Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BC6575

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
03-03-2008
Datum publicatie
13-03-2008
Zaaknummer
281880 EJ VERZ 08-359
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Situationele arbeidsongeschiktheid als gevolg van spanningen op de werkvloer. Mislukte mediationpogingen wegens ontbreken daadwerkelijke wil tot reintegratie aan de zijde van werkgever. Toekenning hogere vergoeding dan aangeboden wegens geheel onterecht gemaakte verwijten (pour la besoin de la cause) van disfunctioneren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0181

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Sittard-Geleen

zaaknr: 281880 EJ VERZ 08-359

typ: FL

coll:

beschikking van de kantonrechter d.d. 3 maart 2008

inzake:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Q-Solutions B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

verzoekster, hierna verder ook te noemen: Q-Solutions,

gemachtigde: mr. A.L.W.G. Houtakkers te Maastricht,

tegen

[verweerster],

wonende te 6216 VM Maastricht aan de Tichelstraat 51,

verweerster, hierna verder ook te noemen: [verweerster],

gemachtigde: mw. mr. M.J.E. Spee te Schinnen.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE:

Op 14 februari 2008 heeft Q-Solutions een verzoekschrift met bijlagen ingediend.

De datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling zijn door de kantonrechter vervolgens bepaald op 3 maart 2008 te 09.45 uur.

[verweerster] heeft op 28 februari 2008 een verweerschrift met bijlagen ingediend.

Q-Solutions heeft op 29 februari 2008 en op 3 maart 2008 per fax nog een aantal producties ingediend.

[verweerster] heeft op 29 februari 2008 per fax nog een aantal producties ingediend.

Op de op 3 maart 2008 gehouden mondelinge behandeling zijn verschenen:

namens Q-Solutions, haar directeur de heer [X] en haar gemachtigde

mr. A.L.W.G. Houtakkers alsmede [verweerster] en haar gemachtigde mw. mr. M.J.E. Spee.

Beide partijen hebben over en weer haar standpunten door haar gemachtigden nader laten toelichten, de gemachtigde van Q-Solutions mede aan de hand van een overgelegde pleitnota. Q-Solutions heeft nog drie producties overgelegd.

De uitspraak van de beschikking is hierna bepaald op heden.

HET VERZOEK:

Q-Solutions verzoekt de tussen partij¬en be¬staande arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens gewichtige redenen, bestaande uit een zodanige verandering in de omstandig¬heden dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of op korte termijn dient te eindigen.

Q-Solutions biedt aan om bij te dragen in de kosten van reïntegratie krachtens Spoor 2 tot een bedrag van € 6.000,00. Q-Solutions stelt daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende. [verweerster], thans 45 jaar, is op 6 januari 2003 in dienst getreden bij Q-Solutions in de functie van ontwerpster. Vanaf 6 januari 2003 werkte [verweerster] 19 uur per week, met ingang van

1 november 2003 27 uur per week, vanaf 1 januari 2005 30 uur per week en vanaf 1 januari 2007 weer 27 uur per week. Het loon van [verweerster] is steeds krachtens de geldende CAO betaald, zij het dat [verweerster] nog een nabetaling dient te ontvangen ter zake de CAO-verhoging vanaf januari 2007. Haar laatstgenoten loon bedraagt € 1.778,40 bruto per maand exclusief vakantiebijslag. [verweerster] hield zich op de ontwerpafdeling voornamelijk bezig met het technisch uitvoerend werk van de ontwerpen. Zij legde verantwoording af aan de directeur van Q-Solutions, de heer [X]. [verweerster] heeft steeds naar tevredenheid gefunctioneerd en de samenwerking met de directeur verliep ook steeds goed. Op 14 december 2006 heeft [verweerster] zich ziek gemeld wegens psychische klachten. Vrijwel meteen na de ziekmelding heeft Q-Solutions het reïntegratiebureau CapAbality van zorgverzekeraar VGZ ingeschakeld. Dat bureau heeft op 18 januari 2007 geprobeerd in contact te komen met [verweerster], maar dat lukte niet. Daarna werd op 5 februari 2007 telefonisch contact opgenomen met [verweerster] om afspraken te maken over de reïntegratie, maar [verweerster] is daar niet op ingegaan. Op 15 maart 2007 is [verweerster] op het spreekuur van de arbo-arts verschenen. De arbo-arts constateerde dat sprake was van een arbeidsconflict en adviseerde dat conflict middels mediation op te lossen. Voorts gaf de arbo-arts aan dat een beëindiging van het dienstverband moest worden overwogen. Het reïntegratiebureau heeft hierna weer geprobeerd om met [verweerster] in contact te komen, maar dat lukte weer niet. Per 29 maart 2007 werd [verweerster] door de arbo-arts arbeidsgeschikt bevonden. [verweerster] heeft hierna op

