Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2007:BA0728

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
13-03-2007
Datum publicatie
15-03-2007
Zaaknummer
03-703168-06; 03-700534-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van het medeplegen van meerdere ladingdiefstallen, van gewoonteheling en deelnema aan criminele organisatie. Bij de bewezenverklaring heeft de rechtbank, naast de aangehaalde bewijsmiddelen, betrokken dat verdachte geen verklaring geeft voor haar belastende omstandigheden;

- Lidmaatschap van een criminele organisatie en strafmaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummers: 03/703168-06; 03/700534-06

Datum uitspraak: 13 maart 2007

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 augustus 2006, 12 oktober 2006, 6 december 2006, 6 februari 2007, 7 februari 2007, 13 februari 2007, 16 februari 2007 en op 27 februari 2007 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[Naam verdachte],

geboren te [Geboorteplaats verdachte] op [Geboortedatum verdachte],

wonende te [Woonadres verdachte],

thans gedetineerd in de het PI “Ter Peel” te Evertsoord.

De bij afzonderlijke dagvaardingen onder bovenvermelde parketnummers aangebrachte zaken zijn ter terechtzitting gevoegd.

ZAAK 00

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 na wijziging van de tenlastelegging onder 1 ten laste gelegd dat

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 18 april 2006 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen (waartoe, inclusief zij, verdachte, behoorden: [P.F.] en/of [J.P.] en/of [D.v.d.Z.] en/of [D.N.] en/of [Naam verdachte] en/of [A.F.] en/of anderen of een ander), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- diefstal, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen gepleegd, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik brengt door middel van braak, verbreking, inklimming en/of (een) valse sleutel(s) en/of

- gewoonteheling en/of

- opzetheling.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

zij in de periode van 1 november 2005 tot en met 18 april 2006 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen (waartoe, inclusief zij, verdachte, behoorden: [P.F.] en [J.P.] en [D.v.d.Z.] en [D.N.]), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- diefstal, tezamen en in vereniging met anderen of een ander gepleegd, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik brengt door middel van braak, verbreking, inklimming en/of (een) valse sleutel(s) en

- gewoonteheling en

- opzetheling.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere bewijsoverweging

Uit de bewezenverklaringen blijkt dat de verdachte als medeplichtige betrokken is geweest bij meerdere gevallen van diefstal van gestolen lading. De verdachte heeft contact gelegd met haar broer [D.v.d.Z.] om hem details door te geven over onder meer tijdstippen, plaats van vertrek en de mee te nemen auto. Deze ladingdiefstallen werden, in wisselende samenstelling, gepleegd door [P.F.], [J.P.] en [D.v.d.Z.]. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan gewoonteheling en opzetheling, die beide in direct verband staan met de ladingdiefstallen.Verdachte’s betrokkenheid bij de onderhavige ladingdiefstallen neemt blijkens het bewezenverklaarde oudste feit een aanvang in januari 2005.

Naar het oordeel van de rechtbank is hierbij sprake van een gestructureerd samenwerkingsverband van bovengenoemde personen, gelet op hun wijze van opereren en hun te onderscheiden rol in het geheel. Ook is sprake van een zekere bestendigheid van dit samenwerkingsverband gezien de periode waarin de ladingdiefstallen respectievelijk de opzet- en gewoonteheling zich hebben afgespeeld.

De kwalificatie

Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

ZAAK 04

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 2 ten laste gelegd dat

[P.F.] en/of [J.P.] en/of [D.v.d.Z.] in of omstreeks de periode van 20 tot en met 21 januari 2006 in de gemeente Beverwijk tezamen en in vereniging met elkander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (vanaf bedrijfsterreinen) heeft/hebben weggenomen een trekker (DAF, [XX-XX-XX]) en/of een oplegger (Van Eck, [XX-XX-XX]) en/of lading, te weten een partij (reparatie)onderdelen voor vaatwassers, magnetrons, stofzuigers en wasmachines (LG Electronics Inc.), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [M.U.] en/of aan Schavemaker Transport B.V. en/of aan LG Electronics Inc., in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] en aan verdachte, waarbij die [P.F.] en/of die [J.P.] en/of die [D.v.d.Z.] zich de toegang tot de plaats(en) van het/de misdrijf/misdrijven heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

- tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 18 tot en met 20 januari 2006 in Valkenburg, in elk geval in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door zich beschikbaar te houden voor (het hebben en/of het ontvangen van) telefonische contacten en/of voor het doorgeven van (telefonische en/of sms-) boodschappen tussen die [P.F.] en die [D.v.d.Z.], in elk geval aan die [D.v.d.Z.], met het oog op het tijdstip en de dag van verzamelen voor het op pad gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf en/of door daartoe (op 18 januari 2006) een telefoongesprek te voeren met die [D.v.d.Z.] waarin zij, verdachte, zegt dat zij denkt dat het gewoon weer vrijdag is en/of door (op vrijdag 20 januari 2006) meermalen een telefoongesprek met die [D.v.d.Z.] te voeren in welke (gezamenlijke) gesprekken wordt gevraagd en gezegd wanneer die [D.v.d.Z.] ergens aanwezig moet zijn en dat die [D.v.d.Z.] de/een auto wel moet meenemen en/of door (op 20 januari 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf) en/of

- bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, op 21 januari 2006 in Valkenburg, in elk geval in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest, door (volgens tevoren gemaakte afspraken, althans volgens eerder beproefde en succesvol gebleken werkwijze/instructie) op verzoek van die [P.F.] telefonisch contact op te nemen met [D.N.] om een afspraak te maken voor (zogenaamd) te internetten, zijnde gecodeerde taal om die [D.N.] te vragen zijn loods aan De Steeg te Schimmert te openen teneinde (die diefstal (verder) te voltooien door) die gestolen trekker en oplegger met lading in die loods te zetten.

De geldigheid van de dagvaarding

In de tenlastelegging wordt de verdachte onder andere het verwijt gemaakt dat zij medeplichtig is aan de gepleegde feiten door haar woning ter beschikking te stellen aan de plegers van de strafbare feiten, teneinde van daaruit gezamenlijk op pad te gaan.

Voor zover de dieven zich al verzamelden in de woning van de verdachte om vandaar uit gezamenlijk op pad te gaan is dat naar het oordeel van de rechtbank geen constitutief vereiste voor het plegen van de diefstal. Dit verwijt, zo al waar, kan daarom niet leiden tot de conclusie dat de verdachte medeplichtig is aan de diefstal. De dagvaarding wordt op dit onderdeel partieel nietig verklaard.

In de tenlastelegging wordt de verdachte verder het verwijt gemaakt dat zij na de diefstal contact heeft opgenomen met de medeverdachte [D.N.] over het plaatsen van de gestolen vrachtauto en lading in zijn loods.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft dit handelen echter betrekking op gebeurtenissen nadat het feit al was gepleegd. Dan is in beginsel geen sprake van medeplichtigheid aan dat feit. Onder omstandigheden kan een handeling “achteraf” wel medeplichtigheid opleveren maar dan moet dat feit een essentiële bijdrage hebben geleverd aan de uitvoering ervan. Als voorbeeld wordt genoemd de man die na de moord de vluchtauto bestuurt en daardoor voor de moordenaar de gemoedsrust schept om zijn daad te plegen. De handeling waarvan de verdachte wordt verdacht vormt, indien waar, echter niet zo’n essentieel bestanddeel zodat van medeplichtigheid geen sprake is. De dagvaarding wordt op dit onderdeel eveneens partieel nietig verklaard.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

[P.F.] en [D.v.d.Z.] in de periode van 20 tot en met 21 januari 2006 in de gemeente Beverwijk tezamen en in vereniging met elkander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening hebben weggenomen een trekker (DAF, [XX-XX-XX]) en een oplegger (Van Eck, [XX-XX-XX]) en lading, te weten een partij (reparatie)onderdelen voor vaatwassers, magnetrons, stofzuigers en wasmachines toebehorende aan [M.U.] en/of aan een ander of anderen dan aan die [P.F.] en die [D.v.d.Z.], waarbij die [P.F.] en die [D.v.d.Z.] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 18 tot en met 20 januari 2006 in Valkenburg opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door het doorgeven van telefonische boodschappen tussen die [P.F.] en die [D.v.d.Z.].

