Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BE9586

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
27-08-2008
Datum publicatie
02-09-2008
Zaaknummer
124894 / HA ZA 07-1101
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop van tweedehands auto. Tekortkoming, ontbinding, schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak : 27 augustus 2008

Zaaknummer : 124894 / HA ZA 07-1101

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen

inzake

[Naam eiser sub 1],

wonende te [woonplaats],

eiser sub 1,

procureur mr. D.D.J.M. Gulpers;

[Naam eiseres sub 2],

wonende te [woonplaats],

eiseres sub 2,

procureur mr. D.D.J.M. Gulpers;

tegen:

[Naam gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. M. van Sintmaartensdijk.

1. Het verloop van de procedure

Eisers hebben gedaagde gedagvaard voor deze rechtbank en gesteld en geconcludeerd als in die dagvaarding vermeld. Bij die dagvaarding zijn producties overgelegd. Gedaagde heeft daarna onder het overleggen van producties geantwoord. Op de voet van artikel 131 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is een comparitie na antwoord gelast. Bij brief van 28 maart 2008 zijn door eisers stukken overgelegd ten behoeve van de comparitie. Van het verhandelde ter comparitie is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.

Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd op het rechtbankdossier. De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

De rechter ten overstaan van wie op enigerlei wijze bewijs is bijgebracht, is wegens een herverdeling van zaken niet in staat aan deze uitspraak medewerking te verlenen.

2. Het geschil

2.1 Eiser sub 1 heeft op 5 juli 2007 mede naar aanleiding van een advertentie van gedaagde op Marktplaats.nl van gedaagde een snack/grill-auto gekocht merk Renault (hierna de auto) voor € 14.000,-. Volgens eiser sub 1 stond in die advertentie dat het een geheel gereviseerd voertuig betrof met nieuwe vloer, wanden en chassisbalken. Na de overdracht bleek bij een APK-keuring op 29 augustus 2007 dat de chassisbalken geheel verrot waren en waren opgelegd met metalen strippen die op hun beurt waren gekit/gelast en gecamoufleerd met een bituumachtige substantie. Reparatie, zo al mogelijk, zou tussen de € 11.000,- en € 13.000,- kosten. De auto was in elk geval niet bruikbaar voor het doel waarvoor hij was gekocht. Dit doel was het op vrijdag en zaterdag verkopen van producten in Landgraaf en het verkopen van producten op braderieën. Hij had hiertoe al de benodigde vergunning en derfde de laatste maanden van 2007 € 250,- netto inkomen per weekend nu hij zonder die auto geen (etens)waren kan verkopen. Eiser sub 1 had zich verder al ingeschreven voor diverse braderieën waarbij hij ook al € 200,- borg had betaald terwijl hij verder voor € 750,- aan bederfelijke waar heeft gekocht die ook is bedorven omdat hij zonder de auto geen verkooppunt had. Gedaagde is van een en ander op de hoogte gesteld maar heeft wetenschap ontkend. Bij brief van 9 oktober 2007 hebben eisers de overeenkomst ontbonden.

2.2 Eisers hebben op grond van het vorenstaande gevorderd, na vermindering van eis tijdens de comparitie en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat:

a. de koopovereenkomst tussen partijen op 9 oktober 2007 rechtsgeldig werd ontbonden althans deze te ontbinden;

b. gedaagde jegens eisers toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de krachtens overeenkomst op hem jegens eisers rustende verplichtingen (wanprestatie heeft gepleegd);

c. gedaagde jegens eisers een toerekenbare onrechtmatige daad heeft gepleegd;

d. gedaagde jegens eisers aansprakelijk is voor de geleden en te lijden schade ten gevolge van de door de bank (nt rechtbank: bedoeld zal zijn “gedaagde”) gepleegde wanprestatie en/of onrechtmatige daad;

II. gedaagde te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen veroordelend vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hen te betalen:

- alle door eisers aan gedaagde betaalde bedragen te weten € 14.000,-, betaald op 5 juli 2007;

- de kosten van het opmaken van het technisch onderzoek van Dekra Nederland bv te weten € 535,-;

- € 3.750,- (€ 750,- wegens bedorven voorraad, € 200,- borg braderieën en € 2.800,- wegens eind 2007 netto gederfd inkomen);

- de wettelijke rente over alle genoemde bedragen met ingang van de datum van betaling door eisers tot aan de dag van terugbetaling door gedaagde;

- de kosten van de procedure en alle kosten op de ten uitvoerlegging vallende.

