Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AV9073

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
06-04-2006
Datum publicatie
07-04-2006
Zaaknummer
AWB 06 / 439
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 januari 2006 heeft verweerder het administratief beroep van de burgemeester van de gemeente Onderbanken d.d. 4 januari 2006 gegrond verklaard en daarmee de noodverordening van voornoemde burgemeester van 2 januari 2006 bekrachtigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Procedurenummer: AWB 06 / 439 GEMWT FEE

Uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

1. [eiser A] statutair gevestigd te Brunssum,

2. [eiser B], wonende te Brunssum

3. [eiser C], wonende te Brunssum

4. [eiser D], wonende te Utrecht

5. [eiser E], wonende te Zeist

6. [eiser F], wonende te Utrecht

eisers,

tegen

de Commissaris der Koningin in de Provincie Limburg,

te Maastricht, verweerder.

Datum bestreden besluit: 5 januari 2006

Kenmerk: 2006/958

Behandeling ter zitting: 20 maart 2006

1. Procesverloop

Bij het in de aanhef van deze uitspraak genoemde besluit van 5 januari 2006 heeft verweerder het administratief beroep van de burgemeester van de gemeente Onderbanken d.d. 4 januari 2006 gegrond verklaard en daarmee de noodverordening van voornoemde burgemeester van 2 januari 2006 bekrachtigd.

Tegen dit besluit hebben eisers bij schrijven van 14 februari 2006 beroep doen instellen bij deze rechtbank.

Eisers hebben de rechtbank doen verzoeken om hun beroep met toepassing van artikel 8:52 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) versneld te behandelen, op welk verzoek op

16 februari 2006 positief is beslist.

De door verweerder ter uitvoering van artikel 8:42 van de Awb ingezonden stukken alsmede het verweerschrift zijn in afschrift aan de gemachtigde van eisers gezonden. De inhoud van deze stukken dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank op 20 maart 2006 alwaar eisers [B] en [D] in persoon zijn verschenen, bijgestaan door mr. R.M.J. Schoonbrood, advocaat te Sittard-Geleen. Voor eiseres [A] is verschenen [vertegenwoordiger X], eveneens bijgestaan door mr. R.M.J. Schoonbrood voornoemd. Mr. Schoonbrood is voorts verschenen voor eisers [C,E en F]. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door drs. J.M.G. Kievits, mw. mr. M.C. van Spijker, mr. drs. P.E.M. Franssen en mr. M.P.T. Rongen, allen werkzaam bij de Provincie Limburg.

2. Overwegingen

Bij brief van 20 januari 2005 heeft de minister van Defensie aan burgemeester en wethouders van de gemeente Onderbanken verzocht om vrijstelling op grond van artikel 40 van de wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), om het mogelijk te maken in een gebied van 6 ha bomen tot een hoogte van ca 1 meter af te zagen en in een gebied van 14 ha een beperkt aantal bomen af te zagen en een hakhoutbeheersplan uit te voeren om te voorkomen dat de bomen weer te hoog worden.

Op 2 december 2005 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in deze kwestie uitspraak gedaan en sinds die uitspraak bestaat er geen beletsel meer om de bomen in het gebied van 6 ha te kappen.

Sinds duidelijk is geworden dat de bomen in een gebied van 6 ha definitief zouden worden gekapt, is het bos bezet door actievoerders.

Bij besluit van 2 januari 2006 heeft de burgemeester van de gemeente Onderbanken op grond van artikel 176, eerste lid, van de Gemeentewet een noodverordening, gericht op het handhaven van de openbare orde en veiligheid bij de kap van de bomen, vastgesteld. Deze noodverordening is op 4 januari 2006 gepubliceerd in het blad Brunssum Aktueel en is bekend gemaakt via de gemeentelijke website.

Op 4 januari 2006 heeft de burgemeester de noodverordening ter bekrachtiging voorgelegd aan de gemeenteraad van Onderbanken. De gemeenteraad heeft de noodverordening niet bekrachtigd.

Bij schrijven van 4 januari 2006 (verzonden 5 januari 2006) heeft de burgemeester van de gemeente Onderbanken op grond van artikel 176, vierde lid, van de Gemeentewet administratief beroep ingesteld bij verweerder.

Bij het thans bestreden besluit van 5 januari 2006 heeft verweerder het administratief beroep gegrond verklaard en daarmee de noodverordening van de burgemeester van Onderbanken van 2 januari 2006 bekrachtigd.

Tegen dit besluit hebben eisers bij schrijven van 14 februari 2006 beroep doen instellen bij deze rechtbank.

Ter zitting heeft de rechtbank desgevraagd te kennen gegeven niet op voorhand reeds van oordeel te zijn dat de bestuursrechter van de rechtbank onbevoegd is kennis te nemen van het onderhavige beroep.

Thans zal allereerst de vraag dienen te worden beantwoord of de bestuursrechter van de rechtbank wel bevoegd is kennis te nemen van het onderhavige beroep.

Ingevolge het bepaalde in artikel 8:1, eerste lid, van de Awb, kan een belanghebbende beroep instellen bij de rechtbank tegen een besluit.

Ingevolge artikel 8:2 van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen:

a. een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel,

b. een besluit, inhoudende de intrekking of de vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel, en

c. een besluit, inhoudende de goedkeuring van een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel of de intrekking of de vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel.

Blijkens de bewoordingen en de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 8:2 van de Awb heeft de wetgever rechtstreeks beroep tegen algemeen verbindende voorschriften en de besluiten die daarmee zo nauw zijn verknoopt, dat beroep tegen deze besluiten zou neerkomen op rechtstreeks beroep tegen de onderliggende algemeen verbindende voorschriften, (vooralsnog) uitdrukkelijk willen uitsluiten.

Tussen partijen is niet in geschil dat de noodverordening van de burgemeester van Onderbanken van 2 januari 2006 een algemeen verbindend voorschrift is.

Verweerders besluit tot bekrachtiging bevat als zodanig geen zelfstandige rechtsnorm, maar vervult een functie ten aanzien van de werking van die noodverordening.

Nu het beroep tegen het bekrachtigingsbesluit van verweerder zou neerkomen op een rechtstreeks beroep tegen de noodverordening zelf, is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit op één lijn dient te worden gesteld met de in artikel 8:2 onder b en c van de Awb genoemde besluiten.

Om die reden staat geen beroep op de bestuursrechter open tegen het bestreden besluit. Eisers dienen dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun beroep.

3. Beslissing

De rechtbank Maastricht:

verklaart eisers niet-ontvankelijk in hun beroep.

Aldus gedaan door mr. J.F.W. Huinen in tegenwoordigheid van mr. E.B.A. Ferwerda als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2006 door mr. Huinen voornoemd in tegenwoordigheid van voornoemde griffier.

w.g. E. Ferwerda w.g. J. Huinen

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden: 7 april 2006

Voor belanghebbenden en het bestuursorgaan staat tegen deze uitspraak het rechtsmiddel hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. De termijn voor het instellen van het hoger beroep bedraagt zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak.

Indien hoger beroep is ingesteld kan ingevolge het bepaalde in artikel 39 van de Wet op de Raad van State juncto artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onver-wijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.