Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AV6295

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
07-03-2006
Datum publicatie
22-03-2006
Zaaknummer
03-700577-05, 03-700356-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van poging doodslag, gevolgd of vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken.Uit het onderzoek ter terechtzitting is wel komen vast te staan dat verdachte het slachtoffer met een hamer heeft geslagen, maar niet kan worden vastgesteld of het gebruikte middel op zich genomen geschikt was om het slachtoffer zodanig letsel toe te brengen dat hij als gevolg daarvan zou komen te overlijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummers: 03/700577-05, 03/700356-05

Datum uitspraak: 7 maart 2006

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 november 2005 en 21 februari 2006 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],

wonende te [woonplaats verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid Oost, Huis van Bewaring Roermond te Roermond.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700577-05 ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 24 augustus 2005 in de gemeente Kerkrade ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een hamer, althans een hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal van een hoeveelheid geld (ongeveer 50 Euro) en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 24 augustus 2005 in de gemeente Kerkrade met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (ongeveer Euro 50,-), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- met een hamer, althans een hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 1] heeft geslagen en/of

- die [naam slachtoffer 1] (dreigend) heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking):

"Geef me je geld of ik sla je kapot";

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 24 augustus 2005 in de gemeente Kerkrade ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een hamer, althans een hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 24 augustus 2005 in de gemeente Kerkrade en/of Heerlen [naam slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik weet waar je woont" en/of "Ik sla je kapot" en/of "Jij bent niet meer lang wout" en/of "Binnen nu en twee jaar ben je er niet meer" en/of "Ik schiet je dood" en/of "Ik heb toch niets meer te verliezen, maar jij gaat eraan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700356-05 ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 6 mei 2005 in de gemeente Kerkrade met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres naam slachtoffer 3], heeft weggenomen twee GSM-toestellen en/of een Nintendo gameboy en/of een aantal T-shirts, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 7 maart 2005 in de gemeente Kerkrade [naam slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes getoond aan voornoemde [naam slachtoffer 4];(645139-05).

De vrijspraak

De rechtbank overweegt in de zaak met parketnummer 03/700577-05 met betrekking tot 1 primair het volgende.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte het slachtoffer met een hamer heeft geslagen. Nu echter niets is gerelateerd omtrent het materiaal, waarvan die hamer is gemaakt, en het gewicht ervan en daarnaast geen medische gegevens voorhanden zijn met betrekking tot het letsel van het slachtoffer, kan niet worden vastgesteld of het gebruikte middel op zich genomen geschikt was om het slachtoffer zodanig letsel toe te brengen dat hij als gevolg daarvan zou komen te overlijden.

De verdachte dient derhalve van dit feit te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht tevens niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 03/700356-05 onder 2 is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700577-05 onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1 subsidiair.

hij op 24 augustus 2005 in de gemeente Kerkrade met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan die [naam slachtoffer 1], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij,

- met een hamer tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 1] heeft geslagen en

- die [naam slachtoffer 1] dreigend heeft toegevoegd : "Geef me je geld of ik sla je kapot";

2.

hij op 24 augustus 2005 in de gemeente Kerkrade en/of Heerlen [naam slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik weet waar je woont" en "Ik sla je kapot" en "Jij bent niet meer lang wout" en "Binnen nu en twee jaar ben je er niet meer" en "Ik schiet je dood" en "Ik heb toch niets meer te verliezen, maar jij gaat eraan".

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700356-05 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 6 mei 2005 in de gemeente Kerkrade met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres naam slachtoffer 3], heeft weggenomen twee GSM-toestellen toebehorende aan [naam slachtoffer 3].

De partiƫle vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700356-05 onder 1 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De kwalificatie

Het in de zaak met het parketnummer 03/700577-05 bewezen verklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.

Feit 1 subsidiair:

afpersing;

feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het in de zaak met het parketnummer 03/700356-05 bewezen verklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.

feit 1:

diefstal.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte in de zaak met parketnummer 03/700577-05 ter zake van de feiten onder 1 primair en 2 en in de zaak met parketnummer 03/700356-05 onder 1 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak van de tenlastegelegde feiten onder 1 en 2 in de zaak met parketnummer 03/700577-05 en onder 2 in de zaak met parketnummer 03/700356-05.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving;

- de omstandigheid dat de verdachte reeds eerder terzake soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

De vordering van de benadeelde partij

Ter terechtzitting is het formulier, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij [naam slachtoffer 2], [adres naam slachtoffer 2] zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij in het strafproces heeft gevoegd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de door de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] aan haar vordering ten grondslag gelegde schade niet komen vast te staan, zodat deze vordering dient te worden afgewezen.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 285, 310 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700577-05 onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700356-05 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700577-05 onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700356-05 onder 1 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 03/700356-05 onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van ACHTTIEN MAANDEN;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- wijst af de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 2], [adres naam slachtoffer 2];

- veroordeelt de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. W.A.P. Hillen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Wijckerheld Bisdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 maart 2006.