Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BD5570

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-06-2008
Datum publicatie
26-06-2008
Zaaknummer
290401 EJ VERZ 08-1918
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

7:685 BW; ontbinding zonder vergoeding; Taxi Hofman, de werknemer dient in te gaan op een redelijk voorstel van de werkgever; goed-werkgeverschap.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2008/472
AR-Updates.nl 2008-0415
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 290401 EJ VERZ 08-1918

typ: JS

beschikking van 23 juni 2008

in de zaak van

Vodafone Libertel B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Maastricht,

verzoekende partij, verder ook te noemen Vodafone,

gemachtigde: mr. E.T. Vreugdenhil te Maastricht;

tegen

[verweerder],

wonend te [adres],

verwerende partij, verder ook te noemen [verweerder],

gemachtigde: Ir. W. Rutteman te Maastricht (Rimad B.V.)

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Door partijen zijn de navolgende stukken overgelegd/ingediend:

- verzoekschrift met bijlagen (ingekomen 28 april 2008);

- faxbericht met bijlagen van de gemachtigde van Vodafone (ontvangen 13 mei 2008);

- schrijven met bijlage van de gemachtigde van Vodafone (ingekomen 14 mei 2008);

- verweerschrift met bijlagen van de gemachtigde van [verweerder] (ingekomen 5 juni 2008);

- faxbericht met bijlagen van de gemachtigde van Vodafone (ingekomen 10 juni 2008);

- schrijven met bijlagen van de gemachtigde van [verweerder] (ontvangen 11 juni 2008);

- pleitnota van de gemachtigde van Vodafone.

Partijen en de gemachtigden zijn gehoord ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van donderdag 12 juni 2008. Van het aldaar verhandelde is door de griffier schriftelijk aantekening gehouden.

Vervolgens is de beslissing bepaald op heden.

MOTIVERING VAN DE BESLISSING

Vaststaat, mede naar aanleiding van hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, dat [verweerder] (geboren op 7 augustus 1977) op 1 juni 2004 krachtens arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij Vodafone in dienst is getreden in de functie van adviseur op de afdeling Telesales. Vanaf 1 juli 2007 is [verweerder] de functie van Team Coach van het team Telesales Enterprices Inbound van de afdeling Telesales gaan vervullen tegen een bruto maandloon van laatstelijk € 1.917,- per maand exclusief vakantiebijslag en 25% provisie.

Tevens staat vast dat het onderhavige verzoek houdt geen verband met enig opzegverbod.

Vodafone heeft verzocht de met [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden.

Ter onderbouwing van haar verzoek stelt Vodafone dat vast staat dat [verweerder] niet in haar huidige functie is te handhaven en dat er voor haar, alle inspanningen van en door Vodafone ten spijt, geen andere in de ogen van [verweerder] passende functie voorhanden is.

[verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Expliciet daarnaar door de kantonrechter ter gelegenheid van de mondelinge behandeling gevraagd, heeft [verweerder] medegedeeld dat zij zich formeel verzet tegen de verzochte ontbinding, maar ook in ziet dat, gelet op de aan haar adres gemaakte verwijten, een terugkeer bij Vodafone geen haalbare kaart meer is.

Ook de kantonrechter is van oordeel dat, gelet op hetgeen beide partijen -zowel in de stukken als ter zitting- hebben gesteld, niet meer te verwachten valt dat partijen in de toekomst nog vruchtbaar met elkaar zouden kunnen samenwerken. In zoverre is er sprake van een verandering in de omstandigheden die een gewichtige reden vormt voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter spreekt dan ook het voornemen uit de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juli 2008 te ontbinden.

Reeds vastgesteld hebbende dat er voor partijen geen basis meer bestaat voor het laten voortduren van de arbeidsovereenkomst, dient vervolgens de vraag te worden beoordeeld of en in hoeverre aan een der partijen met betrekking tot de ontstane situatie een verwijt kan worden gemaakt. Het handelen zal dan ook worden getoetst aan de norm van goed werkgever-/ werknemerschap als neergelegd in art. 7:611 BW.

[verweerder] is van mening dat zij in aanmerking dient te komen voor een stevige vergoeding. Een vergoeding die recht doet aan de situatie waarin zij thans is komen te verkeren. Vodafone heeft haar voor de kar gespannen om haar vervolgens korte tijd later onder verkeerde voorwendselen zonder vergoeding (proberen) te lozen.

