line direct of indirect betrokken.

vii. De vestigingsplaats van Siliconhenge is gelegen op meer dan 75 kilometer afstand van Maastricht (de onderneming is wel direct concurrerend met Open Line en wordt geleid door een uitgetreden directeur van Open Line.

viii. Via één van haar medewerkers heeft Open Line vernomen dat [gedaagde] sinds

2 juni 2008 op detacheringbasis werkzaamheden verricht bij Vodafone, locatie Maastricht.

ix. Open Line heeft onder verwijzing naar het in de arbeidsovereenkomst opgenomen non-concurrentiebeding bij brieven van 5 juni 2008 en 18 juni 2008 [gedaagde] verzocht zijn werkzaamheden bij Vodafone met onmiddellijke ingang te staken. Verder heeft Open Line [gedaagde] gesommeerd tot betaling van een verbeurde boete van € 5.000,00, vermeerderd met € 500,00 voor iedere dag dat de overtreding vanaf 2 juni 2008 zou voortduren.

x. Op 1 juli 2008 is namens Vodafone Netherlands N.V. via een

e-mailbericht te kennen gegeven dat hij de bestaande relatie met Open Line wenste te beëindigen.

De stellingen van partijen in conventie en reconventie

[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij het non-concurrentiebeding ook in de gedaante van het relatiebeding niet heeft overtreden. Hiertoe voert hij aan dat Siliconhenge is gevestigd in Venray, op meer dan 75 kilometer afstand van Maastricht. Voorts is het [gedaagde] op grond van artikel 11 aanhef en onder b van de arbeidsovereenkomst verboden om zakelijke contracten met relaties van Open Line te onderhouden. Nu [gedaagde] een arbeidsovereenkomst heeft bij Siliconhenge en hij geen contract is aangegaan met Vodafone, is in zijn ogen het relatiebeding niet geschonden. Er bestaat volgens [gedaagde] in het onderhavige geval geen ruimte voor een extensieve uitleg van het beding. Volstaan kan immers worden met een louter taalkundige uitleg. Nu Open Line van de onderhavige - in artikel 11 van de arbeidsovereenkomst opgenomen - tekst stelselmatig gebruik maakt bij het sluiten van arbeidsovereen¬komsten met anderen, kan redelijkerwijs niet worden aangenomen dat sprake is van een kennelijke verschrijving: “contracten” in plaats van “contacten”. Voorts wijst [gedaagde] (onder meer) op een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden van

3 mei 2006, gepubliceerd in JAR 2006/153. Het Hof gaf hierin toepassing aan de contra-proferentemregel door te overwegen dat nu er sprake was van een voor de werknemer bezwarend beding waarvan de tekst kennelijk uit de koker van de werkgever kwam, van een extensieve uitleg ten voordele van de werkgever geen sprake kon zijn. Voor de opvatting dat de inhoud van de tekst bepalend is voor de uitleg van hetgeen partijen zijn overeengekomen, vindt [gedaagde] bovendien steun in een vonnis in kort geding van deze Rechtbank, nevenlocatie Sittard, van 17 juli 2008 (bekend onder registratienummer 296001 CV EXPL 08-2188). Het ging hierbij om een door Open Line aanhangig gemaakte en nagenoeg identieke zaak met betrekking tot hetzelfde non-concurrentiebeding.

Daarenboven is [gedaagde] formeel gedetacheerd bij Vodafone Group Services GmbH te Düsseldorf. Deze rechtspersoon is geen relatie van Open Line en is bovendien gevestigd op een locatie op meer dan 75 kilometer afstand van Maastricht. De in het verleden door [gedaagde] voor Open Line verrichte werkzaamheden hadden betrekking op een project voor Vodafone Netherlands N.V., een andere juridische en organisatorische entiteit. [gedaagde] verwijst ter onderbouwing hiervan naar de door Open Line (in kopie) als productie 5 overgelegde zogenoemde werkbonnen.

