Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BD6941

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
04-07-2008
Datum publicatie
11-07-2008
Zaaknummer
129782/KG ZA 08-209
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

"europese niet-openbare aanbesteding"; "niet-ontvankelijk"; "procesbelang"; "ongeldige inschrijving".

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2008/67
JAAN 2008/78
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 4 juli 2008

Zaaknummer : 129782 / KG ZA 08-209

De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende kort gedingvonnis gewezen

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [EISERES] B.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

eiseres in de hoofdzaak, gedaagde in het incident tot tussenkomst,

advocaat mr. C.W. Ching, kantoor houdende te Eindhoven,

procureur mr. B.W.A. Muurmans;

tegen:

de stichting STICHTING ORBIS MEDISCH EN ZORGCONCERN,

gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident tot tussenkomst,

procureurs mr. H.C. Lejeune en mr. V.C.H.M. Broeders;

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SORTRANS B.V.,

gevestigd te Breda,

eiseres in het incident tot tussenkomst, tevens partij in de hoofdzaak na tussenkomst,

advocaat mr. B.J.M.P. Cremers, kantoor houdende te Breda,

procureur mr. J.A.M.G. Vogels.

1.Het verloop van de procedure

Eiseres in de hoofdzaak, hierna te noemen “[eiseres]”, heeft gedaagde in de hoofdzaak, hierna te noemen “Orbis”, gedagvaard in kort geding. Op de dienende dag, 12 juni 2008, heeft de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sortrans B.V., hierna te noemen “Sortrans”, gevorderd te mogen tussenkomen in het aanhangige geding.

Nadat [eiseres] en Orbis desgevraagd te kennen hadden gegeven geen bezwaren te hebben tegen de tussenkomst, heeft de voorzieningenrechter, mede nu hij van oordeel is dat Sortrans belang heeft bij de tussenkomst, en de afdoening van de hoofdzaak door de tussenkomst niet (onredelijk) zou worden vertraagd, de tussenkomst toegestaan, waarna het geding is voortgezet als ware het een drie partijen geding.

Vervolgens heeft [eiseres] gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding, waarna zij haar vordering met verwijzing naar op voorhand toegezonden producties aan de hand van een pleitnota nader heeft doen toelichten.

Orbis heeft aan de hand van een pleitnota verweer gevoerd, daarbij eveneens verwijzend naar op voorhand toegezonden producties.

Sortrans heeft gevorderd overeenkomstig de door haar op voorhand toegezonden zelfstandige vordering zoals weergegeven in haar conclusie in het incident tot tussenkomst, welke vordering zij aan de hand van een pleitnota, onder verwijzing naar op voorhand toegezonden producties, nader heeft doen toelichten.

Vervolgens hebben partijen op elkaars stellingen gereageerd.

Ten slotte hebben partijen om vonnis verzocht. De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op 4 juli 2008, op welke dag een verkort vonnis is gewezen waarvan de beslissing luidt zoals hieronder is bepaald, waarbij is aangegeven dat de schriftelijke uitwerking van dit vonnis zo spoedig mogelijk zal volgen. Ten slotte is dit uitgewerkte vonnis aan partijen afgegeven op 10 juli 2008.

2.Het geschil

2.1 Orbis heeft aanbesteed het project “Voedselverdeelsysteem ten behoeve van Orbis Medical Park te Sittard”. Het betreft een Europese aanbesteding volgens de niet-openbare procedure.

In de selectieleidraad is onder meer het volgende bepaald:

“(…) Voor de onderhavige niet-openbare aanbesteding is het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (verder: Besluit) van toepassing (…)”

(…)

Na het inleveren van de gevraagde informatie heeft Orbis een aantal dagen nodig om de selectie uit te voeren. Op basis van de ontvangen aanvragen tot deelneming worden de 5 gegadigden geselecteerd welke de hoogste score hebben behaald. Zij ontvangen de uitnodiging tot inschrijving

De ontvangen informatie zal eerst worden getoetst aan de eisen. Aanmeldingen van gegadigden die niet voldoen aan de eisen, worden niet verder beoordeeld. Van de overgebleven aanmeldingen vindt een beoordeling plaats aan de hand van de volgende tabel (…)”

In de uitnodiging tot inschrijving is onder meer het volgende vermeld:

“(…) Overeenkomstig artikel 54 van het BAO vindt gunning plaats aan de inschrijver met economisch meest voordelige inschrijving. (…)”

Na selectie heeft [eiseres], evenals enkele anderen waaronder Sortrans, op de aanbesteding ingeschreven.

2.2 Bij schrijven van 24 april 2008 heeft Orbis aan de heer [medewerker] van [eiseres] het volgende bericht:

“ Hierna volgt onze gunningsbeslissing met betrekking tot de Europese Niet Openbare Aanbesteding 222581 (gepubliceerd: 14 september 2007) van Orbis medisch en zorgconcern:

Naar aanleiding van uw inschrijving op de Europese Niet Openbare Aanbesteding 222581 (…) delen wij u mede dat wij u aanbieding terzijde moeten leggen althans ongeldig moeten verklaren.

Hieraan ligt in ieder geval volgende motivering ten grondslag:

•Vraag 33 van het bestand ‘uitnodiging tot inschrijving’ (ofwel vraag 42 van het E-document) betreft een

aantal eisen rondom maatvoering. U vermeldt dat de breedte van de wagens 87 cm is terwijl de eis 860 mm maximaal luidt. Op dit punt is uw aanbieding niet conform de vraag specificaties. U heeft vraag 33, het betrof een gesloten vraag van het niveau ‘eis’, dus ten onrechte met ja beantwoord.

Indien u bezwaar heeft tegen het uitsluiten van uw onderneming in onderhavige procedure dan moet u binnen een termijn van 15 dagen na verzenden van deze gunningsbeslissing een kort geding aanhangig gemaakt hebben. (…)”

Orbis heeft bij een andere, vergelijkbare, brief van eveneens 24 april 2008 ook aan Sortrans bericht dat –kort gezegd- haar inschrijving ongeldig is.

2.3 Bij aangetekende brief van 29 april 2008 heeft [eiseres] bezwaar gemaakt tegen de uitsluiting. Orbis heeft nimmer op het bezwaar gereageerd. Vanwege het stilwijgen van Orbis heeft [eiseres] rechtshulp ingeschakeld.

Bij faxbericht van 7 mei 2008 heeft de raadsman van [eiseres] Orbis nogmaals gewezen op het door [eiseres] ingediende bezwaar. Ook heeft hij in dit schrijven aangegeven dat voormelde brief van 24 april 2008 niet kan worden beschouwd als een voornemen tot gunning als bedoeld in artikel 55 BAO, en dat mede daarom niet kan worden vastgehouden aan de in de brief van 24 april 2008 genoemde termijn van 15 dagen.

Bij brief van 8 mei 2008 heeft Orbis aan de raadsman van [eiseres], voor zover thans van belang, bericht:

“(…) Wij menen enerzijds dat onze beslissing ter zake uw inschrijving gelijk te stellen is met een gunnings-beslissing als bedoeld in artikel 55 BAO. Hiernaast wijzen wij erop dat wij geen gunningsvoornemen geuit hebben omdat ook de andere inschrijvingen (…) naar onze mening ongeldig zijn. Thans zijn wij in beraad of – en zo ja op welke wijze- wij de inkoop van het voedselverdeelsysteem kunnen/zullen afronden. Daartoe winnen wij ook juridisch advies in. In dat licht zullen wij u (…) nader informeren (…)”

Hierop heeft de raadsman van [eiseres] gereageerd bij faxbericht van dezelfde datum, waarin hij onder meer heeft aangegeven dat er geen sprake is van een gunningsbeslissing als bedoeld in artikel 55 BAO, en dat [eiseres] zich niet gebonden acht aan genoemde 15 dagen termijn. Ook heeft [eiseres] aangegeven dat zij bereid is de nadere berichtgeving zijdens Orbis af te wachten, en dat –kort zegd- indien zij uiterlijk op 14 mei 2008 voor 12.00 uur niets heeft vernomen, zij alsnog tot de reeds eerder aangekondigde rechtmaatregelen zal overgaan.

2.4 Bij faxbericht van 14 mei 2008 heeft Orbis aan de raadsman van [eiseres], voor zover thans van belang, het volgende bericht:

“(…) Wij menen onverminderd dat onze beslissing ter zake de bieding van [eiseres] (…) een (eind)beslissing vormt.

Wij begrijpen niet op welke (rechts)grond [eiseres] meent dat zij aanspraak kon maken op een “gunningbeslissing” indien in het kader van de lopende procedure niet gegund kon of mocht worden aangezien geen sprake was van (geldige) inschrijvingen, welke situatie zich ook ten aanzien van [eiseres] voordeed. (…)

Wij hebben u, (rechts)zekerheidshalve, een redelijke termijn gegeven tegen de vaststelling dat [eiseres] niet rechtsgeldig heeft ingeschreven, op te komen. U, zoals ook andere inschrijvers, was daaraan gehouden. Van de geboden mogelijkheid binnen de termijn een kort geding aanhangig te maken tegen uw uitsluiting heeft u noch de andere afgewezen gegadigden gebruik gemaakt.

