Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BE8670

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
30-07-2008
Datum publicatie
19-08-2008
Zaaknummer
03/700038-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt door de rechtbank vrijgesproken van een overval op een friture en een diefstal met geweld of een afpersing dan wel een poging daartoe.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van drie maanden met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/700038-08

Datum uitspraak: 30 juli 2008

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 april 2008 en 16 juli 2008 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[Naam verdachte],

geboren te [Geboortegegevens verdachte],

wonende te [Woonadres verdachte].

De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 27 september 2007 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kassa met inhoud en/of twee beurzen met inhoud, in elk geval een beurs met inhoud en/of een map met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Naam slachtoffer1], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [Naam slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), voornoemde [Naam slachtoffer1] een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen diens keel/hals heeft gedrukt/gedrukt gehouden en/of dat hij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), tegen voornoemde [Naam slachtoffer1] heeft gezegd/geschreeuwd: "geld, geld" en/of "staan blijven";

(zaak 2)

2.

hij op of omstreeks 14 december 2007 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (circa 10 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Naam slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [Naam slachtoffer2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [Naam slachtoffer2] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (circa 10 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Naam slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- die [Naam slachtoffer2] een hamer heeft getoond en/of (daarbij) heeft toegevoegd dat die [Naam slachtoffer2] moet gaan zitten en/of (vervolgens)

- die [Naam slachtoffer2] heeft gezegd de broekzakken leeg te maken en/of (vervolgens)

- die [Naam slachtoffer2] met kabels om de polsen en/of de hals en/of de nek heeft vastgebonden en/of

- bij die [Naam slachtoffer2] heeft geïnformeerd hoe laat deze de volgende dag thuis zal komen en/of (daarbij) die [Naam slachtoffer2] heeft toegevoegd dat als hij dan niet thuis zou zijn, [Naam slachtoffer2] het met zijn leven zou moeten bekopen;

(zaak 5)

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 14 december 2007 in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [Naam slachtoffer2] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [Naam slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- die [Naam slachtoffer2] een hamer heeft getoond en/of (daarbij) heeft toegevoegd dat die [Naam slachtoffer2] moet gaan zitten en/of (vervolgens)

- die [Naam slachtoffer2] heeft gezegd de broekzakken leeg te maken en/of (vervolgens)

- die [Naam slachtoffer2] met kabels om de polsen en/of de hals en/of de nek heeft vastgebonden en/of

- bij die [Naam slachtoffer2] heeft geïnformeerd hoe laat deze de volgende dag thuis zal komen en/of (daarbij) die [Naam slachtoffer2] heeft toegevoegd dat als hij dan niet thuis zou zijn, [Naam slachtoffer2] het met zijn leven zou moeten bekopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaak 5)

3.

hij op of omstreeks 26 december 2007 in de gemeente Heerlen, althans in het arrondissement Maastricht [Naam slachtoffer3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [Naam slachtoffer3] een of meer sms-bericht(en) doen toekomen inhoudende dat hij, verdachte, die [Naam slachtoffer3] kapot zal schieten, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of die [Naam slachtoffer3] een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en/of (daarbij) deze [Naam slachtoffer3] heeft toegevoegd: "Zijn er problemen. Je weet dat ik geen grapjes maak", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

(zaak 6).

De vrijspraak

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1, 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde.

De raadsman heeft eveneens vrijspraak van voornoemde tenlastegelegde feiten bepleit.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde.

De rechtbank overweegt daartoe ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

Ten laste gelegd is dat verdachte samen met een ander of anderen op 27 september 2007 een friture in Brunssum heeft overvallen.

Over deze overval heeft [Naam slachtoffer2] een belastende verklaring afgelegd. Zo heeft hij verklaard dat hij samen met [Naam verdachte], de later genoemde [Naam verdachte], de overval op genoemde friture heeft gepleegd. [Naam slachtoffer2] verklaart over deze [Naam verdachte] dat deze een tatoeage aan de binnenzijde van zijn linkeronderarm heeft met een soort Chinese tekens (pagina 511 van het dossier). Zowel op de terechtzitting van 22 april 2008 alsook op de terechtzitting van 16 juli 2008 heeft de rechtbank waargenomen dat verdachte weliswaar een tatoeage heeft, maar niet op zijn (onder)arm.