14 mei 2007 een deskundigenoordeel aan het UWV verzocht en de verzekeringsarts van het UWV heeft [verweerster] vervolgens geoordeeld dat [verweerster] arbeidsongeschikt was voor haar eigen werk. Op 29 mei 2007 heeft het eerste gesprek met de mediator plaatsgevonden. Tijdens dat gesprek werd ook gesproken over een mogelijke beëindiging van het dienstverband. [verweerster] gaf daarbij te kennen niet over beëindiging te willen spreken. Op

20 juni 2007 heeft [verweerster] opnieuw het spreekuur van de arbo-arts bezocht. De arbo-arts adviseerde adviseerde wederom mediation omdat het arbeidsconflict moest worden opgelost. Op 22 juni 2007 heeft weer een gesprek met de mediator plaatsgevonden, maar dat gesprek is door [verweerster] afgebroken. De arbo-arts heeft vervolgens andermaal mediation geadviseerd maar dat advies heeft [verweerster] naast zich neergelegd. Vervolgens werd [verweerster] met ingang van 20 augustus 2007 arbeidsgeschikt bevonden. [verweerster] heeft daarop weer een deskundigenoordeel aan het UWV gevraagd en het UWV heeft [verweerster] arbeidsongeschikt bevonden. Q-Solutions heeft hierna geprobeerd om met [verweerster] tot een gesprek te komen, maar dat heeft [verweerster] steeds afgehouden. [verweerster] vraagt vervolgens aan het UWV een deskundigenoordeel over de vraag of Q-Solutions voldoende reïntegratie-pogingen heeft ondernomen. Op 13 november 2007 bericht het UWV dat Q-Solutions heeft voldaan aan haar reïntegratieverplichtingen en dat Q-Solutions zich dient te blijven inzetten voor reïntegratie. Op 20 november 2007 heeft [verweerster] het spreekuur van de aro-arts bezocht en heeft de arbo-arts weer geoordeeld dat mediation diende plaats te vinden. [verweerster] heeft ook dat advies niet opgevolgd. Op 28 november 2007 heeft Q-Solutions in overleg met de arbo-arts aan [verweerster] meegedeeld dat toch nog een mediationpoging zal worden ondernomen en in het geval [verweerster] hier niet aan meewerkt, Q-Solutions een ontbindingsverzoek zal indienen. Op 29 januari 2008 heeft een laatste mediationgesprek plaatsgevonden en ook die poging is niet geslaagd vanwege de starre houding van [verweerster]. Met ingang van 13 februari 2008 is [verweerster] volledig arbeidsongeschikt bevonden. Q-Solutions is van mening dat zij er alles aan gedaan heeft om een reïntegratie van [verweerster] te bewerkstelligen, maar dat [verweerster] in het geheel niet heeft meegewerkt. [verweerster] heeft een reïntegratie vanaf de eerste poging gefrustreerd. Q-Solutions is derhalve van mening dat van haar niet langer gevergd kan worden het dienstverband met [verweerster] te laten voortduren. Daarbij komt dat kortgeleden enkele collega’s van [verweerster] hebben aangegeven dat zij niet meer met [verweerster] willen samenwerken. [verweerster] is dominant en kan geen gezag aanvaarden.

HET VERWEER:

[verweerster] voert gemotiveerd verweer tegen de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst en heeft daartoe het volgende – zakelijk weergegeven – aangevoerd. [verweerster] stelt allereerst dat zij volledig arbeidsongeschikt is en derhalve is sprake van een opzegverbod zodat het verzoek reeds op die grond afgewezen moet worden. Volgens [verweerster] heeft Q-Solutions tegen beter weten in steeds ontkend dat sprake was van een arbeidsconflict. Zij heeft zich vanaf het begin van het dienstverband steeds volledig voor

Q-Solutions ingezet. Op de ontwerpafdeling was een zeer prettige werksfeer. Die sfeer veranderde al snel na de komst van de nieuwe leidinggevende. De nieuwe leidinggevende was namelijk een goede vriendin van de vrouw van de directeur en die relatie werkte door in het bedrijf. Dat kwam er op neer dat de nieuwe leidinggevende kon doen en laten wat ze wilde; zij werd immers beschermd door de directeur. Zij heeft talloze keren geprobeerd om die situatie te doorbreken, maar dat is niet gelukt. Als gevolg van de langdurige spanningen op de werkvloer heeft zij zich ziek moeten melden. Er was sprake van een onwerkbare situatie. Na haar ziekmelding werd zij niet serieus genomen. Lange tijd verkeerde

