Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BC7493

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
19-03-2008
Datum publicatie
25-03-2008
Zaaknummer
275654 CV EXPL 07-3505
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toepasselijkheid algemene voorwaarden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Sittard-Geleen

Vonnis d.d. 19 maart 2008

Zaak/rolno.: 275654 CV EXPL 07-3505

De kantonrechter, rechtdoende inzake:

[eiser],

wonende [adres],

eiser,

gemachtigde , M.M.J. Haenen, gerechtsdeurwaarder,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Vlitrad B.V.,

gevestigd [te] Sittard,

gedaagde,

gemachtigde, mr. J.G.M. Daemen, advocaat.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE:

Door partijen zijn achtereenvolgens de navolgende stukken gewisseld c.q. proceshandelingen verricht:

- exploot van dagvaarding d.d.14 november 2007, alsmede producties,

- conclusie van antwoord,

- conclusie van repliek, alsmede akte van vermeerdering van eis en producties,

- conclusie van dupliek.

De inhoud van de hiervoor genoemde stukken geldt als hier ingelast.

Hierna is de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

DE BEOORDELING VAN HET GESCHIL:

Eiser vordert – kort weergegeven - bij dagvaarding d.d. 14 november 2007 veroordeling van gedaagde tot betaling aan hem van € 964,11 in hoofdsom wegens geleverde zaken (5 facturen in de periode 2005 tot en met 19 januari 2006), alsmede € 144,61 wegens buitengerechtelijke kosten conform Metaalunievoorwaarden, alsmede rente conform de Metaalunievoorwaarden vanaf de vervaldata der onderscheiden facturen, zijnde dit veertien dagen na verzending daarvan, zijnde dit 9 juli 2005, 17 november 2005, 5 december 2005, 12 december 2005 en 2 februari 2006, althans vanaf de dag van ingebreke zijn, zijnde dit 2 februari 2007.

Bij repliek d.d. 9 januari 2008 vermeerdert eiser zijn vordering en vordert primair de daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke kosten ad. € 1.174,18.

Verder vordert eiser primair de bedongen rente van 10% per jaar conform de Metaalunievoorwaarden en subsidiair de wettelijke rente vanaf de vervaldata der onderscheiden facturen, zijnde dit 14 dagen na verzending daarvan, althans vanaf 2 februari 2007 (de dag van ingebreke zijn).

Bij antwoord d.d. 5 december 2007 betwist gedaagde de vordering. Zij stelt - zakelijk weergegeven - dat het haar vreemd voorkomt dat facturen in plaats van afleverbonnen ondertekend worden en stelt dat de handtekeningen onbekend voorkomen. Gedaagde stelt dat zij herhaalde malen, schriftelijk en telefonisch om afgifte van de originele afleverbonnen gevraagd heeft en dat deze zelfs bij de dagvaarding niet bijgevoegd zijn.

Gedaagde betwist ook de toepasselijkheid van de Metaalunievoorwaarden en de gevorderde buitengerechtelijke kosten.

Bij repliek heeft eiser de namen van de ondertekenaars genoemd en eiser overlegt kopieën van de faxberichten waarbij de opdracht door gedaagde aan eiseres werd gegeven. Eiseres geeft nog aan dat op alle facturen naar de toepasselijke Metaalunievoorwaarden verwezen wordt en dat tussen partijen ook bij eerdere opdrachten/facturen steeds naar deze voorwaarden verwezen is. Bovendien zou gedaagde zelf nagenoeg dezelfde voorwaarden gebruiken.

Verder geeft eiser aan dat in verband met de behandeling van een faillissementsverzoek overeengekomen is dat gedaagde het verschuldigde bedrag in een depot zal storten totdat over de vordering is beslist. Eiser vordert thans de feitelijk gemaakte buitengerechtelijke kosten ad € 1.174,18 en legt een overzicht van de werkzaamheden over.

Bij dupliek d.d. 20 februari 2008 stelt gedaagde dat zij van meet af aan om een dergelijk bewijs (in casu opdracht van gedaagde zelf) heeft gevraagd, maar dat daar nimmer aan is voldaan. Gedaagde stelt dat zij op 18 februari 2008 € 964,14 op de derdenrekening van de advocaat van eiser heeft gedeponeerd.

Volgens gedaagde heeft eiseres op inadequate wijze gefactureerd. Gedaagde blijft de toepasselijkheid van de voorwaarden betwisten. Gedaagde verzet zich tegen de vermeerdering van eis en stelt dat € 1.174,18 wegens buitengerechtelijke kosten in geen enkele verhouding tot de hoofdsom van € 964,11 staat.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

De wijziging van eis wordt toegestaan, nu de kantonrechter van oordeel is dat gedaagde daardoor niet in zijn verweer is geschaad.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft eiser – gelet op de overgelegde stukken - zijn vordering in hoofdsom ruimschoots voldoende gespecificeerd en onderbouwd. Gedaagde betwist de nader onderbouwde hoofdsom thans niet meer.

De vordering in hoofdsom ad. € 964,11 zal als niet weersproken worden toegewezen, te vermeerderen met de bedongen rente conform de Metaalunievoorwaarden vanaf 2 februari 2007( gelet op de ingebrekesteling van 29 januari 2007). De kantonrechter is van oordeel dat de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn tussen partijen. Op de facturen wordt verwezen naar deze voorwaarden en vast staat dat partijen, die beiden handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, al langere tijd soortgelijke overeenkomsten met elkaar hebben gesloten c.q. zaken met elkaar gedaan hebben. Gedaagde had een redelijke mogelijkheid kennis te nemen van deze voorwaarden. Opvallend is dat gedaagde niet betwist dat zij zelf nagenoeg dezelfde voorwaarden gebruikt.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen als redelijk en in redelijkheid gemaakt worden toegewezen tot het bij dagvaarding gevorderde bedrag van € 144,61 conform de Metaalunievoorwaarden.

De twee door eiser overgelegde sommatiebrieven zijn slechts pure sommatiebrieven aan een debiteur die om specificatie vraagt, maar deze niet krijgt. Pas bij dagvaarding en vervolgens bij repliek worden nadere stukken ter onderbouwing overgelegd. Anderzijds lijkt het dat gedaagde niet helemaal vrij is van betalingsonwil dan wel dat gedaagdes eigen administratie ontoereikend is. Pas als zij geconfronteerd wordt met haar eigen opdrachten erkent zij de vordering in hoofdsom.

Het meer of anders gevorderde wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen. Nader concreet en relevant (tegen)bewijs hebben partijen niet aangeboden.

De kantonrechter acht termen aanwezig gedaagde te veroordelen in de proceskosten aan de zijde van eiser als hierna bepaald.

De kantonrechter begrijpt en verstaat dat na doorstorting van het beweerdelijk betaald bedrag ad. € 964,11 van de rekening van de advocaat van eiser naar eiser zelf de vordering voor dat deel voldaan zal zijn.

DE BESLISSING:

Veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 1.108,72 aan eiser te betalen, vermeerderd met de rente conform de Metaalunievoorwaarden over € 964,11 vanaf 2 februari 2007 tot de dag der voldoening.

Veroordeelt gedaagde in de proceskosten aan de zijde van eiser gevallen en tot op heden begroot op € 421,85, waaronder begrepen een bedrag van € 200, - voor salaris gemachtigde van eiser.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het anders of meer gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. Verjans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.