Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BD4797

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-05-2008
Datum publicatie
19-06-2008
Zaaknummer
03-703629-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van tien maanden met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis wegens het bezit van bestanden met daarop kinderporno.

De rechtbank is het met de officier van justitie eens dat het voor de verdachte, gelet op zijn arbeidsverleden en zijn kennis van computers, geen probleem is om de bestanden die zich in de prullenbak van de computer bevonden weer tevoorschijn te halen. Dit houdt in dat de verdachte een zekere beschikkingsmacht heeft gehad over deze bestanden en aldus de daarop aangetroffen kinderporno in zijn bezit heeft gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/703629-06

Datum uitspraak: 23 mei 2008

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 mei 2008 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[Naam verdachte],

geboren te [Geboortegegevens verdachte],

wonende te [Woonadres verdachte],

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 6 december 2006 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, een grote hoeveelheid afbeeldingen en/of (een) gegevensdragers, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen (in totaal ongeveer 2044 foto's en/of ongeveer 630 videobestanden), te weten het nadrukkelijk in beeld brengen van de genitale delen en/of het (doen) vasthouden en/of betasten van een stijve penis en/of het aanraken van en/of het wrijven over de genitale delen met een stijve penis en/of het penetreren in de vagina en/of de anus en/of de mond, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, onder meer:

A.

Foto "[Naam].psd" een naakt meisje in de leeftijd van 6 jaar, wiens gezicht is vervangen door een meisje met blond haar, ligt op ged met opgetrokken en gespreide beentjes, waardoor haar vagina nadrukkelijk in beeld is gebracht. Bij haar anus is een stijve penis te zien waaruit een op sperma gelijkende substantie tegen de anus van het meisje komt.

B.

Foto [bestandsnaam].jpg

Een naakt meisje in de leeftijd van 3 tot 5 jaar oud ligt op de schoot van een volwassen man. Tussen haar benen steekt een stijve penis;

C.

Film [bestandsnaam].mpg

Een meisje, tussen 1 en 2 jaar oud, ligt naakt op een commode. Een naakte man komst tussen haar benen staan waardoor zijn stijve penis bij haar vagina komt te liggen. De man duwt zijn penis tegen de vagina van het meisje. Af en toe pakt het meisje de penis vast. Vervolgens gaat het meisje rechtop zitten en neemt de penis van de man in haar mond.Na enige tijd draait de man het meisje op haar buik. De man gaat vervolgens tussen de benen van het meisje staan en wrijft zijn penis langs en tegen de billen en vagina van het meisje. Ook likt de man de billen van het meisje;

D.

Film [Naam].mpg

Het filmpje begint met een shot van twee vastgebonden benen. Vervolgens is de vagina van een meisje in de leeftijd van 3 tot 6 jaar oud te zien. In haar vagina wordt de penis van een volwassen man heen en weer bewogen. Vervolgens wordt de penis in de anus van het meisje gestoken en heen en weer bewogen;

in bezit heeft gehad.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 6 december 2006 in de gemeente Maastricht een hoeveelheid afbeeldingen en gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen (in totaal ongeveer 2044 foto's en ongeveer 630 videobestanden), te weten het nadrukkelijk in beeld brengen van de genitale delen en/of het (doen) vasthouden en betasten van een stijve penis en/of het aanraken van en/of het wrijven over de genitale delen met een stijve penis en/of het penetreren in de vagina en/of de anus en/of de mond, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, onder meer:

A.

Foto "[Naam].psd" een naakt meisje in de leeftijd van 6 jaar, wier gezicht is vervangen door een meisje met blond haar, ligt op bed met opgetrokken en gespreide beentjes, waardoor haar vagina nadrukkelijk in beeld is gebracht. Bij haar anus is een stijve penis te zien waaruit een op sperma gelijkende substantie tegen de anus van het meisje komt.

B.

Foto [bestandsnaam].jpg

Een naakt meisje in de leeftijd van 3 tot 5 jaar oud ligt op de schoot van een volwassen man. Tussen haar benen steekt een stijve penis;

C.

Film [bestandsnaam].mpg

Een meisje, tussen 1 en 2 jaar oud, ligt naakt op een commode. Een naakte man komt tussen haar benen staan waardoor zijn stijve penis bij haar vagina komt te liggen. De man duwt zijn penis tegen de vagina van het meisje. Af en toe pakt het meisje de penis vast. Vervolgens gaat het meisje rechtop zitten en neemt de penis van de man in haar mond.Na enige tijd draait de man het meisje op haar buik. De man gaat vervolgens tussen de benen van het meisje staan en wrijft zijn penis langs en tegen de billen en vagina van het meisje. Ook likt de man de billen van het meisje;

D.

Film [Naam].mpg

Het filmpje begint met een shot van twee vastgebonden benen. Vervolgens is de vagina van een meisje in de leeftijd van 3 tot 6 jaar oud te zien. In haar vagina wordt de penis van een volwassen man heen en weer bewogen. Vervolgens wordt de penis in de anus van het meisje gestoken en heen en weer bewogen;

in bezit heeft gehad.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De bijzondere overweging ten aanzien van het bewijs

Bij de doorzoeking in de woning van verdachte is een losse harde schijf van het merk Maxtor, capaciteit 120gb, aangetroffen en inbeslaggenomen. In de data van deze schijf is door de verbalisant in hoofdzaak prepuberale kinderporno aangetroffen. Het betreft op twee bestanden na alle bestanden welke zich bevonden in de map: “temporary internetfiles”. De twee andere bestanden bevonden zich in de prullenbak van de computer.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat ook de bestanden die zijn aangetroffen in de prullenbak van de computer vallen onder het in het bezit hebben van kinderporno.

De raadsvrouwe heeft zich op het standpunt gesteld dat dit juist niet het geval is, omdat het enkele bekijken van digitale kinderpornografie geen bezit oplevert.

De verdachte heeft verklaard dat hij heeft gewerkt als systeembeheerder bij de belastingdienst en dat hij graag bezig is te achterhalen hoe computerprogramma’s werken en hoe programma’s en gegevens zijn beveiligd. De rechtbank is het met de officier van justitie eens dat het voor de verdachte, gelet op zijn arbeidsverleden en zijn kennis van computers, geen probleem is om de bestanden die zich in de prullenbak van de computer bevonden weer tevoorschijn te halen. Dit houdt in dat de verdachte een zekere beschikkingsmacht heeft gehad over deze bestanden en aldus de daarop aangetroffen kinderporno in zijn bezit heeft gehad.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op een strafbaar feit en moet worden gekwalificeerd als volgt:

een afbeelding en een gegevensdrager van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straffen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte terzake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en

- een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van tweehonderdveertig uren.

De raadsvrouwe heeft bij pleidooi aangegeven er geen problemen mee te hebben als aan de verdachte een forse voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. De raadsvrouwe heeft ervoor gepleit om het aantal uren werkstraf te matigen, dit gelet op de lichamelijke gesteldheid van de verdachte en de zorg die de verdachte voor zijn drie kinderen heeft.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie, de verdachte en diens raadsvrouwe ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straffen het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat verdachte nog niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank zal aan de verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf opleggen voor het hierna te bepalen aantal uren. De rechtbank is het op zich eens met de vordering van de officier van justitie dat een werkstraf voor het maximale aantal uren een passende sanctie is. Echter, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, namelijk zijn lichamelijke gesteldheid welke fysieke beperkingen met zich meebrengt en de zorg die de verdachte voor zijn drie jonge kinderen heeft, zal de rechtbank het aantal uren te verrichten werkstraf matigen.

Ook zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar opleggen om verdachte te doordringen van de ernst van het strafbare feit dat hij heeft gepleegd. De duur van deze voorwaardelijke straf is langer dan door de officier van justitie geëist, nu de omvang van de taakstraf aanzienlijk lager zal zijn dan geëist.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van TIEN maanden;

- beveelt dat de opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf die zal bestaan uit een werkstraf, te weten het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van HONDERDTWINTIG uren;

- verstaat dat deze taakstraf moet zijn voltooid binnen één jaar nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis voor de duur van ZESTIG dagen zal worden toegepast.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. S.V. Pelsser, voorzitter, mr. M.C.A.E. van Binnebeke en mr. R. Niessen, rechters, in tegenwoordigheid van L.A.J.W. Schoutese, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 23 mei 2008, zijnde mr. R. Niessen buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.