Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ1304

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
18-10-2006
Datum publicatie
01-11-2006
Zaaknummer
224013 CV EXPL 1515/06
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep op nietigheid besluit VVE bij wijze van verweer; 7:130 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

rolno: 1515/06

zaakno: 224013

typ: MM

coll:

Vonnis d.d. 18 oktober 2006

inzake:

De vereniging “VERENIGING VAN EIGENAREN PATIO SEVILLA”,

gevestigd te [Vestigingsplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. V. Kloth te Heerlen;

tegen:

[Naam gedaagde partij], wonende te [Woonplaats gedaagde partij], [Woonadres gedaagde partij],

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.P.H.J. Hermans te Geleen.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE:

Door partijen zijn achtereenvolgens de navolgende processtukken gewisseld:

-exploot van dagvaarding d.d. 26 april 2006;

-conclusie van antwoord met produkties;

-conclusie van repliek met produktie;

-conclusie van dupliek met produkties.

De inhoud van alle hiervoor genoemde stukken geldt als hier ingelast.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

MOTIVERING VAN DE BESLISSING:

Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van € 834,26 in hoofdsom, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en rente.

Zij heeft daartoe gesteld dat gedaagde, als appartementseigenaar 14 november 2005 lid van eiseres, op grond van een door de ledenvergadering van eiseres op 29 november 2004 genomen besluit gehouden is tot betaling voor 1 november 2005 van een extra bijdrage “groot onderhoud” van € 834,26, maar betaling daarvan ondanks aanmaningen heeft nagelaten.

Gedaagde heeft zich gemotiveerd verweerd tegen toewijzing van die vordering, welk verweer hierna voorzover nodig nader aan de orde komt.

Gedaagde heeft met name ten verweer aangevoerd, dat het op 29 november 2004 door de algemene ledenvergadering van eiseres genomen besluit nietig is, welke nietigheid een gevolg is van het feit dat aan de wijze waarop dat besluit is tot stand gekomen gebreken kleven, waarbij gedaagde met name doelt op het feit dat de stemming over het toen genomen besluit niet reglementair is verlopen; gedaagde heeft verder aangevoerd dat bij de oproeping voor de betreffende vergadering niet is meegedeeld dat het gewraakte besluit ter vergadering aan de leden zou worden voorgelegd.

De kantonrechter is van oordeel, dat dit door gedaagde gevoerde verweer geen doel treft.

Ingevolge het bepaalde in artikel 2:14 Burgerlijk Wetboek is een in strijd met de statuten genomen besluit nietig tenzij uit de wet anders voortvloeit; dat is te dezen het geval: in artikel 2:15 lid 1 aanhef en onder a Burgerlijk Wetboek is immers bepaald dat een besluit dat op een met de statuten strijdige wijze is tot stand gekomen niet nietig maar vernietigbaar is; die vernietigbaarheid moet vervolgens tijdig worden ingeroepen en wel, in afwijking van artikel 2:15 lid 3 Burgerlijk Wetboek voorzover het betreft besluiten van verenigingen van appartementseigenaren, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:130 Burgerlijk Wetboek.

Ten processe staat vast dat zulks niet is geschied.

Na het verstrijken van de betreffende korte termijn kan geen beroep op vernietiging meer worden gedaan, ook niet bij wijze van verweer, zoals algemeen in de rechtslitteratuur wordt aangenomen.

Een en ander brengt mee, dat gedaagde gehouden is tot betaling van de onderwerpelijke hoofdsom, vermeerderd met de verder niet betwiste wettelijke rente vanaf 1 november 2005.

De door eiseres gevorderde buitengerechtelijke kosten worden niet toegewezen: gedaagde heeft de verschuldigdheid ervan betwist en eiseres heeft tegenover die betwisting niet aangetoond dat voor de aanvang van de procedure meer werkzaamheden zijn verricht dan het verzenden van een tweetal aanmaningen.

Gedaagde wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

BESLISSING:

Veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen de somma van € 834,26, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 november 2005 tot de dag van voldoening.

Veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding, deze aan de zijde van eiseres tot deze uitspraak in totaal begroot op € 433,87, waarin begrepen € 200,00 wegens salaris van de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. R.P.G. Houterman, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 18 oktober 2006, in tegenwoordigheid van de Griffier.