Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BD3933

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-05-2008
Datum publicatie
13-06-2008
Zaaknummer
03-703123-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis Vonnis - Verdachte veroordeeld wegens openlijke geweldpleging tegen personen (subsidiaire feit). De primair ten laste gelegde diefstal met geweld kan naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen worden.

Veroordeling tot een werkstraf voor de duur van 100 uur met aftrek van het voorarrest naar rato van 2 uur per dag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/703123-07

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 mei 2008

in de strafzaak tegen

[Naam verdachte]

geboren te [Geboortegegevens verdachte]

wonende te [Woonadres verdachte],

raadsman mr. P.G.J.M. Boonen, advocaat te Hoensbroek

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 mei 2008, waarbij de officier van justitie mr. E.A. Oelmeyer-Naus, de verdediging mr. P.G.J.M. Boonen en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen [Naam slachtoffer] op straat met geweld heeft beroofd van een beurs en een gsm, dan wel dat verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [Naam slachtoffer] voornoemd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde, aangezien er geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. De verklaringen van de diverse getuigen en de aangever wijken op hoofdpunten van elkaar af en ook bepaalde details kloppen niet. Medeverdachte [Naam medeverdachte] is de enige die een bekentenis heeft afgelegd en de rest van de verdachten en getuigen heeft of niets gezien, of van medeverdachte [Naam medeverdachte] gehoord wat er gebeurd zou zijn of van een onbekend gebleven persoon. Wat er precies is gebeurd wordt onvoldoende duidelijk.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Uit de aangifte blijkt het volgende1. Het slachtoffer [Naam slachtoffer] heeft verklaard dat hij zich op zaterdag 28 oktober 2006 samen met een aantal collega’s in café Au Lait in Hoensbroek bevond. Op een gegeven moment kwamen er twee Marokkaanse jongens het café binnen. Eén van die twee jongens (dader 1) kwam naar de tafel toegelopen waaraan [Naam slachtoffer] stond en vroeg of hij even mocht bellen. [Naam slachtoffer] heeft de jongen zijn telefoon gegeven. Toen de jongen klaar was met bellen, kreeg [Naam slachtoffer] zijn telefoon weer terug. Enige tijd later stond [Naam slachtoffer] buiten het café samen met onder meer de twee eerder genoemde Marokkaanse jongens (dader 1 en dader 2) en nog twee andere Marokkaanse jongens. Eén van de jongens vroeg hem om zijn telefoon. [Naam slachtoffer] wilde deze niet afgegeven. Er ontstond een dreigende sfeer. [Naam slachtoffer] wilde weglopen, maar werd door de jongens vastgehouden. Na enige tijd zag [Naam slachtoffer] een taxi komen aanrijden. [Naam slachtoffer] zag dat zijn collega’s in de taxi stapten. [Naam slachtoffer] wilde zelf ook in de taxi stappen, maar werd vast gepakt door de jongens uit de groep. Eén van de jongens riep: “ga jij maar lopen”. [Naam slachtoffer] werd vervolgens richting de Markstraat geduwd en is die kant op gelopen. Nadat hij de bocht om was, werd hij ter hoogte van de inrit naar de parkeerplaats van de flat, van achteren op de grond geduwd. Op het moment dat hij op de grond lag, voelde hij dat iemand op zijn handen ging staan en dat hij in de nek werd gegrepen. Hij voelde dat dader 1 zijn kleding doorzocht en dat dader 1 uit zijn binnenzak zijn telefoon pakte. Zijn beurs, die in zijn broekzak zat, werd ook door dader 1 gepakt. [Naam slachtoffer] kon niet wegkomen en was bang dat hem iets ergs zou worden aangedaan. Op een gegeven moment renden alle personen weg, de inrit omhoog. [Naam slachtoffer] zag dat het alle vier de Marokkaanse mannen waren die hem voor het café ook al lastig gevallen hadden.

Getuige [Naam getuige]2 heeft verklaard dat hij op zaterdag 28 oktober 2006, omstreeks 02:00 uur met zijn auto over de Marktstraat te Hoensbroek reed. Op een gegeven moment zag hij een tweetal vermoedelijk Marokkaanse jongens de Kloosterstraat in rennen. [Naam getuige] had het raam van zijn auto open staan en hoorde opeens een man schreeuwen. Hij zag een oudere man op het trottoir liggen. [Naam getuige] is uitgestapt en naar de man toegelopen. Hij hoorde dat de man tegen hem zei dat hij was beroofd.

Medeverdachte [Naam medeverdachte]3 heeft bij de politie verklaard dat hij een man, die dronken was en die hem had uitgescholden, van achteren bij de keel heeft gepakt en hem naar de grond heeft gebracht. [Naam medeverdachte] heeft verklaard dat zowel hijzelf als [Naam verdachte] de man hebben gepakt. [Naam verdachte] heeft de man ook wat geduwd en zo. [Naam medeverdachte] heeft verklaard dat noch hij noch [Naam verdachte] de man hebben geslagen of geschopt en dat ze de man ook niet hebben beroofd van zijn telefoon en beurs. Ze wilden de man alleen een lesje leren en bang maken.

Anders dan de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat de hierboven weergegeven verklaring van verdachte [Naam medeverdachte] betrouwbaar kan worden geacht, omdat verdachte [Naam medeverdachte] hiermee ook zichzelf belast. [Naam medeverdachte] heeft bovenstaande bovendien niet alleen bij de politie verklaard, maar ook al eerder aan een vriend, genaamd [Naam vriend], verteld. In het dossier zit een verklaring van [Naam vriend]4, afgelegd bij de politie, waarin deze verklaart dat [Naam medeverdachte] hem heeft verteld dat hij op 28 oktober 2006 ruzie had met een klant in café Au Lait en hij en [Naam verdachte] die man buiten in elkaar hebben geslagen. Dat noch uit het dossier, noch tijdens de terechtzitting duidelijk is geworden wat er precies aan het incident vooraf is gegaan, doet naar het oordeel van de rechtbank niets af aan het feit dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte [Naam verdachte] en medeverdachte [Naam medeverdachte] tezamen en in vereniging het slachtoffer [Naam slachtoffer] hebben vastgepakt, op de grond hebben geduwd en bij de keel en/of nek hebben gegrepen.

De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging wettig en overtuigend bewezen kan worden. De primair ten laste gelegde diefstal met geweld kan naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen worden. Dat getuige [Naam getuige], zoals de officier van justitie heeft aangevoerd, direct na het incident heeft gehoord dat het slachtoffer zei dat hij was beroofd, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van diefstal te komen. Ook het feit dat de GSM na het incident niet meer is gebruikt, bewijst naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat verdachte de GSM heeft gestolen. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

subsidiair

op 28 oktober 2006 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, met een ander, op de openbare weg, de Markstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [Naam slachtoffer], welk geweld bestond uit

- het vastpakken van die [Naam slachtoffer] en

- op de grond duwen van die [Naam slachtoffer] en

- het grijpen in de nek en bij de keel van die [Naam slachtoffer].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden met aftrek van voorarrest.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank gevraagd, indien de rechtbank aan strafoplegging toekomt, verdachte een werkstraf op te leggen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft op 28 oktober 2006 tezamen en vereniging met een medeverdachte het slachtoffer [Naam slachtoffer] van achteren vastgepakt, op de grond geduwd en bij de keel en/of nek gegrepen om hem, aldus de medeverdachte, een lesje te leren. Voor het slachtoffer moet dit een zeer bedreigende situatie zijn geweest. Wat er aan dit incident ook vooraf mag zijn gegaan, het toepassen van geweld is niet de juiste manier om een conflict of een onenigheid op te lossen.

Bij de bepaling van de hoogte van de straf gaat de rechtbank er van uit dat de gangbare straf voor dit soort feiten volgens de oriëntatiepunten van de LOVS 8 weken gevangenisstraf bedraagt.

De rechtbank houdt daarbij ten voordele van de verdachte rekening met:

- het feit dat het ten laste gelegde slaan en schoppen niet bewezen is;

- dat het al weer langere tijd geleden is dat het feit plaatsvond;

- en dat verdachte een vrijwel blanco strafblad heeft en niet eerder is veroordeeld door de strafrechter.

De houding van verdachte ter terechtzitting vindt de rechtbank beduidend minder positief. Bij de politie had verdachte nog verklaard niets meer te weten, omdat hij te veel gedronken zou hebben, ter terechtzitting ontkent verdachte iedere betrokkenheid en heeft verdachte geen enkel idee waarom zijn medeverdachte en andere getuigen verklaren zoals ze verklaren. Met deze houding van verdachte houdt de rechtbank in negatieve zin rekening.

Alles afwegende komt de rechtbank tot de conclusie dat een gevangenisstraf niet passend is en dat een werkstraf voor de duur van 100 uur dient te worden opgelegd met aftrek van het voorarrest naar rato van 2 uur per dag.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [Naam slachtoffer] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 1924,00.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat naar redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 750,00 voor toewijzing in aanmerking komt en dat de vordering voor het overige niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De officier van justitie heeft tevens de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de vordering niet is onderbouwd.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. Hij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Subsidiair openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 100 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [Naam slachtoffer], wonende [Adres] niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat hij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij [Naam slachtoffer] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.

------------------------------------------------------

1 Het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van aangifte, nummer 2006147647-1, d.d. 28 oktober 2006, in wettelijke vorm opgemaakt door verbalisant [RS], dossier p. 119 en 120.

2 Het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige, nummer 2006147647-2, d.d. 28 oktober 2008, in wettelijke vorm opgemaakt door verbalisant [MH], dossier p. 35.

3 Het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte, nummer 2006147647, d.d. 6 december 2006, in wettelijke vorm opgemaakt door verbalisant [PV]. Dat de man dronken zou zijn en verdachte had uitgescholden blijkt uit het antwoord op de derde vraag dossier p. 64. Dat verdachte en [Naam verdachte] de man bij de keel hebben gepakt en naar de grond hebben gebracht blijkt uit het antwoord op de eerste vraag en het antwoord op de vierde vraag op p. 65 van het dossier.

4. Het op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte, nummer 2006147647-23, d.d. 5 december 2006, in wettelijke vorm opgemaakt door verbalisanten [NH] en [SW], dossier p. 88.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. S.V. Pelsser, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van L.A.J.W. Schoutese, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 23 mei 2008, zijnde mr. R.A.J. van Leeuwen buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.

------------------------------------------------------

Bijlage 1: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 28 oktober 2006 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een beurs (inhoudende geld en/of bankpasje) en/of een GSM, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [naam slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader

- die [naam slachtoffer] heeft/ hebben vastgepakt en/of

- die [naam slachtoffer] op de grond heeft/hebben geduwd en/of

- die [naam slachtoffer] in zijn nek heeft/hebben gegrepen en/of

- die [naam slachtoffer] heeft/hebben geslagen;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 28 oktober 2006 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Marktstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer], welk geweld bestond uit

- het vastpakken van die [naam slachtoffer] en/of

- op de grond duwen van die [naam slachtoffer] en/of

- het grijpen in de nek en/of bij de keel van die [naam slachtoffer] en/of

- het slaan van die [naam slachtoffer].