Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AV7278

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
28-03-2006
Datum publicatie
28-03-2006
Zaaknummer
03/703140-05, 03/703649-05, 03/082193-04, 20/000373-04 (vtvv)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden en een geldboete van € 15.000,- o.a. wegens leiderschap van een criminele organisatie,die tot oogmerk had het beweken en aanwezig hebben van hennep, en wegens het meermalen plegen van opzetheling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummers: 03/703140-05, 03/703649-05, 03/082193-04, 20/000373-04 (vtvv).

Datum uitspraak: 28 maart 2006

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 december 2005 en 14 maart 2006 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],

wonende te [adres verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid Oost, Huis van Bewaring Roermond te Roermond.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging in de zaak met het parketnummer 03/703140-05 ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2004 tot en met 30 augustus 2005 in het arrondissement Maastricht en/of in het arrondissement Den Bosch, in elk geval in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen waartoe (naast verdachte) behoorden [medeverdachten] en/of anderen of een ander), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- het opzettelijk (al dan niet in de uitoefening van een bedrijf) telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van hennep en/of hennepplanten (art. 3 jo. 11 van de Opiumwet);

- het opzettelijk aanwezig hebben van (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of hennepplanten (art. 3 jo. 11 van de Opiumwet),

- het plegen en/of medeplegen van opzetheling (art. 416 Sr.);

- witwassen (art. 420bis Sr.);

- het plegen en/of medeplegen van diefstal van elektriciteit, al dan niet door middel van braak/verbreking (art 311 Sr.),

terwijl hij, verdachte, (de/een) oprichter en/of leider van die organisatie was;

2.

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks het tijdvak van 1 april 2004 tot en met 30 augustus 2005 in de gemeente(n) Maastricht, Stein, Geleen en/of Landerd, in elk geval in de arrondissementen Maastricht en/of Den Bosch, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk (al dan niet in de uitoefening van een bedrijf) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad hoeveelheden of een hoeveelheid hennep en/of hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, te weten in hennepplantages en/of (zogenaamde) (hennep)stekkenplantages en/of (een) loods(en) te:

- Maastricht, loods [adres] (zaak 0) en/of

- Stein, [adres] (zaak 2) en/of

- Geleen, [adres] (zaak 3) en/of

- Geleen, [adres] (zaak 4) en/of

- Schaijk, gemeente Landerd, [adres] (zaak 5) en/of

- Maastricht, [adres] (zaak 12);

3.

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks het tijdvak van 1 april 2004 tot en met 30 augustus 2005, in de arrondissementen Maastricht en/of 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, een of meermalen (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een of meer elektriciteitsleveranciers, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

4.

