Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BC3107

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-01-2008
Datum publicatie
30-01-2008
Zaaknummer
AWB 08 / 91 VEROR
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij voornoemde brief van 16 januari 2008 hebben verzoekers de voorzieningenrechter meegedeeld dat een hoveniersbedrijf in opdracht van de gemeente Maastricht in strijd met de Bomenverordening van de gemeente Maastricht (hierna: de verordening) tegenover de woningen van [adres] te Maastricht diverse bomen en een houtopstand heeft gekapt, respectievelijk gerooid. Volgens verzoekers hadden enkele van deze bomen een diameter die de in de verordening aangegeven norm ruim overschrijdt. De houtopstand betreft een meidoornhaag, die volgens verzoekers in de verordening als vergunningplichtig is aangemerkt. Met hun verzoek beogen verzoekers verdere schade aan het landschap te voorkomen. Met het oog hierop hebben zij de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat alle werkzaamheden worden gestaakt, totdat zorgvuldig is uitgezocht voor welke begroeiing vergunning nodig is en welke begroeiing in het kader van onderhoud gesnoeid dan wel geveld kan worden. Verzoekers hebben weten te bewerkstelligen dat de kap- en rooiwerkzaamheden tijdelijk, in afwachting van de beslissing van de voorzieningenrechter, zijn gestaakt.

Wetsverwijzingen
Flora- en faunawet
Flora- en faunawet 75
Natuurbeschermingswet 1998
Natuurbeschermingswet 1998 19d
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 6:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JM 2008/36
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Procedurenummer: AWB 08 / 91 VEROR VV

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht op het verzoek

om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake

[verzoekers]

wonende te Maastricht, verzoekers,

tegen

het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Maastricht (Domein Publieke en Interne Dienstverlening),

gevestigd te Maastricht, verweerder.

Datum bestreden besluit:

Kenmerk: fictieve weigering

Behandeling ter zitting: 22 januari 2008

1. Procesverloop

Bij brief van 16 januari 2008 hebben verzoekers een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

Bij brief van 19 januari 2008, bij verweerder ingekomen op 21 januari 2008, hebben verzoekers verweerder verzocht een handhavingsbesluit te nemen.

Bij brief van, eveneens, 21 januari 2008 hebben verzoekers bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek om handhaving.

Bij brief van, eveneens, 21 januari 2008 hebben verzoekers de gronden van het verzoek aangevuld.

Het verzoek is behandeld ter zitting van de voorzieningenrechter van 22 januari 2008. Voor verzoekers zijn verschenen de heer [A] en diens echtgenote en de heer [B]. Verweerder is niet verschenen.

2. Overwegingen

Bij voornoemde brief van 16 januari 2008 hebben verzoekers de voorzieningenrechter meegedeeld dat een hoveniersbedrijf in opdracht van de gemeente Maastricht in strijd met de Bomenverordening van de gemeente Maastricht (hierna: de verordening) tegenover de woningen van [adres] te Maastricht diverse bomen en een houtopstand heeft gekapt, respectievelijk gerooid. Volgens verzoekers hadden enkele van deze bomen een diameter die de in de verordening aangegeven norm ruim overschrijdt. De houtopstand betreft een meidoornhaag, die volgens verzoekers in de verordening als vergunningplichtig is aangemerkt. Met hun verzoek beogen verzoekers verdere schade aan het landschap te voorkomen. Met het oog hierop hebben zij de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat alle werkzaamheden worden gestaakt, totdat zorgvuldig is uitgezocht voor welke begroeiing vergunning nodig is en welke begroeiing in het kader van onderhoud gesnoeid dan wel geveld kan worden. Verzoekers hebben weten te bewerkstelligen dat de kap- en rooiwerkzaamheden tijdelijk, in afwachting van de beslissing van de voorzieningenrechter, zijn gestaakt.

