Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ1186

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
26-09-2006
Datum publicatie
31-10-2006
Zaaknummer
03-703150-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat de door de raadsman gewraakte voortzetting van het hier bedoelde dwangmiddel een schending, laat staan een zodanig ernstige schending van de goede procesorde oplevert dat daaraan enig gevolg als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering gegeven moet worden. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen de beperkte periode waarin telecommunicatie is opgenomen en de omstandigheid dat, nadat eenmaal duidelijk was geworden dat telecommunicatie werd opgenomen via een verkeerde telefoonaansluiting, door de officier van justitie voldoende voortvarend werd gereageer

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/703150-06

Datum uitspraak: 26 september 2006

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 september 2006 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen de minderjarige

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],

wonende te [woonplaats verdachte],

thans gedetineerd in de J.J.I. “Het Keerpunt” te Cadier en Keer.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat

1.

hij, verdachte, op of omstreeks 20 mei 2006 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een motorfiets, merk Yamaha, type TDM, gekentekend [nummer kenteken], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of aan [M.], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 20 mei 2006 tot en met 21 mei 2006 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, een motorfiets, merk Yamaha, type TDM heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde motorfiets wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 20 mei 2006 tot en met 21 mei 2006 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, een motorfiets, merk Yamaha, type TDM heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde motorfiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij, verdachte, op of omstreeks 20 augustus 2005 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een motorscooter, merk Gilera, type Nexus, gekentekend [nummer kenteken], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 20 augustus 2005 tot en met 21 mei 2006 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, een motorblok van een motorscooter, merk Gilera, type Nexus (gekentekend [nummer kenteken]) en/of (een) ander(e) onderdelen van een motorscooter, merk Gilera, type Nexus (gekentekend [nummer kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd motorblok en/of van voornoemd(e) onderde(e)l(en) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 20 augustus 2005 tot en met 21 mei 2006 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, een motorblok van een motorscooter, merk Gilera, type Nexus (gekentekend [nummer kenteken]) en/of (een) ander(e) onderdelen van een motorscooter, merk Gilera, type Nexus (gekentekend [nummer kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd motorblok en/of van voornoemd(e) onderde(e)l(en) redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij, verdachte, op of omstreeks 8 februari 2006 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand, gelegen aan de Prins Hendriklaan 2 heeft weggenomen een TFT-scherm en/of een geldkist met inhoud en/of een memorystick, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] en/of aan [G.], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 8 februari 2006 tot en met 21 mei 2006 in de gemeente Brunssum, in elk geval in Nederland, een TFT-scherm en/of een geldkist (met inhoud) en/of een memorystick heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 8 februari 2006 tot en met 21 mei 2006 in de gemeente Brunssum, in elk geval in Nederland, een TFT-scherm en/of een geldkist (met inhoud) en/of een memorystick heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 21 december 2005 tot en met 5 februari 2006 in de gemeente Heerlen, meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (telkens) in/uit een woning, gelegen aan de Seringenstraat 5 heeft weggenomen (telkens) een computer en/of een X-box en/of een Sony flatscreen televisie en/of een digitale fotocamera en/of een discman en/of een playstation en/of vier horloges en/of twee geluidsboxen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele (telkens) toebehorende aan [naam slachtoffer 4], in elk geval (telkens) toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij, verdachte, op of omstreeks 26 februari 2006 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de Passartweg 35 B heeft weggenomen een LCD-televisie en/of geld en/of drie horloges, in elk geval een horloge en/of (een) siera(a)d(en) en/of een navigatiesysteem en/of een G.S.M., in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 5], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 10 februari 2005 tot en met 10 maart 2005 in de gemeente Brunssum ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de Wenckebachstraat 44 weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld van zijn, verdachtes, gading, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 6], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn, verdachtes, mededader(s), althans alleen met een hard voorwerp heeft/hebben gewrikt aan een raamkozijn van voornoemde woning en/of aan een slot(plaat) van een deur van voornoemde woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij, verdachte, op of omstreeks 2 maart 2006 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de Wenckebachstraat 18 heeft weggenomen een plasma-televisie en/of een LCD-televisie en/of een G.S.M. en/of geld en/of een afstandsbediening, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 7], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

8.

hij, verdachte, op of omstreeks 3 februari 2006 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de Wenckebachstraat 45 heeft weggenomen een computer en/of een G.S.M. en/of een beamer en/of een televisie en/of een DVD-speler en/of een stereotoren en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 8], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

9.

hij, verdachte, op of omstreeks 10 februari 2006 te Hoensbroek in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de Prins Clausstraat 15 heeft weggenomen een televisie en/of een DVD-speler, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 9], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

10.

hij, verdachte, op of omstreeks 14 september 2003 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand, gelegen aan de Parallelstraat 21 heeft weggenomen twee beeldschermen, in elk geval een beeldscherm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 10] en/of aan [S.], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 14 september 2003 tot en met 21 mei 2006 in de gemeente Landgraaf, in elk geval in Nederland, twee beeldschermen, in elk geval een beeldscherm heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) beeldscherm(en) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 14 september 2003 tot en met 21 mei 2006 in de gemeente Landgraaf, in elk geval in Nederland, twee beeldschermen, in elk geval een beeldscherm heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) beeldscherm(en) redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

De geldigheid van de dagvaarding

In het onder 8 ten laste gelegde is vermeld dat één DVD-speler werd weggenomen. Aangever [naam slachtoffer 8] heeft tegenover de politie verklaard dat in zijn woning twee DVD-spelers werden weggenomen. Omdat in de tenlastelegging geen nadere aanduiding is gegeven welk toestel de officier van justitie bij het opstellen van de tenlastelegging voor ogen heeft gehad, komt de rechtbank tot het oordeel dat de dagvaarding op deze punten onvoldoende duidelijk is. De rechtbank zal op die grond de dagvaarding ten aanzien van die, in de tenlastelegging genoemde voorwerpen nietig verklaren.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging

De raadsman heeft onder meer het volgende naar voren gebracht:

“Deze gehele zaak is aan het rollen gekomen met betrekking tot cliënt doordat zijn telefoon abusievelijk werd getapt. Dit gebeurde in de veronderstelling dat het getapte telefoonnummer een GSM was van zijn halfbroer [M.]. Deze tap onder Bob05 is gestart op 28 maart 2006 en is afgesloten op 5 april 2006, omdat toen geconstateerd werd, dat dit telefoonnummer in gebruik van cliënt was. Hierop is besloten om hetzelfde GSM-nummer een tap te zetten vanaf 6 april 2006 tot en met 21 mei 2006, de dag waarop cliënt is aangehouden. Dit valt onder Bob07.

Met Bob07 is cliënt eveneens als verdachte aangemerkt. Echter de wijze waarop cliënt als verdachte in de zin van artikel 27 Wetboek van Strafvordering is aangemerkt is niet geheel zuiver. Namelijk op het moment dat Justitie met zekerheid kan zeggen dat zij het verkeerde telefoonnummer tappen, namelijk niet zijnde het telefoonnummer van [M.], dienden zij mijns inziens het tappen te stoppen. Uit de aanvraag ex art. 126m Sv. van 5 april 2006 blijkt, dat al op 31 maart 2006 duidelijk is dat het telefoonnummer in gebruik is bij cliënt en niet zijn halfbroer. Toch wordt de tap gehandhaafd tot 5 april 2006, op welk moment er een nieuwe aanvraag wordt gedaan, waarbij cliënt als verdachte wordt aangemerkt. In deze periode dat de tap onnodig en onrechtmatig is gehandhaafd, ontstaat er een verdenking jegens cliënt ex artikel 27 Sv. Was de tap op 3 maart 2006 opgeheven, dan was er wellicht nimmer een verdenking op cliënt komen te rusten.

