Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AY3855

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
12-07-2006
Datum publicatie
13-07-2006
Zaaknummer
03-008071-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte o.a. wegens het meermalen plegen van verkrachting tot een gevangenisstraf voor de tijd van zes jaren. De rechtbank gelast tevens dat de verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/008071-04

Datum uitspraak: 12 juli 2006

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 juni 2006 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortedatum en plaats verdachte],

normaliter gedetineerd in de gevangenis te Antwerpen, België, Begijnenstraat 42,

thans gedetineerd in de PI “De Geerhorst” te Sittard.

De tenlastelegging

Aan verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 2 oktober 1990 in de gemeente Maastricht door geweld en/of bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 1],heeft gedwongen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)dat hij, verdachte, genoemde [naam slachtoffer 1], welke op een fiets reed, heeft vastgegrepen, die [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen van die fiets af te stappen, die [naam slachtoffer 1] heeft gezegd: "sst, hou je mond en doe wat ik zeg, ik heb een mes bij me", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, genoemde [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen met hem, verdachte, mee te lopen, genoemde [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen zijn, verdachtes, penis in haar mond te nemen, zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [naam slachtoffer 1] heeft gebracht en/of op die [naam slachtoffer 1] is gaan liggen;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 2 oktober 1990 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld en/of bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 1], te dwingen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben, opzettelijk,genoemde [naam slachtoffer 1], welke op een fiets reed, heeft vastgegrepen, die [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen van die fiets af te stappen, die [naam slachtoffer 1] heeft gezegd: "sst, hou je mond en doe wat ik zeg, ik heb een mes bij me", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, genoemde [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen met hem, verdachte, mee te lopen, genoemde [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen zijn, verdachtes, penis in haar mond te nemen, zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [naam slachtoffer 1] heeft gebracht en/of op die [naam slachtoffer 1] is gaan liggen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijke omstandigheid dat het niet lukte vleselijke gemeenschap te hebben met die [naam slachtoffer 1], in elk geval alleen tengevolge van een van zijn wil onafhankelijke omstandigheid;

2.

hij op of omstreeks 20 oktober 1990 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld en/of bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 2], te dwingen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben, opzettelijk die [naam slachtoffer 2] heeft vastgegrepen, met een hard voorwerp die [naam slachtoffer 2] in de rug heeft gepriemd, genoemde [naam slachtoffer 2] heeft gezegd zich rustig te houden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, die [naam slachtoffer 2] naar de overkant van die weg heeft gesleept, die [naam slachtoffer 2] op haar buik op het gras heeft geduwd en/of heeft getracht de broek van die [naam slachtoffer 2] uit te trekken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijke omstandigheid dat het hem, verdachte, niet lukte om de broek van die [naam slachtoffer 2] uit te trekken, in elk geval alleen tengevolge van een van zijn wil onafhankelijke omstandigheid;

3.

hij op of omstreeks 20 oktober 1990 in de gemeente Maastricht,op de openbare weg, de Aesculaapstraat, in elk geval op de openbare weg,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer tassen, in elk geval enig goed,geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, die [naam slachtoffer 2] heeft vastgegrepen, met een hard voorwerp die [naam slachtoffer 2] in de rug heeft gepriemd, genoemde [naam slachtoffer 2] heeft gezegd zich rustig te houden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, die [naam slachtoffer 2] naar de overkant van die weg heeft gesleept, die [naam slachtoffer 2] op haar buik op het gras heeft geduwd en/of heeft getracht de broek van die [naam slachtoffer 2] uit te trekken;

4.

hij op of omstreeks 26 oktober 1990 in de gemeente Maastricht door geweld en/of bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 2], heeft gedwongen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)dat hij, verdachte, genoemde [naam slachtoffer 2] heeft vastgegrepen, een mes, althans een soortgelijk voorwerp tegen de wang en/of de borst van die [naam slachtoffer 2] heeftgehouden, die [naam slachtoffer 2] in de richting van een laad- en losplaats heeft gesleept, genoemde [naam slachtoffer 2] op de grond heeft gedrukt, de jas en/of de rok van die [naam slachtoffer 2] over haar hoofd heeft getrokken, de/het panties, schoenen en/of slipje van die [naam slachtoffer 2] heeft uitgetrokken en/of die [naam slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij de penis van hem, verdachte, in haar mond moest nemen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 26 oktober 1990 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld en/of bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 2], te dwingen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben, opzettelijk genoemde [naam slachtoffer 2] heeft vastgegrepen, een mes, althans een soortgelijk voorwerp tegen de wang en/of de borst van die [naam slachtoffer 2] heeft gehouden, die [naam slachtoffer 2] in de richting van een laad- en losplaats heeft gesleept, genoemde [naam slachtoffer 2] op de grond heeft gedrukt, de jas en/of de rok van die [naam slachtoffer 2] over haar hoofd heeft getrokken en/of de/het panties, schoenen en/of slipje van die [naam slachtoffer 2] heeft uitgetrokken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijke omstandigheid dat het niet lukte vleselijk gemeenschap te hebben met die [naam slachtoffer 2], in elk geval alleen tengevolge van een van zijn wil onafhankelijke omstandigheid;