hij op of omstreeks 30 augustus 2005 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk Beretta, model 950 B, en/of munitie van categorie III, te weten 19 kogelpatronen, kaliber 6,35 mm en/of 11 kogelpatronen, kaliber. 38 Special, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging onder 4. gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/703649-05 ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks het tijdvak van 21 mei 2005 tot en met 27 juli 2005 in de gemeente Maastricht en/of te Keulen (Dld), in elk geval in Nederland en/of Duitsland, een of meermalen (telkens) een personenauto, merk Volkswagen, type Touareg, kleur zilver, chassisnummer [X.] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks het tijdvak van 21 mei 2005 tot en met 27 juli 2005 in de gemeente Maastricht en/of te Keulen (Dld), in elk geval in Nederland en/of in Duitsland, een of meermalen (telkens) een personenauto, merk Volkswagen, type Touareg, kleur zilver, chassisnummer [X.] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij in of omstreeks het tijdvak van 18 augustus 2005 tot en met 22 augustus 2005 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, een of meermalen (telkens) een personenauto, merk Mercedes, type SLR Mc Laeren, kleur zilver, chassisnummer [Y.] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks het tijdvak van 18 augustus 2005 tot en met 22 augustus 2005 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, een of meermalen (telkens) een personenauto, merk Mercedes, type SLR Mc Laeren, kleur zilver, chassisnummer [Y.] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij in of omstreeks het tijdvak van 26 juli 2005 tot en met 15 augustus 2005 in de gemeente(n) Rotterdam en/of Maastricht, in elk geval in Nederland, een of meermalen (telkens) een personenauto, merk Porsche, kleur zwart, chassisnummer [Z.] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks het tijdvak van 26 juli 2005 tot en met 15 augustus 2005 in de gemeente(n) Maastricht en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, een personenauto, merk Porsche, kleur zwart, chassisnummer [Z.] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/082193-04 ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 15 april 2004 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, zonder daartoe verleende vergunning, een in of op de woonwagenlokatie [X] gelegen gelegen inrichting voor het telen, behandelen, verhandelen, opslaan of overslaan van landbouwprodukten, te weten een inrichting voor de hennepteelt, zijnde een inrichting genoemd in Categorie 9.1 onder f van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer behorende Bijlage I, heeft/hebben opgericht;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 15 april 2004 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zonder daartoe verleende vergunning, een in of op de woonwagenlokatie[X] gelegen inrichting voor het telen, behandelen, verhandelen, opslaan of overslaan van landbouwproducten, te weten een inrichting voor de hennepteelt, zijnde een inrichting genoemd in Categorie 9.1 onder f van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer behorende Bijlage I, op te richten, met dat opzet in een vrachtwagen 279 potten met aarde, 20 assimilatielampen, 20 transformatoren, 2 actieve koolstoffilters en/of een afzuigingsunit aanwezig heeft gehad, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde in de zaak met het parketnummer 03/703140-05 onvoldoende duidelijk is op welk feitencomplex de steller van de tenlastelegging doelt, zodat onvoldoende duidelijk is waartegen verdachte zich moet verdedigen. Nu de dagvaarding niet voldoet aan de gestelde eis van duidelijkheid van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, zal de rechtbank de dagvaarding ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde derhalve ambtshalve nietig verklaren.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/703649-05 onder 3 is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703140-05 onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij in de periode van 1 april 2004 tot en met 30 augustus 2005 in het arrondissement Maastricht heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen waartoe (naast verdachte) behoorden [medeverdachte 1] en anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- het opzettelijk bewerken van hennep en

- het opzettelijk aanwezig hebben van telkens een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,

terwijl hij, verdachte, leider van die organisatie was;

2.

hij meermalen in het tijdvak van 1 april 2004 tot en met 30 augustus 2005 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft bewerkt hoeveelheden hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, te weten in Maastricht, loods [V.];

4.

hij op 30 augustus 2005 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk Beretta, model 950 B, en munitie van categorie III, te weten 19 kogelpatronen, kaliber 6,35 mm voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703649-05 onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1. primair

hij in het tijdvak van 21 mei 2005 tot en met 27 juli 2005 in Nederland een personenauto, merk Volkswagen, type Touareg, kleur zilver, chassisnummer [X.] heeft verworven, terwijl hij ten tijde van het verwerven van die auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2. primair

hij in het tijdvak van 18 augustus 2005 tot en met 22 augustus 2005 in de gemeente Maastricht een personenauto, merk Mercedes, type SLR Mc Laren, kleur zilver, chassisnummer [Y.] voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/082193-04 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

primair

hij op 15 april 2004 in de gemeente Maastricht opzettelijk zonder daartoe verleende vergunning, een in of op de woonwagenlokatie [X] gelegen inrichting voor het telen, behandelen, verhandelen, opslaan of overslaan van landbouwprodukten, te weten een inrichting voor de hennepteelt, zijnde een inrichting genoemd in Categorie 9.1 onder f van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer behorende Bijlage I, heeft opgericht.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/703140-05 onder 1, 2 en 4 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/703649-05 onder 1 primair en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/082193-04 primair meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Bij verdachte is in een loods een vrachtwagen met aanhangwagen aangetroffen, ingericht voor de kweek van planten. Volgens verbalisant was de inrichting identiek aan die van een hennepplantage. In de vrachtwagen waren aanwezig 279 potten met aarde, 20 assimilatielampen (600 Watt), 20 transformatoren/voorschakelapparaten, 2 actieve koolfilters en 1 afzuigunit.

Nu aan verdachte overtreding van de Wet milieubeheer wordt verweten, en verdachte bestrijdt dat die wet in casu van toepassing is, zal de rechtbank eerst moeten vaststellen of deze wet op deze situatie betrekking heeft. De rechtbank overweegt het volgende.

Ingevolge artikel 1.1, de leden 1 en 3, Wet milieubeheer wordt onder een inrichting verstaan elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht (= lid 1) en die is aangewezen bij algemene maatregel van bestuur omdat zij nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben (= lid 3). In Bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer wordt als inrichting die schadelijk kan zijn voor het milieu in artikel 9.1 lid f aangewezen een inrichting voor het telen van landbouwproducten. Hieronder valt ook hennep. Een kwekerij van hennepplanten valt dus in beginsel onder de Wet milieubeheer.