De verdenking is derhalve ontstaan als gevolg van een onrechtmatige handhaving van een dwangmiddel jegens cliënt. Dit is in strijd met de artikelen 126m e.v. van het Wetboek van Strafvordering. De verdenking die middels deze tapverslagen is ontstaan jegens cliënt is dan ook niet geheel volgens de regels tot stand gekomen. Er is namelijk eerst een dwangmiddel en vervolgens een verdenking. Dit is de omgekeerde wereld. Hieruit zal de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie moeten volgen (..)”

De rechtbank verwerpt dit verweer. Zij overweegt dienaangaande het volgende:

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat de door de raadsman gewraakte voortzetting van het hier bedoelde dwangmiddel een schending, laat staan een zodanig ernstige schending van de goede procesorde oplevert dat daaraan enig gevolg als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering gegeven moet worden. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen de beperkte periode waarin telecommunicatie is opgenomen en de omstandigheid dat, nadat eenmaal duidelijk was geworden dat telecommunicatie werd opgenomen via een verkeerde telefoonaansluiting, door de officier van justitie voldoende voortvarend werd gereageerd. De rechtbank overweegt in dat verband dat aan haar niet is gebleken dat de officier van justitie in redelijkheid niet tot het geven van een bevel tot het opnemen van telecommunicatie via het aansluitnummer 06-41630284 heeft kunnen komen in het onderzoek naar de verdachte [K.]. Immers, uit het proces-verbaal van 26 maart 2006 met nummer 2006021549bob05 blijkt dat [K.] via deze telefoonaansluiting tenminste twee gesprekken heeft gevoerd. Voorts overweegt de rechtbank dat aan haar niet is gebleken dat de officier van justitie in redelijkheid niet met het geven van een bevel tot beëindiging van het opnemen van telecommunicatie via deze telefoonaansluiting heeft kunnen wachten tot 5 april 2006. Immers, uit het proces-verbaal van 5 april 2006 met nummer 200602549bob07 blijkt dat in de periode van 30 maart 2006 tot en met 3 april 2006 via deze telefoonaansluiting slechts vijf gesprekken zijn gevoerd, aan geen waarvan overigens [K.] deelnemer bleek te zijn. De rechtbank overweegt ten slotte dat de hier bedoelde telecommunicatie niet is aangewend als bewijs van de feiten, waarvoor veroordeling volgt.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair, 2 primair, 3 primair, 5, 6, 7, 9 en onder 10 primair, subsidiair en meer subsidiair is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en onder 8 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

2.

hij, verdachte, op 21 mei 2006 in de gemeente Heerlen, een motorblok van een motorscooter, merk Gilera, type Nexus (gekentekend [nummer kenteken]) en andere onderdelen van een motorscooter merk Gilera, type Nexus (gekentekend [nummer kenteken]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemd motorblok en van voornoemde onderdelen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

3.

hij, verdachte, op 21 mei 2006 in Nederland een TFT-scherm voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemd goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

hij, verdachte, in de periode van 4 februari 2006 tot en met 5 februari 2006 in de gemeente Heerlen, tweemaal tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning, gelegen aan de Seringenstraat 5 heeft weggenomen een computer en vier horloges en twee geluidsboxen toebehorende aan [naam slachtoffer 4], waarbij hij en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

8.

hij, verdachte, op of omstreeks 3 februari 2006 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning, gelegen aan de Wenckebachstraat 45 heeft weggenomen een televisie toebehorende aan [naam slachtoffer 8], waarbij hij en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en onder 8 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.

Feit 2:

Opzetheling.

Feit 3:

Opzetheling.