Wij menen dat na verloop van de termijn het Orbis vrij staat een overeenkomst aan te gaan. (…) Volledigheids-halve berichten wij u dat Orbis op 13 mei jl. met Sortrans definitief een overeenkomst is aangegaan voor de levering van een voedselverdeelsysteem. (…)”

Bij faxbericht van 15 mei 2008 heeft de raadsman van [eiseres] hiertegen geprotesteerd.

2.5 [eiseres] stelt –kort samengevat en voor zover thans van belang- het volgende.

2.5.1 Nadat Orbis alle inschrijvingen had uitgesloten –en in ieder geval die van [eiseres] ten onrechte- heeft zij onderhandelingen gevoerd met Sortrans, welke gesprekken tot een overeenkomst hebben geleid. Orbis is hiermee toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [eiseres]. Ook dient de handelwijze van Orbis als onrechtmatig te worden bestempeld. De handelwijze is strijdig met het BAO, alsmede met de door Orbis zelf vastgestelde richtlijnen zoals deze zijn omschreven in de uitnodiging tot inschrijving.

2.5.2 De in de brief van 24 april 2008 genoemde termijn van 15 dagen kan niet als een fatale termijn worden beschouwd. De rechtsbescherming, waarop de 15 dagen termijn ziet, komt daarmee niet in het gedrang. Van een voornemen tot gunning, of een voornemen tot opdrachtverlening, is geen sprake. Bedoelde brief kan daarmee ook niet gelijk gesteld worden. [eiseres] was er niet op bedacht, en hoefde er ook niet op bedacht te zijn, dat Orbis (direct) na ommekomst van de 15 dagen termijn op andere wijze tot gunning zou overgaan. [eiseres] mocht er op vertouwen dat Orbis op normale wijze, dat wil zeggen buiten rechte, op het door haar ingediende bezwaar tegen de uitsluiting zou reageren.

2.5.3 Orbis diende op of omstreeks 1 april 2008 een voornemen tot gunning te uiten. Definitieve gunning zou op of omstreeks 18 april 2008 plaatsvinden. Aan de partij van wie de aanbieding als economisch meest voordelige kon worden gekwalificeerd, zou een voornemen tot gunning worden gezonden. De inschrijvers aan wie geen gunning zou plaatsvinden, zouden tegelijkertijd bericht ontvangen van het voornemen tot gunning.

Orbis heeft deze door haar zelf voorgeschreven procedure niet gevolgd, maar zij heeft alle inschrijvers uitgesloten. [eiseres] ging er van uit dat Orbis het aanbestedingstraject opnieuw zou opstarten. Bij [eiseres] is de sterke indruk ontstaan dat Orbis de uitsluitingen heeft aangegrepen c.q. geconstrueerd om onderhandse gunning aan Sortans mogelijk te maken.

2.5.4 De onderhandelingen van Orbis met Sortrans hebben buiten het gezichtsveld van [eiseres] plaatsgevonden. [eiseres] is er niet door Orbis van op de hoogte gesteld dat er onderhandelingen gevoerd werden/gevoerd zouden worden, zodat [eiseres] daaraan niet heeft kunnen deelnemen. Deze handelwijze van Orbis is in stijd met de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht, in het bijzonder met het transparantiebeginsel en het beginsel van gelijke behandeling. Naast het feit dat Orbis ten onrechte [eiseres] heeft uitgesloten, stond het haar ook niet vrij om vervolgens onderhandelingen met een enkele voormalige inschrijver te starten, laat staan dat zij daarmee een overeenkomst mocht sluiten. Niet valt in te zien waarom Orbis alleen met Sortrans onderhandelingen heeft gevoerd, temeer niet omdat Sortrans op meerdere punten was tekortgeschoten dan [eiseres]. Feitelijk is er na de uitsluiting van alle inschrijvers sprake geweest van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. Het toepassen van een dergelijke procedure is evenwel niet toegestaan.

2.5.5 [eiseres] vordert derhalve een verbod tot verdere uitvoering van de tussen Orbis en Sortrans gesloten overeenkomst en hervatting van het gunningtraject.