2.3 Gedaagde stelt dat de door hem verkochte auto in 1983 is gebouwd en 160.000 km op de teller had. Hij had voor de verkoop een garagebedrijf opdracht geven om een grote beurt uit te voeren en reparaties te verrichten hetgeen ook is geschied. Hij heeft geen garantie verstrekt bij de verkoop. Gelet op de oudheid van de auto en het aantal kilometers op de teller is de auto niet non-conform, mede nu gedaagde heeft meegedeeld dat er een aantal reparaties was verricht. Gedaagde kende noch behoorde de gebreken te kennen zodat er geen sprake is van toerekenbaarheid. De gevorderde ontbinding, die op grond van bovenstaande al niet toewijsbaar is, zou verder met zich brengen dat de auto weer terug moet naar gedaagde. Dat kan volgens hem niet omdat de auto niet meer in bezit is van eisers. Gedaagde betwist dat het de bedoeling is geweest om vanuit de auto eet- en drinkwaren te verkopen terwijl verder geen enkel bedrag behalve de koopsom wordt onderbouwd. Gedaagde betwist verder dat het monteren/herstellen van de kokerbalken meer zou kosten dan € 1.500,- zodat een eventuele tekortkoming geen ontbinding rechtvaardigt.

Van een onrechtmatige daad is geen sprake.

3. De beoordeling

3.1 De rechtbank heeft geen grondslag gevonden voor de vordering die door eiseres sub 2 is ingesteld. Haar vordering wordt dus afgewezen. De rechtbank zal hierna nog enkel over “eiser” spreken en bedoelt dan eiser sub 1.

3.2 Als erkend dan wel als onvoldoende gemotiveerd betwist staat vast dat eiser de auto van gedaagde heeft gekocht en dat het chassis van de auto, zoals Dekra heeft gerapporteerd, vrijwel totaal verrot bleek te zijn en bestond uit een aan elkaar gelaste constructie die deugdelijk noch wettelijk was toegestaan. Die gelaste constructie bleek als het ware om het oude chassis heen gebouwd, maar omdat het oude chassis ernstig onderhevig is aan corrosie, heeft die aangelaste constructie geen hechting aan het oorspronkelijke chassis. De auto is verkeersonveilig en heeft de APK niet gehaald.

3.3 De rechtbank ziet niet waar gedaagde, los van de overeenkomst, onrechtmatig heeft gehandeld zodat al hetgeen gebaseerd is op die grondslag zal worden afgewezen.

3.4.1 Uit hetgeen onder 3.2 is vastgesteld ter zake het chassis kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat er sprake is van een tekortkoming. Van een auto waarvoor € 14.000,- is betaald mag immers in elk geval worden verwacht dat er mee op de weg mag en kan worden gereden. Waar gedaagde kennelijk van mening is dat dit niet zou gelden voor een auto van 24 jaar oud met 160.000 kilometer op de teller miskent hij dat een auto een zaak is die kan en mag rijden. Als hij met de onderhavige auto gelet op genoemde kenmerken een zaak bedoelt die alleen naar uiterlijke verschijningsvorm een auto is maar waarmee geen deel kon worden genomen aan het verkeer, had hij die zaak niet als “auto” te koop moeten zetten.

Nu op grond van iedere tekortkoming, ongeacht de vraag of deze toerekenbaar is, op grond van art. 6:265 jo 7:22, lid 4 BW, een overeenkomst kan worden ontbonden, ligt in beginsel het onder I aanhef en sub a gevorderde voor toewijzing gereed.

3.4.2 Op dit beginsel dient een uitzondering te worden gemaakt indien de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt. Dat heeft gedaagde gesteld. Volgens hem kan de auto voor ongeveer € 1.500,- gerepareerd worden. Die stelling is echter met niets onderbouwd terwijl eiser ter onderbouwing van zijn stelling dat reparatie meer dan € 10.000,- kost, het tamelijk uitgebreide rapport Dekra heeft overgelegd. De enkele stelling dat op verzoek van eiser de herstelkosten door de deskundige opgeklopt kunnen zijn, is niet meer dan een kale stelling. Waarom het gedaagde zéér onwaarschijnlijk voorkomt dat herstel meer dan € 1.500,- zou kosten, heeft hij evenmin onderbouwd terwijl uit niets blijkt dat hij een specifieke deskundigheid ter zake zou hebben. Gedaagde had hier minstens voor een eigen rapport dienen te zorgen dat opgemaakt had kunnen worden aan de hand van de gebreken die Dekra heeft vermeld. De aanwezigheid daarvan is immers niet door gedaagde ontkend.

Al met al kan dan ook niet tot het oordeel worden gekomen dat de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt.

3.5 Nu de ontbinding terecht is ingeroepen, dient gedaagde de koopsom terug te betalen en dient eiser de auto terug te geven. De vraag of dat op dit moment mogelijk is, hoeft niet te worden beantwoord. Ten eerste is gesteld noch gebleken dat teruggave feitelijk onmogelijk is en ten tweede wordt een eventuele onmogelijkheid tot teruggave opgelost door art. 6: 272 BW.

3.6.1 Gedaagde is alleen maar schadeplichtig indien er sprake is van wanprestatie (zie de artikelen 6: 74 en 75 BW en HR 9 januari 1998, NJ 1998, 272). De rechtbank begrijpt wat dat betreft dat eiser van mening is dat gedaagde in een advertentie op Marktplaats.nl zou hebben geadverteerd met onder meer de woorden “nieuwe chassisbalken”, hetgeen een garantie zou inhouden.

Voor zover dergelijke woorden op een dergelijke plaats al beschouwd moeten worden als een in zijn algemeenheid aangeboden garantie, is dat aanbod door gedaagde ingetrokken. Op de ook door eiser ondertekende factuur is immers vermeld dat er geen enkele sprake is van garantie.

3.6.2 Onder de punten 19 en 20 van de dagvaarding heeft eiser gesteld dat gedaagde het gebrekkige chassis kende dan wel behoorde te kennen. Meer dan dat gedaagde gezegd zou hebben dat hij toezicht op de reparatie zou hebben gehouden, heeft eiser echter niet gesteld. Aldus heeft hij die stelling onvoldoende onderbouwd alleen al omdat is gesteld noch gebleken dat gedaagde voldoende kennis had om vakbekwaam toezicht te kunnen houden.

3.6.3 Resteert het antwoord op de vraag of het gebrekkige chassis krachtens verkeersopvattingen voor rekening van gedaagde komt. Die vraag beantwoordt de rechtbank negatief. Een koper van een auto van 24 jaar met zoveel gelopen kilometers dient er rekening mee te houden dat zo’n auto gebreken kent en kan dit betreffende risico verminderen door onderzoek te laten doen. Indien hij dat niet doet, zoals hier, komen de gevolgen van een dergelijke nalatigheid in elk geval voor wat betreft een vordering tot vergoeding van schade zoals thans wordt gevorderd, voor risico van een koper.

3.7 Eén en ander betekent dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de koopovereenkomst op 9 oktober 2007 rechtsgeldig is ontbonden en dat gedaagde de koopsom aan eiser dient terug te betalen. De overige vorderingen zullen worden afgewezen.

3.8 Gedaagde heeft te gelden als hoofdzakelijk in het ongelijk gesteld en dient dus de proceskosten van eiser te betalen. Waar de vordering van eiseres sub 2 is afgewezen, dient zij de door haar veroorzaakte proceskosten aan de zijde van gedaagde te betalen. Die worden op nihil begroot.

4. De beslissing

De rechtbank:

1. verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen op 9 oktober 2007 rechtgeldig werd ontbonden;

2. veroordeelt gedaagde om aan eiser sub 1 binnen twee dagen na betekening van dit vonnis € 14.000,- te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de dag dat eiser sub 1 dit bedrag aan gedaagde heeft betaald tot aan de dag van terugbetaling door gedaagde;

3. veroordeelt eiseres sub 2 tot betaling van de aan de zijde van gedaagde gerezen proceskosten, tot op heden begroot op nihil;

4. veroordeelt gedaagde tot betaling van de aan de zijde van eiser sub 1 gerezen proceskosten, tot op heden begroot op € 540,- aan vast recht, € 84,31 aan kosten betekening dagvaarding en € 904,- voor salaris procureur;

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 2 en 4 vermelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.