Feit 4:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

Feit 8:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straffen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten onder 1 subsidiair, 2 meer subsidiair, 3 subsidiair, 4, 5, 7, 8 en 9 zal worden veroordeeld tot

- een jeugddetentie voor de duur van acht maanden, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan honderdzesentwintig dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd zich zal gedragen overeenkomstig de door of vanwege de Jeugdreclassering van het Bureau Jeugdzorg in het Arrondissement Maastricht te stellen richtlijnen zolang deze reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd noodzakelijk oordeelt, ook indien deze inhouden controle en begeleiding gedurende zes maanden in het kader van de ITB harde kern;

- een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van honderdzestig uren, subsidiair tachtig dagen vervangende hechtenis;

De raadsman heeft de rechtbank verzocht

- de verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair, onder 2 primair en subsidiair, onder 3 primair, onder 6, onder 7 en onder 10 primair, subsidiair en meer subsidiair;

- de officier van justitie -kort gezegd- te volgen in zijn eis voor zover deze betreft een jeugddetentie van een duur passend bij de bewezenverklaring en de persoon van de verdachte, met de bepaling dat daarvan een substantieel deel niet zal worden tenuitvoergelegd onder de voorwaarde van begeleiding in het kader van de ITB;

- bij de straftoemeting rekening te houden met de omstandigheid dat de minderjarige verdachte tien dagen van de voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in een politiecel en, gedurende langere tijd, bovendien onder het regime van volledige beperkingen.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straffen het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straffen gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving;

- de mate waarin het bewezen verklaarde schade teweeg heeft gebracht;

- de omstandigheid dat de verdachte nog niet eerder is veroordeeld.

De beslissing over het beslag

De raadsman heeft de rechtbank verzocht een beslissing te geven tot teruggave aan de verdachte van de daarvoor in aanmerking komende in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen. Hij heeft daarbij niet aangegeven welke van die voorwerpen aan de verdachte toebehoren. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting kon ook niet op andere wijze worden vastgesteld aan wie de litigieuze voorwerpen toebehoren. De rechtbank acht het voorshands aannemelijk dat degene onder wie in beslag is genomen geen recht heeft op deze voorwerpen. Zij zal daarom ten aanzien van het beslag de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

De vorderingen van de benadeelde partijen

Ter terechtzitting zijn de formulieren, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij [naam slachtoffer 1] en [S.L.] zich ter zake van hun vorderingen tot schadevergoeding als benadeelde partijen in het strafproces hebben gevoegd.

Gelet op de omstandigheid dat de verdachte ten aanzien van de onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en onder 10 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken, kunnen de benadeelde partijen [naam slachtoffer 1] en [S.L.] niet in hun vorderingen worden ontvangen.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart de dagvaarding ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde nietig ten aanzien van de DVD-speler;

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair, 2 primair, 3 primair, 5, 6, 7, 9 en onder 10 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en onder 8 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en onder 8 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van tweehonderdveertig dagen;

- adviseert deze straf ten uitvoer te leggen in “Het Keerpunt” te Cadier en Keer dan wel in een andere Rijksinrichting of daartoe aangewezen particuliere inrichting voor jeugdigen;

- beveelt, dat van de opgelegde jeugddetentie een deel, groot honderdzesentwintig dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zich zal gedragen overeenkomstig de door of vanwege de Jeugdreclassering van het Bureau Jeugdzorg in het Arrondissement Maastricht te stellen richtlijnen zolang deze reclasseringsinstelling zulks gedurende de proeftijd noodzakelijk oordeelt, ook indien deze inhouden de controle en begeleiding door een begeleider van ITB (Intensieve Trajectbegeleiding) harde kern voor meervoudige daders, met een traject van zes maanden;

- geeft opdracht aan genoemde instelling aan de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf die zal bestaan uit een werkstraf, te weten het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van honderdtwintig uren;

- beveelt dat indien de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast;

- beveelt, dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, en -voor het overige- bij de uitvoering van de taakstraf naar de maatstaf van twee uren per dag;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen;

- verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer 1], [adres slachtoffer 1], in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [S.L.] [adres benadeelde S.L.] in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [S.L.] in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. F.M. van Maanen Winters, voorzitter, kinderrechter-plv, mr. R.M.M. Kleijkers en mr. M. Senden, rechters, in tegenwoordigheid van J.Th.G. Coenders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 september 2006.