5.

hij op of omstreeks 26 oktober 1990 in de gemeente Maastricht,op de openbare weg, te weten een parkeerplaats, gelegen aan de Brusselsepoort, in elk geval op een openbare weg met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een handtasje, in elk geval enig goed,geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, genoemde [naam slachtoffer 2] heeft vastgegrepen, een mes, althans een soortgelijk voorwerp tegen de wang en/of de borst van die [naam slachtoffer 2] heeftgehouden, die [naam slachtoffer 2] in de richting van een laad- en losplaats heeft gesleept, genoemde [naam slachtoffer 2] op de grond heeft gedrukt, de jas en/of de rok van die [naam slachtoffer 2] over haar hoofd heeft getrokken, de/het panties, schoenen en/of slipje van die [naam slachtoffer 2] heeft uitgetrokken en/of die [naam slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij de penis van hem, verdachte, in haar mond moest nemen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) vleselijke gemeenschap heeft gehad met die [naam slachtoffer 2];

6.

hij op of omstreeks 12 juli 1991 in de gemeente Maastricht door geweld en/of bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 3], heeft gedwongen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)dat hij, verdachte, genoemde [naam slachtoffer 3], welke op een fiets reed, van die fiets heeft gesmeten en/of geduwd, die [naam slachtoffer 3] van een talud heeft afgeduwd, genoemde [naam slachtoffer 3] met haar hoofd op de grond heeft geslagen, genoemde [naam slachtoffer 3] een of meermalen met kracht in het gezicht heeft geslagen, die [naam slachtoffer 3] heeft gezegd, zakelijk weergegeven, dat ze stil moest zijn en/of dat hij, verdachte, haar een mes tussen de ribben zou steken en/of haar kapot zou steken, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, genoemde [naam slachtoffer 3] op de grond heeft geduwd, de mond van die [naam slachtoffer 3] heeft dichtgehouden, die [naam slachtoffer 3] (deels) heeft ontkleed en/of (onder meer) met zijn, verdachtes, vinger(s) en/of een gedeelte van zijn hand in de vagina van die [naam slachtoffer 3] is binnengedrongen;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 12 juli 1991 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld en/of bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 3], te dwingen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben,opzettelijk genoemde [naam slachtoffer 3], welke op een fiets reed, van die fiets heeft gesmeten en/of geduwd, die [naam slachtoffer 3] van een talud heeft afgeduwd, genoemde [naam slachtoffer 3] met haar hoofd op de grond heeft geslagen, genoemde [naam slachtoffer 3] een of meermalen met kracht in het gezicht heeft geslagen, die [naam slachtoffer 3] heeft gezegd, zakelijk weergegeven, dat ze stil moest zijn en/of dat hij, verdachte, haar een mes tussen de ribben zou steken en/of haar kapot zou steken, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, genoemde [naam slachtoffer 3] op de grond heeft geduwd, de mond van die [naam slachtoffer 3] heeft dichtgehouden, die [naam slachtoffer 3] (deels) heeft ontkleed en/of (onder meer) met zijn, verdachtes, vinger(s) en/of een gedeelte van zijn hand in de vagina van die [naam slachtoffer 3] is binnengedrongen,zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijke omstandigheid dathet niet lukte vleselijke gemeenschap te hebben met die [naam slachtoffer 3], in elk geval alleen tengevolge van een van zijn wil onafhankelijke omstandigheid;

7.

hij op of omstreeks 11 januari 1991 in de gemeente Maastricht door geweld en/of bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 4], heeft gedwongen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)dat hij, verdachte, genoemde [naam slachtoffer 4] heeft vastgegrepen, de mond en/of neus van die [naam slachtoffer 4] heeft dichtgehouden, genoemde [naam slachtoffer 4] heeft gezegd, "ga op je buik liggen" en/of "als je niet doet wat ik zeg, steek ik je kapot, ik heb een mes" en/of "doe je benen uit elkaar anders steek ik je kapot", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, die [naam slachtoffer 4] op de grond heeft gedrukt, de step-in, panties en/of onderbroek van die [naam slachtoffer 4] heeft uitgetrokken en/of een voorwerp in de anus van die [naam slachtoffer 4] heeft gestoken;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 11 januari 1991 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld en/of bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 4], te dwingen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben,opzettelijk genoemde [naam slachtoffer 4] heeft vastgegrepen, de mond en/of neus van die [naam slachtoffer 4] heeft dichtgehouden, genoemde [naam slachtoffer 4] heeft gezegd, "ga op je buik liggen" en/of "als je niet doet wat ik zeg, steek ik je kapot, ik heb een mes" en/of "doe je benen uit elkaar anders steek ik je kapot", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, die [naam slachtoffer 4] op de grond heeft gedrukt, de step-in, panties en/of onderbroek van die [naam slachtoffer 4] heeft uitgetrokken en/of een voorwerp in de anus van die [naam slachtoffer 4] heeft gestoken,zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijke omstandigheid dat het niet lukte vleselijke gemeenschap te hebben met die [naam slachtoffer 4], in elk geval alleen tengevolge van een van zijn wil onafhankelijke omstandigheid;