Q-Solutions in de veronderstelling dat zij veinsde dat er een arbeidsconflict was. Het heeft dan ook lang geduurd voordat Q-Solutions inzag dat het een en ander aan de hand was en dat zij daadwerkelijk psychische klachten had. [verweerster] betwist met klem dat zij haar reïntegratie bewust en opzettelijk heeft gefrustreerd. Integendeel, zij had er alle belang bij om haar baan te behouden. Zij is alleenstaande moeder met een dochter van 13 en in de regio Limburg zijn nagenoeg geen gelijksoortige functies voorhanden. Volgens [verweerster] is het juist Q-Solutions geweest die kort na haar ziekmelding een beëindiging van het dienstverband heeft nagestreefd. Dat Q-Solutions haar zo snel als mogelijk aan de kant wilde zetten is tijdens het eerste mediationgesprek gebleken. Ondanks de afspraak dat een zogenoemde open mediation zou worden opgestart, kwam Q-Solutions al snel met een voorstel tot beëindiging van het dienstverband. Zij heeft geprobeerd verandering in dat standpunt te brengen, maar dat is haar niet gelukt. Ondanks dat de arbo-arts steeds aandrong op mediation, heeft Q-Solutions dat steeds geprobeerd uit te stellen. Aan de zijde van Q-Solutions was in elk geen werkelijke wil aanwezig om het dienstverband voort te zetten. [verweerster] bestrijdt verder dat zij niet of onvoldoende bereikbaar was voor de arbo-arts en/of het reïntegratiebureau, Zij heeft zelfs schriftelijke voorstellen gedaan. In elk geval heeft zij geen afwachtende houding aangenomen. [verweerster] is van mening dat het Q-Solutions zeer kwalijk moet worden genomen dat Q-Solutions het wil doen voorkomen dat zij de reïntegratie zou hebben gefrustreerd. Voorts getuigt het niet van goed werkgeverschap dat Q-Solutions haar thans tijdens deze procedure beschuldigt van disfunctioneren, terwijl daarvan nooit eerder sprake is geweest. [verweerster] is daarom van mening dat aan haar een vergoeding dient te worden toegekend gebaseerd op de kantonrechtersformule met een correctiefactor C gelijk aan 3.

MOTIVERING VAN DE BESLISSING:

De door partijen verstrekte informatie bevat geen aanwijzingen dat het verzoek van

Q-Solutions verband houdt met de huidige arbeidsongeschiktheid van [verweerster] wegens ziekte, dan wel met een ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst.

Uit de stukken en uit hetgeen partijen over en weer bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben betoogd, is de kantonrechter in voldoende mate aannemelijk geworden dat de arbeidsrelatie tussen partijen zodanig verstoord is geraakt dat van een vruchtbare samenwerking in de toekomst geen sprake meer kan zijn.

Partijen verwijten elkaar over en weer dat de handelwijze van de ander in overwegende mate heeft bijgedragen aan de verstoring van de arbeidsrelatie. Wie van beide partijen het gelijk volledig aan haar zijde heeft is in deze procedure niet geheel helder geworden. In de periode na de ziekmelding van [verweerster] heeft zich een aantal incidenten voorgedaan wat over en weer tot irritaties en spanningen heeft geleid, waardoor partijen steeds verder uit elkaar zijn gegroeid. Ook mediation heeft partijen niet tot elkaar kunnen brengen. Wel is duidelijk geworden dat ieder van partijen andere verwachtingen had van de mediation, terwijl de kantonrechter zich niet aan de indruk kan onttrekken dat Q-Solutions niet de daadwerkelijke wil had om zich voor reïntegratie van [verweerster] in te spannen. Verder ervaart de kantonrechter het als op zijn minst merkwaardig dat in het inleidend verzoekschrift onvoorwaardelijk wordt gesteld dat [verweerster] steeds naar tevredenheid heeft gefunctioneerd maar dat tijdens de mondelinge behandeling uit het niets vandaan wordt gesteld dat het gedrag en de werkhouding van [verweerster] niet waren zoals die van een goed werknemer verwacht mogen worden, op het allerlaatste moment onderbouwd met verklaringen van collega’s. Deze stelling van Q-Solutions wordt kennelijk alleen opgeworpen om onder het betalen van een hogere vergoeding uit te komen dan aangeboden. Q-Solutions ziet daarbij over het hoofd dat zij op deze wijze de goede naam en faam van [verweerster] nodeloos beschadigt, hetgeen de kantonrechter als respectloos en onfatsoenlijk gedrag van Q-Solutions jegens [verweerster] ervaart en dit weegt mee bij de toemeting van de vergoeding naar billijkheid.

Gelet op al het vorenstaande zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 31 maart 2008 ontbinden en oordeelt de kantonrechter het billijk aan [verweerster] een vergoeding toe te kennen van € 21.000,00 bruto.

Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling is aan partijen meegedeeld dat de kantonrechter voornemens is de arbeidsovereenkomst met ingang van 31 maart 2008 wegens gewichtige redenen te ontbinden met toekenning van een vergoeding van

€ 21.000,00 bruto aan [verweerster]. Q-Solutions is in de gelegenheid gesteld om haar verzoek in te trekken. Q-Solutions heeft meegedeeld het verzoek niet in te trekken zodat meteen een eindbeslissing kan worden gegeven.

De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten te compenseren aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

B E S L I S S I N G :

Ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen wegens gewichtige redenen met ingang van 31 maart 2008.

Kent daarbij aan [verweerster] een ten laste van Q-Solutions komende vergoeding toe van

€ 21.000,00 bruto.

Veroordeelt Q-Solutions om die vergoeding aan [verweerster] tegen bewijs van kwijting te betalen.

Compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. J.J. Groen, kantonrechter, in tegen¬woordigheid van F.C.H. Lassauw als griffier.