Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AV7077

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
17-03-2006
Datum publicatie
27-03-2006
Zaaknummer
03/700488-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van verdachte, nu niet gebleken is dat hij dwangmiddelen heeft gebruikt om een ander handelingen te doen ondergaan die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/700488-05

Datum uitspraak: 17 maart 2006

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 maart 2006 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[Naam verdachte],

geboren te [geboortedatum en plaats verdachte],

wonende te [woonadres verdachte].

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij in de periode van 13 tot en met 14 februari 2005, in elk geval in of omstreeks de periode van 25 november 2004 tot en met 14 februari 2005 in de gemeente Landgraaf,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], bestaande uit het stoppen van zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [slachtoffer], en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het misbruik maken van zijn, verdachtes, overwicht op die [slachtoffer], voortvloeiend uit het feit dat verdachte optrad als werkgever van die [slachtoffer] en/of aan die [slachtoffer] een geldbedrag had geleend dat zij, [slachtoffer], door middel van het verrichten van werkzaamheden zou aflossen en/of die [slachtoffer] ('s-nachts) heeft gevraagd naar hem, verdachte, toe te komen en/ofde ruimte waarin hij, verdachte, met die [slachtoffer] verbleef heeft afgesloten en/of die [slachtoffer] hardhandig vast heeft gepakt.

Het requisitoir

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot

- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van twee jaren en

- een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 120 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De raadsvrouwe heeft betoogd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het hem ten laste gelegde. De raadsvrouwe heeft voorts verzocht verdachte - bij een bewezenverklaring van het ten laste gelegde - te veroordelen tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf.

De vrijspraak

De rechtbank is niet gebleken van geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), noch van bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en). Voorts is de rechtbank niet gebleken dat verdachte de openstaande financiƫle schuld heeft gebruikt als dwangmiddel tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De vordering van de benadeelde partij

Ter terechtzitting is het formulier, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij [slachtoffer] zich ter zake van haar vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij in het strafproces heeft gevoegd.

Nu verdachte van het ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken, kan de benadeelde partij [slachtoffer] niet in haar vordering worden ontvangen.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer], [woonadres slachtoffer], in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. I. Becker-Hartenhof, voorzitter,

mr. F.M. van Maanen Winters en mr. F.A.G.M. Vluggen, rechters, in tegenwoordigheid

van mr. G.L.P. Biesmans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 maart 2006.