8.

hij op of omstreeks 11 januari 1991 in de gemeente Maastricht,op de openbare weg, te weten de toegang tot de garages, gelegen aan de Dr. Bakstraat, in elk geval op de openbare weg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een handtas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, genoemde [naam slachtoffer 4] heeft vastgegrepen, de mond en/of neus van die [naam slachtoffer 4] heeft dichtgehouden, genoemde [naam slachtoffer 4] heeft gezegd, "ga op je buik liggen" en/of "als je niet doet wat ik zeg, steek ik je kapot, ik heb een mes" en/of "doe je benen uit elkaar anders steek ik je kapot", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, die [naam slachtoffer 4] op de grond heeft gedrukt, de step-in, panties en/of onderbroek van die [naam slachtoffer 4] heeft uitgetrokken en/of een voorwerp in de anus van die [naam slachtoffer 4] heeft gestoken en/of (vervolgens) vleselijke gemeenschap heeft gehad, althans getracht te hebben met die [naam slachtoffer 4];

9.

hij op of omstreeks 4 maart 2003 in de gemeente Maastricht door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)[naam slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer 5], hebbende verdachte zijn penis in de mond en/of de vagina van die [naam slachtoffer 5] gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [naam slachtoffer 5] heeft vastgegrepen, de mond van die [naam slachtoffer 5] heeft dichtgehouden, tegen die [naam slachtoffer 5] heeft gezegd: "rustig, rustig", "Heb jij geld?", "doe je broek uit", "dan ga je eraan", "ik wil je eerst neuken", "Hebt u al eens gepijpt?", "Wilt u dit dan een keer?", "je moet je omdraaien en mij pijpen", "je moet mij pijpen totdat ik klaar kom" en/of "ik wil je niet meer horen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, die [naam slachtoffer 5] in het nabijgelegen struikgewas heeft getrokken, die [naam slachtoffer 5] tegen een hekwerk heeft gedrukt, de spijkerbroek en/of de onderbroek van die [naam slachtoffer 5] (verder) naar beneden heeft getrokken, het hoofd van die [naam slachtoffer 5] naar beneden heeft geduwd en/of het gezicht van die [naam slachtoffer 5] in de richting van zijn, verdachtes, penis heeft geduwd en (aldus) voor die [naam slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

10.

hij op of omstreeks 4 maart 2003 in de gemeente Maastricht, op de openbare weg, de Goudenweg, in elk geval op de openbare weg,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag groot 5 Euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)dat verdachte die [naam slachtoffer 5] heeft vastgegrepen, de mond van die [naam slachtoffer 5] heeft dichtgehouden, tegen die [naam slachtoffer 5] heeft gezegd: "rustig, rustig", "Heb jij geld?", "doe je broek uit", "dan ga je eraan", "ik wil je eerst neuken", "Hebt u al eens gepijpt? ", "Wilt u dit dan een keer?", "je moet je omdraaien en mij pijpen", "je moet mij pijpen totdat ik klaar kom" en/of "ik wil je niet meer horen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, die [naam slachtoffer 5] in het nabijgelegen struikgewas heeft getrokken, die [naam slachtoffer 5] tegen een hekwerk heeft gedrukt, de spijkerbroek en/of de onderbroek van die [naam slachtoffer 5] (verder) naar beneden heeft getrokken, het hoofd van die [naam slachtoffer 5] naar beneden heeft geduwd en/of het gezicht van die [naam slachtoffer 5] in de richting van zijn, verdachtes, penis heeft geduwd en/of (vervolgens) zijn penis in de mond en/of de vagina van die [naam slachtoffer 5] heeft gebracht en (aldus) voor die [naam slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 2, 3, 6 primair 7 primair en subsidiair en onder 8 is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 4 primair, 5, 6 subsidiair, 9, en onder 10 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 2 oktober 1990 in de gemeente Maastricht door geweld en bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 1], heeft gedwongen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, genoemde [naam slachtoffer 1], welke op een fiets reed, heeft vastgegrepen, die [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen van die fiets af te stappen, die [naam slachtoffer 1] heeft gezegd: "sst, hou je mond en doe wat ik zeg, ik heb een mes bij me", en genoemde [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen met hem, verdachte, mee te lopen;