[verweerder] stelt dat het met name de bedrijfscultuur binnen Vodafone is die een van de oorzaken is van haar niet goed kunnen functioneren. Het is aan de houding en handelwijze van Vodafone te wijten dat zij vervolgens zo gehandeld heeft zoals ze heeft gedaan. [verweerder] voelt zich niet alleen niet begrepen, maar is ook van mening dat Vodafone haar onrecht heeft aangedaan. [verweerder] stelt zeer positief het met haar voorgestelde traject te zijn ingegaan. Vodafone kon haar echter geen garanties geven. Uit ervaring weet zij dat er een groot verschil zit tussen datgene wat Vodafone zegt en wat er vervolgens in de praktijk daadwerkelijk gebeurd.

Vodafone stelt niet bereid te zijn om ook maar enige ontbindingsvergoeding te betalen. Vodafone heeft alles gedaan om [verweerder] binnen haar poorten te houden en weer aan het werk te krijgen. Het enige waartoe Vodafone gedurende het gehele traject niet bereid was, was het vooraf overeenkomen van een vertrekvergoeding en/of het zich binden aan door [verweerder] gestelde voorwaarden; er was en is immers voldoende werk, er zijn voldoende doorgroeimogelijkheden en er kan en wordt begeleiding geboden om doorgroei-mogelijkheden nog reëler te maken. Garanties op doorgroei kan Vodafone niet geven. Wat zij wel kan garanderen is dat het loon van [verweerder] op het oude niveau wordt gehouden.

Door Vodafone is meerdere malen gezocht naar andere functies en meerdere malen zijn er andere functies aangeboden. [verweerder] wees echter alles af, of stelde voorwaarden alvorens aan de slag te willen gaan. Ook brak zij de door Vodafone gefaciliteerde begeleiding door het bedrijfsmaatschappelijk werk af. [verweerder] heeft bijna een half jaar, met behoud van loon, geen werkzaamheden verricht voor Vodafone. Naar de mening van Vodafone kan haar geen verwijt gemaakt worden van de ontstane situatie; evenmin komt deze voor haar risico en rekening. [verweerder] is thans arbeidsgeschikt en had dus gewoon aan de slag kunnen gaan.

De kantonrechter overweegt het navolgende.

Voorop staat dat een werkgever niet (zonder meer) eenzijdig een overeengekomen functie en daarbij behorend salaris en emolumenten kan wijzigen, behoudens een aantal wettelijke bepalingen die in casu verder niet van toepassing zijn én - wel van belang voor de voorliggende casus - de voor het eerst in het arrest Van der Lely/ Taxi Hofman (JAR 1998/ 199) neergelegde norm. Deze norm houdt samengevat in dat een werknemer in het algemeen positief behoort in te gaan op een redelijk voorstel van de werkgever verband houdende met gewijzigde omstandigheden en een dergelijk voorstel alleen mag afwijzen wanneer aanvaarding ervan redelijkerwijs niet van hem gevergd kan worden.

Gewijzigde omstandigheden

Uitgaande van deze norm dient allereerst onderzocht te worden of er in casu sprake is van gewijzigde omstandigheden, die dwingen tot het aanbieden van een andere functie. In deze kwestie staat vast dat [verweerder] op 1 juni 2004 in dienst is getreden bij Vodafone, en vervolgens gestaag carrière heeft gemaakt. Met ingang van 1 juli 2007 krijgt zij de (leidinggevende) functie van ‘team coach’ van het ‘team telesales enterprise inbound’ van de afdeling ‘telesales’. Duidelijk wordt dat [verweerder] in deze functie uiteindelijk vastloopt, waarbij de oorzaak vooral ligt in haar stroeve wijze van communiceren. Ter zitting betwist [verweerder] dit desgevraagd ook niet en geeft zij aan dat zij zelf ook al vroeg aanvoelde dat het tussen haar en (sommige) teamleden ‘stroef’ liep.

Bij brief van 12 november 2007 (productie 6 bij verzoekschrift) gaf haar team aan geen vertrouwen in [verweerder] meer te hebben als leidinggevende, onder meer vanwege haar ‘onnavolgbare, buitensporige en denigrerende wijze’ van communiceren. Er wordt in deze brief gesproken van een ‘onwerkbare en onhoudbare situatie’.

In een mail van 14 november 2007 (productie 30) aan haar teamleden geeft [verweerder] aan dat haar de ogen geopend zijn en dat het nooit haar bedoeling was om iemand op een onplezierig, niet motiverende, denigrerende, voorschut zettende, persoonlijke manier aan te spreken.

Vodafone tracht de ontstane (onwerkbare) situatie vervolgens te herstellen door inzet van een mediator (dhr. Meex). Deze mediator ziet na verschillende gesprekken geen enkele basis voor herstel van het vertrouwen en stelt zelfs voor [verweerder] van haar verantwoordelijkheid als teamcoach te ontheffen (productie 10 bij verzoekschrift).