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere bewijsoverweging

De verdachte heeft contacten onderhouden tussen haar broer [D.v.d.Z.] en [P.F.] in verband met de diefstal in de nacht van 20 op 21 januari 2006. Zij heeft haar broer gezegd wanneer deze aanwezig moest zijn en dat hij zijn auto mee moest nemen, zodat er vervoer naar de plaats van het delict beschikbaar zou zijn. Door zo te handelen heeft de verdachte zich naar de overtuiging van de rechtbank schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan de diefstal.

De kwalificatie

Medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

ZAAK 01

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 3 ten laste gelegd dat

[P.F.] en/of [J.P.] en/of [D.v.d.Z.] in of omstreeks de periode van 24 tot en met 25 maart 2006 te Ittervoort, althans in de gemeente Hunsel, tezamen en in vereniging met elkander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een vrachtauto (Volvo, [XX-XX-XX]) en/of lading, te weten 15 pallets en/of 84, althans een aantal LCD-televisieschermen of LCD-TV's (Philips), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Bakker H. Transport B.V. en/of aan Philips C.E. B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] en aan verdachte, waarbij die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 23 tot en met 25 maart 2006 in Valkenburg, in elk geval in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door zich beschikbaar te houden voor (het hebben en/of het ontvangen van) telefonische contacten en/of voor het doorgeven van (telefonische en/of sms-) boodschappen tussen die [P.F.] en die [D.v.d.Z.], in elk geval met die [D.v.d.Z.], met het oog op het tijdstip en de dag van verzamelen voor het op pad gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf en/of door (op 23 maart 2006) daartoe (een) sms-bericht(en) te sturen aan die [D.v.d.Z.] met de tekst(en): "Morgenavond 7uur.ok?" en/of "Ok?" en/of door (op 23 maart 2006) een telefoongesprek met die [D.v.d.Z.] te voeren waarin die/een afspraak werd bevestigd en/of door (op 24 maart 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf).

De geldigheid van de dagvaarding

In de tenlastelegging wordt de verdachte onder andere het verwijt gemaakt dat zij medeplichtig is aan de gepleegde feiten door haar woning ter beschikking te stellen aan de plegers van de strafbare feiten, teneinde van daaruit gezamenlijk op pad te gaan.

Voor zover de dieven zich al verzamelden in de woning van de verdachte om vandaar uit gezamenlijk op pad te gaan is dat naar het oordeel van de rechtbank geen constitutief vereiste voor het plegen van de diefstal. Dit verwijt, zo al waar, kan daarom niet leiden tot de conclusie dat de verdachte medeplichtig is aan de diefstal. De dagvaarding wordt op dit onderdeel partieel nietig verklaard.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 3 ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere overweging aangaande de vrijspraak

De verdachte wordt verweten dat zij, kort gezegd, de contacten heeft onderhouden tussen haar broer [D.v.d.Z.] en haar partner [P.F.] in verband met een door deze personen te plegen diefstal in de nacht van 24 op 25 maart 2006. Dit contact beslaat, voor zover de rechtbank heeft kunnen vaststellen, echter niet meer dan een sms, inhoudende de vraag “morgenavond 7 uur ok?”, waarmee [D.v.d.Z.] later instemt. Dat zulks verband houdt met een te plegen diefstal staat echter niet vast. Daarom moet de verdachte worden vrijgesproken.

ZAAK 44

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 4 ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 18 april 2006 in de gemeente Valkenburg aan de Geul, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 28 dozen met daarin in totaal (ongeveer) 13.932/13.929, althans meer dan/ruim dertienduizend flesjes met daarin vloeistof/materiaal (netto gewicht (ongeveer) 366 kilogram) bevattende MDMA en/of amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 5 ten laste gelegd dat

zij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 17 april 2006 te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul, in elk geval in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd flesjes met daarin een vloeistof/materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en amfetamine (te weten aan/naar [C.J.] (enkele flesjes) en/of aan/naar [D.N.] ((ongeveer) 100, althans een aantal flesjes) en/of aan/naar [R.K.] (minstens (ongeveer) 500, althans een aantal flesjes), zijnde MDMA en amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 8 ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 18 april 2006 te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 40 (39 + 1) flesjes met daarin een vloeistof/materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine en/of (ongeveer) 16 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of (ongeveer) 5,4 gram (brokjes met poeder), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of (ongeveer) 0,8 gram (poeder met brokjes), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde MDMA, amfetamine en heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

zij op 18 april 2006 in de gemeente Valkenburg aan de Geul, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad 28 dozen met daarin ruim dertienduizend flesjes met daarin vloeistof (netto gewicht ongeveer 366 kilogram) bevattende MDMA en amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

zij meermalen in de periode van 1 januari 2006 tot en met 17 april 2006 in het arrondissement Maastricht opzettelijk heeft verkocht en/of verstrekt flesjes met daarin een vloeistof bevattende MDMA en amfetamine, (te weten aan [C.J.] (enkele flesjes) en aan [D.N.] (ongeveer) 100 flesjes) en aan [R.K.] (ongeveer 500 flesjes), zijnde MDMA en amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 8 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

zij op 18 april 2006 te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad 40 flesjes met daarin een vloeistof bevattende MDMA en amfetamine en 5,4 gram van een materiaal bevattende amfetamine en 0,8 gram van een materiaal bevattende heroïne, zijnde MDMA, amfetamine en heroïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 4 en onder 5 en in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 8 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere overweging aangaande de partiële vrijspraak

De 16 tabletten met MDMA zijn aangetroffen in een kamer van het appartement, dat de verdachte met [P.F.] bewoonde, waar zich kennelijk uitsluitend kleding van [P.F.] bevond. Nu het dossier geen evidente aanknopingspunten bevat omtrent de wetenschap van de verdachte over de aanwezigheid van deze tabletten acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze tabletten opzettelijk aanwezig heeft gehad.

De nadere bewijsoverweging

Feit 4

Blijkens het proces-verbaal van 12 mei 2006 van de verbalisant Leenders, in aanwezigheid van de Belgische rechercheur Jansen, is door [P.F.] (hierna: [P.F.]) tijdens verhoren op 11 en 12 mei 2006 aangegeven dat hij degene was die 15.000 flesjes met opschrift ‘69’ heeft gekocht en geplaatst in de kelder van [T.D.]. Daarbij heeft [P.F.] vermeld dat hij dacht dat de flesjes vloeibare viagra -en geen verdovende middelen- bevatten en dat hij er niet geheimzinnig over deed dat hij deze flesjes had.

[P.F.] heeft op 30 januari 2007 bij de rechter-commissaris verklaard dat de verdachte aanwezig was bij het naar binnendragen van de flesjes.

[T.D.] heeft op 18 april 2006, tijdens de doorzoeking, tegenover de politie verklaard dat het bij de flesjes gaat om een ‘soort XTC’. Later heeft zij -op 1 mei 2006- bij de politie en ook nadrukkelijk bij het onderzoek ter terechtzitting verklaard dat de verdachte haar ten tijde van het arriveren van de dozen verteld had dat ‘er drie dingen inzaten’ te weten viagra, XTC en een derde stof waarvan zij niet meer wist welke. De rechtbank heeft geen redenen, mede gezien haar proceshouding, om aan de verklaringen van [T.D.] te twijfelen.