Naast [Naam slachtoffer2] heeft ook de getuige [Naam getuige] een voor verdachte belastende verklaring afgelegd. Bij gelegenheid van haar verhoor bij de politie op 24 januari 2008 (pagina 413 van het dossier) heeft zij verklaard dat [K.] haar vertelde dat hij samen met [Naam verdachte] meerdere overvallen heeft gepleegd. Dit betrof onder andere een friture in Brunssum. Ter terechtzitting op 16 juli 2008 is [Naam getuige] als getuige nogmaals gehoord. Zij heeft ter terechtzitting verklaard dat zij [K.] en [Naam verdachte] over overvallen heeft horen spreken. Zij is niet zeker of tijdens het gesprek tussen [Naam verdachte] en [K.] de friture in Brunssum al overvallen was of dat de overval nog moest plaatsvinden. Verder heeft zij ter terechtzitting verklaard dat [K.] de kassa had meegenomen naar haar woning, terwijl ze bij haar verhoor bij de politie verklaard heeft dat de kassa tijdens de vlucht was weggegooid. Tot slot heeft zij ter terechtzitting verklaard dat zij eind 2007 veel alcohol dronk.

Op basis van voornoemde verklaringen van [Naam slachtoffer2] en [Naam getuige] acht de rechtbank betrokkenheid van verdachte [Naam verdachte] bij de overval op de friture in Brunssum op 27 september 2007 niet zeker.

De verdachte moet daarom worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.

De rechtbank overweegt ten aanzien het onder 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde:

Aan verdachte is onder 2 tenlastegelegd dat hij zich - al dan niet in vereniging - heeft schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld op of een afpersing van [Naam slachtoffer2] dan wel een poging daartoe. Verdachte wordt onder meer verweten dat er kabels om de pols en/of de hals en/of de nek van [Naam slachtoffer2] zijn vastgebonden.

De rechtbank acht onvoldoende wettig bewijs aanwezig dat verdachte dit feit gepleegd heeft.

[Naam slachtoffer2] heeft op 15 december 2007 om 2.21 uur bij de politie aangifte gedaan van een overval in zijn woning. [Naam slachtoffer2] heeft verklaard dat de overval op 14 december 2007 tussen 16.30 uur en 17.00 uur heeft plaatsgevonden. De verbalisant die de aangifte van [Naam slachtoffer2] opgenomen heeft, heeft evenwel noch rond de hals en nek van aangever, noch rond zijn pols enig letsel en/of striemen waargenomen.

Gelet hierop zal de verdachte ook van het onder 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

3.

hij op 26 december 2007 in de gemeente Heerlen, althans in het arrondissement Maastricht [Naam slachtoffer3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte die [Naam slachtoffer3] een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, getoond en deze [Naam slachtoffer3] toegevoegd: "Zijn er problemen. Je weet dat ik geen grapjes maak", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

Bijzondere overwegingen ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde

De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de woorden “Zijn er problemen. Je weet dat ik geen grapjes maak.” niet als bedreigend kunnen worden aangemerkt en dat ook van het enkele tonen van een pistool geen dreiging uitgaat.

De rechtbank verwerpt dit verweer van de raadsman. De rechtbank is van oordeel dat de door de verdachte jegens [Naam slachtoffer3] gedane uitlatingen onder zodanige omstandigheden zijn gedaan dat bij [Naam slachtoffer3] de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. Verdachte heeft vrijwel direct nadat hij had gevraagd of er problemen waren en dat [Naam slachtoffer3] wist dat hij geen grapjes maakte, een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp uit zijn broeksband vanachter zijn rug gepakt en voor [Naam slachtoffer3] zichtbaar naar voren gehaald.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op een strafbaar feit dat moet als volgt worden gekwalificeerd

Feit 3:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf en maatregel

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van het feit onder 3 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman heeft vrijspraak van de tenlastegelegde feiten bepleit. Subsidiair heeft de raadsman bij een partiële bewezenverklaring, namelijk alleen van feit 3 van de tenlastelegging, gepleit voor een gevangenisstraf die qua duur gelijk staat aan de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis. Meer subsidiair heeft hij een voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank ten bezware van de verdachte er rekening mee gehouden dat de verdachte heeft erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan een strafbaar feit, terzake waarvan de officier van justitie heeft medegedeeld dat de verdachte daarvoor niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd, te weten:

Ad informandum:

700038-08 18 januari 2008, de De Ruyterstraat, Brunssum, Gemeente Brunssum

Voorhanden hebben van traangasbusje (aantreffen 649-650, onderzoek:656) (zaak 9)

Het beslag

Het in de beslissing als zodanig te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp (traangasbusje) is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het een voorwerp is met betrekking tot welke het ad informandum gevoegde feit is begaan.

Dit voorwerp zal aan het verkeer worden onttrokken.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van DRIE MAANDEN;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomene, te weten;

10031164 1 1 traangas

WEITSTRAHL pepperspray

opschrift red pepperspray.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. E.H.A.F.M. Krol, voorzitter, mr. J.H. Klifman en mr. M.M. Beije, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Wijckerheld Bisdom, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 30 juli 2008.