Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ6276

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
13-12-2006
Datum publicatie
16-01-2007
Zaaknummer
157484 CV EXPL 04-2047
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever veroordeel tot betaling van een schadevergoeding. Werkgever heeft niet bewezen dat het onjuist is dat werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden bij werkgever een burn-out met depressieve klachten heeft opgelopen en/of- zij de op haar rustende zorgplicht jegens werknemer is nagekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Heerlen

rolno: 04-2047

zaakno: 157484

typ: M.L.

coll:

Vonnis van de kantonrechter d.d. 13 december 2006

inzake

[Werknemer],

wonende te [Woonplaats werknemer],

eiser,

gemachtigde: mr. W.A. van Veen te Utrecht,

tegen

[Werkgever],

gevestigd en kantoorhoudende te [Vestigingsplaats werkgever],

gedaagde,

gemachtigde mr. H.P.M. Stevelmans te Nuth,

verschijnende bij P.M.F. Otten, gerechtsdeurwaarder.

VERDER PROCESVERLOOP:

Bij vonnis d.d. 23 augustus 2006 is aan [Werkgever] een bewijsopdracht verstrekt.

[Werkgever] heeft van het laten horen van getuigen afgezien en vervolgens heeft iedere partij een conclusie na tussenvonnis ingediend, waarvan de inhoud als hier herhaald geldt.

Daarna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak is vastgesteld op heden.

MOTIVERING:

1. Aan [Werkgever] is te bewijzen opgedragen dat

- het onjuist is dat [Werknemer] in de uitoefening van zijn werkzaamheden bij [Werkgever] door schending van de in voormeld tussenvonnis omschreven norm een burn-

out met depressieve klachten heeft opgelopen

- zij de op haar rustende zorgplicht jegens [Werknemer] is nagekomen.

Nu [Werkgever] geen getuigen heeft laten horen noch anderszins bewijsmiddelen heeft voorgebracht, is het opgedragen (tegen)bewijs is niet geleverd. Aldus is in rechte komen vast te staan dat [Werkgever] jegens [Werknemer] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de krachtens artikel 7: 658 lid 1 BW op haar rustende zorgplicht en op grond hiervan aansprakelijk is voor de hieruit voor hem voortvloeiende schade.

2. Krachtens artikel 612 Rv begroot de rechter die een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt, voor zover hem dit mogelijk is, de schade in het vonnis en spreekt hij bij gebreke hiervan een veroordeling uit tot schadevergoeding op te maken bij staat.

Gezien de nog summiere cijfermatige onderbouwing door [Werknemer] en de gemotiveerde betwisting daarvan door [Werkgever] zijn onvoldoende gegevens beschikbaar voor de begroting, ook bij wege van voorschot, van de materiële en immateriële schade, zodat de vordering tot veroordeling van [Werkgever] om aan [Werknemer] een voorschot daarop van € 25.000,- te betalen niet toewijsbaar is.

Nu [Werknemer] de mogelijkheid van door hem ten gevolge van voormelde tekortkoming van [Werkgever] geleden schade aannemelijk heeft gemaakt, behoort de vordering tot verwijzing naar de schadestaatprocedure te worden toegewezen. De door [Werkgever] bij het beloop van de schade geplaatste kanttekeningen kunnen in die procedure aan de orde komen; een verplichting om de zaak op dat punt in dit geding nader te onderzoeken heeft de rechter niet (HR RvdW 2006/681).

3. Een veroordeling tot vergoeding van schade op te maken bij staat leent zich niet voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4. Hetgeen partijen nog verder hebben aangevoerd, leidt niet tot een andersluidend oordeel.

5. [Werkgever] dient als grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

BESLISSING:

Veroordeelt [Werkgever] tot vergoeding van de door [Werknemer] ten gevolge van haar voormeld tekortschieten geleden schade, zowel materieel als immaterieel, nader op te maken bij staat;

Veroordeelt [Werkgever] in de aan de zijde van [Werknemer] gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 3.847,92, waarvan € 1.462,14 kosten deskundige en € 2.200,- salaris gemachtigde;

Verklaart dit vonnis, wat laatstgenoemde veroordeling betreft, uitvoer bij voorraad;

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. B.A.J. Broekman, kantonrechter en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.