Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BC8203

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
16-01-2008
Datum publicatie
01-04-2008
Zaaknummer
109222 / HA ZA 06-271 - tussenvonnis
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Battle of forms; Geschil omtrent de toepasselijkheid van een arbitragebeding in Nederlandse algemene voorwaarden; Vraag of Nederlandse dan wel Belgische voorwaarden van toepassing zijn in geval van conflicterende rechtskeuzes in die voorwaarden beantwoorden aan de hand van het volgens de objectieve verwijzingsregel op de overeenkomst toepasselijk recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak : 16 januari 2008

Zaaknummer : 109222 / HA ZA 06-271

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen

inzake

de naamloze vennootschap EDIBO N.V.,

gevestigd te Lommel (België),

eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

procureur mr. R.H.J.G. Borger;

tegen:

[Naam B.V.],

gevestigd te Schinnen,

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,

procureur mr. I.E.H.E. Gerards.

1. Het verloop van de procedure

Eiseres in de hoofdzaak, [Naam eiseres], heeft gedaagde in de hoofdzaak, [Naam gedaagde ], gedagvaard voor deze rechtbank en gesteld en gevorderd als in die dagvaarding vermeld. Bij die dagvaarding zijn producties overgelegd. [Gedaagde] heeft daarna, onder het overleggen van producties, een incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring genomen. Vervolgens heeft [Eiseres] in het incident een conclusie van antwoord genomen, eveneens onder overlegging van producties.

Ten slotte heeft de rechtbank in het incident vonnis bepaald op het rechtbankdossier. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. De vordering

In de hoofdzaak

2.1 [Eiseres] heeft op de in de dagvaarding genoemde gronden gevorderd [Gedaagde] bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan [Eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van

€ 39.496,07, te vermeerderen met de wettelijke rente over de factuurbedragen, vanaf de vervaldatum van deze facturen tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [Gedaagde] in de kosten van deze procedure.

In het incident

2.2 [Gedaagde] stelt zich - samengevat en voor zover thans van belang - op het standpunt dat tussen partijen op 31 augustus 2004 een overeenkomst van aanneming (productie 1 bij de incidentele conclusie) tot stand is gekomen waarin is bepaald dat de Uniforme Administratieve Voorwaarden (hierna: UAV) van toepassing zijn. In die voorwaarden is in paragraaf 49 (met name onder 1. en 2.) opgenomen dat geschillen tussen aannemer (in dit geval [Eiseres]) en opdrachtgever (in dit geval [Gedaagde]) door arbitrage dienen te worden beslecht.

2.3 [Gedaagde] heeft op grond van het voorgaande thans bij incidentele conclusie gevorderd dat de rechtbank zich bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, onbevoegd zal verklaren om over de hoofdzaak te oordelen, met veroordeling van [Eiseres] in de kosten van het incident.

2.4 [Eiseres] heeft de incidentele vordering weersproken door zich - kort samengevat - op het volgende standpunt te stellen. Bij brief van 11 augustus 2004 (productie 1 bij de incidentele conclusie) heeft [Eiseres] overeenkomstig haar “algemene verkoopsvoorwaarden” en bijzondere aannemingsvoorwaarden een offerte (040804 goes09) uitgebracht aan [Gedaagde]. Naar aanleiding van deze offerte komt op 31 augustus 2004 voornoemde overeenkomst tussen partijen tot stand. In die overeenkomst is bepaald dat “de uitvoering van het werk zal geschieden volgens de hierna genoemde stukken en gegevens: (…)

e. de hierbij behorende offerte goes09, d.d. 04.08.2004, van [Eiseres] N.V., Maatheide 1302, B – 3920Lommel, België, m.u.v. het gestelde onder punt 0. Algemeen, ter bepaling van de definitieve aanneemprijs.”. Dit impliceert dat de op de offerte van toepassing verklaarde voorwaarden door [Gedaagde] zijn geaccepteerd. [Gedaagde] heeft (de toepasselijkheid van) deze voorwaarden ook nimmer betwist. Dat later in de tekst van diezelfde overeenkomst van 31 augustus 2004 de UAV van toepassing verklaard zijn doet hier niet aan af omdat die UAV niet inhoudelijk zijn besproken en evenmin aan de overeenkomst van 31 augustus 2004 zijn gehecht.

3. De beoordeling

In het incident

3.1 De door [Eiseres] van toepassing geachte voorwaarden bevatten een keuze voor het Belgische recht. De door [Gedaagde] van toepassing geachte voorwaarden bevatten (voor zover de rechtbank bekend) onder paragraaf 2, sub 3 een keuze voor het Nederlandse recht en voor geschillenbeslechting middels arbitrage (paragraaf 49).

3.2.1 Partijen verschillen thans ten eerste van mening over het antwoord op de vraag welke algemene voorwaarden op de tussen hen gesloten overeenkomst van aanneming van toepassing zijn. Deze vraag dient te worden beantwoord aan de hand van het op de overeenkomst van toepassing zijnde recht. Partijen verwijzen zoals gezegd naar hun eigen algemene voorwaarden met daarin rechtskeuzes voor hun eigen nationale recht.

3.2.2 Bij conflicterende rechtskeuzes dient het toepasselijke recht aan de hand van artikel 4, tweede lid van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst van 19 juni 1980 (hierna: EVO) te worden bepaald. Nu de aannemer in deze als kenmerkende prestant dient te worden aangemerkt, dient de vraag welke algemene voorwaarden van toepassing zijn aan de hand van het recht van de vestigingsplaats van de aannemer, derhalve in casu het Belgische recht (waaronder het Belgische internationale privaatrecht), te worden beantwoord.

3.2.3 Nu [Eiseres] onder andere gevorderd heeft [Gedaagde] te veroordelen tot het betalen van buitengerechtelijke kosten naar Nederlands recht, zou kunnen worden afgeleid dat [Eiseres] thans eveneens uitgaat van de toepasselijkheid van het Nederlandse recht op de overeenkomst van aanneming. Voor het geval dat dit inderdaad zo is, zal de rechtbank alvast haar oordeel geven over deze problematiek aan de hand van het Nederlandse recht.

3.2.4 Het Nederlandse recht bepaalt in artikel 6:225, derde lid van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) dat wanneer aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden verwijzen, aan de tweede verwijzing geen werking toekomt waanneer daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de in de eerste verwijzing aangegeven algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen. Naar Nederlands recht komt de rechtbank dus tot het oordeel dat de voorwaarden van [Eiseres] niet uitdrukkelijk van de hand zijn gewezen in de overeenkomst van 31 augustus 2004, zodat de voorwaarden van [Eiseres] van toepassing zijn (gebleven). Het buiten toepassing blijven van de UAV van [Gedaagde] brengt verder met zich mee het buiten toepassing blijven van het in die voorwaarden opgenomen arbitragebeding. Dat betekent dat deze rechtbank op grond van artikel 2, eerste lid van de EG-Verordening nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Verordening) bevoegd is om van de vordering van [Eiseres] kennis te nemen.

3.3 Gelet op het voorgaande zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte ten eerste uit te laten over het volgens hen van toepassing zijnde recht op de tussen partijen gesloten overeenkomst van aanneming. Daarnaast zal de rechtbank partijen reeds nu, voor het geval partijen hun tegenstrijdige rechtskeuzes handhaven, in de gelegenheid stellen bij akte aan te geven welke bepalingen van het Belgische recht (waaronder het Belgische internationale privaatrecht) zij relevant achten voor de beoordeling van de vraag welke algemene voorwaarden in het onderhavige geval van toepassing zijn, en tot welk resultaat toepassing van deze artikelen leidt.

In de hoofdzaak

3.4 De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

4. De beslissing

De rechtbank:

In het incident

verwijst de zaak naar de rol van 13 februari 2008 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten omtrent:

1. het volgens hen van toepassing zijnde recht op de tussen partijen gesloten overeenkomst van aanneming

en

2. (voor het geval partijen hun tegenstrijdige rechtskeuzes handhaven,) de volgens hen relevante bepalingen

van het Belgische recht (waaronder het Belgische internationale privaatrecht) voor de beoordeling van de

vraag welke algemene voorwaarden in het onderhavige geval van toepassing zijn en tot welk resultaat

toepassing van deze artikelen leidt;

houdt iedere verdere beslissing aan;

In de hoofdzaak

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

P