Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BD5454

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
18-06-2008
Datum publicatie
25-06-2008
Zaaknummer
03/700297-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van medeplegen van de diefstal van een diamanten halsketting op de kunst- en antiekbeurs Tefaf in 2008.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/700297-08

Datum uitspraak: 18 juni 2008

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 juni 2008 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[Naam verdachte],

geboren te [Geboortegegevens verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Breda – Huis van Bewaring De Boschpoort te

4811 DG Breda, Nassausingel 26.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 6 maart 2008 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een collier (ter waarde van ongeveer 1,2 miljoen EURO), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [B.] en/of Hancocks London, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

2.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van het feit zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

2.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft primair vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Subsidiair betwist zij dat er een diefstal van een halsketting ter waarde van 1,2 miljoen euro heeft plaatsgevonden en vraagt om die reden eveneens vrijspraak. Meer subsidiair, indien de rechtbank het tenlastegelegde bewezen acht, heeft zij ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat deze veel te hoog is.

3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd en overweegt daartoe het volgende.

Op 6 maart 2008 vindt in Maastricht in het MECC de kunst- en antiekbeurs TEFAF plaats. Stand 243 wordt bezet door Hancocks uit Londen. De eigenaars [B.] en [R.] en hun personeelslid [S.] zijn rond 14.00 uur in de stand aanwezig. In de vitrines bevinden zich juwelen, zoals broches en halskettingen. Eén van deze stukken is een halsketting ter waarde van ongeveer 1,2 miljoen euro. Het bestaat uit zestig oude Europese diamanten, waarvan de grootste 4,87 en 4,6 karaat wegen. Alle diamanten samen zijn 72,56 karaat. Het halssieraad ligt op de bovenste plank van de hoge vitrine aan het gangpad. Tegen de muur aan de andere zijde van de stand staat een tafelvitrine.

Rond 14.00 uur staat [S.] bij deze tafelvitrine een man te woord. De man zegt geïnteresseerd te zijn in broches. [R.] is op dat moment in gesprek met twee vrouwen, een oudere en een jongere vrouw, bij de hoge vitrine. Zij opent de vitrine en haalt er een pendant uit, waar de vrouwen interesse in tonen. Vervolgens laat zij nog een broche en een andere pendant zien. Als een van de vrouwen bukt en met een hand in de vitrine reikt, bukt ook [R.] zich. Op dat moment reikt een man die al enige tijd naast de drie vrouwen in het gangpad staat, boven de vrouwen langs in de vitrine. [R.] voelt iets boven haar hoofd en ziet een beweging richting de vitrine. Als zij omhoog komt en in de vitrine kijkt, ziet zij dat de beschreven diamanten halsketting weg is. Zij sluit de vitrine en roept dat de halsketting weg is. De man is dan al weggelopen.

Hoewel zij en haar man tegen de twee vrouwen zeggen dat zij in de stand moeten blijven, lopen de twee vrouwen weg. [B.] loopt achter de ene vrouw aan en een medewerkster van een naastgelegen stand, mevrouw [G.], loopt achter de andere vrouw aan. Zowel [B.] als [G.] worden gehinderd door de man die eerder door [S.] te woord is gestaan. Bij de uitgang worden deze twee vrouwen en die man door de bewaking tegengehouden. Dit zijn [Naam medeverdachte1], [Naam medeverdachte2] en [Naam medeverdachte3]. De man die in de vitrine heeft gereikt, loopt nog even over de Tefaf rond en vertrekt circa vijf minuten nadat de drie zijn aangehouden.

Verdachte staat terecht omdat hem verweten wordt bij de diefstal van het halssieraad betrokken te zijn geweest.

Gegeven is dat verdachte die dag niet op het beursterrein zelf is geweest, maar wel bij de ingang op het plein voor de kaartcontrole van de beurs is geweest. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de man is die op de camerabeelden te zien is. Uit het overzicht van de gemaakte camerabeelden blijkt dat hij op 12.54 uur is aangekomen in de binnenkomsthal en daar weer is vertrokken om 13.06 uur. Verder is op de ter terechtzitting getoonde beelden te zien dat hij zich ophoudt in de buurt van [Naam medeverdachte2] en [Naam medeverdachte3]. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of bewezen kan worden dat verdachte medepleger is van de diefstal van het diamanten halssieraad. Dat vereist een bewuste en nauwe samenwerking van de verdachte met voornoemde mensen.

De officier van justitie is van dit laatste overtuigd. Op de camarabeelden heeft hij de verdachte in de entreehal van de TEFAF samen gezien met de vermeende betrokkenen bij de diefstal. Voorts wordt dit ondersteund door het aantreffen van een kaartje met een telefoonnummer bij de verdachte. De officier van justitie heeft daartoe -zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd. Bij verdachte is een notitiekaartje in beslag genomen waarop staat vermeld het gsm-nummer 06-111111111. Uit onderzoek blijkt dat er contacten zijn geweest tussen dit nummer en het gsm-nummer 06-222222222. Dit laatste nummer is afgeluisterd. In een aantal van de opgenomen gesprekken wordt vermoedelijk gesproken over zaken en personen die verband houden met de roof van de halsketting op de TEFAF. Ook wordt de naam [Voornaam verdachte], de voornaam van de verdachte, enkele keren genoemd.

De raadsvrouwe is van mening dat er geen bewijs is voor een bewuste en nauwe samenwerking tussen haar cliënt en de personen die betrokken zijn bij de vermeende diefstal.

Vast staat alleen dat haar cliënt op de betreffende dag aanwezig is geweest in de entreehal. Hij wilde op de beurs iets kopen maar kwam erachter dat hij niet naar binnen mocht, omdat hij geen uitnodigingskaart had. Het is mogelijk dat hij gesproken heeft met andere Spaanstalige mensen die daar op dat moment aanwezig waren. Toen voor hem duidelijk was dat hij niet naar binnen kon is hij vertrokken. Subsidiair betwist zij dat er een diefstal van een halsketting ter waarde van 1,2 miljoen euro heeft plaatsgevonden en vraagt om die reden eveneens vrijspraak.

Uit de stukken blijkt dat het gsm-nummer 06-111111111, dat is aangetroffen op het kaartje dat bij de verdachte in beslag is genomen, contact heeft gehad met het gsm-nummer 06-222222222. Aangenomen kan worden dat dit het tweede nummer van de bij de vermeende diefstal betrokken en onbekend gebleven persoon “[O.]/[M.]” is. Dit leidt de rechtbank af uit het volgende.

Tot 6 maart 2008 omstreeks 00.47 uur had het Colombiaanse nummer [2222223333333333] veelvuldig contact met gsm-nummer 06-[333333333]. Dit laatste nummer is volgens [Naam medeverdachte3] het nummer van “[O.]” en staat in de gsm van [Naam medeverdachte2] vermeld onder de naam “[M.]”. Vanaf 6 maart 2008 om 20.10 uur had datzelfde Colombiaanse nummer contact met het Nederlands gsm-nummer 06-222222222. Dit nummer eindigend op [222] is naar het oordeel van de rechtbank het nummer dat [O.] in gebruik heeft genomen, nadat hij het nummer 06-[333333333] buiten gebruik heeft gesteld. In verschillende gesprekken die met dat nummer eindigend op [222] zijn gevoerd, is namelijk, zoals de officier van justitie naar voren heeft gebracht, gesproken over zaken en personen die verband lijken te houden met de roof van de halsketting op de TEFAF.

Dat het nummer 06-[333333333] van “[O.]/[M.]” relevant is in deze zaak volgt uit het feit dat dit nummer, zoals uit de stukken blijkt, vóór, tijdens en na de vermeende diefstal op de TEFAF contact heeft gehad met de telefoons van [Naam medeverdachte1], [Naam medeverdachte2] en [Naam medeverdachte3]. Met bijvoorbeeld de gsm van [Naam medeverdachte2] (gsm-nummer 06-[444444444]) is op 5 en 6 maart 2008 in totaal 25 keer contact geweest en met de gsm van [RO.] (gsm-nummer 06-[666666666]), de persoon die de auto heeft gehuurd waarmee de vermeende betrokkenen bij de diefstal nadien bij het MECC zijn vertrokken, op 6 maart 2008 in totaal 7 keer. Met de gsm van [Naam medeverdachte3] (06-[777777777]) is op 5 en 6 maart 2008 in totaal 7 keer contact geweest. Verder is uit de stukken gebleken dat de gsm met nummer 06-[333333333] voornamelijk zendmasten in Amsterdam en Haarlem gebruikt, behalve op 6 maart 2008. Op die dag wordt om 13.05 uur met deze gsm gebeld via de zendmast Forum 85 in de buurt van het MECC. Om 14.12.23 uur gebruikt deze gsm de zendmast aan de Limburglaan 25 te Maastricht, om 14.27.05 uur de zendmast in Elsloo en om 14.47.25 uur een zendmast in Hunsel. Elsloo en Hunsel liggen beide ten noorden van Maastricht.

Uit het enkele aantreffen van een gsm-nummer op een bij de verdachte inbeslaggenomen kaartje, blijkt niet een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en de vermeende betrokkenen bij de diefstal van de halsketting, ook niet als met dat nummer is gebeld met een in deze zaak relevant, ander gsm-nummer.

Het noemen van de naam [Voornaam verdachte], zoals blijkt uit de afgeluisterde gesprekken van gsm-nummer 06-222222222, leidt evenmin tot de aanname van een bewuste en nauwe samenwerking als hiervoor bedoeld.

Ten slotte kan een bewuste en nauwe samenwerking evenmin worden afgeleid uit de opgenomen camerabeelden. Weliswaar is de verdachte gezien in de buurt van mensen die verdacht worden van betrokkenheid bij de diefstal van de halsketting, [Naam medeverdachte2], [Naam medeverdachte3] en de onbekend gebleven verdachte met een donkerkleurige trui met witte kraag, maar niet gebleken is dat de verdachte ook daadwerkelijk contact met een van deze personen heeft gehad.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat verdachte van het hem tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

4. Het beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, vier creditcards, een bedrijfspas en een aanvraagformulier, dienen aan de uitgevende instantie te worden teruggegeven, nu zij op naam van iemand anders staan en verdachte heeft verklaard valselijk van die andere identeitsgegevens gebruik te hebben gemaakt.

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, een notitiekaartje met telefoonnummer, dient aan de beslagene [Naam verdachte] te worden teruggegeven.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft

begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

1 1 Creditcard, MASTERCARD banamex

2 1 Creditcard, VISACARD hsbc

3 1 Creditcard, VISACARD hsbs

4 1 Creditcard, VISACARD hsbc

5 1 TOEGANGSPAS, bedrijfspas

6 1 stuk Papier, aanvraagformulier hsbcbank aan de uitgevende instantie;

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

7 1 stuk Papier, notitiekaartje met telefoonnummer, aan [Naam verdachte];

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. M.C.A.E. van Binnebeke en mr. R. Niessen, rechters, in tegenwoordigheid van D.C.H.B. Slenter, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 18 juni 2008.

Mr. R. Niessen is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.