2.5.6 [eiseres] heeft een spoedeisend belang bij na te melden vorderingen.

2.6 Op grond van het vorenstaande heeft [eiseres] gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, bij wege van voorlopige voorzieningen, uitvoerbaar bij voorraad:

1)Orbis gelast het aanbestedingstraject volgens de uitnodiging tot inschrijving d.d.

9 januari 2008 te hervatten, met inachtneming van de criteria, zoals deze zijn omschreven in de uitnodiging en het Besluit Aanbestedingsregels voor Overheidsopdrachten, alsmede met inachtneming van de Algemene Beginselen van Aanbestedingsrecht en bepaalt dat de inschrijving van [eiseres] rechtsgeldig is en niet kan worden uitgesloten op de door Orbis opgeworpen gronden, onder verbeurte van een aan [eiseres] te betalen dwangsom van € 5.000,- per dag voor iedere dag dat Orbis daarmee na betekening van het in dezen te wijzen vonnis in gebreke blijft;

2)Orbis gelast de overeenkomst met Sortrans op te zeggen, althans te bepalen dat aan de

tussen Orbis en Sortrans gesloten overeenkomst geen uitvoering mag worden gegeven zolang gunning niet heeft plaatsgevonden volgens het onder 1 omschreven gunningtraject, onder verbeurte van een aan [eiseres] te betalen dwangsom van € 5.000,- per dag voor iedere dag dat Orbis met de opzegging of naleving van het verbod tot uitvoering na betekening van het in dezen te wijzen vonnis in gebreke blijft;

3)alles met veroordeling van Orbis in de kosten van de procedure.

2.7 De vorderingen worden door Orbis en Sortrans weersproken, waartoe wordt verwezen naar de ter terechtzitting voorgedragen, en vervolgens aan de stukken toegevoegde, pleitnota’s van beide partijen. Op hun verweer wordt, voor zover van belang, hierna ingegaan.

2.8 Sortrans heeft –met uitzondering van haar oorspronkelijke vordering onder 1 om te worden toegelaten als tussenkomende partij, welke vordering blijkens hetgeen hiervoor bij het procedureverloop is vermeld, is gehonoreerd- gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, volledig uitvoerbaar bij voorraad:

1.[eiseres] in haar vorderingen niet-ontvankelijk verklaart, althans de vorderingen van [eiseres] afwijst, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure;

2.primair: Orbis veroordeelt om de overeenkomst tussen Sortrans en Orbis van 13 mei 2008 tot levering van een voedselverdeelsysteem gaaf en onvoorwaardelijk na te komen, onder verbeurte van een aan Sortrans te betalen dwangsom van € 10.000,00 per dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat Orbis in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

subsidiair: voor het geval Orbis zal worden gelast om het aanbestedingstraject volgens de uitnodiging tot inschrijving te hervatten, tevens bepaalt dat de inschrijving van Sortrans rechtsgeldig is en dat deze niet kan worden uitgesloten op de door Orbis opgeworpen gronden, onder verbeurte van een aan Sortrans te betalen dwangsom van € 10.000,00 per dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat Orbis in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

primair en subsidiair: met veroordeling van Orbis in de kosten van de procedure.

Kort gezegd, en voor zover thans van belang, voert Sortrans daartoe het volgende aan.

[eiseres] dient in haar vorderingen niet-ontvankelijk te worden verklaard, onder meer vanwege het feit dat zij haar vorderingen te laat, in strijd met de zogenaamde Alcateltermijn, heeft ingediend.

Sortrans heeft van Orbis vernomen dat geen van de ingediende inschrijvingen aan de eisen voldeed, zodat daarmee de aanbestedingsprocedure was afgerond. Vervolgens is Orbis met Sortrans in onderhandeling getreden.

Die onderhandelingen hebben geleid tot een onherroepelijke en onvoorwaardelijke overeenkomst, welke overeenkomst door Orbis dient te worden nagekomen.

2.9 [eiseres] en Orbis hebben verweer gevoerd tegen voormelde vorderingen, waartoe wordt verwezen naar de door hen ter terechtzitting voorgedragen, en vervolgens aan de stukken toegevoegde, pleitnota’s. Op hun verweer wordt, voor zover van belang, hierna ingegaan.

3.De beoordeling

3.1 Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak.