Het bovenstaande in onderling verband beschouwd en in aanmerking nemend dat [P.F.] met de verdachte samenwoonde is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat er XTC in zat en daarbij de aanmerkelijke kans op de koop toe heeft genomen dat de flesjes MDMA en amfetamine bevatten. Daarom is wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor het tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig hebben van ruim 13.000 flesjes met verdovende middelen.

Feit 5

De verdachte heeft in haar verklaring van 2 mei 2006 bij de politie verklaard in totaal zo’n 500 flesjes te hebben verkocht, waarvan 100 flesjes aan [D.N.] en een aantal flesjes aan [C.J.].

In het dossier bevindt zich een opgenomen telefoongesprek tussen verdachte en [D.N.] van 11 januari 2006 waarin afspraken worden gemaakt over de verkoop en aflevering van 100 flesjes.

[C.J.] heeft op 13 juni 2006 bij de politie verklaard dat zij 4 of 5 flesjes van deverdachte heeft gekregen -later in dat verhoor spreekt zij over in totaal ongeveer 30 flesjes- en daar nooit iets voor heeft betaald.

De verdachte heeft verder op 15 mei 2006 bij de politie verklaard over de aflevering door haar van een doos met 500 flesjes op 21 januari 2006 in de nagelstudio van [C.J.] aan een haar onbekende man, die haar over de verkoop telefonisch had benaderd. In bedoelde studio heeft de aflevering aan en betaling door die man (ongeveer € 3.500,- aldus de verdachte) aan de verdachte plaatsgevonden.

In het dossier bevindt zich een verklaring van [C.J.] van 13 juni 2006 waarin zij de aflevering van een kartonnen doos door de verdachte aan een door haar [H.] genoemde man in haar studio beschrijft. Zij heeft daarbij nadere gegevens over die man vermeld. Uit een zich in het dossier bevindend proces-verbaal van bevindingen van 14 juni 2006 blijkt dat de verbalisanten naar aanleiding van de door [C.J.] verstrekte informatie de bewuste man hebben kunnen identificeren als [R.K.].

In het dossier bevinden zich meerdere opgenomen sms-berichten die op 21 januari 2006 zijn uitgewisseld met de door de verdachte gebruikte mobiele telefoon en die van voornoemde [R.K.], en waarin nadere afspraken worden gemaakt over de hoeveelheid flesjes, de prijs en plaats van overdracht, een en ander overeenkomstig bovenstaande weergave

Feit 8

De rechtbank verwijst terzake het opzettelijk aanwezig hebben van de 40 flesjes naar de bewijsoverweging zoals hierboven weergegeven aangaande de ruim 13.000 flesjes. Daarbij tekent de rechtbank aan dat de verdachte op 2 mei 2006 heeft verklaard dat de 40 flesjes afkomstig zijn uit de partij die in de kelder van [T.D.] is aangetroffen.

De amfetamine en heroïne zijn aangetroffen in de keuken van het appartement dat de verdachte met [P.F.] bewoonde, op grond waarvan wettig en overtuigend bewezen wordt geacht dat de verdachte deze verdovende middelen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad.

De kwalificatie

Feit 4 (03/703168-06)

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd (oud).

Feit 5 (03/703168-06)

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd (oud).

Feit 8 (03/700534-06)

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd (oud).

ZAAK 48

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 6 ten laste gelegd dat

(primair)

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 18 april 2006, in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, doordat zij steeds en/of meermalen in die periode (telkens) geld en/of goederen, te weten winsten en/of opbrengsten afkomstig van veelvuldig, althans meermalen, door haar, verdachtes, partner [P.F.] en diens mededader(s) begane diefstal van vrachtauto's en/of trekkers en/of opleggers en/of ladingen, heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat geld en/of die goederen, althans van die winsten en/of opbrengsten wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goed betrof;

(subsidiair)

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 18 april 2006 te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul, in elk geval in Nederland, opzettelijk uit de opbrengst van door misdrijf verkregen goederen (te weten steeds de buit van veelvuldig, althans meermalen, door haar, verdachtes, partner [P.F.] en diens mededader(s) begane diefstal van vrachtauto's en/of trekkers en/of opleggers en/of ladingen) voordeel heeft getrokken, immers heeft verdachte opzettelijk geprofiteerd en gebruik gemaakt van de winsten en opbrengsten verkregen door de diefstal van die goederen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 6 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

zij in de periode van 1 november 2005 tot en met 18 april 2006 in het arrondissement Maastricht een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, doordat zij meermalen in die periode geld en/of goederen, te weten winsten en/of opbrengsten afkomstig van meermalen, door haar, verdachtes, partner [P.F.] en diens mededaders begane diefstal van ladingen heeft verworven, terwijl zij ten tijde van het verwerven van dat geld en/of die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goed betrof.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere bewijsoverweging

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat de verdachte vanaf november 2005 medeplichtig is aan ladingdiefstallen die haar partner [P.F.] en diens mededader(s) hebben gepleegd.

Gezien hun relatie en het feit dat zij samenwoonden moet de verdachte geweten hebben dat de inkomsten van [P.F.] vanaf dat tijdstip (ook) uit het plegen van ladingdiefstallen afkomstig waren. In de hier aan de orde zijnde periode vanaf november 2005 is niet gebleken dat de verdachte reguliere inkomsten had.

De rechtbank verwijst verder naar de volgende, in het dossier aanwezige, gegevens:

- de verklaring van de verdachte van 3 mei 2006, waarin zij onder meer aangeeft ongeveer € 5.000,- van [P.F.] gekregen te hebben om te winkelen en dat [P.F.] de vakanties, etentjes en boodschappen betaalde;

- een telefoongesprek van verdachte met [T.D.] van 12 januari 2006 waarin de verdachte zegt dat zij die dag [P.F.]’s geld heeft gepakt en is gaan shoppen in Maastricht en dat zij € 2.000,- heeft uitgegeven;

- een telefoongesprek van de verdachte met een derde van 18 januari 2006 waarin de verdachte zegt dat zij nog altijd geen werk heeft en dat [P.F.] alles betaalt;

- een overzicht naar aanleiding van bij de verdachte aangetroffen betalingsbewijzen, waaruit blijkt dat de verdachte in de periode van 24 november 2005 tot en met 10 maart 2006 voor een bedrag van ongeveer € 3.000,- heeft uitgegeven aan kleding, sieraden en dergelijke en op 16 maart 2006 een bedrag van € 9.261,- ten behoeve van betaling van BPM-belasting.

Gelet op de betrokkenheid van de verdachte als medeplichtige bij meerdere ladingdiefstallen in de hier aan de orde zijnde periode en het verband tussen die bewezen verklaarde feiten, haar uitgavenpatroon in die periode en met name haar mededeling dat zij geen werk heeft en [P.F.] ‘alles betaalt’, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewijs aanwezig dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoonteheling.

De kwalificatie

Van het plegen van opzetheling een gewoonte maken.

ZAAK 47

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 7 ten laste gelegd dat

zij in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 18 april 2006, in het arrondissement Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten een auto (Mercedes SLK), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten die auto, was, terwijl zij en/of haar, verdachtes, mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit het misdrijf, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op of omstreeks 29 december 2005 gezorgd dat voor die auto het Duitse kenteken AC-873 E werd afgegeven en/of op naam van haar, verdachtes, mededader(es), althans op naam van T.M.X. [T.D.] werd gezet en/of op of omstreeks 29 maart 2006 gezorgd dat voor die auto het Nederlandse kenteken [XX-XX-XX] werd afgegeven en/of op naam van haar, verdachtes, mededader(es), althans op naam van T.M.X. [T.D.] werd gezet (terwijl die auto van [P.F.] was/is).

