Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BE9735

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
03-09-2008
Datum publicatie
03-09-2008
Zaaknummer
03-008131-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot moord door met een machinepistool te schieten op het slachtoffer. 7Jaren gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/008131-04

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 september 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats en -datum verdachte],

Gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman mr. Th.U. Hiddema, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 augustus 2008, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte heeft geprobeerd – al dan niet met voorbedachten rade – [slachtoffer] van het leven te beroven.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het oordeel van de rechtbank

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 20 augustus 2008;

- de aangifte van [slachtoffer] .

3.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Primair.

hij op 19 maart 2004 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, met een automatisch machinepistool op [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte ter zake het primair ten laste gelegde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, op te leggen.

5.2 Het standpunt van de verdediging

In het geval van een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde heeft de raadsman verzocht rekening te houden met het feit dat verdachte zich na 4 jaren zelf bij de politie gemeld heeft. Ook heeft verdachte het feit onder invloed van het ophitsende gedrag van zijn vriendin gepleegd en is onder die emotionele druk in een gevechtssituatie verzeild geraakt. De raadsman heeft dan ook gepleit voor het opleggen van een lagere straf als door de officier van justitie gevorderd.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Nadat de vriendin van verdachte tot tweemaal toe werd lastiggevallen door een bezoeker van een café, is er onenigheid tussen de verdachte en zijn vriendin ontstaan omdat de verdachte niet zou hebben ingegrepen. Toen deze onenigheid uit de hand dreigde te lopen, heeft het slachtoffer getracht erger te voorkomen. De verdachte is hierover in woede ontstoken en is weggegaan om een machinepistool te halen. De verdachte is terug gekeerd naar het café en heeft vervolgens zeker twee keer gericht op [slachtoffer] geschoten, waarbij [slachtoffer] ook twee keer werd geraakt. Dat het slachtoffer bij deze bizarre actie niet het leven heeft verloren, is geenszins aan verdachte te danken.

Bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat de reden van de verdachte om een machinepistool te gaan halen en dit ook te gebruiken, een futiliteit betrof. Daarnaast zijn van het schieten door verdachte met een machinepistool in de nacht in het centrum van Maastricht diverse omstanders getuige geweest, wat gevoelens van onveiligheid en angst teweeg brengt, iets wat de rechtbank ook zal laten meewegen in de strafmaat.

Verdachte is in het verleden in aanraking geweest met politie en justitie, onder meer wegens een straatroof en verboden wapenbezit. De rechtbank heeft tevens acht geslagen op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

In het voordeel van de verdachte zal de rechtbank rekening houden met de proceshouding van de verdachte.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 7 jaren, met aftrek van het voorarrest, een passende sanctie is.

6 De benadeelde partij

Ter terechtzitting heeft mr. L.E.M. Hendriks, advocaat te Maastricht, namens het slachtoffer, een vordering ingediend ter zake geleden immateriële schade ten bedrage van € 2.000,00 en hij heeft de rechtbank verzocht dit bedrag als voorschot toe te kennen.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer] door het hiervoor primair bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht tot het door haar gevorderde bedrag van € 2.000,00 en nu aan de verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd, zal deze vordering geheel worden toegewezen. De rechtbank zal daarbij bepalen dat dit bedrag als voorschot wordt toegekend.

De raadsman van de verdachte heeft ter zitting betoogd dat hij het passend zou vinden als de gevorderde immateriële schade nader wordt onderbouwd. Gelet op hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard en op hetgeen de raadsman van de benadeelde partij ter zitting naar voren heeft gebracht, acht de rechtbank toewijzing van het gevorderde bedrag als voorschot ter zake immateriële schade zonder meer redelijk.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

7 Het beslag

De in beslag genomen kogel is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het een voorwerp is met betrekking tot welke het bewezen verklaarde is begaan.

Dit voorwerp zal aan het verkeer worden onttrokken.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36f, 45 en 289 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.2 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Primair: poging tot moord;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomene, te weten:

nr. 2, een kogel (uit het lichaam van [slachtoffer]);

Benadeelde partijen

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres] , te betalen als voorschot ter zake immateriële schade een bedrag van € 2.000,00 (tweeduizend euro);

-veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van het slachtoffer aan de staat voornoemd bedrag te betalen en bepaalt dat bij gebreke van betaling en verhaal vervangende hechtenis zal worden toegepast naar de maatstaf van één dag voor elke volle vijftig euro van het te betalen bedrag, met een minimum van één dag, met dien verstande dat toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

- bepaalt daarbij dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat van voornoemd bedrag ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien de verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mr. M.E. Kramer en mr. M.E.M.W. Nuijts, rechters, in tegenwoordigheid van L.A.J.W. Schoutese, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 september 2008.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 19 maart 2004 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal met een automatisch machinepistool, althans een vuurwapen op die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 19 maart 2004 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een automatisch machinepistool, althans met een vuurwapen op die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.