Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2007:BA4564

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
04-05-2007
Datum publicatie
07-05-2007
Zaaknummer
110328/KG ZA 07-169
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Als gevolg van de echtscheiding van partijen, machtigt de man de vrouw onherroepelijk om alles te doen om de echtelijke woning zo spoedig mogelijk te gelde te maken.

Hij verbindt zich ook om zo spoedig mogelijk na ondertekening van de tussen de man en de vrouw gemaakte afspraken aan de aangewezen notaris en aan ieder van de medewerkers ten tijde van de gebruikmaking van de volmacht werkzaam op het kantoor van de notaris een daartoe strekkende notariele volmacht af te geven.

Nadat de vrouw de woning heeft verkocht, weigert de man de genoemde volmacht aan de notaris af te geven.

In kort geding bepaalt de voorzieningenrechter dat zijn uitspraak dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte waarin de man zich zou hebben verbonden om na ondertekening van de gesloten overeenkomst een daartoe strekkende volmacht af te geven aan de notaris en diens medewerkers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 4 mei 2007

Zaaknummer : 119328 / KG ZA 07-169

De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende kort gedingvonnis gewezen

inzake

[naam verzoekster],

wonende te [M.],

eiseres, bij exploot van dagvaarding van 27 april 2007,

procureur mr. F.W. Oehlen, (toevoeging),

tegen:

[naam gedaagde],

wonende te [S.],

gedaagde, •procureur mr. J.E.A.H. Verstraelen.

1. Het verloop van de procedure

Eiseres, hierna te noemen: de vrouw, heeft gedaagde, hierna te noemen: de man, gedagvaard in kort geding. Op de dienende dag, 2 mei 2007, heeft de vrouw gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding, waarna zij haar vorderingen met verwijzing naar op voorhand toegezonden producties nader heeft doen toelichten.

De procureur van de man heeft kort mondeling verweer gevoerd en vervolgens verzocht om de behandeling te schorsen om met de man te overleggen over het inhoudelijk te voeren verweer, omdat hij niet de mogelijkheid had gehad het te voeren verweer vóór de zitting met de man te bespreken.

Vervolgens is het geding voor korte tijd geschorst, teneinde de man en zijn procureur in de gelegenheid te stellen omtrent het te voeren verweer te overleggen.

Na de schorsing heeft (de procureur van de) man verder verweer gevoerd tegen de vorderingen van de vrouw.

Partijen hebben daarna op in tweede termijn op elkaars stellingen gereageerd.

Ten slotte hebben partijen om vonnis verzocht. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1

Partijen zijn op [datum en plaats huwelijk] onder het vooraf maken van huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd.

Nadat de vrouw met de kinderen van partijen op 4 augustus 2006 de echtelijke woning had verlaten, heeft zij op 25 september 2006 een verzoekschrift tot echtscheiding bij deze rechtbank ingediend. Bij beschikking van 3 januari 2007 heeft de rechtbank de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is nog niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.2

In hun huwelijkse voorwaarden zijn partijen een periodiek verrekenbeding overeengekomen en hebben zij bepaald dat er tussen hen slechts een gemeenschap van inboedel bestaat. Iedere andere gemeenschapsvorm hebben partijen uitgesloten.

Uit de door de vrouw in het geding gebrachte kadastrale gegevens blijkt dat partijen de aan de [adres] gelegen echtelijke woning (ieder voor de onverdeelde helft) in mede-eigendom hebben.

2.2.1

In de echtscheidingsbeschikking is met betrekking tot de huwelijksvermogensrechtelijke belangen partijen bevolen over te gaan tot verrekening overeenkomstig de tussen hen gesloten huwelijkse voorwaarden. Daarnaast is ook de verdeling van de gemeenschappelijke goederen bevolen. Voorts is bepaald dat deze verrekening en verdeling dient plaats te vinden ten overstaan van notaris mr. J.M.J.H. Achten te Maastricht.

2.2.2

Voorafgaand aan en ten tijde van de echtscheidingsprocedure hebben diverse incidenten tussen de man en de vrouw alsmede tussen de man en familieleden van de vrouw plaatsgevonden. De man heeft daarbij ernstige bedreigingen geuit jegens de vrouw en haar familieleden. De man heeft de auto van de vrouw tot tweemaal toe vernield. In november 2006 is de man voor dit soort feiten in voorlopige hechtenis genomen. Op 21 februari 2007 is hij door de meervoudige strafkamer in deze rechtbank veroordeeld tot een gevangenis straf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. De detentie van de man eindigt op 7 mei 2007.

2.3

De (procureur van de) vrouw heeft de man herhaaldelijk verzocht zijn medewerking te verlenen aan de verkoop van de echtelijke woning. Bij brief van 10 januari 2007 is de man gesommeerd om zijn medewerking aan de verkoop van de echtelijke woning te verlenen.

Via zijn procureur heeft de man daarop gereageerd en in die reactie heeft hij de vrouw verzocht een verdelings-/verrekeningsvoorstel te doen. De (procureur van de) vrouw heeft naar aanleiding daarvan een overeenkomst tot vermogensrechtelijke afwikkeling van de echtscheiding opgesteld.

Deze overeenkomst is door beide partijen, op 20 maart 2007 door de man en op 23 maart 2007 door de vrouw, ondertekend.

2.3.1

Voor zover van belang voor dit geding hebben partijen in die overeenkomst met betrekking tot de echtelijke woning neergelegd:

1.1 Partijen komen overeen dat de voormalige echtelijke woning, gelegen aan de [adres], zo spoedig mogelijk wordt verkocht.

1.2 De man verklaart hierbij onherroepelijk volmacht te verlenen aan de vrouw de echtelijke woning en de daarbij behorende roerende zaken (zoals bijvoorbeeld stoffering) te gelde te maken, en alle handelingen te verrichten die daarvoor noodzakelijk zijn en/of naar de mening van de vrouw in dat kader gewenst of nuttig zijn, zoals (doch niet limitatief) het leggen en onderhouden van contacten met een makelaar, het onderhandelen met geïnteresseerden, het sluiten van een onderhandse koopakte en het leveren van de eigendom van de woning aan de kopers bij notariële akte, waarbij de man ook voor zover nodig uitdrukkelijk toestemming verleent voor het te gelde maken van de woning en al hetgeen daartoe noodzakelijk is in de zin van artikel 1:88 lid 1 BW.

1.3 De man machtigt de vrouw slechts als omschreven in artikel 1.2 onder de voorwaarde dat zij de woning minimaal voor € 260.000,-- kosten koper verkoopt.

1.4 De man verklaart hierbij onherroepelijk volmacht te verlenen aan notaris mr. J.M.J.H. Achten en aan ieder van de medewerkers, ten tijde van de gebruikmaking van de volmacht werkzaam op het kantoor van Achten Thissen Notarissen te Maastricht, zowel aan hen tezamen als aan ieder van hen afzonderlijk, om namens hem de akte waarin de onroerende zaak wordt geleverd aan de kopers te ondertekenen, en de hiervoor benodigde stukken te doen opmaken en te tekenen, woonplaats te kiezen en verder al datgene te verrichten dat de gevolmachtigde raadzaam zal oordelen, een en ander met de macht van in-de-plaatsstelling om te bewerkstelligen dat voormelde onroerende zaak goederenrechtelijk wordt geleverd aan de kopers en om vervolgens de verkoopopbrengst onder partijen te verdelen als omschreven in de artikelen 1.7 tot en met 1.10 van deze overeenkomst. De man verbindt zich hierbij tevens om zo spoedig mogelijk na ondertekening van deze overeenkomst een daartoe strekkende notariële volmacht af te geven aan notaris mr. J.M.J.H. Achten en aan ieder van de medewerkers, ten tijde van de gebruikmaking van de volmacht werkzaam op het kantoor van Achten Thissen Notarissen te Maastricht.

1.5 De man zal de woning vanaf het moment van ondertekening van deze overeenkomst niet meer betreden en alle sleutels – via zijn advocaat – zo spoedig mogelijk inleveren bij de vrouw.

2.4

Om de verkoop te bevorderen heeft de vrouw Damen, Hypotheken, Verzekeringen en Makelaardij, gevestigd te Maastricht, ingeschakeld. Deze makelaardij heeft kopers voor de woning gevonden en is, blijkend uit de met de kopers op 11 april 2007 gesloten koopovereenkomst, een koopprijs overeengekomen van € 280.000,--. In de koopovereenkomst is verder bepaald dat de akte van levering op 1 mei zal passeren.

2.5

Nadat de koopovereenkomst aan notaris mr. J.M.J.H Achten ter hand was gesteld, heeft deze zich, gezien het bepaalde in het hierboven vermelde artikel 1.4 tweede volzin van de in maart 2007 tussen partijen gesloten overeenkomst, begeven naar de penitentiaire inrichting De Geerhorst teneinde van de man de in die volzin beschreven notariële volmacht te ontvangen om mede aan de hand daarvan de transportakte te kunnen opstellen en de woning op 1 mei 2007 via deze door de man verstrekte volmacht aan de kopers te kunnen leveren.

De man heeft geweigerd die volmacht aan de notaris te verstrekken.

2.6

De vrouw heeft op grond van het vorenstaande en nog stellende dat indien de levering veel later dan 1 mei 2007 kan plaatsvinden, de koop wellicht geen doorgang kan vinden, gevorderd bij vonnis, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. de vrouw te machtigen tot het te gelde maken van de voormalige echtelijke woning, staande en gelegen aan de [adres] en de daarbij behorende roerende zaken zoals – doch niet limitatief – stoffering, gordijnen, zonnescherm, waarbij deze machtiging zonder nadere voorwaarden zal zijn, althans –subsidiair- onder door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen voorwaarden, met bepaling dat dit vonnis in kort geding in de plaats zal kunnen treden van de door de man te verrichten noodzakelijke formaliteiten voor casu quo de te verlenen toestemming aan casu quo de door de man te verstrekken wilsverklaring voor casu quo de door de man te verlenen toestemming voor de verkoop van de woning, zijnde onder meer het sluiten van een onderhandse koop overeenkomst, notarieel transport respectievelijk voor de te verlijden notariële transportakte, een en ander op de voet van artikel 3:300 lid 1 en 2 BW;

2. de man te bevelen de woning niet meer te betreden en uiterlijk op 8 mei 2007 aan de makelaar de sleutels van de woning ter beschikking te stellen en aan dit bevel een dwangsom te verbinden van € 1.000,-- per dag dat de man aan dit bevel geen gehoor zal geven met een maximum van € 50.000,--;

3. te bevelen dat de lasten van de woning ná 1 mei 2007 geheel ten laste van de man komen en te bevelen dat de notariskosten ad € 520,63 die gemaakt zijn teneinde een notariële volmacht te verkrijgen, verrekend worden met het winstdeel van de man na verkoop van de woning;

4. de man te veroordelen in de kosten van deze procedure, eventuele beslagkosten daaronder, te voldoen binnen veertien dagen na deze uitspraak, en, indien voldoening binnen die termijn niet plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na deze uitspraak;

5. de man te veroordelen in de nakosten tot een bedrag van € 131,-- indien er geen betekening van de uitspraak plaatsvindt, dan wel een bedrag van € 199,-- indien er wel betekening van de uitspraak plaatsvindt.

2.7

De man weerspreekt de vorderingen

3. De beoordeling

3.1

Het gestelde spoedeisend belang heeft de man niet betwist.

Gezien de aard van de zaak en dat de vrouw onweersproken heeft gesteld dat de hypothecaire verplichtingen al een aantal maanden niet zijn nagekomen en ook de komende tijd niet zullen kunnen worden nagekomen, waardoor de schuld aan de hypotheekbank almaar oploopt en daardoor de kans bestaat dat de bank haar recht van parate executie gaat uitoefenen waardoor er een aanzienlijk lagere opbrengst zal worden gerealiseerd dan thans met de kopers van de woning is overeengekomen, is het spoedeisend belang, in elk geval voor zover het de hoofdvordering betreft, naar het oordeel van de voorzieningenrechter in voldoende mate door de vrouw onderbouwd. Dit spoedeisend belang maakt ook dat in de onderhavige zaak de beslissing in voor dit soort gevallen voorgeschreven bodemprocedure van artikel 3:174 BW niet afgewacht kan worden.

3.2

De vrouw voert naast hetgeen hierboven onder 2 is aangenomen ter verdere onderbouwing van haar vorderingen aan dat zijzelf in verband met het bepaalde in artikel 3:170 lid 3 BW juncto artikel 3:174 lid 1 BW niet eenzijdig tot vervreemding van de woning kan overgaan. De vrouw is na met de man in maart 2007 te zijn overeengekomen dat de woning zo spoedig mogelijk verkocht zou moeten aan de slag gegaan die verkoop te realiseren. Nu zich kopers hebben aangediend en de woning geleverd moet worden en de man vervolgens heeft geweigerd en thans nog steeds weigert de notariële volmacht voor het transport van de woning af te geven, is zij genoodzaakt – via deze procedure – een machtiging te vragen tot het te gelde maken van de woning.

3.3

De man stelt dat wanneer hij op 7 mei 2007 op vrije voeten wordt gesteld dat hij dan aanstonds inkomsten uit arbeid zal hebben omdat hem in de gevangenis werk in de in Maastricht gelegen Beatrixhaven is aangeboden. Nu de woning dichtbij de Beatrixhaven is gelegen en op de woning slechts een hypotheek van nog maar € 55.000,-- rust en hij uit dien hoofde een woonlast van slechts € 350,-- per maand heeft, zou hij een dief van eigen beurs zijn indien hij voor het dubbele van dit bedrag in Valkenburg aan de Geul een huurwoning zou betrekken. De man zegt, nu hij vanaf volgende week verzekerd is van inkomen, dat het geen probleem zal zijn om met de bank te regelen dat hij de overwaarde van de woning aan de vrouw kan uitkeren om vervolgens de woning uit de te verdelen boedel over te nemen.

Volgens de man is het daarom niet nodig de woning aan derden te verkopen.

3.4

De vrouw heeft de stelling van de man dat hij, zodra hij op 7 mei 2007 uit detentie komt, aanstonds werk zal hebben en daaruit inkomen uit arbeid zal genereren betwist. Zij stelt dat gezien het verleden van de man die aanname niet voor de hand ligt.

De voorzieningenrechter volgt de vrouw in haar mening dat die stelling van de man niet aannemelijk is. De man heeft op geen enkele wijze deze stelling onderbouwd. Op grond daarvan al, alsmede op grond van het feit dat de man geen enkel inzicht heeft gegeven in zijn financiële positie, is ook zijn stelling dat het regelen van een aanvullende financiering met de hypotheekverstrekkende bank geen grote problemen zal opleveren niet aannemelijk.

Los hiervan gaat de man met dit thans ingenomen standpunt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, volledig voorbij aan het feit dat hij in maart 2007 de vrouw – kort gezegd – onherroepelijk heeft gemachtigd de woning te verkopen voor een minimale koopsom van € 260.000,--. Zijn mening dat hij ondanks deze afgegeven volmacht thans zelf nog aanspraken kan maken op de woning is daarmee, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onjuist en tardief. Temeer nu de vrouw overeenkomstig de tussen de man en de vrouw gemaakte afspraken een koper voor de woning heeft gevonden, die bereid is € 20.000,-- méér te betalen dan de met de man overeengekomen minimale koopsom van € 260.000,-- en ten processe in het geheel niet is gebleken dat de man vóór de behandeling van dit kort geding kenbaar heeft gemaakt dat hij – daar deze woning voor hem een bijzondere waarde zou hebben – zelf wilde verkrijgen tegen vergoeding van de te taxeren waarde.

3.5

Nadat de verkoopovereenkomst was ondertekend door de vrouw en de kopers heeft de vrouw deze aan notaris mr. Achten ter hand gesteld. Dit op grond van het in de tweede volzin van artikel 1.4 bepaalde in de reeds meermalen genoemde overeenkomst tussen de man en de vrouw gesloten in maart 2007, waarin staat dat de man zich verbindt een daartoe strekkende volmacht af te geven aan genoemde notaris en zijn medewerkers om de transportakte namens de man te ondertekenen. Uit de door de vrouw overgelegde nota is op te maken dat de notaris tevergeefs naar de man is gegaan om die volmacht te verkrijgen. Nu de man ter zitting heeft verklaard dat hij ook nadat hij op 7 mei 2007 uit de detentie komt, zal weigeren die rechtshandeling te verrichten, moet op grond van die feiten en de door de vrouw geschetste overige omstandigheden voorshands geoordeeld worden, dat er gewichtige redenen ex artikel 3:174 BW zijn om de vrouw te machtigen tot verkoop van de voormalige echtelijke woning van partijen.

3.5.1

In artikel 1.2 van de tussen partijen in maart 2007 gesloten overeenkomst heeft de man de vrouw onherroepelijk gemachtigd om – kort gezegd – de echtelijke woning te gelde te maken en heeft hij haar voorts uitdrukkelijk toestemming daartoe verleend om alles te doen wat voor het te gelde maken van de woning noodzakelijk is.

De vrouw heeft derhalve geen belang bij haar onder 2.6 sub 1 primair ingestelde vordering. Er moet immers worden aangenomen dat zij zelf bij het transport van de woning aan de kopers ten kantore van de notaris zal verschijnen dan wel dat zij hem dan wel een van zijn medewerkers zal machtigen om namens haar op te treden.

Dit zo zijnde en nu is vastgesteld dat de man weigert de rechtshandeling te verrichten waartoe hij krachtens de onherroepelijk met de vrouw gemaakte afspraken gehouden is, zal de voorzieningenrechter, gezien het bepaalde in artikel 3:300 lid 1 BW bepalen dat deze uitspraak dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van de man die tot de rechtshandeling gehouden is.

Mede in verband met het bepaalde in artikel 3:301 lid 1 BW zal de voorzieningenrechter deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad verklaren en te dien aanzien voorts bepalen dat deze binnen 10 werkdagen na datum uitspraak aan de man moet betekend worden.

3.6

In artikel 1.5 van de tussen partijen in maart 2007 gesloten overeenkomst is bepaald dat de man vanaf het moment van ondertekening van de overeenkomst de woning niet meer zal betreden en dat hij alles sleutels van de woning (via zijn advocaat) zal inleveren bij de vrouw

Ter terechtzitting heeft de man bevestigd dat hij de sleutels van de woning nog in zijn bezit heeft.

Nu de man ook deze afspraak niet is nagekomen, heeft de vrouw, mede gezien de belangen van de kopers van de woning, een spoedeisend belang bij de hierboven 2.6 sub 2 verwoorde vordering om de man te bevelen de sleutels op straffe van een dwangsom ter beschikking te stellen van de instrumenterende makelaar. De voorzieningenrechter acht evenwel termen aanwezig de gevorderde dwangsom alsmede het maximale bedrag dat de man kan verbeuren te matigen tot de helft van beide door de vrouw genoemde bedragen.

3.7

Met betrekking tot de hierboven onder 2.6 sub 3 gevorderde geldsom en om daarbij de lasten van de woning die vanaf 1 mei 2007 opkomen enkel voor rekening van de man te brengen, alsmede ter zake de onder 2.6 sub 4 naast de proceskostenveroordeling gevorderde beslagkosten en de onder 2.6 sub 5 gevorderde nakosten vermag de voorzieningenrechter niet in te zien wat het spoedeisend belang bij deze vorderingen is. Deze gemaakte kosten dan wel nog te maken kosten kunnen immers eenvoudig worden verrekend met het aandeel dat de man in de opbrengst van de vervreemding van de woning toevalt. Nu verwacht kan worden dat die afrekening op grond van deze uitspraak binnen afzienbare tijd zal plaatsvinden, zijn er geen argumenten die maken dat deze vorderingen in dit geding toegewezen kunnen worden.

3.8

Ten aanzien van de door de vrouw gevorderde proceskosten is de voorzieningenrechter in dit geval, gezien de tussen partijen gemaakte afspraken, van oordeel dat de man tegen beter weten in de (hoofd)vorderingen van de vrouw heeft bestreden. Dit maakt dat hij in de kosten van deze procedure veroordeeld moet worden.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

verstaat dat de vrouw door de man is gevolmachtigd om de echtelijke woning te gelde te maken;

bepaalt dat deze uitspraak, na betekening aan de man binnen 10 werkdagen na heden, dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte waarin de man zich zou hebben verbonden om na ondertekening van de in maart 2007 gesloten overeenkomst een daartoe strekkende volmacht af te geven aan notaris mr. J.M.J.H Achten en aan ieder van de medewerkers, ten tijde van de gebruikmaking van de volmacht werkzaam op het kantoor van Achten Thissen Notarissen te Maastricht;

beveelt de man de woning gelegen aan de [adres] niet meer te betreden en beveelt hem tevens om uiterlijk op 8 mei 2007 de sleutels van de woning aan makelaardij Damen, gevestigd aan de Ambyerstraat Noord nr. 72 te 6225 EG Maastricht ter beschikking te stellen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- voor iedere dag dat de man, na betekening van dit vonnis, geen gevolg geeft aan dit bevel;

bepaalt dat de man in voorkomend geval niet meer dan in totaal het bedrag van € 25.000,--aan dwangsommen kan verbeuren;

veroordeelt de man in de proceskosten tot aan dit vonnis gerezen en aan de zijde van de vrouw begroot op € 1.239,31, zijnde € 251,-- aan vast recht, € 904,-- voor salaris procureur en € 84,31 aan explootkosten. Deze kosten zijn op de voet van het bepaalde in artikel 243 Rv te voldoen aan de griffier van deze rechtbank;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af de meer of anders gevorderde voorzieningen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Casparie, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

LD/