Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2007:BA5597

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
11-04-2007
Datum publicatie
24-05-2007
Zaaknummer
03/700266-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.

De Raadkamer oordeelt dat de tenuitvoerlegging van de maatregel dient te worden voortgezet, nu met voldoende voortvarendheid wordt gewerkt door de betreffende inrichting en veroordeelde gemotiveerd is zich te laten behandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/700266-06

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer voor strafzaken, gegeven naar aanleiding van de in het vonnis van deze rechtbank van 15 augustus 2006 opgenomen beslissing ingevolge artikel 38s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht omtrent de beoordeling van de noodzaak van de voorzetting van de in dat vonnis opgelegde plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: de maatregel) aan

[naam verdachte],

geboren te [geboortedatum en plaats verdachte],

wonende te [adres verdachte],

thans gedetineerd in de P.I “Nieuw Vosseveld 2” te Vught,

hierna te noemen: [naam verdachte].

De procesgang

De rechtbank heeft bij vonnis van 15 augustus 2006 in de zaak met parketnummer 03/700266-06 aan [naam verdachte] de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd voor de duur van twee jaren, met de bepaling dat zes maanden na aanvang van de maatregel een beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van voornoemde maatregel zal plaatsvinden.

In raadkamer zijn gehoord [naam verdachte], diens raadsman mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht, en de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

De raadsman heeft voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel bepleit.

De beoordeling

De raadkamer heeft kennis genomen van de inhoud van

-het adviesrapport op 15 januari 2007 omtrent de persoon van [naam verdachte] uitgebracht door de reclasseringswerker mevrouw I.C.C.M. van Hulsbeek,

-de evaluatierapportage van de isd-inrichting te Vught betrekking hebbend op de maatregel,

-een op geschrift gesteld verblijfsplan.

De raadkamer heeft vastgesteld vast dat

-met voldoende voortvarendheid wordt gewerkt aan een concreet verblijfs- en behandelplan voor [naam verdachte], waarbij de raadkamer opmerkt dat ook voortvarendheid bij de thans lopende intakeprocedure bij “De Ponder” geboden is,

-[naam verdachte] nog steeds duidelijk aangeeft gemotiveerd te zijn zich te laten behandelen,

-de veiligheid van personen of goederen de maatregel nog steeds eist.

De raadkamer is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de tenuitvoerlegging van de maatregel dient te worden voortgezet. De raadkamer zal dan ook dienovereenkomstig beslissen en daarbij bepalen dat de noodzaak tot voorzetting van de maatregel over uiterlijk zes maanden wederom zal worden getoetst.

DE BESLISSING

De raadkamer bepaalt

-dat de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 15 augustus 2006 door deze rechtbank opgelegde maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders zal worden voortgezet;

-dat de maatregel over uiterlijk zes maanden zal worden getoetst;

-dat het openbaar ministerie de raadkamer uiterlijk een maand vóór het verstrijken van voormelde periode bericht omtrent de voortgang van de maatregel en daarbij tevens een verklaring van de directeur van de inrichting omtrent de stand van de uitvoering van het verblijfsplan overlegt.

Aldus gegeven door mr. A.C.A. Schreinemakers, voorzitter, mr. J. Wöretshofer en mr. J.M.E. Kessels, rechters, in tegenwoordigheid van J.Th.G. Coenders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 11 april 2007.

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/700266-06

Proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 11 april 2007 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortedatum en plaats verdachte],

wonende te [adres verdachte],

thans gedetineerd in de P.I. “Nieuw Vosseveld 2” te Vught,

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

[naam verdachte] is niet in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt de beslissing uit.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht.