Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BE2738

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
07-04-2008
Datum publicatie
15-08-2008
Zaaknummer
03/700745-07; 03/530206-05 (VTVV)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor twee bedrijfsinbraken en wordt vrijgesproken van een woninginbraak en een bedrijfsinbraak.

Veroordeling wegens het aanwezig hebben van amfetamine. Schuldigverklaring van de verdachte zonder oplegging van straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummers: 03/700745-07; 03/530206-05 (VTVV)

Datum uitspraak: 7 april 2008

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 maart 2008 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[Naam verdachte],

geboren te [Geboortegegevens verdachte],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Breda - Huis van Bewaring De Boschpoort te

Breda.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 31 mei 2007 tot en met 4 juni 2007 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de Heistraat 48 heeft weggenomen een geweer (merk Remington) en/of een pistool (merk Browning) en/of (een) klui(s)(zen) en/of (een) kast(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Naam slachtoffer1], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij, verdachte, op of omstreeks 22 juni 2007 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijf, gelegen aan de Dr. Nolenslaan 124 heeft weggenomen 7 boordcomputer(s), in elk geval een boordcomputer en/of drie schotelantenneset(s), in elk geval een schotelantenneset en/of 2 geheugenkaart(en), in elk geval een geheugenkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Gamma, in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij, verdachte, op of omstreeks 25 juni 2007 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijf, gelegen aan de Dr. Nolenslaan 124 heeft weggenomen twee televisies, in elk geval een televisie en/of 6 (beveiligings)camera('s), in elk geval een (beveiligings)camera en/of twee zaagmachine(s), in elk geval een zaagmachine en/of een boormachine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Gamma Sittard B.V., in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 30 juni 2007 tot en met 2 juli 2007 in de gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijf, gelegen aan de Burghoffweg 28 heeft weggenomen een hoeveelheid gereedschap, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Gamma Roermond, in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde aangevoerd dat er weliswaar voldoende wettige bewijsmiddelen voorhanden zijn om tot een bewezenverklaring te komen, maar deze zijn niet overtuigend. Door enkele getuigen, onder wie de medeverdachten, zijn belastende verklaringen afgelegd, waarbij verdachte als een van de daders van de woninginbraak wordt aangemerkt. Maar er bevinden zich in het dossier ook verklaringen die ontlastend zijn voor de verdachte [Naam verdachte] en verklaringen waarin een nuancering van de beschuldiging wordt aangebracht. De verschillende verklaringen zijn volgens de raadsman inhoudelijk tegenstrijdig.

Met de raadsman is de rechtbank van opvatting dat er zich in het dossier - onder andere met betrekking tot de samenstelling van de groep die de diefstal zou hebben gepleegd - diverse (door medeverdachten afgelegde) tegenstrijdige verklaringen bevinden. Naast een hoeveelheid ontlastend materiaal is er eigenlijk niet zo veel materiaal dat de verdachte belast.

De rechtbank kan niet beredeneerd aangeven aan welke van de verklaringen geloof moet worden gehecht. De rechtbank heeft uit de diverse bewijsmiddelen en hetgeen ter terechtzitting is besproken niet de overtuiging bekomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde woninginbraak. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat verdachte ook van het onder 2 en 3 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. De verdachte heeft verklaard dat hij slechts éénmaal bij Gamma Sittard heeft ingebroken. Hij weet echter niet welke inbraak dat is geweest. Nu ten aanzien van de feiten 2 en 3 - ondanks de bekennende verklaring van de verdachte - niet bepaald kan worden aan welke inbraak verdachte heeft deelgenomen, dient volgens de raadsman van beide feiten vrijspraak te volgen.

Blijkens de aangifte van [Naam slachtoffer2] d.d. 2 juni 2007, bedrijfsleider bij de Gamma aan de dr. Nolenslaan 124 te Sittard, is op 22 juni 2007 ingebroken bij voornoemde Gamma en zijn er tijdens deze inbraak onder andere autonavigatiesystemen en schotelantennesets weggenomen.

Vervolgens is door diezelfde [Naam slachtoffer2] op 25 juni 2007 wederom aangifte gedaan van een inbraak bij diezelfde Gamma op 25 juni 2007, waarbij onder andere 2 LCD-televisies, een aantal beveiligingscamera’s en elektrisch gereedschap zijn weggenomen.

De verdachte [Naam verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij één keer betrokken is geweest bij een inbraak in de Gamma te Sittard, maar dat hij niet meer weet welke datum dat is geweest. Van de anderen die bij die inbraak betrokken zijn geweest - volgens de verdachte waren dat [MM.], [AV.] en [MB.] - heeft verdachte vernomen dat zij al een keer eerder bij de Gamma hadden ingebroken. De verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de politie de conclusie getrokken dat het derhalve de tweede inbraak - de inbraak op 25 juni 2007 - bij de Gamma te Sittard moet zijn, waarbij hij aanwezig is geweest.

Alleen de medeverdachte [AV.] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met (onder meer) verdachte de inbraak op 22 juni 2007 bij de Gamma te Sittard heeft gepleegd. De medeverdachten [MB.] en [R.] zijn minder stellig ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte [Naam verdachte] bij dit feit, in die zin dat zij niet (meer) weten of verdachte [Naam verdachte] erbij is geweest. De medeverdachte [MM.] ten slotte heeft verklaard het feit gepleegd te hebben met [MB.], [AV.] en [R.]. Hij wenste geen verklaring af te leggen over een eventuele betrokkenheid van de verdachte bij dit feit.

De rechtbank kan op grond van het bovenstaande niet vaststellen of verdachte [Naam verdachte] betrokken is geweest bij de inbraak bij de Gamma te Sittard op 22 juni 2007. De rechtbank kan niet aangeven waarom zij aan de belastende verklaring van [AV.] meer geloof zou moeten hechten dan aan de ontlastende verklaringen van de anderen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het hierboven overwogene, niet wettig en overtuigend bewezen komen vast te staan dat de verdachte betrokken is geweest bij de inbraak op 22 juni 2007 (feit 2) en moet hij derhalve hiervan worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

3.

hij op 25 juni 2007 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijf, gelegen aan de Dr. Nolenslaan 124 heeft weggenomen twee televisies en 6 beveiligingscamera's en twee zaagmachines en een boormachine, toebehorende aan Gamma Sittard B.V., waarbij hij en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

4.

hij in de periode van 30 juni 2007 tot en met 2 juli 2007 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijf, gelegen aan de Burghoffweg 28 heeft weggenomen een hoeveelheid gereedschap, toebehorende aan Gamma Roermond, waarbij hij en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

De bewijsoverweging ten aanzien van feit 3

Zoals reeds hierboven is vermeld, heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij één keer bij een inbraak bij de Gamma te Sittard betrokken is geweest, maar dat hij niet meer weet welke datum dat is geweest. Nadat verdachte na de inbraak op 25 juni 2007 bij de Gamma te Sittard van de medeverdachten had vernomen dat zij al een keer eerder bij de Gamma hadden ingebroken, heeft verdachte zelf tijdens zijn verhoor bij de politie geconcludeerd dat hij op 25 juni 2007 bij de inbraak in de Gamma aanwezig is geweest.

Voorts heeft de verdachte verklaard dat tijdens de inbraak waarbij hij aanwezig is geweest een camerasysteem en boormachines zijn weggenomen en dat hijzelf een televisie heeft meegenomen. De verklaring van de verdachte past op dit punt bij de verklaring van de aangever.

Op grond van het bovenstaande - in onderlinge samenhang bezien - is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigen bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de inbraak bij de Gamma op 25 juni 2007, zoals is tenlastegelegd onder 3.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.

Feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak of inklimming.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten onder 1, 2 en 4 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde dat verdachte zal deelnemen aan het begeleidingsprogramma van Exodus Nederland. Ten aanzien van het feit onder 3 heeft de officier van justitie vrijspraak bepleit.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman zich voor wat de bewezenverklaring betreft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft gepleit voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis en daarnaast een voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde de opname in een huis van de Stichting Exodus.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving;

- de mate waarin het bewezenverklaarde schade teweeg heeft gebracht.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank in het nadeel van verdachte er rekening mee gehouden dat verdachte reeds eerder terzake strafbare feiten is veroordeeld.

De vorderingen van de benadeelde partijen

Ter terechtzitting zijn de formulieren, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij:

- [Naam slachtoffer1], [Adresgegevens slachtoffer1];

- Stegabo Bouwmarkt Sittard BV., Dr. Nolenslaan 124, 6136 GV Sittard;

- Bouts Bouwmarkten BV, Burghoffweg 28, 6042 EX Roermond,

zich ter zake van hun vorderingen tot schadevergoeding als benadeelde partijen in het strafproces hebben gevoegd.

Benadeelde partij [Naam slachtoffer1]

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [Naam slachtoffer1] op 1 februari 2008 is overleden.

Gelet op de omstandigheid dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken, kan de benadeelde partij [Naam slachtoffer1], althans haar rechtsopvolger(s) niet in haar vordering worden ontvangen.

Benadeelde partij Stegabo Bouwmarkt Sittard B.V.

De benadeelde partij Stegabo Bouwmarkt Sittard B.V. heeft naar aanleiding van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten één vordering tot schadevergoeding ingediend.

Gelet op de omstandigheid dat de verdachte ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken, kan de benadeelde partij - voor wat betreft het gedeelte van de vordering dat ziet op het onder 2 tenlastegelegde feit - niet in haar vordering worden ontvangen.

Met betrekking tot het gedeelte van de vordering dat ziet op het onder 3 bewezenverklaarde is niet eenvoudig vast te stellen welke van de in de vordering genoemde artikelen zijn gestolen tijdens de inbraak op 25 juni 2007.

Naar het oordeel van de rechtbank is dit deel van de vordering niet van zodanig eenvoudige aard dat het zich voor behandeling in dit strafgeding leent, reden waarom zij zal bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering in zoverre niet-ontvankelijk is en die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Benadeelde partij Bouts Bouwmarkten B.V.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij Bouts Bouwmarkten B.V. niet van zodanig eenvoudige aard dat deze zich voor behandeling in dit strafgeding leent, reden waarom zij zal bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk is en die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De vordering tot tenuitvoerlegging

Ter terechtzitting is gelijktijdig behandeld de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, aan verdachte opgelegd bij onherroepelijk vonnis van deze rechtbank d.d. 21 maart 2007, gewezen onder parketnummer 03/530206-05.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte door hetgeen thans bewezen en strafbaar is verklaard zich voor het einde van de vastgestelde proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit en aldus de algemene voorwaarde heeft overtreden.

Gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting omtrent de persoon van verdachte naar voren is gekomen acht de rechtbank termen aanwezig niet de tenuitvoerlegging van deze straf te gelasten maar de proeftijd te verlengen met één jaar.

De rechtbank zal daarbij alsnog als bijzondere voorwaarde stellen dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen overeenkomstig de door of vanwege de Reclassering Nederland te stellen richtlijnen, ook indien dit inhoudt de deelname aan het begeleidingsprogramma van de Stichting Exodus Den Haag, zolang de reclasseringsinstelling zulks gedurende de proeftijd nodig oordeelt.

De rechtbank overweegt daartoe nog als volgt.

De verdachte heeft ter zitting verklaard in aanmerking te willen komen voor deelname aan het begeleidingsprogramma van de Stichting Exodus Den Haag. De rechtbank is van oordeel dat dit programma een bijdrage kan leveren aan het voorkomen van recidive van verdachte.

De rechtbank acht het in belang van verdachte dat, indien uit het intakegesprek met de Stichting Exodus d.d. 1 april 2008 zou blijken dat hij een geschikte kandidaat is, verdachte zo spoedig mogelijk kan beginnen met het begeleidingsprogramma.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van HONDERDTWINTIG DAGEN;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis - waaronder op de voet van het bepaalde bij artikel 72, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering begrepen de tijd gedurende welke de verdachte in verzekering was gesteld - gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf;

- verlengt de proeftijd verbonden aan de aan de veroordeelde bij vonnis van deze rechtbank d.d. 21 maart 2007 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf met 1 jaar en stelt daarbij alsnog als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen overeenkomstig de door of namens de Reclassering Nederland, Regio Limburg, Unit Maastricht, gevestigd te 6224 LA Maastricht, Heerderweg 25, te stellen richtlijnen, ook indien dit inhoudt deelname aan het begeleidingsprogramma van de Stichting Exodus Den Haag, zolang de reclasseringsinstelling zulks gedurende de proeftijd nodig oordeelt;

- geeft opdracht aan genoemde instelling aan de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

- verklaart de benadeelde partij [Naam slachtoffer1], [Adresgegevens slachtoffer1] dan wel haar rechtsopvolger(s) in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [Naam slachtoffer1] in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij Stegabo Bouwmarkt Sittard B.V., Dr. Nolenslaan 124, 6136 GV Sittard, voor wat betreft dat deel van de vordering dat ziet op het onder 2 tenlastegelegde feit, niet-ontvankelijk;

- verklaart de benadeelde partij Stegabo Bouwmarkt Sittard B.V., Dr. Nolenslaan 124, 6136 GV Sittard, voor wat betreft dat deel van de vordering dat ziet op het onder 3 bewezenverklaarde, niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij Stegabo Bouwmarkt Sittard B.V. in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

- verklaart de benadeelde partij Bouts Bouwmarkten B.V., Burghoffweg 28, 6042 EX Roermond, in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij Bouts Bouwmarkten B.V. in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. J.H. Klifman en mr. I.T. Dautzenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Schmeets, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 7 april 2008.