Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AV5993

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
15-03-2006
Datum publicatie
21-03-2006
Zaaknummer
96345 / HA ZA 04-1028
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 1:88 BW en art. 3 Wet Conflictenrecht Huwelijksbetrekkingen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 88
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 52
Wet conflictenrecht huwelijksbetrekkingen
Wet conflictenrecht huwelijksbetrekkingen 3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2006, 129
JPF 2006/47 met annotatie van BER
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak : 15 maart 2006

Zaaknummer : 96345 / HA ZA 04-1028

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen

inzake

de rechtspersoon naar Duits recht AACHENER BANK GMBH,

gevestigd te Aken (Duitsland),

eiseres,

procureur mr. J.L.M. Arets;

tegen:

[Naam gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. P.W.F. Kostons.

1. Het verdere verloop van de procedure

Na het tussenvonnis van 9 november 2005, waarin de rechtbank volhardt, heeft eiseres een een akte uitlating nieuw verweer genomen waarna gedaagde een antwoordakte heeft genomen. Ten slotte heeft gedaagde vonnis gevraagd op het rechtbankdossier. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1 Eiseres heeft in de door haar genomen akte gesteld dat op deze zaak Duits recht van toepassing is zodat art 1:88 BW niet van toepassing kan zijn. Eiseres wijst verder op art. 1:88, lid 1 aanhef en onder sub d en de leden 2 en 5 BW. Subsidiair stelt zij dat dit beroep verjaard is en meer subsidiair betwist eiseres dat de echtgenote van gedaagde ten tijde van het sluiten van de overeenkomst haar gewone verblijfplaats in Nederland had.

2.2 De bedoeling van art. 3 van de Wet van 16 September 1993, de wet conflictenrecht huwelijksbetrekkingen (WCH), Stb. 1993, 514, 590 is, kort gezegd, om art 1:88 BW een internationaal karakter te geven in die zin dat de in Nederland wonende echtgenoot van de contractant in geval van internationale contracten een beroep kan doen op dit artikel 1:88 BW. Het feit dat op de onderhavige overeenkomst dus Duits recht van toepassing is, staat niet in de weg aan de toepassing van art. 3 WCH. Aldus wordt de stelling van eiseres inhoudende dat naar Duits recht het toestemmingsvereiste niet bestaat, gepasseerd.

2.3 De enkele opmerking van eiseres β€œdat art. 88 BW op zich ook niet van toepassing is. Speciaal wordt gewezen op art. 88 1d,2 en 5” is zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, niet te begrijpen en wordt om die reden gepasseerd.

2.4 De stelling van eiseres dat het beroep op art. 1:88 BW is verjaard gezien het tijdsverloop tussen de dag dat de borgtochtovereenkomst is gesloten (15 juli 1999) en de dag waarop de brief waarmee de nietigheid is ingeroepen (8 juli 2005, overgelegd bij antwoordakte van 3 augustus 2005) faalt alleen al omdat de verjaringstermijn niet begint te lopen op de dag dat de overeenkomst is gesloten (zie art. 3:52 BW). Waarom het beroep tardief zou zijn, is door eiseres niet toegelicht zodat ook dit beroep faalt.

2.5 Eiseres heeft zonder enige toelichting betwist dat de echtgenote van gedaagde ten tijde van het sluiten van de overeenkomst haar gewone verblijfplaats in Nederland had. Die toelichting was in dit geval noodzakelijk omdat de betreffende overeenkomst als adres van gedaagde vermeldt β€œ[adres en woonplaats]” en echtgenoten in die tijd nog krachtens het toen nog bestaande art. 1: 83 BW tot samenwoning verplicht waren. De betreffende betwisting wordt dan ook als onvoldoende toegelicht gepasseerd.

2.6 Nu eiseres verder geen verweren heeft gevoerd (zie ook Rb Uterecht 12 juli 2000, JOR 2000, 250 en Hof Arnhem 8 februari 2005, JOR 2006, 30) tegen het inroepen van de vernietiging, heeft dit beroep van gedaagde succes zodat de vordering dient te worden afgewezen.

Nu gedaagde het enige verweer dat succes heeft pas heeft aangevoerd na dupliek zal de rechtbank de proceskosten compenseren.

3. De beslissing

De rechtbank:

wijst de vordering af;

compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij haar eigen kosten dient te dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

SJ