Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AV7744

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
15-03-2006
Datum publicatie
31-03-2006
Zaaknummer
215255 CV EXPL 06-491
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nietigverklaring exploot van dagvaarding; art. 120 Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 215255 CV EXPL 06-491

Vonnis d.d. 15 maart 2006

inzake:

De naamloze vennootschap ORANGE NEDERLAND N.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Den Haag,

eisende partij,

gemachtigde: J.H.L. Sinkiewicz, gerechtsdeurwaarder te Maastricht,

tegen:

[Naam gedaagde],

[Woonadres gedaagde],

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. E.H.J.M. Dohmen, advocaat en procureur te Maastricht.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE:

Door partijen zijn achtereenvolgens de navol-gende proces-stukken gewisseld:

-exploot van dagvaarding d.d. 26 januari 2006;

-conclusie van antwoord met 1 productie.

De inhoud van alle hiervoor genoemde stukken geldt als hier ingelast.

Daarna is vonnis bepaald, op heden.

MOTIVERING VAN DE BESLISSING:

Eiseres vordert veroordeling van gedaagde bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag ad € 1.219,51 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, bestaande genoemd bedrag uit € 1.020,-- aan hoofdsom en € 150,-- aan buitengerechtelijke kosten en € 49,51 aan verschuldigde rente tot de dag van dagvaarding.

Eiseres baseert haar vordering op het feit, dat zij met gedaagde een overeenkomst heeft gesloten in het kader waarvan aan gedaagde mobiele telecommunicatiediensten worden geleverd en gedaagde een vast bedrag ter zake aan haar verschuldigd is, alsmede de kosten van de gevoerde telefoongesprekken alles conform de tussen haar en gedaagde overeengekomen tarieven.

Gedaagde beroept zich primair op de nietigheid van de dagvaarding, omdat deze niet voldoet aan de door de Wet gestelde eisen en subsidiair stelt zij geen enkele overeenkomst met eiseres te hebben gesloten zoals door eiseres in haar dagvaarding is gesteld.

Met gedaagde is de kantonrechter van oordeel, dat het exploot van de onderhavige dagvaarding, nu het slechts in algemene bewoordingen is gesteld en onvoldoende de vordering heeft gepreciseerd, niet de feitelijke onderbouwing van de vordering en aldus niet de gronden van de eis als bedoeld in artikel 111 lid 2 aanhef en sub d Rv bevat en daarom op de voet van artikel 120 Rv in beginsel nietig dient te worden verklaard.

De kantonrechter is ook van oordeel, dat het beroep van gedaagde op die nietigheid doel treft omdat dit gebrek haar onredelijk in haar belangen heeft geschaad nu zij immers behoort te weten waartegen zij zich heeft te verweren. Bovendien zijn er naar het oordeel van de kantonrechter geen gronden aanwezig om herstel daarvan op kosten van eiseres te bevelen als bedoeld in artikel 122 lid 1 respectievelijk lid 2 Rv.

Eiseres dient dan ook als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

BESLISSING:

Verklaart het exploot van de inleidende dagvaarding nietig en wijst de vordering af.

Veroordeelt eiseres in de kosten van het geding, aan de zijde van gedaagde tot heden in totaal begroot op € 100,-- ter zake van salaris van de gemachtigde van gedaagde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. H.W.M.A. STAAL, kantonrechter, en uitgesproken ter penbare civiele terechtzitting van

woensdag 15 maart 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.