3.2 Het meest verstrekkende verweer van Orbis en Sortrans houdt in dat [eiseres] in haar vorderingen niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat, kort gezegd:

A) [eiseres] geen procesbelang heeft. [eiseres] heeft namelijk niet als inschrijvende partij te gelden: [eiseres] heeft in combinatie ingeschreven met de onderneming Blanco Benelux B.V. (hierna: Blanco). Niet [eiseres], maar de combinatie was de gegadigde en verkeerde als zodanig in een precontractuele verhouding met Orbis;

B) [eiseres] niet tijdig heeft gedagvaard. Zij heeft de in de brief van 24 april 2008 genoemde bezwaartermijn van 15 dagen ongebruikt laten verstrijken. Dit terwijl tussen partijen was afgesproken dat uiterlijk 9 mei 2008 moest worden gedagvaard. Ook nadat haar bekend was geworden dat Orbis met Sortrans een overeenkomst had gesloten, heeft [eiseres] niet binnen 15 dagen een procedure aanhangig gemaakt. Dat [eiseres] zo lang getreuzeld heeft terwijl de financiële belangen enorm zijn en de omvang van die belangen bij alle betrokkenen bekend zijn, is volgens Orbis onrechtmatig/in strijd met de goede trouw althans levert misbruik van procesrecht op;

C) de inschrijving van [eiseres] ongeldig is vanwege het feit dat:

- hoewel de combinatie door Orbis is uitgenodigd tot inschrijving, de combinatie helemaal niet rechtsgeldig kon inschrijven, aangezien de combinatie niet voldoet aan de selectie-eisen die recht geven op een uitnodiging voor de inschrijving. De combinatie had niet geselecteerd mogen worden vanwege het feit dat de combinatie niet heeft laten zien dat zij voldoende verzekerd is;

- [eiseres], zo zij al geselecteerd had mogen worden, niet heeft voldaan aan de inschrijvingsvereisten terzake de maatvoering van de wagentjes: aangeboden is 870 mm, hetgeen niet overeenstemt met datgene wat terzake gevraagd werd, namelijk een breedte van het onderstel van 860 mm.

3.3 De voorzieningenrechter zal deze verweren thans één voor één bespreken, te beginnen bij punt A.

3.3.1 [eiseres] heeft ter terechtzitting aangegeven zelfstandig, derhalve níet in combinatie, te hebben ingeschreven. Dit standpunt wordt evenwel gelogenstraft door de door Orbis als productie 2 in het geding gebrachte, door [eiseres] ingevulde, selectieleidraad. Aldaar is op vraag 14 die luidt als volgt “Is er sprake van aanmelding in combinatie?”, “Ja” ingevuld. Vervolgens wordt het bedrijf “Blanco” herhaaldelijk genoemd. In de door Orbis als productie 3 in het geding gebrachte, door [eiseres] ingevulde, “Verklaring hoofdelijke aansprakelijkheid penvoerderschap en beschikken over middelen (voor combinaties)”, is onder meer vermeld dat [eiseres] zich voor de onderhavige aanbesteding als combinatie met Blanco aanmeldt. Blanco heeft eenzelfde verklaring ingevuld, en daarbij aangegeven dat zij met [eiseres] als combinatie optreedt. Gelet hierop kan [eiseres] naar het oordeel van de voorzieningenrechter bezwaarlijk volhouden dat zij zelfstandig aan de aanbesteding heeft deelgenomen.

Nu gelet op het voorgaande (meer dan) aannemelijk is dat [eiseres] als onderdeel van een combinatie op de onderhavige aanbesteding heeft ingeschreven, oordeelt de voorzieningenrechter dat [eiseres] geen/onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd waaruit zou blijken dat [eiseres] ook zonder Blanco partij is bij de aanbesteding. [eiseres] dient dan ook in haar vorderingen niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3.3.2 Terzake punt B overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Met Orbis en Sortrans is hij van oordeel dat [eiseres] haar vorderingen te laat heeft ingesteld, hetgeen naar het oordeel van de voorzieningenrechter tot niet-ontvankelijkheid heeft te leiden. Ter toelichting diene het volgende.

Volgens [eiseres] valt de brief van 24 april 2008 niet aan te merken als een gunningsbeslissing. Wat daar ook van zij, uit de brief volgt dat Orbis de beslissing in haar brief wél als zodanig aanmerkt. In de aanhef van de brief staat immers:

“Hierna volgt onze gunningsbeslissing (…)”

Aan het eind van genoemde brief wordt nog eens uitdrukkelijk gemeld:

“Indien u bezwaar heeft tegen het uitsluiten van uw onderneming in onderhavige procedure dan moet u binnen een termijn van 15 dagen na verzenden van deze gunningsbeslissing een kort geding aanhangig gemaakt hebben.”

Vast staat dat [eiseres] binnen genoemde termijn wel een bezwaar heeft ingediend, maar niet een kort geding procedure is gestart. Dit terwijl zij zelf heeft aangegeven in haar brief van 29 april 2008:

“[eiseres] zal binnen de gestelde termijn, zoals door u aangegeven, een kort geding aanspannen tegen uw voorgenomen gunningsbeslissing.”

Hieruit lijkt toch op zijn zachtst gezegd te volgen dat [eiseres] heeft ingestemd met de gegeven termijn.

Gelet op het voorgaande alsmede gelet op het feit dat zelfs nádat [eiseres] op 14 mei 2008 heeft vernomen dat Orbis met Sortrans een overeenkomst heeft gesloten, [eiseres] niet binnen een termijn van 15 dagen een kort geding aanhangig heeft gemaakt, oordeelt de voorzieningenrechter dat [eiseres] niet tijdig heeft gedagvaard. Dit is immers eerst gebeurd op 30 mei 2008.

3.3.3 Doch zelfs indien over al het voorgaande al anders zou dienen te worden geoordeeld, dan oordeelt de voorzieningenrechter dat [eiseres] in ieder geval vanwege punt C in haar vorderingen niet kan worden ontvangen. Verwezen zij naar hetgeen hierna wordt overwogen.

Nu aannemelijk is dat [eiseres] als deel van een combinatie heeft ingeschreven, betekent dit, zo staat als op zichzelf niet weersproken vast, dat niet alleen [eiseres] een verzekeringsbewijs had moeten overleggen, doch ook Blanco. Als onweersproken staat vast dat dit niet is gebeurd. Het niet voldoen aan deze minimumeis leidt tot uitsluiting van deelname. Dit betekent dat [eiseres]/de combinatie niet tot de tweede fase had mogen worden toegelaten. Dat dit eerst thans door Orbis is geconstateerd, maakt de inschrijving van de combinatie niet alsnog geldig, dit laatste mede ter bescherming van overige inschrijvers.

Daarnaast is uit het ter terechtzitting door beide partijen naar voren gebrachte, gebleken dat bij de inschrijving is aangeboden een maatvoering terzake karretjes van 870 mm. Dit komt niet overeen met de terzake geformuleerde “harde” eis, te weten:

“De breedte van het onderstel dient 86 cm te zijn. Dit is een vaste maat. (…)”.

Op basis van het voorgaande acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de inschrijving van [eiseres]/de combinatie niet voldoet aan de (selectie-)eisen, en daarmee ongeldig is. Volgens vaste jurisprudentie moet een inschrijving die ongeldig is en derhalve buiten beschouwing moet worden gelaten, geacht worden niet te zijn gedaan, zodat zij geen deel uitmaakt van het aanbestedingsproces. Gelet op het voorgaande heeft [eiseres] geen belang meer bij haar vorderingen, om welke reden zij in haar vorderingen niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3.4 De overige stellingen van [eiseres] en de daarop gerichte weren van Orbis en Sortrans, kunnen op grond van het voorgaande onbesproken blijven. [eiseres] zal worden verwezen in de proceskosten aan de zijde van Orbis en Sortrans gerezen.

3.5 Nu [eiseres] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vorderingen, heeft Sortrans geen belang meer bij een beoordeling van haar vorderingen jegens [eiseres] en Orbis -de voorzieningenrechter merkt voor de duidelijkheid nog op dat de vordering van Sortrans onder 1, tevens het tegen de vordering van [eiseres] gevoerde verweer vormt, dat door niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] de facto is gehonoreerd- mede gelet op het feit dat Orbis voornemens is aan de tussen haar en Sortrans gesloten overeenkomst uitvoering te geven. De vorderingen van Sortrans worden dan ook afgewezen, met veroordeling van Sortrans in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] en Orbis gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank te Maastricht:

Ten aanzien van de vordering van [eiseres]:

verklaart [eiseres] in haar vorderingen niet-ontvankelijk;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure aan de zijde van Orbis gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op € 254,- aan vast recht en € 816,- voor salaris procureur;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure aan de zijde van Sortrans gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op

€ 254,- aan vast recht en € 816,- voor salaris procureur;

verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

Ten aanzien van de vordering van Sortrans:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt Sortrans in de kosten van de procedure aan de zijde van Orbis en [eiseres] gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. Bergmans, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

F.B.