Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BD9996

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
17-07-2008
Datum publicatie
13-08-2008
Zaaknummer
129861 / OT RK 08-752
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gelet op de omstandigheid dat mogelijk gedurende een naar het oordeel nog net te accepteren periode van ongeveer zes maanden vanaf de aanmelding in La Salle, nog geen aanvang is gemaakt met een voortvarende behandeling van de minderjarige in La Salle, is naar het oordeel van de kinderrechter op 1 november 2008 het omslagpunt bereikt waarbij niet langer aan de genoemde zorgvuldigheidseisen wordt voldaan waaraan een gesloten plaatsing dient te voldoen.

Alles overziend brengt de afweging van deze omstandigheden de kinderrechter tot de conclusie dat de vrijheidsbenemende maatregel van uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting nog slechts gedurende de periode tot 1 november 2008 verdedigbaar en aanvaardbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 17 juli 2008

Zaaknummer: 129861 / OT RK 08-752

VERLENGING MACHTIGING TOT UITHUISPLAATSING

De kinderrechter heeft de navolgende beschikking gegeven in de zaak met betrekking tot de ondertoezichtstaande minderjarige:

[naam minderjarige] geboren te [geboortegegevens minderjarige],

advocaat mr. A.J. Crombag,

kind van:

[naam moeder], wonende te [adresgegevens moeder]

en

[naam vader], wonende te [adresgegevens vader]

De moeder heeft alleen het ouderlijk gezag.

1. Verloop van de procedure:

De kinderrechter heeft bij beschikking van 8 januari 2008 de ondertoezichtstelling met ingang van 18 januari 2008 verleend voor de tijd van één jaar.

Bij beschikking van 8 januari 2008 heeft de kinderrechter machtiging verleend tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van zes maanden.

De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg heeft op 22 mei 2008 verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van de minderjarige te verlengen.

Daarbij is overgelegd het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling en het indicatiebesluit.

Aangezien de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg machtiging heeft verzocht tot plaatsing van de minderjarige in een justitiële jeugdinrichting, is aan de minderjarige als raadsvrouw mr. A.J. Crombag toegevoegd.

De zaak is behandeld ter zitting van 8 juli 2008.

Bij fax van 10 juli heeft Bureau Jeugdzorg de instemmingsverklaring van de gedragsdeskundige overgelegd.

2. Beoordeling

Bureau Jeugdzorg geeft aan dat [ minderjarige] het heel goed doet in de Hunnerberg. Ze is recent overgeplaatst naar Villa I. Met ingang van juli mag ze op verlof, één maal per drie weken een overnachting bij grootmoeder moederszijde en een overnachting bij vader. Moeder woont in Veldwezelt (België). Omdat moeder in het buitenland woont, zij het dan vlak over de grens, mag [minderjarige] niet bij haar overnachten. Dit heeft te maken met het ten uitvoer leggen van de beschikking machtiging uithuisplaatsing, ingeval [ minderjarige] niet terug zou komen van verlof.

[naam minderjarige] is aangemeld bij La Salle in Boxtel. Daar is ze geaccepteerd, maar er is een wachtlijst, variërend van drie tot achttien maanden.

Moeder heeft daarop hulp gevraagd aan de eerste verantwoordelijke van Bureau Jeugdrecht in België. Bureau Jeugdzorg wil meewerken aan een hulptraject in België, onder de drie voorwaarden dat er duidelijkheid komt over:

- een duidelijk behandelaanbod, passend bij de hulpvraag;

- welke vorm dit betreft;

- per wanneer [naam minderjarige] daar terecht kan.

Volgens mr. Crombag zijn ouders en [minderjarige] het erover eens zijn dat er een vervolgstap moet komen en dat dit in La Salle moet zijn. Maar de wachttijd is te lang. [minderjarige] doet het heel goed in de Hunnerberg. Ze heeft alle diploma’s die daar te halen zijn gehaald. Ze is nu geïndiceerd om beperkt beveiligd te zitten. Het is geen probleem om in de Hunnerberg te blijven als er binnen één of twee maanden een plek in La Salle beschikbaar komt, maar een wachttijd van acht-tien maanden gaat veel te ver. Ook gelet op het Internationaal verdrag voor de rechten van het kind kom je in het gedrang.

Een optie is om [minderjarige] naar huis te laten gaan, met hulpverlening. Ze staat onder toezicht. Een andere optie is om verblijf in een gesloten setting te laten voortduren, maar dat [minderjarige] dan wel ieder weekend naar huis kan. [minderjarige] is thans gemotiveerd om een opleiding te gaan volgen, maar wie weet of ze dat straks nog is, als dit zo blijft voortduren.

Moeder vindt het vreselijk dat ze geen contact met [naam minderjarige] mag hebben omdat ze net over de grens woont. [minderjarige] is zo positief veranderd. Moeder is van mening dat ze de kans moet krijgen om zichzelf te bewijzen. Er is een periode geweest dat [minderjarige] alleen deed waar ze zelf zin in had, en moeder kon haar niet bereiken. Moeder geeft aan dat nu ze een tijdje afstand hebben genomen van elkaar dat doorbroken is. Zij is van mening dat [ minderjarige] nu ook weer de kans moet krijgen om normaal te kunnen functioneren.

