Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BC8746

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
09-01-2008
Datum publicatie
07-04-2008
Zaaknummer
273368 EJ VERZ 07-5738
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Afwijzen ontbindingsverzoek van werkgever. De (directe) betrokkenheid van werknemer bij een aantal pesterijen jegens een stagiair rechtvaardigen niet een ontbinding. Hierbij is in aanmerking genomen dat tegen de andere betrokken werknemers geen maatregelen zijn genomen. Werknemer verdient een (laatste) tweede kans, nu de kantonrechter voldoende is gebleken dat de pesterijen moeten worden beschouwd als, weliswaar ernstige, doch eenmalige incidenten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0256
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Heerlen

BESCHIKKING OP VERZOEK EX ARTIKEL 7:685 BW

Beschikking d.d. 9 januari 2008

Zaak/repnr.: 273368 EJ VERZ 07-5738

De kantonrechter

Gezien het op 14 november 2007 ontvangen verzoekschrift van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Verzoekster], gevestigd en kantoorhoudende te [Vestgingsplaats], gemachtigde mr. S.J.W.M. Vonken te Heerlen, waarin zij verzoekt de tussen haar als werkgeefster en [Verweerder], wonende te [Woonplaats] aan het adres [Woonadres], gemachtigde mr. P.J.H.C. Glenz te Landgraaf, als werknemer bestaande arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden;

voorts gezien de overige stukken, waaronder het op 11 december 2007 van [Verweerder] ontvangen verweerschrift alsmede de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 19 december 2007;

gehoord partijen.

Overweegt

1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

2. Tussen partijen staat vast dat [Verweerder], geboren op [Geboortedatum], sedert [Datum indiensttreding] bij [Verzoekster] in dienst is en laatstelijk de functie van magazijnmedewerker bekleedt tegen een salaris van € 2.020,00 bruto per maand exclusief vakantietoeslag.

3. [Verzoekster] legt aan haar verzoek tot ontbinding ten grondslag gewichtige redenen bestaande uit omstandigheden die een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW zouden hebben opgeleverd indien de arbeidsovereenkomst deswege onverwijld opgezegd zou zijn. Tevens bestaan de gewichtige redenen uit een verandering in de omstandigheden welke van dien aard zijn, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte termijn behoort te eindigen. [Verzoekster] voert hiertoe- in hoofdlijnen- het volgende aan:

Disfunctioneren

In 2002 is het zoontje van [Verweerder] overleden en is hij in verband met de verwerking van dit verlies zeer frequent en voor langere perioden ziek thuis gebleven. [Verzoekster] heeft [Verweerder] alle ruimte gegeven voor de verwerking en heeft begrip voor de mentale problemen waar [Verweerder] zich voor geplaatst ziet. Zo heeft [Verzoekster] invulling gegeven aan de wens van [Verweerder] om niet langer als chauffeur werkzaam te zijn, doch als magazijnmedewerker. Niettemin hebben er zich vanaf augustus 2003 een aantal gebeurtenissen plaatsgevonden die door [Verzoekster] niet getolereerd kunnen worden en waarop [Verweerder] indringend is aangesproken. Als voorbeeld worden genoemd.

-In augustus 2003 is [Verweerder] betrokken bij een ongeluk in Duitsland, waarbij een fikse commotie is ontstaan en een en ander bijna uit is gelopen op een handgemeen.

-In november 2003 heeft [Verweerder] kabels van een andere vrachtwagen afgehaald, zonder dat hij [Verzoekster] hierover heeft ingelicht.

-In januari 2004 is [Verweerder] erop aangesproken dat het laden van zijn ritten in vergelijking met die van zijn collega’s veel te lang duurt.

-In januari 2004 heeft [Verweerder] bij een contante afrekening € 100,00 te weinig afgedragen.

-In november 2006 is [Verweerder] zonder geldige reden niet op alle dagen aanwezig, daar waar hij op arbeidstherapeutische basis werkzaamheden diende te verrichten.

Ook in mei 2007 is [Verweerder] aangesproken op zijn functioneren. Hem wordt verweten dat hij te vaak niet op zijn werkplek aanwezig is, hij nalaat optimaal bij te dragen aan het werkproces en dat hij andere werknemers van het werk afhoudt. [Verweerder] heeft van [Verzoekster] meerdere kansen gekregen om zijn houding, gedrag en prestaties te verbeteren, maar heeft deze kansen niet benut.