Verdachte bestrijdt echter dat van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer sprake is nu een inrichting, aldus verdachte, stationair moet zijn om onder de werking van de wet te vallen. Daarvan is hier geen sprake omdat de installatie zich in een vrachtwagen bevindt. De rechtbank deelt dit standpunt niet. Gelet op de aard van de installatie in de vrachtwagen zal deze om te kunnen functioneren moeten worden aangesloten op het electriciteitsnet. Op dat moment is er noodzakelijkerwijs sprake van een stationaire situatie. Uit de Wet milieubeheer volgt overigens niet dat deze enkel ziet op installaties die aard en nagelvast zijn zodat deze wet ook betrekking heeft op gemakkelijk verplaatsbare installaties.

Ambtshalve overweegt de rechtbank nog dat zij op grond van de omvang van de kwekerij, 279 potten met aarde, en de aard van de aanwezige apparatuur, aanneemt dat sprake is van een bedrijfsmatige activiteit, althans van een activiteit met een omvang alsof zij bedrijfsmatig wordt ondernomen.

Ook heeft verdachte nog aangevoerd dat de uitzonderingssituatie van artikel 2.1 lid 2 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer van toepassing is (detailhandel in landbouwproducten is niet vergunningplichtig op grond van deze wet) nu de vrachtauto is ingericht als een showmodel om de apparatuur te showen. Aan deze verklaring hecht de rechtbank echter geen geloof omdat:

- verdachte nimmer heeft verklaard te handelen in apparatuur voor de kweek van planten;

- het de rechtbank ontgaat waarom dan de vloer van de vrachtwagen geheel gevuld zou moeten zijn met 279 plantenpotten.

Op grond van het vorenstaande komt de rechtbank dan ook tot de conclusie dat hier sprake is van een inrichting die ingevolge de Wet milieubeheer vergunningplichtig is. Verdachte erkent zo’n vergunning niet te bezitten. De rechtbank acht het primair tenlastegelegde daarom wettig en overtuigend bewezen.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De kwalificatie

Het in de zaak met het parketnummer 03/703140-05 bewezen verklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.

Feit 1:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl hij daaraan leiding heeft gegeven;

Feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 4:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Het in de zaak met het parketnummer 03/703649-05 bewezen verklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.

Feit 1 primair:

opzetheling;

Feit 2 primair:

opzetheling.

Het in de zaak met het parketnummer 03/082193-04 bewezen verklaarde levert op een strafbaar feit dat moet worden gekwalificeerd als volgt.

Primair:

opzettelijk handelen in strijd met artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straffen en maatregelen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten onder 1, 2, 3 en 4 in de zaak met parketnummer 03/703140-05, de feiten onder 1 primair en 1 subsidiair in de zaak met parketnummer 03/703649-05 en het feit in de zaak met parketnummer 03/082193-04 zal worden veroordeeld tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren

- een geldboete van € 25.000,-, subsidiair 150 dagen hechtenis.

De raadsman heeft vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 03/703140-05 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, in de zaak met parketnummer 03/703649-05 onder 1, 2 en 3 en het feit in de zaak met parketnummer 03/082193-04 bepleit. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat rekening moet worden gehouden met de persoon van verdachte.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straffen en maatregel het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straffen en maatregelen gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving.

De vordering tot tenuitvoerlegging

Ter terechtzitting is gelijktijdig behandeld de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging alsnog van een gedeelte van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, aan de verdachte opgelegd bij onherroepelijk vonnis van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch d.d. 1 februari 2005, gewezen onder parketnummer 20/000373-04.

De vordering voldoet aan de bij de wet gestelde eisen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte door hetgeen thans bewezen en strafbaar is verklaard zich voor het einde van de vastgestelde proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit en aldus de algemene voorwaarde heeft overtreden.

Bijzondere omstandigheden die aan de gevorderde tenuitvoerlegging in de weg zouden staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook een gedeelte van de gevorderde tenuitvoerlegging, gelasten.

Beslag

De in de beslissing als zodanig te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens eigen opgave aan de verdachte toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen betreft met betrekking tot welke het bewezen verklaarde is begaan.

De rechtbank heeft bij deze beslissing rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De in de beslissing als zodanig te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het bewezen verklaarde is begaan.