Er is een vrouw van het Bureau Jeugdrecht in België bij moeder thuis geweest voor een gesprek. De wachtlijst in België is één tot twee jaar, dus er is weinig kans dat [minderjarige] overgeplaatst kan worden. Deze vrouw wilde graag weten welke hulpverlening [minderjarige] precies nodig heeft. De gezinsvoogdes zou daar meer over vertellen. Maar wegens ziekte kon zij niet bij het gesprek aanwezig zijn.

Volgens moeder heeft de psycholoog in de Hunnerberg toestemming gevraagd om een ADHD-test af te nemen bij [minderjarige]. Zij krijgt daar nu ook medicatie voor.

Vader is eveneens van mening dat [minderjarige] de kans moet krijgen om ieder weekend naar huis te gaan.

[ minderjarige] wil graag een opleiding tot kapster gaan volgen.

De kinderrechter overweegt als volgt.

Op grond van de rapportage en het verhandelde ter zitting is naar het oordeel van de kinderrech-ter voldaan aan het wettelijk vereiste voor een het verlenen van een machtiging gesloten jeugd-zorg.

De kinderechter betrekt bij zijn oordeel de conclusie van de rapportage van het Ambulatorium:

“dat [minderjarige] op LVG-niveau functioneert met een totaal IQ van 69-74. De deelscores zijn niet disharmonisch. Daarnaast is er sprake van ODD, alsmede van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Deze laatste werd voorlopig afgewend door interventie middels plaatsing binnen de geslotenheid. Zaak is echter om deze afwending te laten continueren. Het advies van het Ambulatorium luidt dan ook: plaatsing in een setting voor LVG beperkt beveiligd.

[minderjarige] poneert tevens als een meisje met een laag zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen. [minderjarige] gedijt goed binnen de, van buiten opgelegde, structuur die haar in de geslotenheid geboden wordt. Het is zeer onzeker of [minderjarige] reeds in staat is het door haar geleerde toe te passen buiten de geslotenheid.”

Bureau Jeugdzorg heeft om een verlenging van de gesloten plaatsing verzocht, in ieder geval totdat [minderjarige] geplaatst kan worden in een setting die gericht is op haar individuele problematiek. De wachtlijst voor de instelling van de keuze van minderjarige bedraagt drie tot achttien maanden, afhankelijk van het verloop.

[minderjarige] verblijft reeds sinds oktober 2007 in een justitiële jeugdinrichting. Zij is vanuit de Hunnerberg onderzocht. Zij staat vanaf april 2008 op de wachtlijst voor de behandelingssetting van La Salle. Dit betreft een wachtlijst van maanden, aldus de gezinsvoogd. Inmiddels zijn maanden verstreken, waarin niet concreet een behandeling is aangeboden waarop [minderjarige] recht heeft.

Positief neveneffect van de gesloten plaatsing is wel dat [minderjarige] inmiddels de nodige rust heeft gekregen.

Daar staat echter tegenover dat de plaatsing in een gesloten inrichting een vrijheidsbeneming is waarop artikel 5 EVRM van toepassing is. Een uithuisplaatsing in een gesloten setting is de meest verstrekkende maatregel van kinderbescherming. Een dergelijk vergaande inbreuk op iemands persoonlijke vrijheid dient, juist waar het een minderjarige betreft, aan zware zorgvuldigheideisen te voldoen. Een wachttijd van achttien maanden acht de kinderrechter in dit kader veel te lang.

Gelet op de omstandigheid dat mogelijk gedurende een naar het oordeel nog net te accepteren periode van ongeveer zes maanden vanaf de aanmelding in La Salle, nog geen aanvang is gemaakt met een voortvarende behandeling van [minderjarige] in La Salle, is naar het oordeel van de kinderrechter op 1 november 2008 het omslagpunt bereikt waarbij niet langer aan de genoemde zorgvuldigheidseisen wordt voldaan waaraan een gesloten plaatsing dient te voldoen.

Alles overziend brengt de afweging van deze omstandigheden de kinderrechter tot de conclusie dat de vrijheidsbenemende maatregel van uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting nog slechts gedurende de periode tot 1 november 2008 verdedigbaar en aanvaardbaar is. Tot die datum acht de kinderrechter het noodzakelijk dat [minderjarige], gezien haar problemen, gesloten geplaatst blijft.

In het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] is het wel noodzakelijk dat zij, indien zij op 1 november 2008 nog niet is geplaatst in La Salle, dan op een andere, minder verstrekkende, manier wordt opgevangen. De kinderrechter stelt Bureau Jeugdzorg, tot 1 november 2008 in de gelegenheid om in de tussentijd passende opvang voor [minderjarige] te regelen. Daarbij wordt (onder meer) gedacht aan een andere besloten of een open behandelsetting, dan wel een uitgebreid sociaal netwerk rondom de ouders, zodat het verantwoord zou kunnen zijn [minderjarige] weer thuis te plaatsen.

Er zijn naar het oordeel van de kinderrechter voldoende aanwijzingen dat er bij [minderjarige] sprake is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die zij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.

De kinderrechter zal het verzoek dan ook toewijzen.

3. Beslissing:

Verlengt de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van voornoemde minderjarige

in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg met ingang van 18 juli 2008 tot 1 november 2008.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.E.C.M. Dahmen, kinderrechter en in het openbaar op 17 juli 2008 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.VH

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een procureur (advocaat) - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.