Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BC5818

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
05-03-2008
Datum publicatie
05-03-2008
Zaaknummer
AWB 07 / 628 WET
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 juni 2006 heeft verweerder aan Sigrano met het oog op een (verdere) ontgronding van de groeve van Sigrano te Heerlen een ontheffing als bedoeld in artikel 75 van de Flora- en faunawet (hierna: Ffw) verleend. De ontheffing heeft onder meer betrekking op het in artikel 11 van de Ffw bedoelde verbod om nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de das te beschadigen, te vernielen, weg te nemen of te verstoren. De ontheffing is verleend voor de periode 1 februari 2006 tot en met 31 januari 2011.

Wetsverwijzingen
Flora- en faunawet
Flora- en faunawet 75
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JNA 2008/4 met annotatie van Boerema

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Procedurenummer: AWB 07 / 628 WET

Uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

Stichting Dassenwerkgroep Limburg,

gevestigd te Simpelveld,

Stichting Behoud Brunssummerheide,

gevestigd te Landgraaf,

Vereniging IVN Oude Landgraaf,

gevestigd te Landgraaf,

Stichting Bewoners Belangen Comité Mijnsteenberg Oranje Nassau IV,

gevestigd te Heerlen,

eisers,

tegen

de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Dienst Regelingen Dordrecht; Team JZ),

gevestigd te 's-Gravenhage, verweerder.

verzenddatum bestreden besluit: 21 maart 2007

Kenmerk: 06.1.0326/ES

Behandeling ter zitting: 5 december 2007

1. Ontstaan en loop van het geding

Bij het in de aanhef van deze uitspraak vermelde besluit heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen een aan Sigrano Nederland B.V. verleende ontheffing als bedoeld in artikel 75 van de Flora- en Faunawet ongegrond verklaard.

Daartegen heeft drs. [A], voorzitter van de Stichting Dassenwerkgroep Limburg, namens eisers beroep ingesteld.

De door verweerder ter uitvoering van artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingezonden stukken en het verweerschrift zijn in kopie aan de gemachtigde van eisers gezonden.

Desverzocht heeft mr. J.L. Stoop, advocaat te Maastricht, namens Sigrano Nederland B.V. (hierna: Sigrano) de rechtbank doen weten dat Sigrano op de voet van artikel 8:26 van de Awb als partij aan het geding wenst deel te nemen. Bij brief van 23 augustus 2007 heeft Sigrano een uiteenzetting over de zaak gegeven.

De andere aan het dossier toegevoegde stukken zijn in kopie aan de andere partijen gezonden. De inhoud van deze stukken wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank op 5 december 2007. Eisers zijn aldaar verschenen bij hun gemachtigde, drs. Baars voornoemd. Verweerder is verschenen bij gemachtigden mr. E.T. Stevens en Tromp. Sigrano is verschenen bij haar gemachtigde mr. Stoop voornoemd, die is vergezeld van [B], beheerder van de onderhavige groeve van Sigrano, [C], werkzaam bij Groen-planning Maastricht B.V. en H.W. Waardenburg, werkzaam bij Bureau Waardenburg B.V..

2. Overwegingen

Bij besluit van 29 juni 2006 heeft verweerder aan Sigrano met het oog op een (verdere) ontgronding van de groeve van Sigrano te Heerlen een ontheffing als bedoeld in artikel 75 van de Flora- en faunawet (hierna: Ffw) verleend. De ontheffing heeft onder meer betrekking op het in artikel 11 van de Ffw bedoelde verbod om nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de das te beschadigen, te vernielen, weg te nemen of te verstoren. De ontheffing is verleend voor de periode 1 februari 2006 tot en met 31 januari 2011. In een gedeelte van het te ontgronden gebied komen dassen voor. Volgens verweerder wordt door de ontheffing geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de das en bestaat er geen andere bevredigende oplossing met het oog op het belang van de uitvoering van de (verdere) ontgrondingswerkzaamheden. Aan de ontheffing is de voorwaarde verbonden dat Sigrano tegenover het wegvallen van een gedeelte van het leefgebied van de dassen (dit gedeelte bestrijkt volgens verweerder een oppervlakte van

16,9 ha) ter behoud van de gunstige staat van instandhouding compenserende en mitigerende maatregelen dient te treffen conform het plan "Compensatie- en mitigatiemaatregelen ten behoeve van de das Groeve Sigrano" van Groen-planing Maastricht B.V. van 17 mei 2006. Deze maatregelen houden onder meer in dat op 4,4 ha akkerland hoogstamfruitbomen worden aangeplant met een ondergroei van grassen en kruiden en dat de betreffende gronden jaarlijks met ruige stalmest bemest zullen worden. Voorts zullen meerdere percelen van landbouwgrond naar bos worden omgevormd. Daarnaast worden nog andere compenserende en mitigerende maatregelen getroffen, zoals de aanleg van struiken en het aanbrengen van struweelbegroeiing. De geleidelijke afname van het preferent leefgebied van de dassen (als gevolg van de ontgronding) zal volgens verweerder gelijk opgaan met de ontwikkeling van de compensatiegronden, zodat het niveau van de gunstige staat van instandhouding van de das er niet op achteruit zal gaan. Er zal op worden toegezien dat Sigrano het beheer van de percelen waarop voornoemde maatregelen van toepassing zijn niet zal verwaarlozen.

Eisers hebben bij brief van 9 augustus 2006 tegen het besluit tot verlening van de ontheffing bezwaar gemaakt. Het bezwaar is aangevuld bij brieven van 11 oktober 2006 en 19 oktober 2006. Eisers hebben geen gebruik gemaakt van de door verweerder geboden gelegenheid om het bezwaar mondeling toe te lichten.

Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard en eerdergenoemde ontheffing gehandhaafd.

Eisers kunnen zich hiermee niet verenigen. Zij hebben daartoe aangevoerd dat de –in opdracht van Sigrano- opgestelde rapporten van Groen-planning Maastricht B.V. en Bureau Waardenburg B.V. een onvolledig en onjuist beeld geven van de dassenpopulatie en het foerageergebied van de das en dat de reeds uitgevoerde en de nog voorgenomen compenserende en mitigerende maatregelen niet of, gezien hetgeen reeds aan foerageergebied is afgegraven en de werkplannen voor de verdere ontgronding van dat gebied, niet tijdig functioneel zullen zijn, waardoor de dassen in een periode van voedseltekort terecht zullen komen, in welk geval voor de toekomst van hun populatie in het gebied ernstig gevreesd moet worden. In dit verband hebben eisers onder meer gewezen op de droogte in het gebied in relatie tot de aanwezige grondsoorten (met name zandgrond) en op de grondwaterniveaus.

Verweerder heeft hiertegenover, na advies te hebben ingewonnen bij de Dienst Landelijk Gebied (hierna: DLG), gemotiveerd verweer gevoerd.

Sigrano heeft een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.

Naar het oordeel van de rechtbank dient het beroep van de Stichting Bewoners Belangen Comité Mijnsteenberg Oranje Nassau IV niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu noch uit de stukken noch uit hetgeen ter ziting is verklaard, is gebleken dat deze stichting door het verlenen van de onderhavige ontheffing rechtstreeks is geraakt in een door haar vanuit haar statutair doel en daadwerkelijk behartigd belang. Volgens de statuten heeft deze stichting tot doel het behoud van de mijnsteenberg Oranje Nassau IV te Heerlen. Niet is aangetoond dat het door de onderhavige ontheffing aangetaste leefgebied van de das tot deze mijnsteenberg behoort of anderszins van invloed zou kunnen zijn op het voortbestaan van de mijnsteenberg.

De rechtbank dient in dit geding te beoordelen, of het bestreden besluit in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel dan wel met enig algemeen rechtsbeginsel.

De das (Meles meles) is een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Ffw.

Ingevolge artikel 11 van de Ffw is het verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren.

Ingevolge artikel 75, derde lid, van de Ffw kan onze Minister, voor zover thans van belang, ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens artikel 11.

Ingevolge het vijfde lid, zoals dat luidde ten tijde hier van belang, worden, voor zover thans van belang, ontheffingen slechts verleend indien geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort.

