Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BD3309

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
04-06-2008
Datum publicatie
06-06-2008
Zaaknummer
126224 / HA ZA 08-70
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Trefwoorden art.3:194 lid 1 Bw, boedelbeschrijving, bevoegdheid.

De rechtbank is van oordeel dat de wetgever buiten de mogelijkheid van een boedelbeschrijving krachtens artikel 672 Rv, de mogelijkheid heeft willen openstellen om daarnaast in de in artikel 3:194 Bw omschreven situatie de boedelbeschrijving bij dagvaarding te vorderen. De vordering tot boedelbeschrijving kan in dat geval betrokken worden bij de procedure tot verdeling bij sector civiel van de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 126224 / HA ZA 08-70

Vonnis in incident van 4 juni 2008

in de zaak van

[Voornamen en achternaam],

wonende te [woonplaats],

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

procureur mr. J.J.M.C. Huppertz,

tegen

1. [Voornamen en achternaam],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

eiser in het incident,

procureur mr. A.L.M. van Uden,

2. [Voornamen en achternaam],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

eiseres in het incident,

procureur mr. F.H.I. Hundscheid.

Partijen zullen hierna [Gedaagde in het incident] en [Eiser in het incident sub 1] en [Eiseres in het incident sub 2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding en de daarbij overgelegde producties

- de conclusie van antwoord aan de zijde van [Eiseres in het incident sub 2]

- de conclusie van antwoord aan de zijde van [Eiser in het incident sub 1], tevens houdende de incidentele vordering tot

verwijzing naar de kantonrechter en de daarbij overgelegde producties

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De vordering

In de hoofdzaak

2.1. [Gedaagde in het incident] heeft op de in de dagvaarding vermelde gronden gevorderd dat bij, vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. een boedelbeschrijving wordt gelast van de tussen partijen bestaande

gemeenschappen in die zin dat daarvan één beschrijving wordt opgemaakt;

2. een notaris van het kantoor Hekkelman advocaten en notarissen wordt benoemd voor

het maken van die boedelbeschrijving althans een door de rechtbank te bepalen notaris;

3. na voltooiing van de boedelbeschrijving [Eiser in het incident sub 1] en [Eiseres in het incident sub 2] worden

veroordeeld tot medewerking aan verdeling van de gemeenschappen, waarin partijen deelgenoten zijn;

4. een onzijdig persoon wordt benoemd, als bedoeld in artikel 3:181 BW, om

[Eiser in het incident sub 1] en [Eiseres in het incident sub 2], voor zover zij onwillig zijn, te vertegenwoordigen bij de verdeling van de gemeenschappen;

5. het kantoor dat op grond van de vordering onder 2 wordt aangewezen, wordt

benoemd tot de notaris, ten overstaan van wie – tenzij partijen alsnog overeenstemming bereiken omtrent de keuze van een notaris – de verdeling zal plaatsvinden;

6. wordt bepaald dat de onzijdige persoon en de notarissen hun kosten ten laste kunnen

brengen van de gemeenschappen;

7. [Eiser in het incident sub 1] en [Eiseres in het incident sub 2] worden veroordeeld tot betaling van de kosten van het geding.

In het incident

2.2. [Eiser in het incident sub 1] vordert dat de rechtbank de zaak ten aanzien van het verzoek tot het bevelen van een boedelbeschrijving verwijst naar de sector kanton. [Gedaagde in het incident] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling in het incident

3.1. [Gedaagde in het incident] heeft in de hoofdzaak, ten aanzien van de tussen partijen bestaande gemeenschappen uit hoofde van de nalatenschap van hun ouders, ingevolge artikel 3:194 BW het gelasten van een boedelbeschrijving gevorderd, alsmede de benoeming van een notaris voor het maken van de boedelbeschrijving, alvorens tot een boedelverdeling wordt overgegaan.

3.2. [Eiser in het incident sub 1] heeft zich op het standpunt gesteld, dat de vordering ten aanzien van de boedelbeschrijving krachtens artikel 672, eerste lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering door de sector kanton dient te worden beoordeeld en de sector civiel van de rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren om van de vordering van [Gedaagde in het incident] kennis te nemen.

3.3. In artikel 3:194, eerste lid, BW is bepaald dat ieder der deelgenoten in een bijzondere gemeenschap als omschreven in art. 189, tweede lid, BW, waaronder een nalatenschap, kan vorderen dat een verdeling aanvangt met een boedelbeschrijving. Omdat er in dit artikel wordt gesteld dat de verdeling aanvangt met een boedelbeschrijving dient dit in die zin opgevat te worden dat de boedelbeschrijving onderdeel uitmaakt van de verdeling zelf. Op grond van de tekst van artikel 3:194 lid 1 BW kan daardoor de vordering tot boedelbeschrijving betrokken worden bij de procedure tot verdeling als bedoeld in artikel 3:185 BW.

3.4. Op grond van het bepaalde in artikel 672, eerste lid, Rv kan een bevel tot boedelbeschrijving eveneens in een verzoekschriftprocedure worden verzocht bij de kantonrechter. De rechtbank is van oordeel dat de wetgever buiten de mogelijkheid van een boedelbeschrijving krachtens artikel 672 Rv, de mogelijkheid heeft willen openstellen om daarnaast in de in artikel 3:194 BW omschreven situatie de boedelbeschrijving bij dagvaarding te vorderen, nu ingevolge de bewoordingen van artikel 3:194 BW de boedelbeschrijving kan worden “gevorderd”. Nu de door [Gedaagde in het incident] verlangde boedelbeschrijving onderdeel uitmaakt van de door haar gevorderde boedelverdeling op grond van art. 3:185 BW, heeft [Gedaagde in het incident] de procedure op dit onderdeel met een juist processtuk, bij de juiste sector van de rechtbank, ingeleid. De vordering in het incident zal aldus worden afgewezen.

3.5. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. De beoordeling in de hoofdzaak

4.1. De zaak zal worden voortgezet ter comparitie na antwoord, waarvoor reeds eerder door de rechtbank een datum is vastgesteld.

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1. wijst het gevorderde af,

5.2. compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

5.3. verwijst de zaak naar de zitting van deze rechtbank welke reeds is vastgesteld op 26 juni 2008.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2008.?

EvdS