Deze voorwerpen zullen aan het verkeer worden onttrokken.

De rechtbank heeft bij haar beslissing deze voorwerpen als een gezamenlijkheid van voorwerpen opgevat, waarop het voorgaande van toepassing is.

De overige voorwerpen zullen worden teruggegeven.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 23, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 63, 140, 416 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, artikel 8.1. van de Wet Milieubeheer, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart de dagvaarding in de zaak met het parketnummer 03/703140-05 nietig voor zover het betreft het onder 3 ten laste gelegde;

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703649-05 onder 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703140-05 onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703649-05 onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/082193-04 primair ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/703140-05 onder 1, 2 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/703649-05 onder 1 primair en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/082193-04 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van ZESTIEN MAANDEN;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tevens tot een geldboete € 15.000,00 bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 210 dagen;

- gelast dat een gedeelte groot 105 dagen gevangenisstraf van het voorwaardelijk deel van de aan de veroordeelde bij arrest van het hof te ’s-Hertogenbosch, d.d. 1 februari 2005 (parketnummer: 20-000373-04), opgelegde gevangenisstraf alsnog zal worden tenuitvoergelegd;

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomene, te weten;

03/082193-04 Vrachtauto GT-170M, Mercedes,

Duits kenteken;

03/082193-04 1 aanhanger GT178M

Duits kenteken;

- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomene, te weten;

GC0505 28 4.00 STK Verdovende Middelen

A-1501;

GC0505 29 1 weegschaal, CAMRY ACS-CY-6

A-1502;

GC0505 30 1 weegschaal, CAMRY ACS-C-15

A-1503;

GC0505 67 1 wapen

Imitatie, GC0505 IBN-A047;

GC0505 68 8.00 DS Pil

VIAGRA, GC0505-IBN-A048

GC0505 69 2 wapens

KVI blz 2033, Vuurwapen en patronen;

GC0505 127 3 stroomverdeelkast

D4000-6;

GC0505 128 1 stroomverdeelkast

D4000-7, deel van schakelbord;

GC0505 129 1 Gasmeter

D4000-8;

GC0505 130 1 vacuummeter

D4000-9;

GC0505 131 1 huls

D4000-10, adereinde-hulzen;

GC0505 133 2.00 STK potaarde

D4100-2;

GC0505 134 1 koolstoffilter

D4100-3;

GC0505 135 3.00 STK Luchtslang

D4100-4;

GC0505 136 1 pomp

NOVA, D4100-5;

GC0505 137 11.00 STK Plantenbak

D4100-6;

GC0505 138 1 waterslang

D4100-7;

GC0505 139 3.00 STK Groeimiddel (flacon)

D4100-8;

GC0505 140 1 ventilator

D4100-9;

GC0505 141 1 pomp

WAVE, D4100-10;

GC0505 142 1 stroomverdeelkast

D4100-11;

GC0505 203 1 hennepkwekerij

KVI blz. 3527 t/m 3529;

- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomene, te weten:

GC0505 33 18.00 STK Papier

A-2101 geldwikkels zonder bankbiljetten;

GC0505 65 2.00 STK Rekening

A-5001 envelop 124-125";

GC0505 66 1 rekening

A-5001 envelop "124";

GC0505 113 1 kast

COMPACQ l-pac, D2206-01;

GC0505 122 1 doos

SONY ERICKSON, D4000-1, verpakking;

GC0505 184 1 gereedschap

D6001-8, geprepareerde combinatietang;

GC0505 199 1 alarminstallatie

SELECT S3000, G-1001-1;

GC0505 200 1 telefoondoorkiesapparaat

ERICKSON, G-1001-2;

GC0505 201 1 telefoontoestel

PROFOON, G-1001-3;

in dossier gev. 71 2.00 STK Document

B1-1110;

in dossier gev. 96 1.00 STK Papier

Nutsbedrijven, B1-1210;

in dossier gev. 178 1 document, huurovereenkomst

D6001-5;

in dossier gev. 202 1 papier, Nutsbedrijven

G-1002-1;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het inbeslaggenomene, te weten;

GC0505 13 2 kentekenplaten, HH-LN-1030

A-1305 Duitse platen;

GC0505 189 2 kentekenplaten

DUITSE AC-SP-360, E2300, (Ferrari).

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. J.H. Klifman, voorzitter, mr. W.L.J. Voogt en mr. R.A.J. van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Wijckerheld Bisdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 maart 2006.