4.

hij op 26 oktober 1990 in de gemeente Maastricht door geweld en bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 2], heeft gedwongen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, genoemde [naam slachtoffer 2] heeft vastgegrepen, een op een mes gelijkend voorwerp tegen de wang en/of de borst van die [naam slachtoffer 2] heeft gehouden, genoemde [naam slachtoffer 2] op de grond heeft gedrukt, de jas en de rok van die [naam slachtoffer 2] over haar hoofd heeft getrokken, de panties, schoenen en slipje van die [naam slachtoffer 2] heeft uitgetrokken en die [naam slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij de penis van hem, verdachte, in haar mond moest nemen;

5.

hij op 26 oktober 1990 in de gemeente Maastricht, op de openbare weg, te weten een parkeerplaats gelegen aan de Brusselsepoort, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een handtasje toebehorende aan [naam slachtoffer 2], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, genoemde [naam slachtoffer 2] heeft vastgegrepen en een op een mes gelijkend voorwerp tegen de wang en de borst van die [naam slachtoffer 2] heeft gehouden;

6.

hij op 12 juli 1991 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld en bedreiging met geweld een vrouw, te weten [naam slachtoffer 3], te dwingen met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben, opzettelijk genoemde [naam slachtoffer 3], welke op een fiets reed, van die fiets heeft geduwd, genoemde [naam slachtoffer 3] meermalen met kracht in het gezicht heeft geslagen, die [naam slachtoffer 3] heeft gezegd, zakelijk weergegeven, dat ze stil moest zijn en dat hij, verdachte, haar een mes tussen de ribben zou steken en haar kapot zou steken, genoemde [naam slachtoffer 3] op de grond heeft geduwd, de mond van die [naam slachtoffer 3] heeft dichtgehouden, die [naam slachtoffer 3] deels heeft ontkleed en met zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [naam slachtoffer 3] is binnengedrongen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijke omstandigheid dat het niet lukte vleselijke gemeenschap te hebben met die [naam slachtoffer 3];

9.

hij op 4 maart 2003 in de gemeente Maastricht door geweld en bedreiging met geweld [naam slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer 5], hebbende verdachte zijn penis in de mond en de vagina van die [naam slachtoffer 5] gebracht en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte die [naam slachtoffer 5] heeft vastgegrepen, de mond van die [naam slachtoffer 5] heeft dichtgehouden, tegen die [naam slachtoffer 5] heeft gezegd: "rustig, rustig", "Heb jij geld?", "doe je broek uit", "dan ga je eraan", "ik wil je eerst neuken", "Hebt u al eens gepijpt?", "Wilt u dit dan een keer?", "je moet je omdraaien en mij pijpen", "je moet mij pijpen totdat ik klaar kom" en "ik wil je niet meer horen", die [naam slachtoffer 5] in het nabijgelegen struikgewas heeft getrokken, die [naam slachtoffer 5] tegen een hekwerk heeft gedrukt, de spijkerbroek en de onderbroek van die [naam slachtoffer 5] naar beneden heeft getrokken, het hoofd van die [naam slachtoffer 5] naar beneden heeft geduwd en het gezicht van die [naam slachtoffer 5] in de richting van zijn, verdachtes, penis heeft geduwd en aldus voor die [naam slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

10.

hij op 4 maart 2003 in de gemeente Maastricht, op de openbare weg, de Goudenweg, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [naam slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag groot 5 euro, toebehorende aan die [naam slachtoffer 5], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte die [naam slachtoffer 5] heeft vastgegrepen, de mond van die [naam slachtoffer 5] heeft dichtgehouden, tegen die [naam slachtoffer 5] heeft gezegd: "rustig, rustig", "Heb jij geld?".

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair, 4, 5, 6 subsidiair, 9 en onder 10 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.

Feit 1 primair:

Verkrachting.

Feit 4 primair:

Verkrachting.

Feit 5:

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk de diefstal gemakkelijk te maken.

Feit 6 subsidiair:

Poging tot verkrachting.

Feit 9:

Verkrachting.

Feit 10:

Afpersing.