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 7 ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere overweging aangaande de vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat in het dossier onvoldoende aanknopingspunten aanwezig zijn om wettig en overtuigend bewezen te achten dat de verdachte en/of mogelijke mededader(s) wist(en) dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat de onderhavige Mercedes middellijk of onmiddellijk uit misdrijf afkomstig was.

Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte herhaaldelijk te kennen heeft gegeven in de veronderstelling te verkeren dat [P.F.] zijn inkomsten (mede) betrok uit de exploitatie van een café en een club. De rechtbank acht de omstandigheid dat de verdachte ook op de hoogte was van het door [P.F.] plegen van (vermogens)delicten in dit kader onvoldoende om aan te nemen dat de verdachte wetenschap had of vermoedens moest hebben dat het hier aan de orde zijnde voorwerp -de Mercedes SLK- (ook) uit misdrijf afkomstig was.

ZAAK 11

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 1 ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 18 april 2006 te Valkenburg, althans in de gemeente Valkenburg aan de Geul, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (Belgisch) paspoort op naam van [J.C.] voorhanden heeft gehad, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat paspoort wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

zij op 18 april 2006 te Valkenburg tezamen en in vereniging met een ander een Belgisch paspoort op naam van [J.C.] voorhanden heeft gehad, terwijl zij en haar mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van dat paspoort wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere bewijsoverweging

De rechtbank heeft gelet op de omstandigheid dat het paspoort van [J.C.] is gestolen en dat dit paspoort in een la van een kast van medeverdachte [T.D.] is aangetroffen.

De verdachte heeft verklaard dat zij een woning in Voerendaal heeft gehuurd, waar vervolgens hennep werd gekweekt, en dat -om te verhullen dat zij de huurder was- een contract van onderhuur is opgesteld met behulp van het paspoort in kwestie; dit paspoort heeft zij later zelf gekregen van degene die het contract van onderhuur regelde. In het dossier is geen aanwijzing dat die persoon de houder van het paspoort in kwestie is. De verdachte ontkent dat zij het paspoort in die la bij [T.D.] heeft gelegd.

De medeverdachte [T.D.] heeft verklaard dat zij wist dat dit paspoort in die la lag, dat dit paspoort daar door haar medeverdachte [Naam verdachte] is neergelegd, dat het gebruikt is voor het onderverhuren van een door deze medeverdachte gehuurde woning in Voerendaal, waar een hennepplantage was, en dat zij de houder van het paspoort, [J.C.], niet kende.

Uit deze verklaringen volgt dat de omstandigheden rondom dit paspoort op zijn minst zeer vaag zijn.

De rechtbank stelt voorop dat een paspoort zich enkel rechtmatig kan bevinden onder degene op wiens naam dat paspoort staat of onder de uitgevende autoriteit. Zelfs een vinder wordt als hij het paspoort niet tijdig aan de autoriteiten afgeeft, een verduisteraar.

Wanneer iemand dus een paspoort onder zich houdt dat door een ander die ook niet de rechtmatige houder is, onder hem is neergelegd, dan weet die persoon dat degene die het daar heeft neergelegd een misdrijf pleegde, en dan wordt die persoon dus de heler.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte en haar medeverdachte, gelet op bovengenoemde omstandigheden en de inhoud van haar verklaringen, beiden wisten dat het betreffende paspoort van misdrijf afkomstig was.

De kwalificatie

Opzetheling.

ZAAK 19

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 2 ten laste gelegd dat

[P.F.] en/of [J.P.] en/of [D.v.d.Z.] in of omstreeks in de periode van 25 tot en met 26 februari 2006 te Waardenburg, althans in de gemeente Neerijnen, tezamen en in vereniging met elkander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een vrachtauto (Scania, [XX-XX-XX]) en/of in/uit een oplegger ([XX-XX-XX]) lading, te weten 1000, althans een aantal computeronderdelen (harde schijven, merk Maxton) en/of 10 pallets en/of badkameraccessoires en/of sanitair artikelen van diverse merken en/of een palletwagen (Jungheinrich, met aanduiding [XX-XX-XX]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Plieger en/of aan Bouwgros en/of aan Dutch Team Computer Components B.V. en/of aan G. van Doesburgh Int. Transport B.V. (en/of aan G. van Doesburg Holding B.V.), in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] en aan verdachte, waarbij die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 25 tot en met 26 februari 2006 in Valkenburg, in elk geval in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door zich beschikbaar te houden voor (het hebben en/of het ontvangen van) telefonische contacten en/of voor het doorgeven van (telefonische en/of sms-) boodschappen tussen die [P.F.] en die [D.v.d.Z.], in elk geval aan die [D.v.d.Z.], met het oog op het tijdstip en de dag van verzamelen voor het op pad gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf en/of door daartoe (op of omstreeks 25 februari 2006) (op verzoek van die [P.F.] om niet te bellen met die [D.v.d.Z.]) een briefje achter te laten in/op het verblijfadres van die [D.v.d.Z.] om op een bepaald tijdstip bij haar, verdachte, te zijn en/of een telefoongesprek te voeren met die [D.v.d.Z.] waarin zij, verdachte, aan die [D.v.d.Z.] vraagt of hij het briefje had gevonden en/of vraagt of die [D.v.d.Z.] op die avond meegaat op stap en/of zegt dat zij, verdachte, hem, die [D.v.d.Z.], zal ophalen en/of door die [D.v.d.Z.] op te halen (in Maastricht) en/of door (op of omstreeks 25 februari 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf) en/of door, in opdracht van en/of op verzoek van die [P.F.] (aan die [J.P.] en/of aan die [D.v.d.Z.]) schoenen voor hem, die [P.F.], mee te geven.

De geldigheid van de dagvaarding

In de tenlastelegging wordt de verdachte onder andere het verwijt gemaakt dat zij medeplichtig is aan de gepleegde feiten door haar woning ter beschikking te stellen aan de plegers van de strafbare feiten, zodat die van daaruit gezamenlijk op pad kunnen gaan. Tevens zou zij medeplichtig zijn omdat zij schoenen voor een van de verdachten moet meegeven aan een andere verdachte.

Voor zover de dieven zich al verzamelden in de woning van verdachte om vandaar uit gezamenlijk op pad te gaan is dat naar het oordeel van de rechtbank geen constitutief vereiste voor het plegen van de diefstal. Dit verwijt, zo al waar, kan daarom niet leiden tot de conclusie dat verdachte medeplichtig is aan de diefstal. Hetzelfde geldt voor het meegeven van een paar schoenen. De dagvaarding wordt op deze onderdelen partieel nietig verklaard.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere overweging aangaande de vrijspraak

De verdachte wordt verweten dat zij, kort gezegd, de contacten heeft onderhouden tussen haar broer [D.v.d.Z.] en [P.F.] in verband met een door deze personen te plegen diefstal in de nacht van 25 op 26 februari 2006. Inderdaad gaat de verdachte op verzoek van haar vriend [P.F.] op zoek naar haar broer. Als ze hem eindelijk gevonden heeft vraagt ze hem “of hij met haar op stap gaat”. Dit zou, in de context van dit dossier, kunnen slaan op het plegen van een diefstal. Echter, er blijft ook ruimte voor andere interpretaties, zoals gewoon naar het café gaan. Zeker nu ook de betrokkenheid van haar broer bij dit feit niet kan worden vastgesteld is er zoveel ruimte voor twijfel dat de verdachte moet worden vrijgesproken.

ZAAK 22

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 3 ten laste gelegd dat

[P.F.] en/of [J.P.] en/of [D.v.d.Z.] in of omstreeks de periode van 7 tot en met 8 januari 2006 te Tegelen, althans in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met elkander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een vrachtauto (Renault, [XX-XX-XX]) en/of lading, te weten een partij Gedore gereedschap, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Renault Trucks (B.V.) en/of aan Gedore, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] en aan verdachte, waarbij die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 7 tot en met 8 januari 2006 in Valkenburg, in elk geval in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door zich beschikbaar te houden voor (het hebben en/of het ontvangen van) telefonische contacten en/of voor het doorgeven van (telefonische en/of sms-) boodschappen tussen die [P.F.] en die [D.v.d.Z.], in elk geval aan die [D.v.d.Z.], met het oog op het tijdstip en de dag van verzamelen voor het op pad gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf en/of door daartoe (op of omstreeks 7 januari 2006) een telefoongesprek te voeren met die [D.v.d.Z.] waarin zij, verdachte, aan die [D.v.d.Z.] als tijdstip (van verzamelen voor het op pad gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf) vijf voor zes doorgeeft, waarop die [D.v.d.Z.] zegt dat hij, die [D.v.d.Z.], komt en/of door (op of omstreeks 7 januari 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [P.F.] en/of die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf).

De geldigheid van de dagvaarding

In de tenlastelegging wordt de verdachte onder andere het verwijt gemaakt dat zij medeplichtig is aan de gepleegde feiten door haar woning ter beschikking te stellen aan de plegers van de strafbare feiten, teneinde van daaruit gezamenlijk op pad te gaan.

Voor zover de dieven zich al verzamelden in de woning van de verdachte om vandaar uit gezamenlijk op pad te gaan is dat naar het oordeel van de rechtbank geen constitutief vereiste voor het plegen van de diefstal. Dit verwijt, zo al waar, kan daarom niet leiden tot de conclusie dat de verdachte medeplichtig is aan de diefstal. De dagvaarding wordt op dit onderdeel partieel nietig verklaard.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

[P.F.] en [D.v.d.Z.] in de periode van 7 tot en met 8 januari 2006 te Tegelen tezamen en in vereniging met elkander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening hebben weggenomen een vrachtauto (Renault, [XX-XX-XX]) en lading, te weten een partij Gedore gereedschap, toebehorende aan een ander of anderen dan aan die [P.F.] en die [D.v.d.Z.], waarbij die [P.F.] en die [D.v.d.Z.] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in de periode van 7 tot en met 8 januari 2006 in Valkenburg opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door het doorgeven van telefonische boodschappen tussen die [P.F.] en die [D.v.d.Z.].

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere bewijsoverweging

De verdachte heeft contacten onderhouden tussen haar broer [D.v.d.Z.] en [P.F.] in verband met de diefstal in de nacht van 7 op 8 januari 2006. Zij heeft haar broer gezegd wanneer deze aanwezig moest zijn. Zo heeft zij er toe bijgedragen dat haar broer deelnam aan het strafbare feit. Door zo te handelen heeft de verdachte zich naar de overtuiging van de rechtbank schuldig gemaakt aan medeplichtigheid.

De kwalificatie

Medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

ZAAK 39

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 4 ten laste gelegd dat

[P.F.] en/of [J.P.] en/of [D.v.d.Z.] op of omstreeks 18 maart 2006 in de gemeente Oss ter uitvoering van het door hen/hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met elkander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit 4, althans een of meer container(s) weg te nemen goederen van hun/zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan Osse Overslagcentrale B.V. en/of aan derden of een derde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] en aan verdachte, en zich daarbij de toegang tot die container(s) te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, tezamen en in vereniging, althans alleen, met voormeld oogmerk zich heeft/hebben begeven naar de omgeving van die container(s) en/of die container(s) heeft/hebben opengebroken/geforceerd en/of de douanezegel(s) van die container(s) heeft/hebben opengeknipt/verbroken en/of heeft/hebben gekeken/gezocht naar goederen van hun/zijn gading, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 tot en met 18 maart 2006 in Valkenburg, in elk geval in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door zich beschikbaar te houden voor (het hebben en/of het ontvangen van) telefonische contacten en/of voor het doorgeven van (telefonische en/of sms-) boodschappen tussen die [P.F.] en die [D.v.d.Z.], in elk geval aan die [D.v.d.Z.], met het oog op het tijdstip en de dag van verzamelen voor het op pad gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf en/of door daartoe (op of omstreeks 17 maart 2006) een telefoongesprek te voeren met die [D.v.d.Z.] waarin zij, verdachte, aan die [D.v.d.Z.] zegt en/of mededeelt en/of doorgeeft dat hij, die [D.v.d.Z.], straks om 19.00 uur bij haar, verdachte, en of bij die [P.F.] moest zijn en/of door (op of omstreeks 18 maart 2006) (wederom) een telefoongesprek met die [D.v.d.Z.] te voeren waarin zij, verdachte, die [D.v.d.Z.] doorgeeft dat het gewoon hezelfde is/was als gister(en) en/of door (op of omstreeks 18 maart 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf) en/of door, in opdracht van en/of op verzoek van die [P.F.] naar spullen te zoeken en/of door (die) spullen (aan die [J.P.] en/of aan die [D.v.d.Z.]) voor hem, die [P.F.], mee te geven.

De geldigheid van de dagvaarding

In de tenlastelegging wordt de verdachte onder andere het verwijt gemaakt dat zij medeplichtig is aan de gepleegde feiten door haar woning ter beschikking te stellen aan de plegers van de strafbare feiten, teneinde van daaruit gezamenlijk op pad te gaan. Tevens is zij medeplichtig door op verzoek van medeverdachte [P.F.] “spullen” mee te geven.

Voor zover de dieven zich al verzamelden in de woning van de verdachte om vandaar uit gezamenlijk op pad te gaan is dat naar het oordeel van de rechtbank geen constitutief vereiste voor het plegen van de diefstal. Dit verwijt, zo al waar, kan daarom niet leiden tot de conclusie dat verdachte medeplichtig is aan de diefstal. De term “spullen” is onvoldoende bepaald. Nu de rechtbank van mening is dat het er voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid wel degelijk toe doet wat voor zaak wordt meegegeven kan deze term niet leiden tot een bewezenverklaring. De dagvaarding wordt op deze onderdelen partieel nietig verklaard.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

[P.F.] en [J.P.] en [D.v.d.Z.] op 18 maart 2006 in de gemeente Oss ter uitvoering van het door hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met elkander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit 4 containers weg te nemen goederen van hun gading, toebehorende aan Osse Overslagcentrale B.V. en/of aan derden of een derde, en zich daarbij de toegang tot die containers te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, tezamen en in vereniging met voormeld oogmerk zich hebben begeven naar de omgeving van die containers en die containers hebben opengebroken en de douanezegels van die containers hebben verbroken en hebben gekeken/gezocht naar goederen van hun gading, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in de periode van 17 tot en met 18 maart 2006 in Valkenburg opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door het doorgeven van telefonische boodschappen tussen die [P.F.] en die [D.v.d.Z.].

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere bewijsoverweging

De verdachte heeft contacten onderhouden tussen haar broer [D.v.d.Z.] en [P.F.] in verband met de diefstal in de nacht van 17 op 18 maart 2006. Zij heeft haar broer gezegd wanneer deze aanwezig moest zijn. Zo heeft zij er toe bijgedragen dat haar broer deelnam aan het strafbare feit. Door zo te handelen heeft de verdachte zich naar de overtuiging van de rechtbank schuldig gemaakt aan medeplichtigheid.

De kwalificatie

Medeplichtigheid aan poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

ZAAK 40

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 5 ten laste gelegd dat

[P.F.] en/of [J.P.] en/of [D.v.d.Z.] in of omstreeks de periode van 1 tot en met 2 april 2006 (in de gemeen)te Strassen, althans (in de gemeen)te Bettembourg, in elk geval in het Groothertogdom Luxemburg, tezamen en in vereniging met elkander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een trekker (Scania, [XX-XX-XX]) en/of een oplegger (Van Hool, [XX-XX-XX]) en/of lading, te weten een (grote) partij HP computerapparatuur en/of HP apparatuur, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Sotalux S.A. en/of aan Ziegler en/of aan Hewlett Packard, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] en verdachte, waarbij die [P.F.] en/of die [J.P.] en/of die [D.v.d.Z.] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 31 maart 2006 tot en met 2 april 2006 in Valkenburg, in elk geval in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door zich beschikbaar te houden voor (het hebben en/of het ontvangen van) telefonische contacten en/of voor het doorgeven van (telefonische en/of sms-) boodschappen tussen die [P.F.] en die [D.v.d.Z.], in elk geval aan die [D.v.d.Z.], met het oog op het tijdstip en de dag van verzamelen voor het op pad gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf en/of door daartoe (op of omstreeks 31 maart 2006) een sms-bericht aan die [D.v.d.Z.] te sturen met als tekst (onder meer): "Hoi [D.v.d.Z.]. Kun je morgen om 14 u bij mij zijn?" en/of een telefoongesprek te voeren met die [D.v.d.Z.] waarin het tijdstip "om twee uur" werd/wordt bevestigd en/of door (op of omstreeks 1 april 2006) voor die [D.v.d.Z.] (op diens verzoek) kleding klaar te leggen en/of door (op of omstreeks 1 april 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [P.F.] en/of die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf).

De geldigheid van de dagvaarding

In de tenlastelegging wordt de verdachte onder andere het verwijt gemaakt dat zij medeplichtig is aan de gepleegde feiten door haar woning ter beschikking te stellen aan de plegers van de strafbare feiten, teneinde van daaruit gezamenlijk op pad te gaan.

Voor zover de dieven al verzamelden in de woning van de verdachte om vandaar uit gezamenlijk op pad te gaan is dat naar het oordeel van de rechtbank geen constitutief vereiste voor het plegen van de diefstal. Dit verwijt, zo al waar, kan daarom niet leiden tot de conclusie dat de verdachte medeplichtig is aan de diefstal. Ditzelfde geldt voor het klaarleggen van de kleding. De dagvaarding wordt op dit onderdeel partieel nietig verklaard.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

[P.F.] en [J.P.] en [D.v.d.Z.] in de periode van 1 tot en met 2 april 2006 in de gemeente Bettembourg tezamen en in vereniging met elkander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening hebben weggenomen een trekker (Scania, [XX-XX-XX]) en een oplegger (Van Hool, [XX-XX-XX]) en lading, te weten een partij HP computerapparatuur toebehorende aan Sotalux S.A. en/of aan een ander of anderen dan aan die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.], waarbij die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in de periode van 31 maart 2006 tot en met 2 april 2006 in Valkenburg opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door het doorgeven van telefonische boodschappen tussen die [P.F.] en die [D.v.d.Z.].

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere bewijsoverweging

De verdachte heeft contacten onderhouden tussen haar broer [D.v.d.Z.] en [P.F.] in verband met de diefstal in de nacht van 1 op 2 april 2006 te Bettembourg. Zij heeft haar broer gezegd wanneer deze aanwezig moest zijn. Zo heeft zij er toe bijgedragen dat haar broer deelnam aan het strafbare feit. Door zo te handelen heeft de verdachte zich naar de overtuiging van de rechtbank schuldig gemaakt aan medeplichtigheid.

De kwalificatie

Medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder hun bereik heeft gebracht door middel van braak.

ZAAK 41

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 6 ten laste gelegd dat

[P.F.] en/of [J.P.] en/of [D.v.d.Z.] in of omstreeks de periode van 14 tot en met 16 april 2006 (in de gemeen)te Strassen, in elk geval in het Groothertogdom Luxemburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen twee trekkers (DAF, [XX-XX-XX] en DAF, [XX-XX-XX]) en/of twee opleggers (Van Eck, [XX-XX-XX] en Van Eck, [XX-XX-XX]) en/of lading(en), te weten (twee/een) (grote) partij(en) Compaq HP laptops in dozen en/of een vrachtauto (MAN, [XX-XX-XX]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Wallenborn Transport S.A. en/of aan Webtrans S.A. en/of aan Compaq en/of Hewlett Packard, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] en aan verdachte, waarbij die [P.F.] en/of die [J.P.] en/of die [D.v.d.Z.] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of (een) valse sleutel(s) tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 14 tot en met 16 april 2006 in Valkenburg, in elk geval in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door zich beschikbaar te houden voor (het hebben en/of het ontvangen van) telefonische contacten en/of voor het doorgeven van (telefonische en/of sms-) boodschappen tussen die [P.F.] en die [D.v.d.Z.], in elk geval aan die [D.v.d.Z.], met het oog op het tijdstip en de dag van verzamelen voor het op pad gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf en/of door daartoe (op of omstreeks 14 april 2006) een telefoongesprek te voeren met die [D.v.d.Z.] waarin zij, verdachte, aan die [D.v.d.Z.] vraagt om morgen om zeven uur te gaan, waarop die [D.v.d.Z.] zegt dat het goed is en/of door (op of omstreeks 15 april 2006) (wederom) een of meer telefoongesprek(ken) met die [D.v.d.Z.] te voeren waarin zij, verdachte, met die [D.v.d.Z.] een of meermalen bespreekt dat die [D.v.d.Z.] (echt uiterlijk) om zes uur bij haar, verdachte, moet zijn en/of door (op of omstreeks 15 april 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [P.F.] en/of die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf).

De geldigheid van de dagvaarding

In de tenlastelegging wordt de verdachte onder andere het verwijt gemaakt dat zij medeplichtig is aan de gepleegde feiten door haar woning ter beschikking te stellen aan de plegers van de strafbare feiten, teneinde van daaruit gezamenlijk op pad te gaan.

Voor zover de dieven zich al verzamelden in de woning van de verdachte om vandaar uit gezamenlijk op pad te gaan is dat naar het oordeel van de rechtbank geen constitutief vereiste voor het plegen van de diefstal. Dit verwijt, zo al waar, kan daarom niet leiden tot de conclusie dat verdachte medeplichtig is aan de diefstal. De dagvaarding wordt op dit onderdeel partieel nietig verklaard.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 6 ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere overweging aangaande de vrijspraak

De verdachte wordt verweten dat zij, kort gezegd, de contacten heeft onderhouden tussen haar broer [D.v.d.Z.] en [P.F.] in verband met een door deze personen te plegen diefstal in de nacht van 15 op 16 april 2006. Dit contact beslaat, voor zover de rechtbank heeft kunnen vaststellen, echter niet meer dan een telefoongesprek met de vraag “uiterlijk om 18:00 uur bij ons te zijn”. Dat zulks verband houdt met een te plegen diefstal staat echter niet vast. Daarom moet de verdachte worden vrijgesproken.

ZAAK 43

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 7 ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 25 maart 2006, althans in of omstreeks de periode van 15 december 2005 tot en met 18 april 2006 te Hulsberg, althans in de gemeente Nuth, in elk geval in het arrondissement Maastricht, en/of in België tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, 8 of 10, in elk geval een aantal dozen met flessen champagne (Beaumont des Crayères) heeft verworven (te Hulsberg bij [D.N.]), voorhanden heeft gehad (door deze in een auto door Zuid-Limburg in de richting van België en/of door België te vervoeren) en/of heeft overgedragen (in België aan [R.v.D.] en/of [C.G.]), terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die champagne wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goed betrof.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

zij op 25 maart 2006 te Hulsberg tezamen en in vereniging met een ander 8 of 10 dozen met flessen champagne (Beaumont des Crayères) heeft verworven en heeft overgedragen, terwijl zij en haar mededader ten tijde van het verwerven van die champagne wisten dat het door misdrijf verkregen goed betrof.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere bewijsoverweging

De rechtbank is, zoals uit dit vonnis blijkt, ervan overtuigd dat de verdachte medeplichtig is aan een aantal ladingdiefstallen, gepleegd door haar partner. Daarmee heeft zij dus wetenschap van het feit dat haar partner ladingdiefstallen pleegt.

Voor Kerstmis 2005 staat in haar appartement een grotere partij champagne van het merk Beaumont des Crayères. De rechtbank gelooft niet dat de verdachte niet aan haar partner, met wie zij samenwoont, vraagt waar die partij vandaan komt, als zij dat al niet weet. Anderzijds, nu haar partner haar betrekt in zijn criminele activiteiten is er ook geen reden denkbaar waarom de verdachte haar die herkomst niet zou vertellen.

De rechtbank is er dan ook van overtuigd dat de verdachte weet dat de champagne van het merk Beaumont des Crayères van diefstal afkomstig is.

Uit het dossier van de verdachte blijkt ook dat zij op verzoek van haar partner regelmatig contact onderhoud met de medeverdachte [D.N.] nadat haar partner een ladingdiefstal heeft gepleegd. Doorgaans een half uur na dit contact verschijnt [D.N.] bij zijn bedrijf en opent de poort waarna kort daarna een gestolen vrachtauto arriveert. Daarmee staat voor de rechtbank vast dat [D.N.] een rol speelt in het verbergen van de gestolen ladingen.

Als [D.N.] haar op 25 maart 2006 vraagt 8 of 10 dozen champagne van het merk Beaumont des Crayères af te leveren bij de persoon aan wie [D.N.] die verkocht heeft, dan weet de verdachte dus naar de stellige overtuiging van de rechtbank dat deze champagne van diefstal afkomstig is. Door de champagne toch te vervoeren naar de afnemer in België heeft zij zich daarmee schuldig gemaakt aan heling.

De kwalificatie

Medeplegen van opzetheling.

ZAAK 46

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 9 ten laste gelegd dat

zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2004, althans van 1 januari 2005 tot en met 18 april 2006, te Valkenburg, althans gemeente Valkenburg aan de Geul, althans in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten een auto (Mercedes, type SL500, kenteken [XX-XX-XX]) was en/of wie bovenomschreven voorwerp, te weten die auto, voorhanden had, terwijl zij en/of haar, verdachtes, mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit het misdrijf, door tezamen en in vereniging met haar, verdachtes, mededader(s), althans alleen:

- het kenteken van die auto op naam te zetten van ene [S.] en/of

- in strijd met de waarheid en/of de werkelijkheid aangifte van diefstal van die auto te laten doen door ene [E.H.] en/of

- ene [E.H.] in strijd met de waarheid en/of de werkelijkheid te laten verklaren dat zij de eigenaar van die auto was en/of

- in strijd met de waarheid en/of de werkelijkheid te verklaren dat zij, verdachte, de eigenaar van die auto was en/of

- als zijnde zij, verdachte, eigenaar van die auto, bezwaar te maken tegen de inbeslagname van die auto en/of

- valselijk aankoopdocumenten van die auto op haar, verdachtes, naam te laten maken (terwijl die auto van [P.F.] was/is).

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 9 ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat de verdachte ten onrechte heeft aangenomen dat haar partner [P.F.] over legale inkomsten beschikte. Haar partner vertelde immers dat bij inkomsten had uit een club en uit een cafébedrijf. Zij had geen redenen daaraan te twijfelen en zij mocht er daarom van uitgaan dat de in het onder 9 ten laste gelegde bedoelde personenauto uit legaal verkregen middelen was betaald. Daarnaast overweegt de rechtbank, wellicht ten overvloede, dat uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken dat genoemde [P.F.] ten tijde van het verkrijgen van bedoelde personenauto, zich bezighield met (lading)diefstallen dan wel met andersoortige vermogensdelicten.

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 10 ten laste gelegd dat

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 18 april 2006 te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul, in elk geval in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een zogenaamde aankoopborderel met daarin aangeduid ene [S.] als eigenaar en haar, verdachte, als koper, en met datumaanduiding 06/07/05 (bedoeld wordt het document dat zich (in kopie) in het dossier bevindt op p. 60A in zaakskatern 46) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk en/of in strijd met de waarheid en/of in strijd met de werkelijkheid die zogenaamde aankoopborderel als koper ondertekend terwijl zij niet de koper van die auto was en/of die zogenaamde aankoopborderel heeft ondertekend terwijl daarin valselijk en in strijd met de waarheid als datum van opmaken 06/07/05 stond vermeld, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 10 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

zij in de periode van 1 juli 2005 tot en met 18 april 2006 in Nederland of in België, tezamen en in vereniging met een ander, een zogenaamde aankoopborderel met daarin aangeduid ene [S.] als eigenaar en haar, verdachte, als koper, en met datumaanduiding 06/07/05 -zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk die zogenaamde aankoopborderel als koper ondertekend terwijl zij niet de koper van die auto was, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 10 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere bewijsoverweging

Het dossier bevat een, blijkens de aanhef als ‘aankoopborderel’ aangeduid geschrift, opgemaakt te Maaseik op 6 juli 2005 en waarin als eigenaar is vermeld [S.] te Boorsem en als koper verdachte. Het betreft de koop van een Mercedes SL500, bouwjaar 2002, tegen een overnameprijs van € 45.000,-. Dit geschrift is ondertekend door de verdachte (als koper) en [S.B.] als ‘bemiddelaar’.

Op 29 juni 2006 heeft [S.B.] te Maaseik tegenover de politie verklaard dat het aankoopborderel door hem is opgesteld op verzoek van [P.F.] en dat laatstgenoemde alsmede de verdachte bij dat opstellen aanwezig waren.

De hierboven genoemde [S.] heeft op 24 april 2006 bij de politie verklaard dat zij de Mercedes op haar naam heeft laten zetten voor [P.F.] omdat hij de auto niet op zijn naam kon hebben.

De verdachte heeft op 3 mei 2006 bij de politie verklaard dat zij vanwege de inbeslagname van deze auto zich bij de politie heeft voorgedaan als eigenaar daarvan, dit terwijl [P.F.] de daadwerkelijke eigenaar was. Nadat zij van de politie te horen had gekregen dat zij een aankoopbewijs moest overleggen, heeft zij van [P.F.] een factuur overhandigd gekregen die zij nog moest tekenen. De verdachte heeft daarbij toegegeven dat de factuur vals was. Ook ter terechtzitting heeft de verdachte, nadat haar de meergenoemde aankoopborderel is voorgehouden en getoond, verklaard dat zij dit valselijk heeft getekend als ‘de koper’.

De kwalificatie

Medeplegen van valsheid in geschrift.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 11 ten laste gelegd dat

(primair)

zij op of omstreeks 25 augustus 2005, althans in of omstreeks de periode van 1 juli 2005 tot en met 25 augustus 2005, in elk geval in of omstreeks de periode van 14 maart 2005 tot en met 25 augustus 2005, (in de gemeen)te Voerendaal tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (ongeveer) 975, althans enkele honderden, hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

(subsidiair)

in het onderzoek al dan niet onbekend gebleven personen of een persoon op of omstreeks 25 augustus 2005, althans in of omstreeks de periode van 1 juli 2005 tot en met 25 augustus 2005, in elk geval in of omstreeks de periode van 14 maart 2005 tot en met 25 augustus 2005, (in de gemeen)te Voerendaal tezamen en in vereniging met elkander en/of met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of opzettelijk heeft/hebben verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, (ongeveer) 975, althans enkele honderden, hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 14 maart 2005 tot en met 25 augustus 2005, althans in of omstreeks de periode van 1 juli 2005 tot en met 25 augustus 2005, in de gemeente Voerendaal, althans in het arrondissement Maastricht, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door een woning (Bongerd 2) te Voerendaal te huren en/of door deze ter beschikking te stellen aan die personen/persoon en/of door (nadat zij, verdachte, in die woning (die) hennepplanten gezien had) de situatie van huur te laten bestaan en/of die personen/persoon die woning beschikbaar te blijven stellen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging

Omdat de officier van justitie de aan het hiervoor onder 11 primair en subsidiair ten laste gelegde ten grondslag liggende stukken niet aan het door hem aan de rechtbank voorgelegde dossier heeft toegevoegd, zal de rechtbank hem ten aanzien daarvan niet-ontvankelijk in de vervolging verklaren.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 primair en 7 ten laste gelegd en ter zake van de feiten in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegd zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Terzake het bij in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft de officier van justitie gevorderd hem niet-ontvankelijk in de vervolging te verklaren.

De raadsvrouwe heeft de rechtbank verzocht de verdachte vrij te spreken van de feiten in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 primair en 7 ten laste gelegd en ter zake van de feiten in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 9 en 10 ten laste gelegd.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straffen het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere soorten strafbare feiten waarbij er twee zijn die de rechtbank maatgevend vindt voor de op te leggen straf.

Allereerst is dat de medeplichtigheid aan diefstallen van vrachtauto’s en ladingen. Daardoor heeft zij bijgedragen aan het veroorzaken van een zeer aanzienlijke economische schade bij de vervoerders en de eigenaren van de betreffende ladingen.

De verdachte heeft bij het plegen van deze diefstallen deel uitgemaakt van een criminele organisatie.

Georganiseerde misdaad is in de ogen van de rechtbank een van de schadelijkste vormen van criminaliteit, doorgaans niet gepleegd door mensen die geen enkele andere optie meer menen te hebben of door mensen die onder invloed van een hevige emotie voor korte tijd de grenzen niet meer zien. Maar juist gepleegd door mensen die een koele berekening en/of inschatting hebben gemaakt van de risico’s en de opbrengsten en tot de conclusie zijn gekomen dat misdaad loont.

De rechtbank sluit niet uit dat de verdachte door toeval in dit circuit terecht gekomen is, namelijk doordat zij een relatie kreeg met de leider van de criminele organisatie. Maar het staat ook voor de rechtbank vast dat de verdachte na verloop van tijd uit vrije wil mee is gaan doen met deze criminele activiteiten en ook dat zij volop heeft meegedeeld in de opbrengsten er van. Dat zij daar op enig moment ook maar enig gewetensbezwaar bij zou hebben gehad heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen.

Wel merkt de rechtbank op dat zij de aard van betrokkenheid van de verdachte bij de ladingdiefstallen van betrekkelijk ondergeschikte aard acht voor de uitvoering ervan, hetgeen een rol zal spelen bij het vaststellen van de passende straf.

Daarnaast heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan de verkoop van een liefdesdrank waarvan een van de bestanddelen MDMA (XTC) is. Hoewel het gaan verkopen van deze drank waarschijnlijk wederom niet haar eigen initiatief is, is de verdachte bij deze handel duidelijk veel meer op de voorgrond getreden dan bij de ladingdiefstallen. Zo bezorgde zij meerdere keren partijen flesjes met deze drank bij de afnemers en inde zij de koopsom. Hoewel deze drank niet als verdovend middel werd verkocht was de verdachte er wel van op de hoogte dat een van de bestanddelen MDMA (XTC) was. Die wetenschap heeft haar er niet van weerhouden toch deze drank te verkopen. Of de verdachte de afnemers daarvan op de hoogte stelde heeft de rechtbank wederom niet kunnen vaststellen.

Hoewel het hier dus om een ernstig feit gaat zal de rechtbank bij het vaststellen van een passende straf er wel rekening mee houden dat het zich niet handelt om de verkoop van verdovende middelen in de gebruikelijke zin. De drank werd immers met een heel ander doel op de markt gebracht en werd, voorzover de rechtbank weet, ook niet als drug aangeprezen

De overige strafbare feiten waarvoor de verdachte is veroordeeld hebben een geringere rol gespeeld bij het vaststellen van de strafmaat.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47, 48, 57, 140, 225, 310, 311, 416 en 417 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 2 (oud) en 10 van de Opiumwet.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van het bij dagvaarding in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 11;

- verklaart de dagvaarding met het parketnummer 03/703168-06 partieel nietig ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde voorzover deze inhoudt: “en/of door (op 20 januari 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf) en/of bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, op 21 januari 2006 in Valkenburg, in elk geval in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest, door (volgens tevoren gemaakte afspraken, althans volgens eerder beproefde en succesvol gebleken werkwijze/instructie) op verzoek van die [P.F.] telefonisch contact op te nemen met [D.N.] om een afspraak te maken voor (zogenaamd) te internetten, zijnde gecodeerde taal om die [D.N.] te vragen zijn loods aan De Steeg te Schimmert te openen teneinde (die diefstal (verder) te voltooien door) die gestolen trekker en oplegger met lading in die loods te zetten”;

- verklaart de dagvaarding met het parketnummer 03/703168-06 partieel nietig ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde voorzover deze inhoudt: “en/of door (op 24 maart 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [P.F.] en die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf)”;

- verklaart de dagvaarding met het parketnummer 03/700534-06 partieel nietig ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde voorzover deze inhoudt: “en/of door (op of omstreeks 25 februari 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf) en/of door, in opdracht van en/of op verzoek van die [P.F.] (aan die [J.P.] en/of aan die [D.v.d.Z.]) schoenen voor hem, die [P.F.], mee te geven”;

- verklaart de dagvaarding met het parketnummer 03/700534-06 partieel nietig ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde voorzover deze inhoudt: “en/of door (op of omstreeks 7 januari 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [P.F.] en/of die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf)”;

- verklaart de dagvaarding met het parketnummer 03/700534-06 partieel nietig ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde voorzover deze inhoudt: “en/of door (op of omstreeks 18 maart 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf) en/of door, in opdracht van en/of op verzoek van die [P.F.] naar spullen te zoeken en/of door (die) spullen (aan die [J.P.] en/of aan die [D.v.d.Z.]) voor hem, die [P.F.], mee te geven”;

- verklaart de dagvaarding met het parketnummer 03/700534-06 partieel nietig ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde voorzover deze inhoudt: “en/of door (op of omstreeks 1 april 2006) voor die [D.v.d.Z.] (op diens verzoek) kleding klaar te leggen en/of door (op of omstreeks 1 april 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [P.F.] en/of die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf)”;

- verklaart de dagvaarding met het parketnummer 03/700534-06 partieel nietig ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde voorzover deze inhoudt: “en/of door (op of omstreeks 15 april 2006) de woning waarin zij, verdachte, woonde/verbleef ([Adres]) open/toegankelijk te stellen voor die [P.F.] en/of die [J.P.] en die [D.v.d.Z.] (teneinde van daaruit op pad te gaan voor, althans op weg naar het plegen van dat misdrijf)”;

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 3 en onder 7 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/70034-06 onder 2, 6, en 9 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 1, 2, 4, 5 en 6 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/70034-06 onder 1, 3, 4, 5, 7, 8 en 10 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/703168-06 onder 1, 2, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700534-06 onder 1, 3, 4, 5, 7, 8 en 10 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van twee jaren;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- beveelt, dat van de opgelegde gevangenisstraf een deel, groot zes maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. W.L.J. Voogt en mr. R.A.J. van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van J.Th.G. Coenders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 maart 2007.