Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BC5497

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
28-02-2008
Datum publicatie
03-03-2008
Zaaknummer
AWB 07 / 648 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"BB 1469 en BB 7724. De rechtbank is van oordeel dat het College van B & W van de gemeente Nuth er niet in is geslaagd zijn bevoegdheden in het kader van de WWB over te dragen aan het Dagelijks Bestuur van Kompas."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Procedurenummer: AWB 07 / 648 WWB

Uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

[eiser],

wonende te Hoensbroek, eiser,

tegen

het Dagelijks Bestuur van Kompas, Gemeentelijk Collectief voor Werk, Inkomen & Zorg,

gevestigd te Nuth, verweerder.

Bestreden besluit: 19 april 2007

Kenmerk: 2007/1604

Behandeling ter zitting: 22 november 2007

1. Ontstaan en loop van het geding

Bij het in de aanhef van deze uitspraak genoemde besluit van 19 april 2007 heeft verweerder eiser meegedeeld dat het namens hem ingediende bezwaarschrift tegen het niet tijdig beslis¬sen op zijn aanvraag van 13 december 2006 niet-ontvankelijk is verklaard.

Tegen dit besluit heeft mr. P.H.A. Brauer namens eiser bij brief van 2 mei 2007 bij de rechtbank beroep ingesteld. Bij brief van 14 november 2007 heeft de gemachtigde van eiser de gronden van het beroep aangevuld.

Verweerder heeft ter uitvoering van artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 9 juli 2007 heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank een besluit van verweerder van 4 juli 2007 doen toekomen. Bij brieven van 13 augustus 2007 heeft de rechtbank partijen meegedeeld dat het beroep mede geacht wordt te zijn gericht tegen het besluit van 4 juli 2007.

Het beroep is behandeld ter zitting van 22 november 2007. Eiser is niet verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde F.H.M Limpens.

2. Overwegingen

Met betrekking tot de bevoegdheid van verweerder tot het nemen van het bestreden besluit overweegt de rechtbank ambtshalve het volgende.

In zijn uitspraken van 7 augustus 2007 (LJN BB1469) en 13 november 2007 (LJN BB7724) heeft de Centrale Raad van Beroep zich uitgelaten over de bevoegdheid van verweerder tot het nemen van besluiten. Kort samengevat komt de eerst genoemde uitspraak er op neer dat er geen bevoegdheidsoverdracht tot stand is gekomen van de Colleges van burgemeester en wethouders van de desbetreffende samenwerkende gemeentes aan verweerder, omdat alleen de gemeenteraden de gemeenschappelijke regeling zijn aangegaan en deze raden geen bevoegdheden kunnen overdragen die zij niet bezitten. Uit de tweede uitspraak volgt, kort gezegd, dat de bevoegdheidsoverdracht door de betrokken colleges – in casu dat van de gemeente Nuth bij besluit van 19 december 2006 – uitsluitend van betekenis wordt geacht voor besluiten na die datum, omdat het met terugwerkende kracht toekennen van bevoegd¬heden aan een ander bestuursorgaan rechtens niet tot de mogelijkheden behoort.

In casu is ligt de vraag voor of de bevoegdheidsoverdracht door het College van burge¬meester en wethouders van de gemeente Nuth op 19 december 2006 op de juiste wijze heeft plaatsgevonden, zodat verweerder bevoegdelijk na die datum kan besluiten.

Het College van burgemeester en wethouders heeft – voor zover hier relevant –op 19 december 2006 besloten:

“alle bevoegdheden die ons college toekomt op grond van de WWB, Ioaw, Ioaz en het Bbz 2004, alsmede alle rechtsopvolgers van genoemde wetten over te dragen aan het dagelijks bestuur van KOMPAS.”

De gemeenschappelijke regeling Kompas, die op 25 december 2003, in werking is getreden, bepaalt het volgende over de taken en bevoegdheden van de dienst.