De strafbaarheid van de verdachte

Ten aanzien van verdachte is door drs. A.F.J.M. Zwegers, psycholoog, en dr. L.H. Dams, forensisch psychiater, beiden vast gerechtsdeskundige, een onderzoek naar de geestvermogens van verdachte ingesteld en van dat onderzoek hebben genoemde psycholoog en psychiater een rapport, respectievelijk gedateerd op 18 april 2006 en op 13 maart 2006 opgemaakt, welke rapporten ieder voor zich vermelden -zakelijk weergegeven- als conclusie dat de verdachte als licht toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

De rechtbank verenigt zich, gelet op de daarvoor gegeven gronden, geheel met de in de beide rapporten gegeven conclusie en maakt deze mitsdien tot de hare. Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf en maatregelen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten onder 1 primair, 2, 3, 4 primair, 5, 6 primair, 7 primair, 8, 9 en 10 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van tien jaren en dat zal worden gelast dat de verdachte ter beschikking zal worden gesteld, met verpleging van overheidswege.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 en onder 7 ten laste gelegde naar voren gebracht dat uitsluitend het subsidiaire feit bewezen kan worden. Hij heeft voorts benadrukt dat de verdachte stellig ontkent de feiten plaatsgevonden na de beëindiging van zijn terbeschikkingstelling te hebben begaan. Daarnaast heeft de raadsman naar voren gebracht dat het geven van een last tot terbeschikkingstelling zijns inziens weinig zinvol is omdat de verdachte in België de maatregel van internering is opgelegd, welke maatregel vergelijkbaar is met een terbeschikkingstelling in Nederland.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf en maatregelen het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregelen gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving;

- de omstandigheid dat verdachte reeds eerder meerdere malen terzake soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld;

- de mate waarin het bewezen verklaarde persoonlijk leed teweeg heeft gebracht.

- de mate waarin het bewezen verklaarde schade teweeg heeft gebracht;

- het gewelddadig karakter van het bewezen verklaarde en de maatschappelijke onrust die mede daarvan het gevolg is.

De redengeving van de op te leggen maatregelen in het bijzonder

Het voormelde rapport van de psycholoog drs. A.F.J.M. Zwegers houdt in dat:

“Hoewel betrokkene niet goed aan het onderzoek meewerkte bestaat er weinig twijfel omtrent de psychodiagnostiek. Immers werd betrokkene in de loop van de jaren door uiteenlopende gedragsdeskundigen onderzocht en verbleef hij langdurig in een TBS-kliniek waar men hem uiteraard goed leerde kennen en de diagnose kon aanscherpen. Men spreekt van een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en borderline kenmerken. In het onderzoekscontact met ondergetekende zijn die kenmerken ook goed zichtbaar, althans etaleert betrokkene zeer sterke gevoelens van miskenning en uit hij zich gekrenkt, hetgeen past bij een opgeblazen zelfgevoel. De wisselende stemming die gezien wordt reflecteert de omgevingsafhankelijkheid, het gebrek aan sturing van binnenuit, dat past bij de borderline kenmerken. Ondergetekende zou daaraan ook nog antisociale kenmerken willen toevoegen, want betrokkene geeft duidelijk blijk van de neiging om te externaliseren, dat wil zeggen de verantwoordelijkheid van zijn gedrag buiten zichzelf te plaatsen. Bovendien komt veelvuldig in de stukken naar voren hoe gebrekkig betrokkene zich in anderen inleeft, hoe weinig hij zijn gedrag afstemt op de emotionele reikwijdte daarvan en hoe weinig de misdragingen bij hem leiden tot schuldgevoelens.

Helder werd ook welke psychodynamische factoren aan de basis liggen van betrokkene's delictgedrag. Betrokkene wordt omschreven als een "wraakdader", iemand die zijn onlustgevoelens op zijn slachtoffer richt. De bron van die onlust ligt overigens niet bij het slachtoffer. Zij is steeds een willekeurige vrouw, die betrokkene niet kent. Meestal ziet hij haar vanuit zijn auto op straat lopen of fietsen, waarna hij haar gaat volgen totdat de gelegenheid zich voordoet om haar te pakken.

Betrokkene's behandelaars van de TBS-kliniek `Veldzicht' merken op dat de onlust, die betrokkene ertoe beweegt op zoek te gaan naar een slachtoffer, is gelegen bij de spanningen die hij opdoet in zijn relatie met een vrouw. Er zijn echter aanwijzigen dat die onlust weliswaar door dergelijke spanningen geluxeerd wordt, maar dat de werkelijke oorzaak daarvan veel dieper ligt, namelijk bij specifieke belastende ervaringen in de jeugdjaren. Betrokkene werd, zo melden diverse bronnen, door zijn moeder verwaarloosd. Zij vernederde zijn vader en was kennelijk frequent sexueel actief buiten de huwelijksrelatie. Van hieruit is het te begrijpen dat betrokkene's chronische gevoel miskend te worden en te weinig aandacht te ontvangen, verbonden zijn geraakt met sexualiteit. Voorstelbaar is dat betrokkene zich daardoor niet met zijn vader identificeerde, maar met de mannen op wie zijn moeder haar sexuele activiteit richtte. Immers kregen zij van haar de aandacht die betrokkene moest missen. Tijdens het verkrachten eist betrokkene niet alleen die gemiste aandacht op, maar legt hij ook de verantwoordelijkheid voor dat gemis bij het slachtoffer neer. Dat laatste zet aan tot vergelding waardoor de verkrachting meer is dan enkel sexuele lustbevrediging. Het is ook daarom dat betrokkene het slachtoffer niet alleen vernedert door haar tot sexuele activiteit te dwingen, maar haar daarenboven soms mishandelt en zeer vaak ook nog berooft.

