Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BC6633

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
05-03-2008
Datum publicatie
13-03-2008
Zaaknummer
258514 CV EXPL 07-3517
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil werkgever en werknemer over aard en strekking van een door de werkgever afgesloten collectieve verzekering. Verzekerden zijn de bij de werkgever in dienst zijnde werknemers. Verzekering ziet uitsluitend op een vergoeding bij overlijden en blijvende invaliditeit ten gevolge van een ongeval. De kantonrechter is met werknemer van oordeel dat de werkgever ten behoeve van haar werknemers een collectieve ongevallenverzekering bij Interpolis heeft afgesloten, zodat het door Interpolis uitgekeerde bedrag toekomt aan werknemer. De kantonrechter deelt het standpunt van werkgever niet dat de verzekering gezien moet worden als een verzuimverzekering, omdat uit het verzekeringsbewijs en de voorwaarden niet blijkt dat werkgever zich heeft verzekerd tegen financiële verzuimrisico’s.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0180

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Heerlen

Zaak/rolnr.: 258514 CV EXPL 07-3517

Typ.: CJ

Coll.:

Vonnis van de kantonrechter d.d. 5 maart 2008

inzake

[eiser]

wonende [adres]

toevoeging [X] d.d. 26 juli 2007, eigen bijdrage € 92,00

gemachtigde mr. A.F.G. Pennino te Kerkrade

eiser,

tegen

de besloten vennootschap Linisol Isolatie B.V.

gevestigd en kantoorhoudende Mauritsstraat 11

6361 AV Nuth

gemachtigde mr. M.G.M. Reinaerts te Kerkrade

gedaagde.

1. Het verdere verloop van de procedure

De bij het tussenvonnis van 14 november 2007 gelaste comparitie van partijen heeft op 3 december 2007 plaatsgevonden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.

Linisol heeft vervolgens ter zitting van 9 januari 2008 een akte genomen.

Daarop heeft [eiser] ter zitting van 6 februari 2008 een antwoordakte genomen.

De inhoud van voormelde stukken geldt als hier ingevoegd.

De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen onder meer het volgende vast:

[eiser] is per 8 juli 1996 bij Linisol in dienst getreden. Deze arbeidsovereenkomst is na de verkregen ontslagvergunning door Linisol per 1 november 2003 opgezegd.

[eiser] is op 8 maart 2001 betrokken geraakt bij een verkeersongeval tengevolge waarvan hij letsel heeft opgelopen en arbeidsongeschikt raakte. Interpolis heeft in verband met blijvende invaliditeit van [eiser], uit hoofde van de collectieve ongevallenverzekering, een bedrag ad

€ 35.976,87 aan Linisol betaald.

2.2 [eiser] vordert veroordeling van Linisol tot betaling van de door Interpolis gedane uitkering c.q. betaling van € 35.976,87 netto te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2005, althans 9 juni 2005, althans de dag van dagvaarding, alsmede Linisol te veroordelen tot betaling van € 1.561,88 aan buitengerechtelijke incassokosten.

2.3 Linisol heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop, voor zover nodig, zal worden ingegaan.

3. De verdere beoordeling

3.1 Nu partijen verdeeld zijn over de aard van de door Linisol afgesloten verzekeringsovereenkomst dient beoordeeld te worden of Linisol een collectieve ongevallenverzekering heeft afgesloten ten behoeve van haar werknemers of een verzuimverzekering ten behoeve van haarzelf. Daarmee hangt samen de vraag, waarover partijen eveneens verdeeld zijn, aan wie de door Interpolis gedane uitkering / betaling toekomt.

3.2 [eiser] stelt zich op het standpunt dat Linisol ten behoeve van haar werknemers een collectieve ongevallenverzekering bij Interpolis heeft afgesloten. Linisol heeft deze collectieve ongevallenverzekering aangeboden als secundaire arbeidsvoorwaarde. De aard en strekking van de collectieve ongevallenverzekering is dat bij overlijden of bij blijvende invaliditeit ten gunste van de werknemer(s) door de verzekeraar een uitkering wordt gedaan. Bij blijvende invaliditeit is de hoogte van de uitkering afhankelijk van de mate van blijvende invaliditeit van de betrokken, door een ongeval getroffen, werknemer. [eiser] voert verder aan dat de ongevallenverzekering moet worden aangemerkt als een sommenverzekering.

3.3 Linisol stelt echter dat het de bedoeling is geweest om door middel van de voorliggende polis het ziekteverzuim te verzekeren, althans de kosten die veroorzaakt worden door de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. Zij stelt dan ook dat de aangeduide collectieve ongevallenverzekering gezien moet worden als een verzuimverzekering.

3.4 Bij de beantwoording van de vraag wat de aard en strekking van de door Linisol afgesloten verzekeringsovereenkomst is, is van belang wat er in het verzekeringsbewijs en de daarop van toepassing zijnde voorwaarden ongevallenverzekering collectief staat vermeld.

