Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BD2987

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
04-06-2008
Datum publicatie
09-06-2008
Zaaknummer
261407 CV EXPL 07-2241
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Akte van cessie is onderhandse akte. Strekt enkel tot dwingend bewijs tussen de ondertekenaars daarvan. Eiser was geen ondertekenaar en kan derhalve geen beroep op bewijskracht akte van cessie doen om vorderingsrecht aannemelijk te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 261407 CV EXPL 07-2241

vonnis van 4 juni 2008

inzake

Kesteren Medical Factoring B.V., gevestigd te Kesteren, gemeente Neder-Betuwe

eisende partij,

gemachtigde: mr. M.G.W. Meijers,

tegen

[gedaagde 1] en [gedaagde 2], echtelieden, beiden wonend te [woonplaats],

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. P.M.J. Graus.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Naar aanleiding van het tussenvonnis van 21 november 2007 heeft er op 16 januari 2008 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Van deze comparitie is proces-verbaal opgemaakt waarin de zaak is verwezen naar de rol.

Door partijen zijn achtereenvolgens nog de navolgende processtukken gewisseld:

-conclusie van repliek met producties;

-conclusie van dupliek.

De inhoud van alle hiervoor genoemde stukken geldt als hier ingelast.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

MOTIVERING

Eisende partij -nader te noemen Kesteren Medical Factoring BV- vordert van gedaagden -nader te noemen: [gedaagden 1 en 2]- om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk, des dat betaling door de een de ander bevrijdt, aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 98,78, te vermeerderen met de overeengekomen rente vanaf 5 april 2007 tot aan de dag der algehele voldoening zulks over € 51,50 met veroordeling van [gedaagden 1 en 2] in de kosten van de procedure, waaronder begrepen de B.T.W. over de kosten van de dagvaarding.

Kesteren Medical Factoring BV heeft daartoe gesteld dat zij door middel van een akte van cessie tussen haar als cessionaris en [cedent] als cedent een vordering in eigendom overgedragen en gecedeerd heeft gekregen op [gedaagden 1 en 2] De cessie is meegedeeld aan [gedaagden 1 en 2] conform het bepaalde in artikel 3:94 BW.

De vordering ziet op het, ondanks daartoe verzonden aanmaningen door zowel Kesteren Medical Factoring BV als de door haar ingeschakelde incassogemachtigde, door [gedaagden 1 en 2] onbetaald laten van een deel van factuurnummer 710501 d.d. 14 januari 2005 ad € 5,--, het factuurbedrag van factuurnummer 711340 d.d. 18 februari 2005 ad € 46,50, de tot 5 april 2007 berekende rente ad € 14,56 en de buitengerechtelijke incassokosten ad € 32,72.

De verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten en de rente ad 1% per maand vloeien voort uit de van toepassing zijnde VEDEK-betalingsvoorwaarden welke op de achterkant van de aan [gedaagden 1 en 2] verzonden facturen staan afgedrukt.

[gedaagden 1 en 2] betwisten enig bedrag aan Kesteren Medical Factoring BV verschuldigd te zijn.

Enerzijds baseren zij hun betwisting op het feit zij [cedent] (orthodontist van hun minderjarige dochter) hebben gemachtigd om zijn nota’s rechtstreeks te declareren bij hun zorgverzekeraar. De behandeling vond plaats onder dekking van een zorgverzekeringspolis en de zorgverzekeraar zou de nota’s geheel voldoen. Nu [cedent] rechtstreeks zijn declaraties indiende en inde, stellen [gedaagden 1 en 2] dat zij noch declaraties noch betalingsvoorwaarden hebben ontvangen of behouden waardoor er geen sprake is van verschuldigdheid van de gevorderde openstaande factuurbedragen, incassokosten en rente aan Kesteren Medical Factoring BV.

Anderzijds baseren [gedaagden 1 en 2] vorenvermelde betwisting op de inhoud van de door Kesteren Medical Factoring BV bij conclusie van repliek overgelegde akte van cessie. Uit de akte blijkt dat er tussen Rekencentrum Kesteren BV en [cedent] een overeenkomst is gesloten en niet tussen Kesteren Medical Factoring BV en [cedent] waardoor het voor [gedaagden 1 en 2] helemaal niet meer duidelijk is op grond waarvan Kesteren Medical Factoring BV een vorderingsrecht op hun zou hebben. [gedaagden 1 en 2] betwisten voorts dat vereiste mededeling van de akte van cessie ooit is gedaan nu zij nimmer een mededeling van de akte van cessie hebben ontvangen.

De kantonrechter merkt op dat de door Kesteren Medical Factoring BV bij conclusie van repliek overgelegde akte van cessie een onderhandse akte betreft welke enkel dwingend bewijs oplevert tussen partijen die de akte ondertekend hebben omtrent hetgeen door hen in de akte verklaard is. Nu de naam van een van die ondertekende partijen, in casu de cessionaris, niet identiek is aan de naam van Kesteren Medical Factoring BV, kan Kesteren Medical Factoring BV geen rechten ontlenen aan de bewijskracht van de inhoud van de akte van cessie waarop zij zich telkenmale beroept.

In het algemeen geldt dat een schuldenaar bekend dient te zijn met de identiteit van de schuldeiser(s) om hetzij zelf, hetzij middels een derde, zo veel mogelijk bevrijdend te kunnen betalen. Nu Kesteren Medical Factoring BV niet heeft aangetoond op grond waarvan zij met recht een beroep kan doen op de inhoud van de akte van cessie en de daaruit voortvloeiende rechtsgevolgen is de kantonrechter met [gedaagden 1 en 2] van oordeel dat niet is gesteld noch anderszins is gebleken dat Kesteren Medical Factoring BV daadwerkelijk een vorderingsrecht op [gedaagden 1 en 2] heeft.

Nu bedoelde betwisting het meest verstrekkend is komt de kantonrechter niet meer aan de beoordeling van de overige verweren van [gedaagden 1 en 2] toe en zal de vordering van Kesteren Medical Factoring BV worden afgewezen met veroordeling van haar in de kosten van de procedure tot aan dit vonnis aan de zijde van [gedaagden 1 en 2] gerezen en begroot op het bedrag als nader in het dictum is bepaald.

BESLISSING

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Kesteren Medical Factoring BV in de kosten van deze procedure tot aan dit vonnis aan de zijde van [gedaagden 1 en 2] gerezen en begroot op € 270,00, terzake salaris gemachtigde.

Aldus gewezen door mr. R.H.J. Otto, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting van woensdag 4 juni 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.