Dat betrokkene vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis nog altijd delictgevaarlijk is behoeft nauwelijks toelichting. Zelf verklaart hij dat zijn behandeling in de TBS¬-kliniek succesvol werd afgesloten, maar uit de stukken blijkt dat die behandeling nimmer werd beëindigd omdat betrokkene niet meer delictgevaarlijk zou zijn. De kliniek rapporteerde dat er intramuraal geen groei meer verwacht kon worden, dat voor verdere resocialisatie verlof buiten de kliniek noodzakelijk zou zijn en dat dit niet haalbaar was omdat betrokkene in Nederland als ongewenst vreemdeling werd aangemerkt. Hoewel men ter overweging gaf om de TBS dan maar op te heffen, liet men er geen twijfel over bestaan dat betrokkene nog altijd als delictgevaarlijk beschouwd moet worden. De verkrachting van mevrouw Smeets uit het Belgische Peer op 7 oktober 2003, waarvoor betrokkene door het Hof Van Beroep te Antwerpen schuldig wordt geacht, vond plaats nadat betrokkene de TBS-kliniek verlaten had. Hiermee is aangetoond dat de inschatting omtrent delictgevaarlijkheid die de kliniek maakte, juist is. Dit zou verder onderstreept worden als bewezen zou worden dat betrokkene op of omstreeks 4 maart 2003 Katja [naam slachtoffer 5] heeft verkracht.

Betrokkene is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens die in diagnostische zin te omschrijven is als een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische, antisociale en borderline kenmerken.

Bij een persoonlijkheidsstoornis gaat het per definitie om een duurzaam patroon. De gebrekkige ontwikkeling bestond derhalve evenzo ten tijde van het ten laste gelegde.

De gebrekkige ontwikkeling was van invloed op betrokkene's gedrag ten tijde van het ten laste gelegde, zodanig dat het ten laste gelegde, indien dat bewezen wordt, mede daaruit verklaard kan worden.

Als het ten laste gelegde bewezen zou worden, is het aan te nemen dat betrokkene daartoe bewogen werd, mede onder invloed van de psychodynamische factoren die in het verleden tot soortgelijke strafbare feiten hebben geleid. Deze psychodynamiek werd door meerdere gedragsdeskundigen, die betrokkene onderzochten, beschreven en kan als volgt worden samengevat. Betrokkene voelt zich voortdurend miskend en tekort gedaan. De onlustgevoelens die daardoor worden gemobiliseerd, zijn (op onderbewust niveau) met sexuele activiteit verbonden. Betrokkene zoekt bij zijn slachtoffers niet alleen sexuele lustbevrediging maar ook vergelding voor de miskenning en de krenking die hij ervaart. ….

Het staat vast dat betrokkene na de voortijdig beëindigde behandeling in het kader van een TBS met dwangverpleging, tenminste eenmaal met een (zeer gewelddadige) verkrachting recidiveerde. Hiermee is duidelijk dat de opvatting van zijn behandelaars, dat betrokkene als delictgevaarlijk beschouwd moet worden, juist is.

Omdat te voorzien is dat ook na een eventuele langdurige gevangenisstraf het delictgevaar onverminderd groot zal zijn, dat wil zeggen dat betrokkene wanneer hij zich (door een vrouw) miskend voelt opnieuw tot een serie verkrachtingen zal komen en daarbij mogelijk vele slachtoffers zal maken, is er, indien het ten laste gelegde wordt bewezen, naar mening van ondergetekende geen andere mogelijkheid dan omwille van de maatschappelijke veiligheid (opnieuw) de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging op te leggen.”

Het voormelde rapport van de psychiater dr. L.H. Dams houdt in dat:

“Zowel uit de auto- als uit de heteroanamnestische gegevens blijkt dat onderzochte lijdt aan een ernstige gemengde persoonlijkheidsstoornis, waarbij vooral narcistische en antisociale kenmerken op de voorgrond treden, maar waarbij ook een borderlinecomponent met een afgescheiden stukje hysterie op de voorgrond treedt, zoals in het psychiatrisch onderzoek uitgebreid beschreven en onderbouwd wordt. ….