3.5 Artikel 1 van de van toepassing zijnde voorwaarden definieert wat in de onderhavige polis verstaan moet worden onder:

u/uw

(van) de op het verzekeringsbewijs genoemde (rechts)persoon, bedrijf, school, vereniging en stichting etc. die deze verzekeringsovereenkomst heeft gesloten.

verzekerde

degene voor wie de verzekering geldt en die als zodanig behoort tot de kring van verzekerden zoals vermeld op het verzekeringsbewijs. Mogelijke verzekerden zijn: a werknemer…….

werknemer

een werknemer waarmee u een arbeidsovereenkomst bent aangegaan naar burgerlijk recht…..

3.6 Uit het overgelegde verzekeringsbewijs blijkt allereerst dat werkgever Linisol terzake optreedt als verzekeringsnemer en de verzekeringspremies voldoet. Verzekerden zijn de 39 werknemers in dienst van Linisol.

3.7 Hieruit volgt dat, nu op het verzekeringsbewijs staat vermeld dat de bij Linisol in dienst zijnde werknemers de verzekerden zijn, de door Linisol afgesloten verzekering geldt voor haar werknemers. Linisol heeft dus ten behoeve van haar werknemers deze verzekering afgesloten bij Interpolis.

3.8 De kantonrechter is, gelet op het vooroverwogene, met [eiser] van oordeel dat Linisol ten behoeve van haar werknemers een collectieve ongevallenverzekering bij Interpolis heeft afgesloten. De kantonrechter deelt het standpunt van Linisol niet dat de aangeduide collectieve ongevallenverzekering gezien moet worden als een verzuimverzekering. In artikel 5 van de op het verzekeringsbewijs van toepassing zijnde voorwaarden staat vermeld wat de onderhavige verzekering verzekert. Daarin is bepaald dat de collectieve ongevallenverzekering voorziet in een uitkering in de rubrieken A en B. De ongevallenverzekering geeft een uitkering wanneer de verzekerde overlijdt of blijvend invalide wordt als gevolg van een ongeval. Uit het overgelegde verzekeringsbewijs en de voorwaarden blijkt nergens dat Linisol zich door het afsluiten van deze verzekering heeft verzekerd tegen de financiële verzuimrisico’s. Nergens staat vermeld dat de verzekering een vergoeding inhoudt voor het loon dat Linisol verplicht is door te betalen aan de zieke werknemer gedurende de eerste 104 weken. De verzekering ziet uitsluitend op een vergoeding bij overlijden en blijvende invaliditeit ten gevolge van een ongeval.

3.9 Linisol heeft in dit verband gesteld dat er sprake is van een a-typische polis nu de verzekering – in haar visie - strekt tot dekking van de financiële gevolgen van verzuimrisico’s. Nog afgezien van het feit dat in de polis van dit verzuimrisico als verzekerd belang met geen woord melding wordt gemaakt, zou dit standpunt erop neerkomen dat de dekking van het verzuimrisico afhankelijk zou zijn c.q. bepaald zou worden door de (mate van) invaliditeit van een individuele werknemer, zoals in casu [eiser]. Een volstrekt onhoudbaar standpunt derhalve.

3.10 Bovendien heeft de kantonrechter Linisol ter comparitie in de gelegenheid gesteld zorg te dragen voor een verklaring van de assuradeur, waarin deze een toelichting geeft op de aard en de strekking van de onderhavige verzekering. Linisol heeft aan Interpolis vragen voorgelegd, maar nagelaten te vragen naar de aard en strekking van de onderhavige polis, waar het nu juist om draaide. Linisol is dus niet in haar bewijs geslaagd.

3.11 Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of de collectieve ongevallenverzekering moet worden aangemerkt als een sommenverzekering of als een schadeverzekering. Ter beantwoording van deze vraag moet worden bezien of deze verzekering strekt tot vergoeding van vermogensschade of dat het onverschillig is of en in hoeverre met een uitkering schade wordt vergoed.

3.12 Op het verzekeringsbewijs staat vermeld:

Verzekerde uitkeringen:

1,00 maal het jaarsalaris bij overlijden uit te keren aan verzekeringnemer

2,00 maal het jaarsalaris bij blijvende invaliditeit uit te keren aan verzekeringnemer

3.13 Uit dit overgelegde verzekeringsbewijs blijkt dus dat er sprake is van een verzekering waarbij de uit te keren vergoeding reeds bij de overeenkomst is vastgelegd, ongeacht of het bedrag door op geld waardeerbare schade wordt gerechtvaardigd. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de ongevallenverzekering moet worden aangemerkt als een sommenverzekering.

3.14 Tot slot rijst de vraag aan wie de door Interpolis uitgekeerde vergoeding toekomt. [eiser] is van oordeel dat de vergoeding ten goede van de werknemer dient te komen. Hij stelt dat Linisol de collectieve ongevallenverzekering ten behoeve van haar werknemers heeft afgesloten en dat de uitkering / betaling aan de verzekerde / werknemer toekomt. Hij voert verder aan dat het in strijd met het goed werkgeverschap is wanneer werkgever zijn werknemers een collectieve ongevallenpolis-dekking aanbiedt c.q. een dergelijke verzekeringsovereenkomst afsluit – onder de voor de werknemers geruststellende verwachting dat er bij een ongeval met letsel een uitkering tegemoet kan worden gezien – terwijl deze op het moment van de daadwerkelijke uitkering zelf de uitkering opstrijkt.

3.15 Linisol stelt zich echter op het standpunt dat zij als begunstigde recht heeft op de door Interpolis gedane uitkering en niet gehouden is tot doorbetaling van het bedrag aan [eiser]. Linisol verwijst daarbij naar de brief d.d. 11 april 2005 van Interpolis, gericht aan [eiser], overgelegd als productie 4 bij dagvaarding, waarin staat:

Op grond van de verzekeringsovereenkomst is uw werkgever de begunstigde. Dit betekent dat Interpolis verplicht is de uitkering aan Linisol over te maken.

Verder verwijst Linisol ter onderbouwing van haar standpunt naar artikel 8 van de voorwaarden, waarin de begunstiging is geregeld:

Alle uitkeringen doen wij aan u, tenzij dit op het verzekeringsbewijs anders is bepaald.

3.16 De kantonrechter is van oordeel dat de door Interpolis uitgekeerde vergoeding aan [eiser] toekomt en baseert dit op het navolgende.

3.17 Interpolis heeft op 11 april 2005 een brief gestuurd naar [eiser], overgelegd als productie 4 bij dagvaarding. De brief is aan [eiser] persoonlijk gericht, hetgeen betekent dat met de woorden “u” en “uw” [eiser] wordt bedoeld. In deze brief staat duidelijk vermeld dat aan [eiser] een uitkering toekomt. De kantonrechter citeert hierbij de passages waaruit dit blijkt:

De uitkering bedraagt:

61% x € 50.379,14 = € 30.731,28

Overeenkomstig de verzekeringsvoorwaarden heeft u ook recht op wettelijke rente…..

Uw uitkering tengevolge van de wettelijke rente bedraagt

510 / 365 x 7% wettelijke rente x € 30.731,28 = € 3005,71

In totaal heeft u recht op € 5.245,59 aan wettelijke rente.

3.18 Verder is hierbij van belang dat de kantonrechter onder 3.7 en 3.8 heeft geoordeeld dat Linisol de ongevallenverzekering ten behoeve van haar werknemers heeft afgesloten. In de verzekering staat immers duidelijk vermeld dat de verzekering geldt voor de werknemers, zodat de uitkering aan [eiser] toekomt.

3.19 Linisol stelt zich op het standpunt dat de uitkering haar toekomt omdat in bovenvermelde brief staat vermeld:

Op grond van de verzekeringsovereenkomst is uw werkgever de begunstigde. Dit betekent dat ik verplicht ben de uitkering aan Linisol Isolatie bv. over te maken.

Dat Linisol als begunstigde is aangewezen aan wie uitkering wordt overgemaakt, wil nog niet zeggen dat Linisol die uitkering ook toekomt. Nu Linisol ten behoeve van haar werknemers een ongevallenverzekering heeft afgesloten, is zij naar het oordeel van de kantonrechter gehouden de door Interpolis uitgekeerde vergoeding ad € 35.976,87 aan [eiser] te betalen.

3.20 [eiser] stelt voldoende incassowerkzaamheden te hebben verricht en volstaat met een opsomming aan werkzaamheden. De kantonrechter is van oordeel dat door het enkel opsommen en het niet overleggen van de brieven onduidelijk is wat de inhoud van deze brieven is, zodat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

3.21 Hetgeen Linisol overigens verder nog heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.

3.22 Linisol zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

4. De uitspraak

De kantonrechter:

veroordeelt Linisol om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen de somma van

€ 35.976,87 netto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2005 tot de dag der voldoening;

veroordeelt Linisol in de aan de zijde van [eiser] gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 1.683,31, waarvan te betalen:

- aan [eiser]:

€ 49,75 wegens door deze betaalde gedeelte van het vast recht;

- aan de griffier van de gerechten in de Rechtbank Maastricht een bedrag van € 1.633,56

- die dit bedrag op de voet van art. 243 Rv zal verrekenen als volgt:

1. € 84,31 wegens kosten dagvaarding

2. € 149,25 wegens in debet gesteld vast recht

3. € 1.400,00 wegens salaris gemachtigde

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. J.M.A.F. Coenegracht, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.

Zaak/rolnr.: 258514 CV EXPL 07-3517

vonnis