De omstandigheid dat Vodafone Netherlands N.V. te Maastricht te kennen heeft gegeven dat zij de relatie met Open Line wenste te beëindigen, heeft Open Line naar de opvatting van [gedaagde] te danken aan haar eigen (onprofessionele) opstelling. Uit een als productie 4 in het geding gebrachte brief van 27 juni 2008 gericht aan Vodafone Netherlands N.V., is af te leiden dat [eiser], directeur van Open Line, te kennen heeft gegeven dat Vodafone naar zijn oordeel een onrechtmatige daad pleegt wanneer zij medewerkers van Siliconhenge inhuurt. Open Line sommeerde Vodafone in deze brief om [gedaagde] met onmiddellijke ingang te laten stoppen met het verrichten van zijn werkzaamheden. Dat Vodafone de relatie met Open Line vervolgens heeft beëindigd omdat zij - naar eigen zeggen - geen diensten wenste af te nemen van partijen die haar juridisch lastig vallen met geschillen die buiten Vodafone liggen, kan [gedaagde] zo meent hij, niet worden toegerekend.

De door Open Line ingestelde vorderingen dienen volgens [gedaagde] dan ook te worden afgewezen.

Open Line stelt zich - kort samengevat - onder verwijzing naar hetgeen zij in conventie heeft aangevoerd, op het standpunt dat de door [gedaagde] ingestelde vordering in reconventie dient te worden afgewezen. [gedaagde] is door het non-concurrentiebeding naar de opvatting van Open Line niet onbillijk benadeeld. Het beding is immers beperkt in zowel duur als geografisch gebied.

de beoordeling in conventie

Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter is de vordering van Open Line strekkende tot naleving van het in de visie van Open Line overtreden artikel 11 van de arbeidsovereenkomst voldoende spoedeisend voor behandeling in kort geding. Ditzelfde spoedeisende belang acht de kantonrechter aanwezig ten aanzien van de vordering van Open Line tot betaling van een voorschot op de - in haar ogen - ingevolge artikel 12 van de arbeidsovereenkomst verbeurde boete.

De naleving van het in artikel 11 van de arbeidsovereenkomst opgenomen non-concurrentiebeding verdeelt partijen.

Gelet echter op hetgeen door hen naar voren is gebracht, vormt het in artikel 11 aanhef en onder a van de arbeidsovereenkomst opgenomen onderdeel geen onderwerp van geschil omdat Siliconhenge is gevestigd buiten de in die bepaling opgenomen territoriale buitengrens en het [gedaagde] dus vrijstond bij deze onderneming in dienst te treden.

Partijen zijn echter verdeeld gebleven over de naleving van het relatiebeding als bedoeld in artikel 11 aanhef en onder b van de arbeidsovereenkomst van 29 april 2003. Zoals onder de weergave van de feiten reeds is vermeld, houdt het relatiebeding in dat het de werknemer ([gedaagde]) niet is toegestaan op enigerlei wijze, direct of indirect zakelijke contracten te onderhouden met (potentiële) relaties van de werkgever (Open Line) waarmee de werkgever en/of de werknemer gedurende de laatste twee jaar voorafgaande aan het einde van het dienstverband op enigerlei wijze op zakelijk niveau contact heeft gehad.

Ondanks de aan het oordeel van de kantonrechter in Sittard op dit onderdeel ten grondslag gelegde overwegingen in het vonnis in kort geding van 17 juli 2008 bestaat naar het voorlopige oordeel van deze kantonrechter voldoende aanleiding om aan te nemen dat in het onderhavige geval sprake is van een kennelijke en voor beide partijen genoegzaam kenbare en door hen begrepen verschrijving. Hiertoe wordt allereerst opgemerkt dat de schrijfwijze van de (veelgebruikte) woorden “contacten” en “contracten” - zeker in getypte vorm - zoveel op elkaar lijkt, dat een vergissing snel gemaakt wordt. Dat hier vervolgens door partijen overheen gelezen wordt, acht de kantonrechter niet onbegrijpelijk. Dat dergelijke gestandaardiseerde bedingen opduiken in arbeidsovereenkomsten met anderen, is gelet op de “knip- en plak”- functie waarmee tekstverwerkers zijn uitgerust, eveneens niet vreemd.

De omstandigheid dat Open Line wordt gevolgd in haar standpunt dat het hier om een kennelijke verschrijving gaat en het woord “contracten”, gelezen dient te worden als “contacten”, geeft geen blijk van een in het voordeel van Open Line gegeven extensieve uitleg van het beding. Het is namelijk zo evident dat het om een verschrijving gaat, dat het letterlijk nemen van het woord “contracten” (in alle redelijkheid) niet verdedigbaar is. Daarbij speelt een rol dat het woord “contacten” binnen de context van het beding, namelijk het relatiebeding, aanmerkelijk beter op zijn plaats is dan het woord “contracten” of zelfs de enige betekenis is die logica verschaft aan de zin en het totale zinsverband. De kantonrechter neemt tevens in aanmerking dat in de laatste zin van het bewuste artikelonderdeel ook het woord “contact” is gebruikt. De zinsnede dat de “werknemer [niet] op directe of indirecte wijze contracten mag onderhouden met (potentiële) relaties van de werkgever”, kan taalkundig niet of nauwelijks anders worden uitgelegd dan dat “contacten” bedoeld wordt. Daar waar contacten worden onderhouden, worden contracten immers gesloten, aangegaan

of nagekomen. Over hetgeen eventueel verstaan zou moeten worden onder “het indirect onderhouden van contracten”, heeft [gedaagde] desgevraagd zelfs geen plausibele verklaring kunnen geven. Redenerend vanuit deze mede op logica, begrijpelijkheid en dagelijkse toepassing stoelende taalkundige benadering, is de voorlopige conclusie dan ook gerechtvaardigd dat in het onderhavige relatiebeding aan het begin van de zin (net als aan het slot) “contacten” is bedoeld. Juist iemand als [gedaagde] die geacht mag worden door opleiding en ervaring tussen de regels door te lezen en teksten te kunnen beoordelen op logica en consistentie, zal redelijkerwijs de door Open Line bepleite betekenis van het gebruikte woord bij ondertekening niet anders dan als “contacten” hebben gelezen.

Hetgeen van de zijde van [gedaagde] is aangevoerd, kan niet leiden tot het volgen van de door hem bepleite letterlijke lezing.

Gelet op het bovenstaande ziet de kantonrechter zich gesteld voor de vraag of [gedaagde] zakelijke contacten heeft onderhouden met een (potentiële) relatie van Open Line waardoor hij het non-concurrentiebeding - althans het onderdeel dat in wezen een relatiebeding behelst - heeft overtreden.

Uit de door Open Line in het geding gebrachte werkbonnen blijkt dat [gedaagde] destijds door haar gedetacheerd was bij “Vodafone NL”. Uit door Open Line (in kopie als productie 5) overgelegde facturen blijkt voorts dat de in verband met deze werkzaamheden gemaakte kosten door Open Line in rekening werden gebracht bij Vodafone Libertel N.V.

Om te kunnen vaststellen of [gedaagde] thans in dienst van Siliconhenge ICT B.V. contact(en) onderhoudt met een relatie van Open Line, is het van belang te weten voor welke rechtspersoon [gedaagde] in dat kader werkzaamheden (heeft) verricht en - gelet op de in het non-concurrentiebeding opgenomen territoriale afbakening - waar de betreffende rechtspersoon gevestigd is. De enkele (niet betwiste) omstandigheid dat [gedaagde] op “het kantoor van Vodafone in Maastricht” aan het werk was, betekent immers niet zonder meer dat hij hierdoor het in artikel 11 neergelegde relatiebeding heeft geschonden. Open Line voert naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter onvoldoende feiten en omstandigheden aan ter beantwoording van de vraag voor welke specifieke (aan Vodafone gelieerde) rechtspersoon en/of onderneming [gedaagde] in Maastricht werkzaamheden heeft verricht. Dat juist deze rechtspersoon of onderneming een relatie van haar zou zijn, kan hierdoor niet worden vastgesteld. Bovendien heeft Open Line het in de gedingstukken telkens over “Vodafone, zijnde een relatie van Open Line”. Zij laat hierbij echter in het midden op welke rechtspersoon zij precies doelt. Open Line lijkt te stellen dat Vodafone Libertel N.V. een relatie van haar is, maar dat dit ook geldt voor de andere (of anders genoemde) aan Vodafone gelieerde rechtspersonen of ondernemingen wier namen opduiken in de gedingstukken zoals Vodafone Netherlands N.V., Vodafone Global en Vodafone Group Services Gmbh, is onvoldoende komen vast te staan. Open Line heeft daarenboven ook na herhaald aandringen van de kantonrechter niet met bewijsstukken onderbouwd welke rechtsperso(o)n(en) of onderneming(en) zij tot haar kring van relaties rekent. Hoewel dit op haar weg had gelegen, heeft Open Line in het bestek van dit op directe bewijslevering gerichte geding onvoldoende aangetoond dat [gedaagde] in strijd met het in de arbeidsovereenkomst vervatte relatiebeding zakelijk contact heeft (gehad) met één van haar relaties. Met de beperkingen die eigen zijn aan een kort geding kan op basis van de voorhanden zijnde de stukken onmogelijk het door Open Line verlangde oordeel worden gegeven. De wel ingebrachte stellingen en/of stukken zijn te gebrekkig of te weinig informatief, temeer omdat [gedaagde] zelf op aanvaardbare wijze beargumenteert dat hij voor zijn huidige werkgever Siliconhenge werkzaam is voor Vodafone Group Services GmbH te Düsseldorf, die geen relatie is geweest van Open Line en dat hij voor deze opdrachtgever gedetacheerd was op het kantoor van Vodafone in Maastricht. Voor zover Open Line zich op het standpunt stelt dat Vodafone Group Services GmbH een potentiële relatie is van Open Line, heeft [gedaagde] de vooralsnog niet weerlegde tegenwerping gemaakt dat de vestigingsplaats te Düsseldorf op meer dan 75 kilometer afstand van Maastricht is gelegen, zodat ook daarom niet is gehandeld in strijd met het relatiebeding zoals bedoeld in artikel 11 aanhef en onder b van de arbeidsovereenkomst.

Het vorenstaande brengt met zich dat de vorderingen in conventie niet voor toewijzing in aanmerking komen. Daargelaten kan worden of Open Line met name met haar eerste vordering in wezen niet een zo ver strekkend oordeel van de voorzieningenrechter vraagt, dat dit (grotendeels) neerkomt op een verklaring van recht over de strekking van het non-concurrentiebeding.

de beoordeling van de vordering in reconventie

Onder verwijzing naar de overwegingen ten aanzien van de vordering in conventie bestaat onvoldoende aanleiding om tot het oordeel te komen dat het non-concurrentiebeding in welke vorm (eerste of tweede onderdeel) dan ook is overtreden. Evenmin heeft [gedaagde] aangevoerd dat te verwachten valt - of zelfs zeker is - dat hij ten behoeve van Siliconhenge andere potentieel concurrerende en/of door het relatiebeding geraakte werkzaamheden zal/wil gaan verrichten. Niet in te zien valt dan ook welk rechtens te respecteren belang [gedaagde] zou kunnen hebben bij een zo ver strekkende voorziening als thans gevorderd wordt, nog daargelaten de spoedeisendheid van de vordering. Het gevorderde in reconventie wordt dan ook afgewezen.

in conventie en reconventie

Wegens de verwevenheid van de kosten in conventie en in reconventie zullen deze tezamen worden genomen. Open Line zal als de meest in het ongelijk gestelde partij de kosten van dit geding dienen te dragen.

BESLISSING

in conventie

Wijst de vorderingen af.

in reconventie

Wijst de vordering af.

in conventie en reconventie

Veroordeelt Open Line tot betaling van de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde] tot aan dit vonnis begroot op € 400,00 voor salaris van de gemachtigde van [gedaagde].

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen en in het openbaar uitgesproken door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, in aanwezigheid van de griffier.