Onderzochte was zeer bewust van hetgeen waarmee hij bezig was en hij besefte ook zeer goed de gevolgen van zijn daden. ….

Ook toont onderzochte totaal geen empathie en emoties ten tijde van de beide gesprekscontacten. Onderzochte vertoont ook totaal geen ziektebesef noch ziekte-inzicht.

Zowel uit de autoanamnestische gegevens als uit de gegevens uit het strafdossier blijkt dat onderzochte lijdt aan een gemengde persoonlijkheidstoornis met narcistische en antisociale kenmerken en waarbij eveneens een borderlinecomponent met een afgescheiden stukje hysterie op de voorgrond treedt.

Onderzochtes gedrag werd ten tijde van de hem laste gelegde feiten, indien deze bewezen worden, dan ook volledig gestuurd door de aanwezigheid van deze ernstige persoonlijkheidsstoornis. Onderzochte plaatste zichzelf volledig in de slachtofferpositie, waarbij zeer veel somatiserende kenmerken naar voren komen, met als doel medelijden op te wekken bij externen. Ook is er sprake van onderhuidse agressieve acting-out, waarbij ondergetekende opmerkt dat er niet veel externe prikkeling nodig is om onderzochte agressief te doen ontladen. Ook dit kenmerk van ongecontroleerde agressieve acting-out typeerde onderzochtes gedrag ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten, indien deze bewezen worden. Daarnaast beschikt onderzochte ook nog over een eerder laag middelmatig begaafd intellectueel niveau, waardoor hij mede eveneens vanuit een mannelijk oerinstinct zal reageren, en waarbij de factor macht voor hem zeer belangrijk is, wat ook zichtbaar was tijdens de hem ten laste gelegde feiten, indien deze bewezen worden.

Wat betreft de kans op recidive, schat ondergetekende onderzochte in als zeer recidive gevaarlijk. Ondergetekende maakt deze inschatting op basis van de klinische risicotaxatie. Ook blijkt duidelijk dat onderzochte een aantal jaren TBS-behandeling gevolgd heeft in de TBS-kliniek te Veldzicht, waarna hij zeer snel recidiveerde op het ogenblik dat de behandeling in een minder strak kader gegeven danwel afgesloten werd. ….

Onderzochte is lijdende aan een ziekelijk stoornis/gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens, welke in diagnostische zin omschreven kunnen worden als volgt: onderzochte lijdt aan een zeer ernstige gemengde persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken die op de voorgrond treden, en waarbij een borderlinecomponent, waarvan zich een stukje hysterie afsplitst eveneens opgemerkt kan worden. ….

Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde, waren de kenmerken van hoger vernoemde stoornis ook aanwezig. De ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens van onderzochte beïnvloedde zijn gedragingen ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde, in die mate dat het gedrag van onderzochte grotendeels vanuit deze pathologie verklaard kan worden. ….

Indien het ten laste gelegde bewezen wordt, kan men stellen dat onderzochte zich op het ogenblik van de hem ten laste gelegde feiten, als het ware in een "wonderfull man" positie plaatste, waarbij hij er van genoot dat de slachtoffers vernederd werden en hem adoreerden. Onderzochte handelde, mede gestuurd door zijn lage intellectuele capaciteiten, vanuit een soort van oerinstinct, waarbij hij pas tot een anticlimax kon komen, op het ogenblik dat de daad gepasseerd was. Zijn gedrag ten tijde van het delict werd dan ook niet gestuurd door een seksuele lust, maar eerder door het gevoel van bevrediging van zijn narcisme en vanuit zijn krenking, dus vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis.

De aanwezigheid van de gemengde persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale kenmerken heeft in grote mate een rol gespeeld. ….

De kans op recidive is als zijnde zeer groot in te schatten, mede gezien het feit dat onderzochte reeds gedurende een langere periode een behandeling volgde in de TBS-kliniek te Veldzicht en ondanks deze gestructureerde behandeling toch nog recidiveerde toen het dwangkader van de behandeling opgeheven werd. Onderzochte heeft een totaal gebrek aan ziekte-inzicht en ziektebesef en plaatst zichzelf volledig in een slachtofferpositie, waarbij hij het mechanisme van "faking bad" gebruikt, waarmee ondergetekende bedoelt dat onderzochte als het ware medelijden probeert op te wekken bij ondergetekende maar ook in zijn dagelijkse leven in zijn omgeving, door vooral te somatiseren en aan te geven welk slecht leven hij reeds gehad heeft en hoe slecht zijn lichamelijke conditie is.