Artikel 5, eerste lid (Taken en bevoegdheden) luidt:

De dienst voert de taken uit in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Invoeringswet Wet Werk en Bijstand en andere sociale zekerheidswetten waarvan de uitvoering aan gemeenten, al dan niet in medebewind, is opgedragen, voor zover deze niet reeds zijn ondergebracht bij andere organisaties. De dienst voert ook de taken uit in het kader van de Algemene bijstandswet (Abw), de wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), de wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz), de Wet Inschakeling Werkzoekenden (Wiw), voor zover voortvloeiend uit het overgangsrecht ter zake van de inwerkingtreding van de Wet Werk en Bijstand. Voorts is de dienst belast met de uitvoering van algemene maatregelen van bestuur, uitvoeringsregelingen van de genoemde wetten, en andere gemeentelijke taken op het gebied van de sociale zekerheid. De dienst is bij de uitvoering van deze taken gebonden aan het door de gemeenten ingevolge artikel 18 vastgestelde beleidsplan.

De gemeenschappelijke regeling Kompas kent – voor zover hier relevant – een Algemeen bestuur en een Dagelijks bestuur. De regeling kent geen bepaling(en) waarin de taken en bevoegdheden van het Algemeen bestuur zijn geregeld. De samenstelling, werkwijze en taken van het Dagelijks bestuur zijn neergelegd in de artikelen 9, 10 en 11.

Artikel 11 (Taak) luidt:

De taak van het dagelijks bestuur is:

1. Het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en ter beslissing moet worden voorgelegd.

2. Het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur.

3. Het vertegenwoordigen van de organisatie binnen regionaal bestuurlijk overleg

4. Het behartigen van de belangen van de dienst bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen waarmee contact voor de dienst van belang is.

5. Het houden van toezicht op het functioneren van de dienst.

De gemeenschappelijke regeling van Kompas kent een bepaling voor wijziging van de regeling.

Artikel 27, eerste lid (Wijziging) luidt:

De regeling kan worden gewijzigd door een besluit van de raden van tweederde van de gemeenten.

Het besluit tot bevoegdheidsoverdracht van 19 december 2006, dat is genomen door het College van burgemeester en wethouders, dient naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de aard van het besluit, bekendgemaakt te worden op een wijze beschreven in artikel 3:42, eerste lid, van de Awb.

Het is de rechtbank niet gebleken dat het bedoelde besluit 19 december 2006 is gepubliceerd in een vanwege de gemeente Nuth uitgegeven blad of een ander in de gemeente verspreide uitgave, dan wel dat het op enige andere manier is bekendgemaakt. De rechtbank moet der¬halve vaststellen dat het besluit niet in werking is getreden, als bedoeld in artikel 3:40 van de Awb.

Op grond van deze overwegingen is de rechtbank van oordeel dat de beoogde overdracht van bevoegdheden van het college aan het dagelijks bestuur dan ook niet heeft plaatsgevonden.

Het besluit van 19 april 2007 is derhalve niet bevoegdelijk genomen door verweerder en komt voor vernietiging in aanmerking. Het beroep moet op deze formele grond voor gegrond worden gehouden.

Ten overvloede overweegt de rechtbank ter voorlichting van verweerder en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuth voorts het volgende.

De rechtbank stelt vast dat het college heeft beoogd – en dat is naar het oordeel van de recht¬bank in overeenstemming met de Wet gemeenschappelijke regelingen – zijn bevoegdheid over te dragen aan verweerder. De rechtbank stelt echter vast dat de gemeenschappelijke regeling verweerder niet met de aan de colleges equivalente taken en bevoegdheden heeft uitgerust. Zij stelt voorts vast dat de door het College van burgemeester en wethouders beoogde overdracht van bevoegdheden tevens een wijziging inhoudt van de taken en bevoegdheden van verweerder.

De rechtbank is van oordeel dat de bevoegdheidsoverdracht niet heeft plaatsgevonden, nu de gemeenschappelijke regeling, die is aangegaan door de gemeenteraden en slechts gewijzigd kan worden door een meerderheid van die raden, de onderscheiden colleges niet de mogelijkheid biedt om de taken en bevoegdheden van een van de organen van het openbaar lichaam te wijzigen en uit te breiden.

