Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AY9261

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
08-09-2006
Datum publicatie
03-10-2006
Zaaknummer
03/700140-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minderjarige verdachte pleegde samen met een aantal andere jongeren een aantal coniferenbranden. In de directe omgeving ontstond daardoor gevaar voor goederen.

Dit gevaarzettend gedrag wordt de jongeren zeer kwalijk genomen door de rechtbank. Het geeft blijk van een gebrek aan normbesef en inzichtloosheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/700140-06

Datum uitspraak: 8 september 2006

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 augustus 2006 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen de minderjarige

[naam verdachte],

geboren te [geboortedatum en plaats verdachte],

wonende te [adres verdachte].

De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat

1.

[zaak 13]

hij op of omstreeks 8 januari 2006 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een conifeer, gelegen (kort) nabij een woning aan de [adres slachtoffer 1], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met die conifeer, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die conifeer geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een woning, gelegen aan de [adres slachtoffer 1] en/of een geparkeerde auto en/of naastgelegen woningen en/of zich in die woning(en) bevindende personen en/of goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in die woning(en) bevindende perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 3] en/of [naam verdachte 4] en/of [naam verdachte 5] op of omstreeks 8 januari 2006 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een conifeer, gelegen (kort) nabij een woning aan de [adres slachtoffer 1], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met die conifeer, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die conifeer geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een woning, gelegen aan de [adres slachtoffer 1] en/of een geparkeerde auto en/of naastgelegen woningen en/of zich in die woning(en) bevindende personen en/of goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in die woning(en) bevindende perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan teneinde die [naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 3] en/of [naam verdachte] en/of [naam verdachte 5] bij onraad te waarschuwen;

2.

[zaak 11]

hij op of omstreeks 20 januari 2006 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een of meer coniferen, gelegen in een tuin behorende bij perceel [adres slachtoffer 2], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een of meer coniferen, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die coniferen geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een zich (kort) nabij bevindende auto, te duchten was;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 20 januari 2006 in de gemeente Brunssum met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres slachtoffer 2], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer conife(e)r(en), welk geweld bestond uit het in brand steken van die conife(e)r(en);

3.

[zaak 5]

hij op of omstreeks 14 januari 2006 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een coniferenhaag, gelegen aan de [adres slachtoffer 3], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een of meer coniferen, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die coniferenhaag en/of een (naastgelegen) kunststof regenton geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een woning, gelegen aan de [ adres slachtoffer 4] en/of naastgelegen woningen en/of zich in die woning(en) bevindende personen en/of goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in die woning(en) bevindende perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 3] en/of [naam verdachte 4] en/of [naam verdachte 5] op of omstreeks 14 januari 2006 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een coniferenhaag, gelegen aan de [adres slachtoffer 3], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een of meer coniferen, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die coniferenhaag en/of een (naastgelegen) kunststof regenton geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een woning, gelegen aan de [ adres slachtoffer 4] en/of naastgelegen woningen en/of zich in die woning(en) bevindende personen en/of goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in die woning(en) bevindende perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan teneinde die [naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 3] en/of [naam verdachte] en/of [naam verdachte 5] bij onraad te waarschuwen;

4.

[zaak 2]

hij op of omstreeks 7 januari 2006 in de gemeente Heerlen met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, een tuin behorende bij een woning, gelegen aan de [adres slachtoffer 5], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een (aantal) coniferen, welk geweld bestond uit het in brand steken van een of meer coniferen;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 7 januari 2006 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer conife(e)r(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

5.

[zaak 4]

hij op of omstreeks 20 januari 2006 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een of meer coniferen, gelegen op/aan perceel [adres slachtoffer 7], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een of meer coniferen, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die coniferen en/of een houten hekwerk geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een carport en/of een auto, te duchten was;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 3] en/of [naam verdachte 4] en/of [naam verdachte 5] op of omstreeks 20 januari 2006 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een of meer coniferen, gelegen op/aan perceel [adres slachtoffer 7], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een of meer coniferen, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die coniferen en/of een houten hekwerk geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een carport en/of een auto, te duchten was, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan teneinde die [naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 3] en/of [naam verdachte] en/of [naam verdachte 5] bij onraad te waarschuwen;

6.

[zaak 9]

hij op of omstreeks 27 januari 2006 in de gemeente Heerlen met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres slachtoffer 8], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer conife(e)r(en), welk geweld bestond uit het in brand steken van een of meer conife(e)r(en);

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 27 januari 2006 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer conife(e)r(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

7.

[zaak 14]

hij op of omstreeks 5 januari 2006 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een conifeer, gelegen op het perceel [adres slachtoffer 10] ([naam slachtoffer 10]), immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een of meer coniferen, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die coniferen geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het (kort) nabijgelegen restaurant en/of zich daarin bevindende perso(o)n(en) en/of goederen, te duchten was;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 3] en/of [naam verdachte 4] en/of [naam verdachte 5] op of omstreeks 5 januari 2006 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een conifeer, gelegen op het perceel [adres slachtoffer 10] ([naam slachtoffer 10]), immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een of meer coniferen, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die coniferen geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het (kort) nabijgelegen restaurant en/of zich daarin bevindende perso(o)n(en) en/of goederen, te duchten was, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan teneinde die [naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 3] en/of [naam verdachte] en/of [naam verdachte 5] bij onraad te waarschuwen.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 primair en subsidiair is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging

In de onderhavige zaken was een groepje dat uit een wisselend aantal jongens bestond actief bij het plegen van een aantal coniferenbranden. Verdachte heeft deze activiteit geïntroduceerd. Hij opperde in eerste instantie het idee om een conifeer of enkele coniferen in een tuin in brand te steken. Later gebeurde dit regelmatig, soms op dezelfde avond in verschillende tuinen.