Naar het oordeel van de kantonrechter ontstaat hier een situatie waarbij Vodafone – in het belang van de organisatie – wel moest ingrijpen, zodat er sprake is van gewijzigde omstandigheden als bedoeld in de eerste zin van deze alinea. [verweerder] verwijt Vodafone weliswaar het ontstaan van deze impasse, doch – in het licht van de aangehaalde producties – kan de kantonrechter haar daarin niet volgen.

Redelijk voorstel

Gezien de onderliggende stukken worden vervolgens in overleg met [verweerder] een aantal opties bezien, waarbij [verweerder] uiteindelijk uitdrukkelijk kiest voor een andere (passende) functie binnen de organisatie van Vodafone. Aan de orde is of aan [verweerder] vervolgens een redelijk voorstel wordt gedaan in het licht van de gewijzigde omstandigheden.

In haar brief d.d. 31 januari 2008 (productie 15 bij verzoekschrift) worden door Vodafone in dat verband de tot dan toe beschikbare mogelijkheden opgesomd. Samenvattend betekent dit dat een aantal functies beschikbaar waren op een (één schaal) lager salarisniveau, medewerker Vodafone Winkel (vergelijkbaar salarisniveau schaal 6), trainer en functies op de afdeling ‘credit collection’ binnen ‘finance’. Bij aanvaarding van een functie op de lagere schaal 5, zou [verweerder] haar schaal 6 salaris behouden en opnieuw de mogelijkheid hebben door te stromen naar een hogere functie en daarmee een hogere salarisschaal.

[verweerder] laat bij monde van haar gemachtigde bij brief van 25 februari 2008 (productie 18 bij verzoekschrift) weten de genoemde functies niet passend te vinden. Zij verzoekt naar andere functies op zoek te gaan, minimaal op schaal 6 niveau, nu – zo begrijpt de kantonrechter - eerder in gesprekken ook aangegeven zou zijn dat ook zwaardere, niet leidinggevende functies op schaal 7 en hoger, tot de mogelijkheden zouden behoren. Uiteindelijk bij brief van 13 april 2008 (productie 23 bij verzoekschrift) geeft [verweerder] aan een van de eerder aangeboden functies onder door haar gestelde voorwaarden wel te willen accepteren. Deze voorwaarden houden - samengevat en voor zover hier van belang - in dat aan [verweerder] een vast te stellen afvloeiingsregeling wordt aangeboden indien en voor zover zij niet binnen zes (later negen) maanden zou kunnen doorstromen naar een hogere functie. Vodafone laat weten geen voorwaarden aan werkhervatting te accepteren en teneinde uit de impasse te komen dient Vodafone uiteindelijk het voorliggend verzoek tot ontbinding in.

In aanmerking nemende dat:

- [verweerder] eerst op 1 juli 2007 haar laatste functie op schaal 6 niveau heeft aanvaard;

- reeds in november 2007 duidelijk werd dat [verweerder] niet op de bewuste functie als leidinggevende kon worden gehandhaafd, nu het volledige team haar het vertrouwen had opgezegd en er geen uitzicht bestond op herstel van dat vertrouwen;

- [verweerder] reeds met ingang van 19 november 2007 met behoud van salaris geen werkzaamheden meer verricht en in afwachting is van werkhervatting;

- aan [verweerder] een salarisgarantie werd gegeven;

- aan [verweerder] naar het oordeel van de kantonrechter - gezien het bovenstaande - voldoende passende functies zijn aangeboden,

is de kantonrechter van oordeel dat er geen redelijk grond voor [verweerder] bestond om een van de aangeboden functies in de gegeven omstandigheden te blijven weigeren. Ook bestaat er geen grond voor het eenzijdige verbinden van voorwaarden door [verweerder] aan werkhervatting, zodat ter zake van de eerder vastgestelde verandering van omstandigheden en daaraan te koppelen ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan Vodafone geen verwijt te maken valt. Hieruit volgt tenslotte dat er geen aanleiding bestaat om alsnog aan [verweerder] een vergoeding toe te kennen.

De kantonrechter acht termen aanwezig de kosten van deze procedure te compenseren in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Nu het verzoek van Vodafone wordt toegewezen zoals door haar is verzocht, behoeft de kantonrechter Vodafone niet meer in de gelegenheid te stellen haar een termijn te gunnen als bedoeld in artikel 7:685 lid 8 BW en kan aanstonds worden beslist.

BESLISSING:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen [verweerder] en Vodafone met ingang van

1 juli 2008;

- compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. R.H.J. Otto, kantonrechter, en door deze en J.M.H.M. Slangen-van der Heijden, griffier, getekend.