Het is van essentieel belang dat onderzochte in een gestructureerde omgeving met zeer veel toezicht zal kunnen functioneren op een sociaal aanvaardbaar niveau. Wanneer echter een voldoende strak netwerk van hulpverleners c.q. mantelzorg wegvalt, is de kans groot dat onderzochte weer vanuit zijn verlangen naar erkenning en waardering van anderen (vrouwen) zal gaan handelen, en waarbij de kans op recidive als zeer groot ingeschat wordt. Ook zijn huidige eerder beperkte intelligentie capaciteit zal hem hierin niet steunen.

Wanneer ondergetekende wederom in een sociaal verwaarloosd, contactarm en geïsoleerd milieu zal terechtkomen, zonder werk zal vallen en geen therapeutische omkadering zal hebben, is de kans op recidive als zijnde zeer groot in te schatten.

Geadviseerd wordt om onderzochte de maatregel TBS met dwangverpleging op te leggen, gezien onderzochte reeds recidiveerde na een langdurige TBS-behandeling en gezien het feit dat onderzochte totaal geen ziektebesef noch ziekte-inzicht heeft. Ondergetekende adviseert deze maatregel omdat dit volgens haar de enige manier is om de maatschappij voldoende te beschermen tegen deze man met een ernstige persoonlijkheidstoornis. ….”

Gezien de inhoud van vorenbedoelde rapporten en het beeld dat de rechtbank naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van de verdachte heeft gekregen acht de rechtbank termen aanwezig het advies van de beide gedragsdeskundigen op te volgen.

De rechtbank zal de verdachte ter beschikking stellen, nu de door verdachte begane feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld , en zij op grond van het vorenoverwogene van oordeel is, dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eist, waarbij de rechtbank mede in aanmerking heeft genomen de ernst van de begane feiten de veelvuldigheid van voorafgegane veroordelingen wegens (soortgelijke) misdrijven.

De rechtbank zal bevelen dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd, nu zij, op grond van het vorenoverwogene, van oordeel is dat de veiligheid van anderen de algemene veiligheid van personen of goederen de verpleging eist.

Nu de verdachte onder meer ter zake van de hiervoor onder 1 primair en onder 6 subsidiair bewezen verklaarde strafbare feiten zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens de slachtoffers, zijnde de hiervoor genoemde benadeelde partijen Jonathans-[naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3], aansprakelijk is voor de schade die door die strafbare feiten is toegebracht, heeft de rechtbank tot het opleggen van nader te noemen maatregel besloten.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straf n maatregelen zijn gegrond op de artikelen 24c, 36f, 37a, 37b, 45, 57, 63, 242, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

De vorderingen van de benadeelde partijen

Ter terechtzitting zijn de formulieren, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij[naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3] zich ter zake van hun vorderingen tot schadevergoeding als benadeelde partijen in het strafproces hebben gevoegd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] door het hiervoor onder 1 primair bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De hoogte van deze immateriële schade wordt door de rechtbank naar billijkheid vastgesteld op het gevorderde bedrag van € 680,67.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] door het hiervoor onder 6 subsidiair bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De hoogte van deze immateriële schade wordt door de rechtbank naar billijkheid vastgesteld op het gevorderde bedrag van € 680,67.

Aan de verdachte zullen ter zake van genoemde feiten een straf en een maatregel worden opgelegd. De vorderingen zullen dan ook worden toegewezen.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 2, 3, 6 primair 7 primair en subsidiair en onder 8 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair, 4 primair, 5, 6 subsidiair, 9, en onder 10 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder1 primair, 4, 5, 6 subsidiair, 9 en onder 10 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbaarbare feiten oplevert;

- verklaart de verdachte deswege strafbaar;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van zes jaren;

- gelast dat de verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd;

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 1],[adres slachtoffer 1], te betalen een bedrag van € 680,67 (zeshonderdtachtig euro en zevenenzestig cent);

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] in het kader van deze procedure gemaakt, begroot op nihil, alsmede in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken;

- legt aan de verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer 1], adres slachtoffer 1], te betalen een bedrag van € 680,67 (zeshonderdtachtig euro en zevenenzestig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van dertien dagen;

- verstaat dat toepassing van laatstbedoelde vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot betaling niet opheft;

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 3], [adres slachtoffer 3], te betalen een bedrag van € 680,67 (zeshonderdtachtig euro en zevenenzestig cent);

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] in het kader van deze procedure gemaakt, begroot op nihil, alsmede in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken;

- legt aan de verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer 3], [adres slachtoffer 3], te betalen een bedrag van € 680,67 (zeshonderdtachtig euro en zevenenzestig cent) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van dertien dagen

- verstaat dat toepassing van laatstbedoelde vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot betaling niet opheft.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. F.M. van Maanen Winters, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en mr.W.A.P. Hillen, rechters, in tegenwoordigheid van J.Th.G. Coenders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 juli 2006.