Bovengenoemd groepje jongens kende geen leider. Ieder had een gelijkwaardige rol. Deze rol kon wisselen. Ook de rol van verdachte wisselde. Soms stond hij op de uitkijk, soms gaf hij de aansteker aan waarmee het vuur in aanraking werd gebracht met de betreffende conife(e)r(en). Ook kwam het voor dat hij de bo(o)m(en) aanwees die in brand gestoken werd(en). Bij de nabespreking was ook hij steeds aanwezig.

Nu er in de onderhavige zaken sprake is van een aantal personen, dat nauw en volledig heeft samengewerkt bij het plegen van strafbare feiten en verdachte zich daarvan niet heeft gedistantieerd, is de rechtbank van oordeel dat er ten aanzien van verdachte in de betreffende zaken sprake is van het medeplegen van de bewezenverklaarde strafbare feiten.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1. primair

[zaak 13]

hij op 8 januari 2006 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk brand heeft gesticht aan een conifeer, gelegen nabij een woning aan de [adres slachtoffer 1], immers hebben verdachte en een van zijn mededaders toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met die conifeer, ten gevolge waarvan die conifeer geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een woning, gelegen aan de [adres slachtoffer 1] en een geparkeerde auto en zich in die woning bevindende goederen te duchten was;

2. primair

[zaak 11]

hij op 20 januari 2006 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk brand heeft gesticht aan coniferen, gelegen in een tuin behorende bij perceel [adres slachtoffer 2], immers heeft een van zijn mededaders toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met die coniferen, ten gevolge waarvan die coniferen geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een zich (kort) nabij bevindende auto te duchten was;

4. primair

[zaak 2]

hij op 7 januari 2006 in de gemeente Heerlen met anderen op of aan de openbare weg in een tuin behorende bij een woning, gelegen aan de [adres slachtoffer 5], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een aantal coniferen, welk geweld bestond uit het in brand steken van die coniferen;

5. primair

[zaak 4]

hij op 20 januari 2006 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk brand heeft gesticht aan coniferen, gelegen op/aan perceel [adres slachtoffer 7], immers hebben een of meer van zijn mededaders toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met een of meer coniferen, ten gevolge waarvan die coniferen en een houten hekwerk geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een carport en een auto te duchten was;

6. primair

[zaak 9]

hij op 27 januari 2006 in de gemeente Heerlen met anderen op of aan de openbare weg, de [adres slachtoffer 8], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen coniferen, welk geweld bestond uit het in brand steken van die coniferen;

7. primair

[zaak 14]

hij op 5 januari 2006 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk brand heeft gesticht aan een conifeer, gelegen op het perceel [adres slachtoffer 10] ([naam slachtoffer 10]), immers heeft een van zijn mededaders toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met een conifeer, ten gevolge waarvan die conifeer geheel of gedeeltelijk is verbrand.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, 5 primair en 7 primair meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt:

ten aanzien van de feit 1 primair, 2 primair, 5 primair en 7 primair:

medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

ten aanzien van de feit 4 primair en 6 primair:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straffen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten onder 1 primair, 2 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 60 uren en een taakstraf in de vorm van een leerstraf voor de duur van 20 uren.

De raadsman heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat hij deze redelijk vindt.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en door de raadsman namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straffen het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straffen gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard mede in verhouding tot andere strafbare feiten, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het belang van een juiste normhandhaving en met het gewelddadig karakter van het bewezen verklaarde en de grote maatschappelijke onrust die mede daarvan het gevolg is. Met name bij de eigenaren van de in brand gestoken coniferen zijn angstgevoelens ontstaan, die overwonnen moeten worden. Dit zal enige tijd in beslag nemen.

De rechtbank rekent het verdachte aan, dat hij samen met zijn mededaders zeer frequent strafbare feiten pleegde, namelijk het in brand steken van coniferen, die zij daartoe geschikt achtten. De jongens dachten niet na over de gevolgen van hun handelingen. Zij toonden totaal geen inzicht in de schade noch in het gevaar dat door hen teweeg werd gebracht. Ook verdachte dacht hierover niet na en hield geen rekening met de gevolgen van zijn daden. Het gebrek aan normbesef dat ook hij tentoon spreidde, neemt de rechtbank hem zeer kwalijk.

Het gevaarzettende gedrag dat verdachte heeft getoond, wordt in de meeste gevallen bestraft met een onvoorwaardelijke detentie. De rechtbank zal in het onderhavige geval niet hiertoe overgaan, rekening houdend met de zeer jeugdige leeftijd van verdachte.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 47, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 141 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, 5 primair en 7 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van VIER maanden;

- beveelt, dat de opgelegde jeugddetentie niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit danwel de volgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zich zal gedragen overeenkomstig de door of vanwege de Jeugdreclassering van het Bureau Jeugdzorg in het Arrondissement Maastricht te stellen richtlijnen zolang deze reclasseringsinstelling zulks gedurende de proeftijd noodzakelijk oordeelt;

- geeft opdracht aan genoemde instelling aan de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf die zal bestaan uit

a. een leerstraf, te weten het volgen van het leerproject sociale vaardigheidstraining, voor de duur van TWINTIG uren en

b. een werkstraf, te weten het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van ZESTIG uren;

- beveelt dat indien de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van VEERTIG dagen zal worden toegepast;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. M.A.M. van Uum, voorzitter, kinderrechter, mr. W.E. Elzinga en mr. P.E.C.M. Dahmen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Schuwirth, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 september 2006, zijnde mr. P.E.C.M. Dahmen buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.