De rechtbank is van oordeel dat een juiste overdracht van bevoegdheden slechts kan plaatsvinden door een gelijktijdige wijziging van de regeling door de raden en het (alsnog) aangaan van de regeling door de colleges. Bij de wijziging van de regeling door de raden moeten niet alleen de taken en bevoegdheden van de bestuursorganen van het openbaar lichaam in overeenstemming te worden gebracht met de eisen die de Wet gemeenschappelijke regelingen daaraan stelt, maar behoeft ook de regel voor het wijzigen van de regeling als zodanig mogelijk heroverweging. Bij het tegelijkertijd aangaan van de regeling door de colleges dienen zij hun daarvoor in aanmerking te nemen bevoegdheden over te dragen aan het Dagelijks bestuur.

De rechtbank is van oordeel dat het op de weg van verweerder ligt er zorg voor te dragen dat het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuth alsnog op het bezwaar van eiser beslist. Aangenomen moet immers worden dat aanpas¬sing van de gemeenschappelijke regeling en de noodzakelijke overdracht van bevoegdheden niet op voor eiser aanvaardbaar korte termijn kunnen worden gerealiseerd.

In het kader van de nadere besluitvorming door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuth, overweegt de rechtbank, eveneens ambtshalve, nog het volgende.

Bij brief van 16 augustus 2006 is door eiser verzocht om herziening van een besluit van

29 maart 2006. Bij dit laatste besluit is een door eiser in februari 2006 ingediende aanvraag om bijzondere bijstand in de legeskosten in verband met aanvragen om verblijfsvergunningen van zijn echtgenote en zijn dochter, ten bedrage van € 376,-, afgewezen.

Op 13 december 2006 heeft eiser een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand in de kosten van orthopedische schoenen, legeskosten en advocaatkosten. Voor wat de legeskosten betreft heeft eiser in deze nieuwe aanvraag gewezen op de afwijzing van zijn in februari 2006 ingediende aanvraag. Bij brief van 2 maart 2007 heeft eiser een bezwaarschrift ingediend tegen het uitblijven van een beslissing op deze aanvraag van 13 december 2006.

Bij besluit van 2 april 2007 is het verzoek om herziening van het besluit van 29 maart 2007 afgewezen. Tegen dit besluit is door eiser bij brief van 2 mei 2007 bezwaar gemaakt.

Bij afzonderlijk besluit van 2 april 2007 is de aanvraag om bijzondere bijstand in de kosten voor orthopedisch schoeisel en advocaatkosten afgewezen. Met betrekking tot de aanvraag om bijzondere bijstand in de legeskosten is verwezen naar het besluit van dezelfde datum, waarbij het verzoek om herziening van het besluit van 29 maart 2006 werd afgewezen.

Bij het bestreden besluit van 19 april 2007 is het bezwaarschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van 13 december 2006 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het belang van eiser bij een inhoudelijke beoordeling van dit bezwaar met de totstandkoming van het reële besluit van 2 april 2007 is komen te ontvallen. De in aanmerking te nemen proceskosten zijn aan eiser vergoed.

De gemachtigde van eiser heeft bij het onderhavige beroepschrift het eerstgenoemde besluit van 2 april 2007 (het besluit tot weigering van herziening) overgelegd en heeft zich op het standpunt gesteld dat nog altijd niet is beslist op de aanvraag om bijzondere bijstand van

13 december 2006. Aangevoerd is dat niet tegemoetgekomen is aan het bezwaar van eiser, zodat dit ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.

De rechtbank stelt vast dat het bezwaarschrift van 2 maart 2007 uitsluitend is gericht tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op de aanvraag van 13 december 2006. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat met het tweede genoemde besluit van

2 april 2007 (het reële besluit op de aanvraag van 13 december 2006) aan het bezwaarschrift van 2 maart 2007 is tegemoetgekomen. Het bezwaarschrift is bij het bestreden besluit van

19 april 2007 dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. De gemachtigde van eiser heeft het reële besluit op de aanvraag bij het formuleren van de beroepsgrond kennelijk over het hoofd gezien. Namens eiser is echter gesteld, noch is het de rechtbank overigens gebleken dat deze vergissing te wijten zou zijn aan de omstandigheid dat de gemachtigde van eiser niet bekend zou zijn geweest met het reële besluit op de aanvraag.

Uit het dossier blijkt tevens dat verweerder bij besluit van 4 juli 2007 op het bezwaarschrift van 2 mei 2007 tegen het besluit van 2 april 2007 inzake de afwijzing van het verzoek om herziening van het besluit van 29 maart 2006 heeft beslist. De rechtbank heeft vervolgens de gemachtigde van eiser bij brief van 20 juli 2007 verzocht mee te delen of met de inhoud van het besluit van 4 juli 2007 geheel aan de bezwaren van eiser is tegemoetgekomen. Bij brief van 2007 heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank op daartoe aangevoerde gronden meegedeeld dat eiser nog bezwaar heeft tegen het besluit van 4 juli 2007. De rechtbank heeft partijen vervolgens bij brieven van 13 augustus 2007 meegedeeld dat het besluit van

4 juli 2007 wordt betrokken in de huidige, met het beroepschrift van 2 mei 2007, geïnitieerde beroepsprocedure. Gelet op hetgeen de rechtbank in de voorgaande alinea heeft overwogen heeft de rechtbank deze mededeling ten onrechte gedaan. De brief van 23 juli 2007 is te beschouwen als een nieuw beroepschrift van eiser tegen het besluit op bezwaar van

4 juli 2007. Van dit beroep zal de rechtbank een afzonderlijk dossier aanleggen. Over het verdere verloop van deze procedure zal de rechtbank partijen nader berichten.

De rechtbank acht termen aanwezig om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken. Het bedrag van de kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbij¬stand wordt daarbij vastgesteld overeenkomstig het tarief, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank kent ter zake een punt met een waarde van € 322,-- toe voor de indiening van het beroepschrift en bepaalt het gewicht van de zaak, gelet op de aard en de inhoud van het geschil, op gemiddeld (wegingsfactor 1). Het te ver¬goeden bedrag voor verleende rechtsbijstand bedraagt derhalve € 322,--.

Nu aan eiser ter zake van het beroep een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient het bedrag van de kosten ingevolge artikel 8:75, tweede lid, van de Awb te worden betaald aan de griffier van deze rechtbank.

Gelet op de artikelen 8:70, 8:72, 8:74 en 8:75 van de Awb wordt als volgt beslist.

3. Beslissing

De rechtbank Maastricht:

1.verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

2.bepaalt dat aan eiser het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 39,00 wordt vergoed door Kompas, Gemeentelijk collectief voor werk, inkomen en zorg, te Nuth;

3.veroordeelt verweerder in de kosten van de beroepsprocedure bij de rechtbank, aan de zijde van eiser begroot op € 322,-- wegens de kosten van rechtsbijstand, te betalen door Kompas, Gemeentelijk collectief voor werk, inkomen en zorg, te Nuth aan de griffier van de rechtbank Maastricht.

Aldus gedaan door mr. R.E. Bakker in tegenwoordigheid van mr. E.J.H.G. van Binnebeke als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2008

door mr. Bakker voornoemd in tegenwoordigheid van voornoemde griffier.

w.g. E. van Binnebeke w.g. R.E. Bakker

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden: 28 februari 2008

Voor een belanghebbende en het bestuursorgaan staat tegen deze uitspraak het rechtsmiddel hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De termijn voor het instellen van het hoger beroep bedraagt zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak.

Bij een spoedeisend belang bestaat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan, nadat hoger beroep is ingesteld, tevens de mogelijkheid om de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep te verzoeken een voorlopige voorziening te treffen, als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht.