Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2007:BB3576

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
30-07-2007
Datum publicatie
14-09-2007
Zaaknummer
AWB 07 / 9 WAV
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Namens eiseres is in beroep aangevoerd -kort samengevat- dat eiseres in casu niet kan worden aangemerkt als werkgever omdat werkzaamheden in de regio Den Haag werden uitgevoerd door Gé Zet bouw DH (Den Haag) BV. Voorts is aangevoerd dat een medewerker van eiseres materiaal beschikbaar heeft gesteld zonder medeweten van de verantwoordelijken van Gé Zet support BV, Gé Zet bouw DH BV en Gé Zet bouw BV (eiseres). Tenslotte is aangevoerd dat eiseres door de opgelegde boete onredelijk zwaar zou worden getroffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Procedurenummer: AWB 07 / 9 WAV SEE

Uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

Gé Zet Bouw BV,

te Geleen, eiseres,

tegen

de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Arbeidsinspectie),

gevestigd te 's-Gravenhage, verweerder.

Datum bestreden besluit: 30 november 2006

Kenmerk: AI/JZ/2006/41033/BOB

Behandeling ter zitting: 19 juli 2007

1. Ontstaan en loop van het geding

Bij het in de aanhef van deze uitspraak genoemde besluit van 30 november 2006 heeft verweerder een door eiseres ingediend bezwaarschrift van 8 mei 2006 tegen een door verweerder genomen besluit van 20 april 2006 ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen (WAV) ongegrond verklaard.

Bij brief van 27 december 2006 heeft eiseres tegen eerstgenoemd besluit beroep ingesteld bij deze rechtbank.

De door verweerder ter uitvoering van artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingezonden stukken zijn in kopie aan eiseres gezonden, evenals het door verweerder ingediende verweerschrift.

Het beroep is behandeld ter zitting van deze rechtbank op 19 juli 2007, waar namens eiseres is verschenen dhr. G.T.G. Zinken.

Verweerder heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door mw. mr. M. Hokke.

2. Overwegingen

Naar aanleiding van het boeterapport WAV d.d. 27 oktober 2005, waaruit blijkt dat op 2 augustus 2005 op de locatie [A] twee overtredingen van de WAV zijn geconstateerd, heeft verweerder eiseres een boete opgelegd van € 16.000,00. Hiertegen is bezwaar gemaakt. Verweerder heeft op 8 november 2006 een hoorzitting gehouden waar dhr. Zinken is verschenen. Vervolgens heeft verweerder op 30 november 2006 het thans bestreden besluit genomen.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Namens eiseres is in beroep aangevoerd -kort samengevat- dat eiseres in casu niet kan worden aangemerkt als werkgever omdat werkzaamheden in de regio Den Haag werden uitgevoerd door Gé Zet bouw DH (Den Haag) BV. Voorts is aangevoerd dat een medewerker van eiseres materiaal beschikbaar heeft gesteld zonder medeweten van de verantwoordelijken van Gé Zet support BV, Gé Zet bouw DH BV en Gé Zet bouw BV (eiseres). Tenslotte is aangevoerd dat eiseres door de opgelegde boete onredelijk zwaar zou worden getroffen.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld -kort weergegeven- dat eiseres terecht als werkgever is aangemerkt, omdat zij blijkens het boeterapport en de afgelegde verklaringen twee vreemdelingen werkzaamheden heeft laten verrichten in de uitoefening van haar bedrijf. Voorts is niet gebleken van dermate bijzondere (financiële) omstandigheden dat van de boetenormbedragen zou moeten worden afgeweken

De rechtbank dient te beoordelen of het bestreden besluit de rechterlijke toets kan doorstaan. Het geschil spitst zich hierbij toe op de vraag of verweerder eiseres (Gé Zet Bouw BV) terecht als werkgever heeft aangemerkt en vervolgens of verweerder eiseres terecht een boete van € 16.000,00 heeft opgelegd. Dienaangaande wordt overwogen als volgt.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de WAV is het een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning.

Ingevolge artikel 1, eerste lid, onder b, van de WAV wordt onder werkgever verstaan: degene die in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf een ander arbeid laat verrichten.

Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak (bijvoorbeeld LJN: AV6279) is diegene die een vreemdeling feitelijk arbeid laat verrichten vergunningplichtig werkgever.

Ingevolge artikel 18, eerste lid, van de WAV, wordt het niet naleven van artikel 2, eerste lid, als beboetbaar feit aangemerkt.

Op grond van de Beleidsregels boeteoplegging WAV (de Beleidsregels) bedraagt de bestuurlijke boete voor een rechtspersoon € 8.000,00 per overtreding van artikel 2 van de WAV.

Artikel 4:84 van de Awb luidt als volgt:

Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Met betrekking tot de vraag of verweerder eiseres terecht als werkgever heeft aangemerkt overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de gedingstukken blijkt dat de vreemdelingen (de twee Bulgaarse werknemers) gebruik hebben gemaakt een bedrijfsauto, een stijger en verf van Gé Zet bouw BV.

Voorts blijkt uit de door mw. Oud-Zinken op 13 maart 2006 afgelegde verklaring dat de werkzaamheden op de [locatie A] ook zijn uitgevoerd door Gé Zet bouw BV. Voormelde werkzaamheden zijn door Gé Zet support namens Gé Zet Bouw BV in rekening gebracht bij de opdr[opdrachtgever A]A] In dit verband acht de rechtbank de ter zitting verwoorde stelling dat voornoemde rekening (ten bedrage van € 2.416,90) slechts betrekking heeft op de na 2 augustus 2005 verrichtte werkzaamheden niet aannemelijk. [opdrachtgever A] heeft immers verklaard dat op 3 augustus 2005 alles in een uurtje is afgemaakt, hetgeen niet in verhouding staat tot de hoogte van de rekening.

Met betrekking tot de stelling van eiseres dat [dhr A] de twee Bulgaren zonder medeweten en toestemming van eiseres naar [opdrachtgever A] in Den Haag heeft gestuurd, merkt de rechtbank op dat, blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel, [dhr A] zelfstandig bevoegd is als directeur van Gé Zet Bouw BV.

Op grond van bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat verweerder eiseres terecht als werkgever in de zin van de WAV heeft aangemerkt.

Ten aanzien van de aan eiseres door verweerder opgelegde boete stelt de rechtbank vast dat deze in overeenstemming is met de Beleidsregels (2 x € 8.000,00). Van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 Awb is de rechtbank niet gebleken. In dit verband overweegt de rechtbank dat het ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak hierbij moet gaan om individuele omstandigheden met een zeer uitzonderlijk karakter. De financiële omstandigheden van belanghebbende op zichzelf vormen geen reden om de boete te matigen of in te trekken. Wel bestaat voor eiseres de mogelijkheid een betalingsregeling te treffen met verweerder.

Op grond van voorgaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat verweerder eiseres terecht een boete heeft opgelegd van € 16.000,00. Het beroep van eiseres moet dan ook voor ongegrond worden gehouden.

Op grond van artikel 8:70 van de Awb wordt als volgt beslist.

3. Beslissing

De rechtbank Maastricht:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door mr. J.F.W. Huinen in tegenwoordigheid van mr. E.W. Seylhouwer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2007

door mr. Huinen voornoemd in tegenwoordigheid van voornoemde griffier.

w.g. E. Seylhouwer w.g. J. Huinen

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden: 30 juli 2007

Voor belanghebbenden en het bestuursorgaan staat tegen deze uitspraak het rechtsmiddel hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. De termijn voor het instellen van het hoger beroep bedraagt zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak.

Indien hoger beroep is ingesteld kan ingevolge het bepaalde in artikel 39 van de Wet op de Raad van State juncto artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onver¬wijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.