Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2008:BC3016

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-01-2008
Datum publicatie
30-01-2008
Zaaknummer
AWB 06 / 2575 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Ingevolge artikel 8:75a van de Awb kan het bestuursorgaan in geval van intrekking van het beroep, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten worden veroordeeld. De rechtbank dient daarbij het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) in acht te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Procedurenummer: AWB 06 / 2575 WWB

Uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken op het verzoek om toepassing van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake

[eiseres]

wonende te Maastricht, eiseres,

tegen

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht,

gevestigd te Maastricht, verweerder.

Datum bestreden besluit: 15 november 2006

Kenmerk: 98094402

Behandeling ter zitting: 20 november 2007

1. Ontstaan en loop van het geding

Bij het in de aanhef van deze uitspraak genoemde besluit van 15 november 2006 heeft verweerder een namens eiseres ingediend bezwaarschrift tegen een door verweerder genomen besluit van 26 april 2006 ongegrond verklaard.

Tegen eerstgenoemd besluit is namens eiseres beroep ingesteld.

De door verweerder ter uitvoering van artikel 8:42 van de Awb ingezonden stukken zijn in kopie aan de gemachtigde van eiseres gezonden, evenals het door verweerder ingediende verweerschrift.

Voormeld beroep is behandeld ter zitting van deze recht¬bank op 28 juni en 20 november 2007, alwaar eiseres in persoon is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mevrouw mr. H.E. Helmink, advocate te Maastricht.

Verweerder heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door de heer H. Pluijmaeckers.

Ter zitting van 20 november 2007 heeft de gemachtigde van verweerder toegezegd dat verweerder bereid is een brief aan het dossier van eiseres toe te voegen, waarin is vermeld dat aan eiseres bij ongewijzigde omstandigheden tot het bereiken van de 65-jarige leeftijd toestemming zal worden verleend om gedurende 13 weken per kalenderjaar in het buitenland te kunnen verblijven met behoud van uitkering.

Naar aanleiding van deze brief heeft de gemachtigde van eiseres bij brief van

26 november 2007 aan de rechtbank meegedeeld dat het beroep wordt ingetrokken.

Tevens is daarbij verzocht om verweerder in de proceskosten te veroordelen.

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:73a, tweede lid, van de Awb heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen.

Verweerder heeft hiervan bij brief van 30 november 2007 gebruik gemaakt.

2. Overwegingen

Ingevolge artikel 8:75a van de Awb kan het bestuursorgaan in geval van intrekking van het beroep, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten worden veroordeeld. De rechtbank dient daarbij het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) in acht te nemen.

Nu de in artikel 8:75a van de Awb bedoelde situatie zich hier niet voordoet, acht de rechtbank geen termen aanwezig verweerder te veroordelen in de kosten, die eiseres in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken.

De rechtbank overweegt hiertoe dat de brief die door verweerder aan het dossier van eiseres is toegevoegd, weliswaar een uitvloeisel van de procedure is, maar los staat van het besluit van 15 november 2006 en betrekking heeft op een tijdvak dat nu niet ter beoordeling voorligt. De aanvraag van eiseres was blijkens het door haar ingevulde vakantieformulier gericht op toestemming voor verblijf buitenslands met behoud van uitkering gedurende de periode 22 mei tot en met 19 juni 2006. Gelet op het bepaalde in artikel 13 van de Wet werk en bijstand wordt het recht op bijstand bij verblijf buiten Nederland per kalenderjaar beoordeeld, zodat het besluit van 15 november 2007 dat tot het kalenderjaar 2006 is beperkt, rechtens juist is.

De vraag of sprake is van een tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb dient te worden gerelateerd aan de beroepsprocedure. De brief van 20 november 2007 heeft geen gevolgen voor het in beroep bestreden besluit.

Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten dan ook afwijzen.

Op grond van de artikelen 8:73a, 8:75 en 8:75a van de Awb wordt als volgt beslist.

3. Beslissing

De rechtbank Maastricht:

Wijst het verzoek af.

Aldus gedaan door mr. Y.J. Klik in tegenwoordigheid van mr. C. Schrammen

als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2008

door mr. Klik voornoemd in tegenwoordigheid van voornoemde griffier.

w.g. C. Schrammen w.g. Y. Klik

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden: 23 januari 2008

Voor een belanghebbende en het bestuursorgaan staat tegen deze uitspraak het rechtsmiddel van verzet open bij de rechtbank Maastricht. De termijn voor het doen van verzet bedraagt zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak.

Bij indiening van het verzetschrift kan de indiener vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.