Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BE9576

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
05-08-2008
Datum publicatie
02-09-2008
Zaaknummer
131958 / FT 08.692
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening ex artikel 278A lid 4 Faillissementswet toegewezen ondanks belang verhuurster.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Rekestnummers : 131958 / FT 08.692

Vonnisdatum : 5 augustus 2008

In de zaak van

[Naam verzoekster], [geboortedatum],

wonende te [adres],

bijgestaan door mr. J.H. Smeets,

is door verzoekster tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het geven van een voorlopige voorziening bij voorraad als bedoeld in artikel 287, vierde lid van de Faillissementswet (Fw).

De gevraagde voorziening houdt het volgende in:

- een verbod tot de ontruiming van de door verzoekster gehuurde woning aan [adres] door de verhuurster, Stichting Woonpunt Parkstad, gevestigd en kantoorhoudende aan de Akerstraat 27 te 6411 LN Heerlen (hierna: verhuurster) totdat op het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling van verzoekster zal zijn beslist;

Het verzoek is ter terechtzitting van 31 juli 2008 behandeld.

Verzoekster is samen met mr. Smeets verschenen.

Namens verhuurster zijn [naam medewerker] van het deurwaarderskantoor Otten Agis en de [woonconsulent van verhuurster], verschenen.

De beoordeling

Spoedeisend belang

Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat verzoekster een huurachterstand heeft van € 5.600,--. Bij vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Heerlen, d.d. 11 juni 2008, heeft de kantonrechter de huurovereenkomst ontbonden en verzoekster veroordeeld om de woning met aanhorigheden uiterlijk binnen vier weken na voormelde vonnisdatum te ontruimen. Het vonnis is op 1 juli 2008 aan verzoekster betekend en de ontruiming is aangezegd per 6 augustus 2008 te 9.00 uur. Het spoedeisend belang van verzoekster bij de verzochte voorziening is daarmee gegeven.

Inhoudelijke beoordeling

Verhuurster heeft aangevoerd dat zij, gelet op de betalingsachterstand van verzoekster en op het vonnis van de rechtbank Maastricht, locatie Heerlen, gerechtigd is om de woning te ontruimen. Daarbij merkt de [woonconsulent van verhuurster] op dat reeds tweemaal eerder een veroordelend vonnis inhoudende de ontruiming van de woning is uitgesproken tegen verzoekster. Beide keren is met verzoekster een regeling getroffen. Deze regelingen worden door verzoekster niet goed nagekomen. Dit jaar zijn slechts over de maanden mei en juli huurpenningen voldaan. Bovendien worden de woning en de tuin niet goed onderhouden. Verhuurster is van mening dat zij er genoeg aan gedaan heeft om verzoekster te helpen. Naast de twee eerder getroffen regelingen heeft verhuurster ondersteuning voor verzoekster geregeld. Verzoekster wijst echter alle hulp van de hand. Voor verhuurster is niet alles toelaatbaar en de grens van verhuurster is bereikt.

[Medewerker] heeft aangegeven dat de uitkering van verzoekster met ingang van 1 maart 2008 is stopgezet en dat het nog maar de vraag is of zij zal worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Verzoekster heeft bij monde van haar advocaat haar standpunt verwoord. Verzoekster heeft budgetbeheer en is bezig met het verkrijgen van beschermingsbewind. Bovendien heeft verzoekster contact met Rimo en heeft zij gezinshulp. Verzoekster zegt dat zij sinds

1 maart 2008 samenwoont met haar vriend. Haar inwonende kinderen zijn 16 en 18 jaar oud. Verzoekster verklaart dat zij heeft geleefd van kindergeld, huursubsidie en wezengeld, nu zij al vijf maanden geen uitkering meer ontvangt.

Mr. Smeets legt uit dat verzoekster bezig is met de tuin op te knappen. Veel rommel is volgens haar opgeruimd en verzoekster wil de tuin gaan betegelen. Mr. Smeets erkent dat slechts over de maanden mei en juli huurpenningen zijn betaald en stelt dat het BIB garandeert dat de huur over de maand augustus en de maanden erna zal worden betaald.

De rechtbank overweegt als volgt.

Een verzoek als het onderhavige kan niet worden toegewezen indien het voorshands onaannemelijk is dat verzoekster tot de schuldsaneringsregeling zal worden toegelaten. In het verzoekschrift en ter terechtzitting heeft verzoekster een toelichting gegeven op haar schuldensituatie. Volgens haar opgave, ter zitting overgelegd, bedraagt de totale schuldenlast circa

€ 18.500,--. Een groot percentage van deze schuld, bestaat uit de schuld aan verhuurster ad € 5.600,--. Verzoekster heeft de rechter verzekerd dat de huurpenningen vanaf augustus iedere maand zullen worden voldaan en dat zij geen nieuwe schulden zal laten ontstaan. Zij zal er bovendien alles aan doen om haar uitkering weer terug te krijgen, zodat in ieder geval de lopende lasten betaald kunnen worden. Er zijn momenteel geen aanwijzingen dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan en/of het onbetaald laten van de schulden niet te goeder trouw is geweest. Het is dan ook niet op voorhand onaannemelijk dat verzoekster zal worden toegelaten tot de schuldsanering. Volledigheidshalve voegt de rechtbank hieraan toe dat daarmee thans nog niet vaststaat dat verzoekster zal worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Met name zal verzoekster ervoor dienen te zorgen dat zij een inkomen heeft, zodat niet nog meer schulden ontstaan.

Uit het voorgaande volgt dat de gevraagde voorziening in beginsel gegeven kan worden. Wel dient de rechtbank de belangen af te wegen van verzoekster tegenover de belangen van verhuurster. De rechtbank merkt op dat verhuurster wel degelijk een zwaarwegend belang heeft bij ontruiming van de woning. Zij heeft immers al diverse kansen aan verzoekster geboden en meegedacht over een oplossing van de (niet alleen financiële) problemen van verzoekster en ook concreet hulp geboden. De rechtbank heeft dan ook begrip voor het standpunt van verhuurster dat thans de maat vol is. Daar staat tegenover dat verzoekster een zwaarwegend belang heeft bij het voortzetten van haar woongenot in de huidige woning, nu de ontruiming van de woning de toepassing van de wettelijke schuldsanering en het verkrijgen van een uitkering kan frustreren.

Bovendien heeft verzoekster aannemelijk gemaakt dat zij momenteel de ernst van haar situatie inziet en dat zij bereid is zich middels beschermingsbewind, begeleiding van Rimo en gezinshulp te laten ondersteunen. Voorts gaat de rechtbank er van uit dat verzoekster na hetgeen ter zitting is besproken ervan doordrongen is dat zij vanaf heden de huurpenningen stipt op tijd moet betalen. Dit alles afwegende, komt de rechtbank tot het oordeel dat het belang van de verzoekster zwaarder weegt dan dat van de verhuurster.

Uit het voorgaande volgt dat de verzochte voorziening zal worden toegewezen, waar de rechtbank als voorwaarde zal stellen dat verzoekster vanaf heden de lopende huurpenningen zal voldoen.

BESLISSING

De rechtbank:

- verbiedt Stichting Woonpunt Parkstad om tot ontruiming van de door verzoekster gehuurde woning aan [adres] over te gaan;

- bepaalt dat bovenstaande voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat de periodiek verschuldigde (huur)termijnen zullen worden voldaan;

- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt totdat de uitspraak op het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in kracht van gewijsde is gegaan, of dit verzoek is ingetrokken;

- verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 augustus 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.