Pesterijen jegens stagiair

Sedert september 2007 liep een stagiair stage met wie [Verweerder] diende samen te werken. Gebleken is dat de stagiair reeds vanaf de aanvang van zijn werkzaamheden ernstig is gepest, door onder meer [Verweerder] en twee andere werknemers. [Verweerder] is steeds de aanstichter van de pesterijen. Naast enige relatief kleine pesterijen, heeft een aantal zeer ernstige pesterijen plaatsgevonden. Als voorbeeld worden genoemd.

-Op 12 oktober 2007 is de stagiair gedwongen op een stoel te gaan zitten en is hij vervolgens vastgebonden met tape en omwikkeld met plastic folie. Daarna is hij in een gesloten trailer met laadklep geplaatst en is [Verweerder] bochtenmakend en steeds remmend met de trailer gaan rijden.

-Aan een stoelpoot is een draad bevestigd die weer verbonden is met een pallettruck. Toen de stagiair op de stoel plaatsnam, werd de pallettruck weggereden, waardoor de stagiair op de grond viel.

-De stagiair is met Tarro’s bekogeld, een groente met een harde schil.

Op 17 oktober 2007 is [Verweerder] door [Verzoekster] aangesproken op de pesterijen en is hij hangende het interne onderzoek geschorst. Ondanks dat [Verweerder] de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen voor de pesterijen, is de uitkomst van het onderzoek reden de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Dit is [Verweerder] bij schrijven van 23 oktober 2007 medegedeeld.

De betrokkenheid bij de pesterijen, in samenhang met het disfunctioneren, maakt dat in redelijkheid niet van [Verzoekster] gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te continueren.

4. [Verweerder] verzet zich tegen inwilliging van het verzoek, waartoe hij in hoofdlijnen aanvoert:

Disfunctioneren

[Verweerder] is van oordeel dat hij altijd goed heeft gefunctioneerd. De voorbeelden die [Verzoekster] heeft aangehaald zijn op de eerste plaats incidenten welke op zichzelf staan en [Verweerder] niet kunnen worden aangerekend. Zo is het ongeval in Duitsland veroorzaakt door roekeloos rijden van een motorrijder en was de motorrijder, die agressief werd, verantwoordelijk voor de ontstane commotie. [Verweerder] heeft na dit voorval direct contact opgenomen met zowel de politie als zijn leidinggevende.

De kabels die [Verweerder] van een andere vrachtwagen heeft afgehaald, behoorden tot de uitrusting van zijn vrachtwagen.

De wijze van laden kostte [Verweerder] inderdaad meer tijd, maar hier stond tegenover dat hij meerdere pallets tegelijk kon vervoeren.

Ten aanzien van de € 100,00 die [Verweerder] niet zou hebben afgedragen, legt hij uit dat de afrekening in bijzijn van een medewerkster is geteld en akkoord is bevonden. Eerst nadien is een verschil van € 100,00 ontdekt.

[Verweerder] erkent dat hij in de eerste week van zijn therapeutische werkzaamheden niet altijd aanwezig is geweest, doch stelt dat dit komt doordat de chef expeditie hem inroosterde zonder rekening te houden met de instructies van de bedrijfsarts.

Volgens [Verweerder] zijn deze vermeende incidenten niet deugdelijk onderbouwd en betwist hij hierop ooit indringend te zijn aangesproken. Na een uitleg van [Verweerder] behoorde een en ander zonder verdere consequenties tot het verleden. Tot aan deze procedure heeft [Verzoekster] nooit zwaar aan deze voorvallen getild en is het vermeende disfunctioneren nimmer in functioneringsgesprekken aan de orde geweest.

Pesterijen jegens stagiair

Ten aanzien van de pesterijen merkt [Verweerder] allereerst op dat ook twee andere werknemers hebben meegewerkt aan de vermeende pesterijen en bevreemdt het hem dat alleen hij met een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is geconfronteerd. Het is juist dat [Verweerder] de stagiair heeft rondgereden, terwijl hij omwikkeld was met folie. Volgens [Verweerder] was de stagiair niet aan de stoel vastgebonden.

Volgens [Verweerder] stroken de in het verzoekschrift opgenomen mondelinge verklaringen van de andere werknemers niet met hetgeen hem ten gehore is gekomen en sluit hij niet uit dat de werknemers uit angst om ook hun baan te verliezen conform de zienswijze van [Verzoekster] hebben verklaard.

Als al sprake is van een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, dient bij deze beoordeling ook rekening te worden gehouden met de uiterst nadelige gevolgen van een ontslag, nu zijn positie op de arbeidsmarkt geen sterke is, gezien zijn leeftijd, lage opleiding en medisch verleden. Verder is [Verweerder] van mening dat een vruchtbare samenwerking nog steeds tot de mogelijkheden behoort, redenen waarom ontbinding evenmin op haar plaats is.

Beoordeling

5. De kantonrechter laat het (vermeende) disfunctioneren van [Verweerder] buiten beschouwing bij de beoordeling van het ontbindingsverzoek. De kantonrechter is met [Verweerder] van oordeel dat de opgesomde incidenten thans niet het disfunctioneren van [Verweerder] kunnen aantonen. Dit geldt temeer nu [Verzoekster] heeft nagelaten ook maar enigszins aannemelijk te maken dat zij [Verweerder] hierover destijds ‘indringend’ heeft aangesproken en dat hij hiervoor gewaarschuwd is. Daarbij komt dat [Verweerder] ter zitting plausibele verklaringen over de incidenten heeft afgelegd, die [Verzoekster] verder onbesproken heeft gelaten. Evenmin is- althans niet uit enige documentatie- gebleken van de vele kansen die [Verweerder] van [Verzoekster] heeft gekregen om zijn functioneren te verbeteren. Dit geldt ook voor de mededeling van [Verzoekster] dat bij het interne onderzoek ‘meerdere zaken aan het licht zijn gekomen’.

Blijft over de beoordeling van de pesterijen. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van zodanige dringende reden moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband in aanmerking worden genomen.

De kantonrechter is allereerst van oordeel dat van een man als [Verweerder] (leeftijd en positie in het bedrijf) verwacht mag worden dat hij zich onthoudt van dergelijke pesterijen alsook dat hij de andere en met name jongere werknemers ervan weerhoudt dergelijke pesterijen uit te voeren. De pesterijen kunnen dan ook niet door de beugel, ongeacht of [Verweerder] als aanstichter is aan te merken of als betrokkene. [Verweerder] heeft dit ter zitting ook erkend.

De vraag is vervolgens of de pesterijen een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. [Verweerder] heeft weliswaar zijn (directe) betrokkenheid bij een aantal pesterijen erkend, maar hij begrijpt dat wat hij heeft gedaan niet door de beugel kan. Hij begrijpt ook dat, indien de arbeidsovereenkomst niet wordt ontbonden, hij zich niet kan veroorloven zich nog eens aan dergelijke pesterijen of enige andere misdragingen schuldig te maken. De kantonrechter laat ook meewegen dat de werkgever geen maatregelen tegen de andere werknemers heeft genomen, althans hiervan is niet gebleken, en dat [Verweerder] niet in de gelegenheid is gesteld om zijn houding dan wel gedrag te veranderen. Hij is immers vanaf 17 oktober 2007 (datum schorsing) niet meer toegelaten tot het werk.

Ook [Verweerder]s persoonlijke omstandigheden, zoals zijn medisch verleden en de lage opleiding, mede in aanmerking nemende de duur van het dienstverband en de wijze waarop deze is vervuld, leiden naar het oordeel van de kantonrechter tot de conclusie dat in casu geen sprake is van een dermate ernstige reden dat e en ontbinding van de arbeidsovereenkomst is gerechtvaardigd.

Ook de subsidiair aan het verzoek ten grondslag gelegde verandering in de omstandigheden kan niet leiden tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Begrijpelijk is dat het vertrouwen in [Verweerder] enigermate is geschaad. Gegeven de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden verdient [Verweerder] evenwel een tweede kans. Aan de kantonrechter is voldoende gebleken dat de pesterijen moeten worden beschouwd als, weliswaar ernstige, doch eenmalige incidenten.

Het verzoek behoort mitsdien te worden afgewezen met veroordeling van [Verzoekster] als de in het ongelijk gesteld partij in de proceskosten.

Beschikt:

Wijst het verzoek af;

Veroordeelt [Verzoekster] in de aan de zijde van [Verweerder] gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 400,00 salaris gemachtigde.

Aldus gewezen door mr. J.M.A.F. Coenegracht, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

lja