Ingevolge het zesde lid, aanhef en onder c, zoals dat luidde ten tijde hier van belang, wordt, voor zover thans van belang, voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen beschermde inheemse dier- of plantensoorten ontheffing slechts verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat met het oog op andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen belangen.

De das is blijkens bijlage 1 bij het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 75, vijfde lid, van de Ffw.

Ingevolge artikel 2, derde lid, aanhef en onder j, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten zijn als andere belangen als bedoeld in artikel 75, vijfde lid, onderdeel c, aangewezen: de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling.

Het geding spitst zich toe op de vraag of de verleende ontheffing afbreuk zal doen aan de gunstige staat van instandhouding van de das. De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.

Eisers hebben erop gewezen dat reeds in het verleden ontgrondingen hebben plaatsgevonden die het leef- en foerageergebied van de das hebben aangetast. De rechtbank overweegt dienaangaande dat onderhavige ontheffing geldt vanaf 1 februari 2006, zodat de eventuele nadelige gevolgen voor de dassenpopulatie die rechtstreeks voortvloeien uit de reeds voor die datum uitgevoerde ontgrondingswerkzaamheden bij de beoordeling of de onderhavige ontheffing in redelijkheid kon worden verleend buiten beschouwing moeten blijven.

De rechtbank ziet, mede gelet op hetgeen verweerder en de deskundige H.W. Waardenburg ter zitting hebben verklaard, geen aanleiding de uitkomsten van de onderzoeken en de adviezen van Groen-planning Maastricht B.V. en Bureau Waardenburg B.V., waaronder die welke zijn opgenomen in de rapporten van die adviesbureau's welke na het besluit tot verlening van de ontheffing zijn opgesteld, noch het advies van de DLG aan verweerder van 29 juni 2007, in twijfel te trekken. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank wat betreft de locatie en omvang van het leef- en foerageergebied van de das en de te treffen maatregelen tot behoud van de gunstige staat van instandhouding van de das in redelijkheid bij deze uitkomsten en adviezen kunnen aansluiten. Door eisers is geen deskundigenrapport noch zijn andere objectieve gegevens overgelegd waaruit volgt dat die uitkomsten en adviezen onjuist zijn of onzorgvuldig zijn voorbereid. In het door eisers overgelegde rapport van de Stab van 31 oktober 2007 worden bij de rapporten van Groen-planning Maastricht B.V. en Bureau Waardenburg B.V. enige kanttekeningen geplaatst, maar de rechtbank ziet daarin, mede omdat de Stab, in tegenstelling tot voornoemde adviesbueau's, geen uitgebreid eigen onderzoek ter plaatse heeft verricht alsook gelet op het advies van de DLG, onvoldoende aanleiding om te oordelen dat verweerder zich niet op die rapporten mag baseren.

Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt kunnen stellen dat met de verleende ontheffing geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de das.

Ook overigens is de rechtbank niet gebleken dat het bestreden besluit in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel dan wel met enig algemeen rechtsbeginsel, zodat het beroep van eisers voor ongegrond moet worden gehouden.

Gelet op het bepaalde artikel 8:70 van de Awb wordt als volgt beslist.

3. Beslissing

De rechtbank Maastricht:

verklaart het beroep van de Stichting Bewoners Belangen Comité Mijnsteenberg Oranje Nassau IV niet-ontvankelijk;

verklaart het beroep van de overige eisers ongegrond.

Aldus gedaan door mr. R.E. Bakker in tegenwoordigheid van mr. A.G.P.M. Zweipfenning, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2008 door mr. Bakker voornoemd in tegenwoordigheid van voornoemde griffier.

w.g. A. Zweipfenning w.g. R.E. Bakker

Voor eensluidend afschrift:

de wnd. griffier:

verzonden op: 5 maart 2008

Voor belanghebbenden en het bestuursorgaan staat tegen deze uitspraak het rechtsmiddel hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. De termijn voor het instellen van het hoger beroep bedraagt zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak.

Indien hoger beroep is ingesteld kan ingevolge het bepaalde in artikel 39 van de Wet op de Raad van State juncto artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onver¬wijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist