Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2007:BA0718

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
13-03-2007
Datum publicatie
15-03-2007
Zaaknummer
03-703162-06; 06-700533-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van gewoonteheling bij ladingdiefstallen en deelname aan een criminele organisatie. Bij de bewezenverklaring heeft de rechtbank, naast de aangehaalde bewijsmiddelen, betrokken dat verdachte geen verklaring geeft voor hem belastende omstandigheden;

- Lidmaatschap van een criminele organisatie en strafmaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 136
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummers: 03/703162-06; 06/700533-06

Datum uitspraak: 13 maart 2007

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van augustus 2006, 12 oktober 2006, 6 december 2006, 6 februari 2007, 7 februari 2007, 13 februari 2007, 16 februari 2007 en op 27 februari 2007 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[Naam verdachte],

geboren te [Geboorteplaats verdachte] op [Geboortedatum verdachte],

wonende te [Woonadres verdachte].

De bij afzonderlijke dagvaardingen onder bovenvermelde parketnummers aangebrachte zaken zijn ter terechtzitting gevoegd.

ZAAK 00

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/703162-06 na wijziging van de tenlastelegging onder 1 ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 18 april 2006 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen (waartoe, inclusief hij, verdachte, behoorden: [P.F.] en/of [J.P.] en/of [D.v.d.Z.] en/of [D.N.] en/of [E.v.d.Z.] en/of [A.F.] en/of anderen of een ander), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- diefstal, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen gepleegd, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik brengt door middel van braak, verbreking, inklimming en/of (een) valse sleutel(s) en/of

- gewoonteheling en/of

- opzetheling.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703162-06 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij in de periode van 1 november 2005 tot en met 18 april 2006 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen (waartoe, inclusief hij, verdachte, behoorden: [P.F.] en [J.P.] en [D.v.d.Z.] en [E.v.d.Z.], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- diefstal, tezamen en in vereniging met anderen of een ander gepleegd, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik brengt door middel van braak, verbreking, inklimming en/of (een) valse sleutel(s) en

- gewoonteheling en

- opzetheling.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere bewijsoverweging

Uit de bewezenverklaringen blijkt dat de verdachte betrokken is geweest bij opzetheling terzake van gestolen lading. De verdachte heeft meermalen zijn loods ter beschikking gesteld, waar kort na de diefstal van vrachtauto’s de lading is gelost en tijdelijk opgeslagen.

Deze ladingdiefstallen werden, in wisselende samenstelling gepleegd door [P.F.], [J.P.] en [D.v.d.Z.]. Voorts is in meerdere gevallen bewezen verklaard dat [E.v.d.Z.] medeplichtig is aan deze ladingdiefstallen en dat zij zich verder schuldig heeft gemaakt aan gewoonteheling en opzetheling.Verdachte’s betrokkenheid bij de criminele organisatie neemt blijkens het bewezenverklaarde oudste feit een aanvang in december 2005.

Naar het oordeel van de rechtbank is hierbij sprake van een gestructureerd samenwerkingsverband van bovengenoemde personen, gelet op hun wijze van opereren en hun te onderscheiden rol in het geheel. Ook is sprake van een zekere bestendigheid van dit samenwerkingsverband gezien de periode waarin de ladingdiefstallen respectievelijk de opzet- en gewoonteheling zich hebben afgespeeld.

De kwalificatie

Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

ZAAK 52

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/703162-06 onder 2 ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 18 april 2006, in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling door op na te melden tijdstippen en/of in na te melden periode(s), in elk geval (steeds) in of omstreeks de genoemde periode van 1 januari 2005 tot en met 18 april 2006, op na te melden plaatsen, na te melden goederen (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, te verwerven, voorhanden te hebben en/of over te dragen, terwijl hij en/of zijn, verdachtes, mededader(s) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van die goederen (telkens) wist(en) dat het door misdrijf verkregen goederen betrof, te weten:

- op of omstreeks 25 maart 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een vrachtauto (Volvo, [XX-XX-XX]) en/of lading, te weten 15 pallets en/of 84, althans een aantal LCD-televisieschermen of LCD-TV's (Philips);

- in of omstreeks de periode van 25 maart 2006 tot en met 18 april 2006 te Hulsberg (in een garage, perceel Raadhuisstraat 67) een aantal (dozen met), althans een LCD-televisiescherm(en) of LCD-TV('s) (Philips);

- op of omstreeks 21 januari 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een trekker (DAF, [XX-XX-XX]) en/of een oplegger (Van Eck, [XX-XX-XX]) en/of lading, te weten een partij (reparatie)onderdelen voor vaatwassers, magnetrons, wasmachines en stofzuigers (LG Electronics Inc.);

- in of omstreeks de periode van 24 tot en met 25 april 2005 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een vrachtauto (Volvo, [XX-XX-XX]);

- in of omstreeks de periode van 24 april 2005 tot en met 30 mei 2005 te Schimmert (in een loods, De Steeg) 14, althans een aantal, dozen communicatie-apparatuur en 1 doos antennes (CODAN) en/of 150, althans een aantal, dozen luidsprekers (Eltax);

- in of omstreeks de periode van 25 tot en met 30 mei 2005 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een vrachtauto (Iveco, [XX-XX-XX]) en/of lading, te weten een partij sanitair artikelen (Plieger);

- op of omstreeks 26 februari 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een vrachtauto (Scania, [XX-XX-XX]) en/of lading, te weten 1000, althans een aantal computeronderdelen (harde schijven, merk Maxton) en/of 10 pallets en/of badkameraccessoires en/of sanitair artikelen van diverse merken en/of een palletwagen (Jungheinrich, met aanduiding [XX-XX-XX]);

- op of omstreeks 18 april 2006 te Schimmert (in een container bij een loods, De Steeg) een palletwagen (Jungheinrich, met aanduiding [XX-XX-XX]);

- in of omstreeks de periode van 8 tot en met 10 januari 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een vrachtauto (Renault, [XX-XX-XX]) en/of lading, te weten een partij Gedore gereedschap;

- op of omstreeks 18 april 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een aantal stuks Gedore gereedschap;

- in of omstreeks de periode van 14 tot en met 18 april 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) twee trekkers (DAF, [XX-XX-XX] en DAF, [XX-XX-XX]) en/of twee opleggers (Van Eck, [XX-XX-XX] en Van Eck, [XX-XX-XX]) en/of lading(en), te weten (twee/een) (grote) partij(en) Compaq HP laptops in dozen;

- in of omstreeks de periode van 15 tot en met 16 december 2005 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een trekker (Scania, [XX-XX-XX]) en/of een oplegger (Krone, [XX-XX-XX]) en/of lading, te weten 35 pallets en/of 14.400, althans een hele partij, althans een (groot) aantal, flessen champagne (Beaumont des Crayères);

- op of omstreeks 18 april 2006 te Hulsberg (in een garage, perceel Raadhuisstraat 67) 38, althans een aantal dozen met flessen champagne (Beaumont des Crayères);

- op of omstreeks 18 april 2006 te Schimmert (in een loods en/of in een container bij die/een loods, De Steeg) het voorste deel en/of andere onderdelen van een auto (Mercedes, cabriolet, met VIN WDBSK75F76F115918) en/of een/het stuurhuis (met nummer 23046008000528530270).

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703162-06 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij in de periode van 1 november 2005 tot en met 18 april 2006 in het arrondissement Maastricht een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling door op na te melden tijdstippen en in na te melden periodes op na te melden plaatsen na te melden goederen voorhanden te hebben of over te dragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof, te weten:

- op 25 maart 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een vrachtauto (Volvo, [XX-XX-XX]) en lading, te weten 15 pallets LCD-televisieschermen of LCD-TV's (Philips);

- in de periode van 25 maart 2006 tot en met 18 april 2006 te Hulsberg (in een garage, perceel Raadhuisstraat 67) een aantal LCD-televisieschermen of LCD-TV's;

- op 21 januari 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een trekker (DAF, [XX-XX-XX]) en een oplegger (Van Eck, [XX-XX-XX]) en lading, te weten een partij (reparatie)onderdelen voor vaatwassers, magnetrons, wasmachines en stofzuigers;

- op 26 februari 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een vrachtauto (Scania, [XX-XX-XX]) en lading, te weten 1000 computeronderdelen (harde schijven, merk Maxton) en 10 pallets badkameraccessoires en/of sanitair artikelen van diverse merken en een palletwagen (Jungheinrich, met aanduiding [XX-XX-XX]);

- op 18 april 2006 te Schimmert een palletwagen (Jungheinrich, met aanduiding [XX-XX-XX]);

- in de periode van 8 tot en met 10 januari 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een vrachtauto (Renault, [XX-XX-XX]) en lading, te weten een partij Gedore gereedschap;

- op 18 april 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een aantal stuks Gedore gereedschap;

- in de periode van 14 tot en met 18 april 2006 te Schimmert (in een loods, De Steeg) twee trekkers (DAF, [XX-XX-XX] en DAF, [XX-XX-XX]) en twee opleggers (Van Eck, [XX-XX-XX] en Van Eck, [XX-XX-XX]) en ladingen, te weten twee partijen Compaq HP laptops in dozen;

- in de periode van 15 tot en met 16 december 2005 te Schimmert (in een loods, De Steeg) een trekker (Scania, [XX-XX-XX]) en een oplegger (Krone, [XX-XX-XX]) en lading, te weten 35 pallets flessen champagne (Beaumont des Crayères);

- op 18 april 2006 te Hulsberg (in een garage, perceel Raadhuisstraat 67) 38 dozen met flessen champagne (Beaumont des Crayères).

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De nadere overweging aangaande de partiële vrijspraak

De rechtbank heeft in het dossier geen bewijsmiddelen aangetroffen op grond waarvan zij wettig en overtuigend bewezen kan achten dat de verdachte betrokken is bij de heling van de zaken waarop in zaak 7 wordt gedoeld.

Verder heeft de rechtbank niet de overtuiging gekregen dat de verdachte ten tijde van de verkrijging wist dat de auto-onderdelen waarop zaak 52 betrekking heeft, van diefstal afkomstig zijn. Niet is vastgesteld kunnen worden van wie en wanneer de verdachte deze zaken heeft verworven. Evenmin zijn deze zaken van een ladingdiefstal afkomstig, zodat ook hierin geen verband kan worden gevonden met de andere zaken in dit dossier. Tenslotte betreft het spullen die naar de mening van de rechtbank binnen de normale bedrijfsuitoefening van de verdachte passen en die daarom dus niet bijzonder zijn voor verdachte.

De nadere bewijsoverweging

Allereerst zal de rechtbank ingaan op de vraag wat bedoeld wordt met de term “voorhanden” hebben in artikel 417 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze term is in de wet gekomen ter vervanging van de termen “vervoeren”, “bewaren” en “verbergen”. Daarbij is de wetgever uitgegaan van een ruim begrip “voorhanden hebben” wat ook goed past bij de wens heling zoveel mogelijk terug te dringen. Immers, zonder helers hebben de meeste stelers geen profijt van hun criminele daad. De rechtbank zal de term “voorhanden” hebben dan ook ruim uitleggen.

Een persoon die toestaat dat gestolen vrachtauto’s en/of lading op zijn terrein worden gestald, ook al is dat maar even, is gedurende die tijd de “bewaarder” of “verberger” van deze goederen. Daarmee heeft hij ze naar de overtuiging van de rechtbank ook “voorhanden” zoals bedoeld in het hier aan de verdachte ten laste gelegde wetsartikel.

Het bedrijfsterrein van de verdachte is geobserveerd middels een camera. Daarbij is vastgesteld dat een aantal keren kort na een ladingdiefstal de verdachte, vaak na een verzoek om te komen internetten, bij zijn bedrijf verschijnt en de poort opent. Kort daarna wordt dan een gestolen vrachtwagen waargenomen die zijn terrein oprijdt. Deze vrachtwagens rijden achteruit tot aan zijn loods, of rijden zelfs de loods in, en vertrekken enige tijd later weer. Dit is waargenomen op 21 januari 2006 (zaak 04), 26 februari 2006 (zaak 19) en 25 maart 2006 (zaak 01), steeds op tijdstippen waarop het bedrijf van de verdachte niet regulier geopend was.

Daarnaast zijn bij de verdachte goederen aangetroffen die van ladingdiefstallen afkomstig zijn. Het gaat dan om tv’s (zaak 01), een palletwagen Jungheinrich met opschrift [XX-XX-XX] (zaak 19), Gedore gereedschap (zaak 22), Compaq HP computers (zaak 41) en dozen champagne van het merk Beaumont des Crayères (zaak 43). In het geval van de champagne is ook vastgesteld dat de verdachte deze probeerde te verkopen.

De verdachte heeft één keer een verklaring afgelegd, inhoudende dat hij bang was voor de verdachte [P.F.] en dat hij niet zoveel verdiend had aan het ter beschikking stellen van zijn loods. Ongeveer € 25.000,--. Dit bedrag is echter buitensporig hoog voor het opslaan van wat goederen als de waar “eerlijk” zou zijn geweest. Bovendien is die angst voor [P.F.] niet verklaarbaar als verdachte gemeend zou hebben met “eerlijke” zaken bezig te zijn.

De rechtbank komt dan ook op grond van voornoemde bewijsmiddelen tot de conclusie dat de verdachte wist dat hij van ladingdiefstal afkomstige goederen onder zich nam en zich dus schuldig maakte aan heling. In het kader van de overtuiging speelt daarbij nog een rol dat de rechtbank niet heeft kunnen ontdekken waarom de ladingdieven anders direct na de diefstal met de buit naar hem toe zouden komen of waarom er zoveel van meerdere ladingdiefstallen afkomstige goederen in zijn loods of woning zijn aangetroffen.

Tenslotte betrekt de rechtbank daarbij ook nog dat de verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht en dus geen verklaring geeft die voornoemde feiten in een ander daglicht zou kunnen plaatsen.

Het aantal van en het tijdsbestek waarbinnen de helingen hebben plaatsgevonden maken tenslotte dat van gewoonteheling sprake is.

De kwalificatie

Van het plegen van opzetheling een gewoonte maken.

De rechtbank beschouwt de heling van de palletwagen Jungheinrich op 22 februari 2006 en 18 april 2006, de heling van Gedore gereedschap op 8 tot en met 10 januari 2006 en 18 april 2006 en de heling van 38 dozen champagne op 15 tot en met 16 december 2005 en 18 april 2006 telkens als een voortdurende handeling. De bepalingen van samenloop zijn hierop niet van toepassing.

ZAAK 44

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 06/700533-06 onder 1 ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 18 april 2006 te Hulsberg, gemeente Nuth, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 89 flesjes met daarin een vloeistof/materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 06/700533-06 onder 2 na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 18 april 2006 te Hulsberg, gemeente Nuth, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 21,5 (7,5 + 1 + 13) tabletten en/of 1,4 gram (poeder/brokjes), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of (ongeveer) 3 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine en/of (ongeveer) 2,3 gram (poeder/brokjes) en/of (ongeveer) 0,8 gram (poeder), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA, metamfetamine en cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 06/700533-06 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

De nadere overweging aangaande de vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat op grond waarvan kan worden aangenomen dat de verdachte wetenschap had dan wel had moeten vermoeden dat de in geding zijnde flesjes verdovende middelen, meer in het bijzonder MDMA en amfetamine, bevatten.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 06/700533-06 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 18 april 2006 te Hulsberg, gemeente Nuth, opzettelijk aanwezig heeft gehad 21,5 tabletten en 1,4 gram van een materiaal bevattende MDMA en 3 tabletten van een materiaal bevattende metamfetamine en 2,3 gram en 0,8 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA, metamfetamine en cocaïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 06/700533-06 onder 2 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd (oud).

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten ten laste gelegd in de zaak met het parketnummer 03/703162-05 onder 1 en 2 en in de zaak met het parketnummer 03/700533-06 onder 1 en 2 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman heeft de rechtbank gevraagd de verdachte vrij te spreken van een aantal onderdelen van het in de zaak met het parketnummer 03/703162-05 onder 2 ten laste gelegde. Daarnaast heeft de raadsman, in de eerste plaats gelet op de aard van de feiten, gepleit voor een beduidend lagere strafmaat dan door de officier van justitie is gevorderd.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heling van gestolen vrachtauto’s en ladingen. In de eerste plaats doordat hij de dieven van de vrachtauto’s en ladingen het gebruik van zijn bedrijfsterrein en loods heeft aangeboden waardoor de dieven de vrachtauto’s ongestoord konden leegmaken en de ladingen tijdelijk konden opslaan. Daardoor heeft hij onbetwist een zeer belangrijke rol gespeeld voor de dieven.

Daarnaast heeft hij zelf (delen van) gestolen ladingen verkocht. Door zo te handelen is hij dus ook opgetreden als heler in de oorspronkelijke betekenis van het woord.

Voor de rechtbank staat buiten kijf dat hij op deze wijze in aanzienlijke mate heeft bijgedragen aan de economische schade die de vervoerders en de eigenaren van de betreffende ladingen en vrachtauto’s hebben geleden.

De verdachte heeft bij het plegen van deze helingen deel uitgemaakt van een criminele organisatie.

Georganiseerde misdaad is in de ogen van de rechtbank een van de schadelijkste vormen van criminaliteit, doorgaans niet gepleegd door mensen die geen enkele andere optie meer menen te hebben of door mensen die onder invloed van een hevige emotie voor korte tijd de grenzen niet meer zien. Maar juist gepleegd door mensen die een koele berekening en/of inschatting hebben gemaakt van de risico’s en de opbrengsten en tot de conclusie zijn gekomen dat misdaad loont.

De verdachte is in de ogen van de rechtbank daarvan een duidelijk voorbeeld. Hij beschikt over een eigen bedrijf en hij heeft bij herhaling duidelijk gemaakt dat hij daarvan kan bestaan. Tijdens de zitting heeft de verdachte echter weinig tot niets verklaard, ook niet over zijn beweegredenen om zich met deze criminele activiteiten in te laten. De rechtbank kan enkel aannemen dat hij geen genoegen neemt met zijn bestaansniveau en kiest voor het “makkelijke” geld dat hij denkt te kunnen verdienen met criminele bezigheden.

Om te voorkomen dat de verdachte in de toekomst weer voor dezelfde verleiding zal bezwijken is een straf die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat op zijn plaats. De straf die de verdachte tot heden heeft uitgezeten is naar de overtuiging van de rechtbank onvoldoende om dat te bewerkstelligen. Bovendien zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, die gelijk is aan het deel dat de verdachte al in hechtenis heeft doorgebracht, geen recht doen aan de ernst van de door verdachte gepleegde feiten en de vergelding die daarvoor op zijn plaats is.

Door de verdediging is nog stil gestaan bij het feit dat het openbaar ministerie de criminele activiteiten enige tijd heeft laten voortduren, waardoor een hogere straf zou kunnen worden opgelegd dan indien direct was ingegrepen. De verdediging acht dit niet fair en vraagt hiermee rekening te houden bij het bepalen van de strafmaat.

De rechtbank zal aan dit verzoek voorbijgaan. De verdachte heeft de stafbare feiten steeds uit eigen wil gepleegd. Niet is gebleken dat hij op enige wijze door justitie is bewogen tot het plegen ervan. Daarmee ligt de verantwoordelijkheid volledig bij verdachte en bestaat er geen reden enige strafkorting toe te passen.

De rechtbank heeft tenslotte wel meegewogen dat de verdachte slechts eenmaal eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Ter zitting heeft de officier van justitie gevorderd dat de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte zal worden opgeheven. Die schorsing is eerder uitgesproken door het Gerechtshof te ’s Hertogenbosch. De rechtbank zal een langere gevangenisstraf opleggen dan de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. In die omstandigheid ziet de rechtbank echter in het geval van deze verdachte onvoldoende aanleiding om de schorsing op te heffen. De vordering van de officier van justitie wordt daarom afgewezen.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 140 en 417 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 2 (oud) en 10 van de Opiumwet.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700533-06 onder 1 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703162-06 onder 1 en 2 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 06/700533-06 onder 2 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/703162-06 onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700533-06 onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van dertig maanden;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- beveelt dat van de opgelegde gevangenisstraf een deel, groot zes maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. W.L.J. Voogt en mr. R.A.J. van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van J.Th.G. Coenders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 maart 2007.