Bij voornoemde brief van 18 januari 2008, door verweerder ontvangen op 21 januari 2008, om 8.43 uur, hebben verzoekers verweerder verzocht handhavend op te treden met betrekking tot de volgens hen illegale kap- en rooiwerkzaamheden. Gelet op het spoedeisend karakter hebben verzoekers verweerder verzocht uiterlijk maandag 21 januari 2008 om 10.00 uur een besluit op het verzoek te nemen. Toen dit besluit uitbleef hebben verzoekers bij brief van 21 januari 2008 bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag. Bij afzonderlijke brief van dezelfde datum hebben verzoekers de gronden van het verzoek aangevuld en nadere stukken overgelegd.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter onder meer een voorlopige voorziening treffen als, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het niet (tijdig) nemen van een besluit door verweerder naar aanleiding van hun verzoek om het nemen van een handhavingsbesluit. Zoals hiervoor al is vermeld heeft verweerder dit verzoek op maandag 21 januari 2008, om 8.43 uur, ontvangen. In artikel 4:13, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een beschikking dient te worden gegeven binnen een bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. Voor het nemen van een besluit op grond van de verordening is geen termijn gesteld. Verweerder is mitsdien gehouden binnen een redelijke termijn op de aanvraag van verzoekers te beslissen. De voorzieningenrechter begrijpt dit artikel echter mede aldus dat ook verweerder een redelijke termijn gegund moet worden om op de aanvraag te beslissen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kon van verweerder niet in redelijkheid worden verwacht binnen een tijdbestek van een uur en zeventien minuten op de aanvraag van verzoekers te beslissen. Om deze reden is er geen sprake van een niet tijdig nemen van een besluit, dat op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb met een besluit kan worden gelijkgesteld. Nu op grond van het bepaalde in artikel 7:1, in verbinding met artikel 8:1, van de Awb alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen een besluit, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bezwaarschrift, en gelet op artikel 8:81, eerste lid, van de Awb tevens het verzoek om voorlopige voorziening, niet-ontvankelijk zijn. Dit heeft tot gevolg dat de voorzieningenrechter geen inhoudelijk oordeel over het verzoek kan geven.

De voorzieningenrechter hecht er echter aan, zij het, gelet op het voorgaande, ten overvloede, nog het volgende op te merken. Verzoekers hebben ter zitting onder meer aangevoerd dat tot de kap en het rooien van de bomen en andere houtbestanden is overgegaan, zonder dat verzoekers hiervan tevoren op de hoogte waren gesteld. Verzoekers hebben tevens aangevoerd, en met stukken onderbouwd, dat verweerder ermee bekend is dat verzoekers opkomen voor de natuurwaarden van het in de nabijheid van hun woningen gelegen natuurmonument ‘De Hoge Fronten’ en het hier direct aan grenzende gebied. Verzoekers hebben in dit verband gesproken van een overvaltechniek van de gemeente Maastricht en de woningbouwvereniging St. Servatius. Gelet op het verhandelde ter zitting en de door verzoekers overgelegde stukken, en mede gelet op het feit dat verweerder noch schriftelijk, noch mondeling ter zitting verweer heeft gevoerd, kan de voorzieningenrechter niet uitsluiten dat er handelingen hebben plaatsgevonden waarvoor op grond van de verordening vergunning is vereist, terwijl eveneens niet uitgesloten kan worden dat handelingen hebben plaatsgevonden die vooraf aan de Natuurbeschermingswet en Flora- en Faunawet hadden behoren te worden getoetst. De voorzieningenrechter acht het mede hierom van groot belang dat verweerder zo spoedig mogelijk op de aanvraag van verzoekers om het nemen van een handhavingsbesluit beslist.

Gelet op het bepaalde in artikel 8:84 van de Awb beslist de voorzieningenrechter als volgt.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus gedaan door mr. R.E. Bakker in tegenwoordigheid van mr. D.H.J. Laeven

als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2008

door mr. Bakker voornoemd in tegenwoordigheid van voornoemde griffier.

w.g. D. Laeven w.g. R.E. Bakker

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden: 23 januari 2008

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.