Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AV0701

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
31-01-2006
Datum publicatie
31-01-2006
Zaaknummer
03-700314-05; 03-700099-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders, ook nu verdachte duidelijk heeft laten weten dat hij deze ISD-maatregel niet wil.

Plaatsing in een inrichting strekt onder meer tot het leveren van een bijdrage aan de oplossing van de verslavingsproblematiek van verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummers: 03/700314-05; 03/700099-05

Datum uitspraak: 31 januari 2006

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 januari 2006 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en -datum verdachte],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid Oost, Huis van Bewaring Roermond te Roermond, Keulsebaan 530.

De bij afzonderlijke dagvaardingen onder bovenvermelde parketnummers aangebrachte zaken zijn ter terechtzitting gevoegd.

De tenlasteleggingen

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700314-05 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 28 januari 2005 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto merk Opel Kadett [kenteken] weg te nemen goederen en/of geld van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die personenauto te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met genoemd oogmerk het linker portierslot van die personenauto heeft geforceerd/afgebroken en/of die auto heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 15 oktober 2003 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto merk Fiat Punto [kenteken] heeft weggenomen een radio-cd-speler (Merk JVC) en/of een 10-tal cd's en/of een headset voor een GSM, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode van 2 februari 2005 tot en met 3 april 2005 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen en/of in de gemeente Maastricht en/of in de gemeente Roermond, in elk geval in de arrondissementen Maastricht en/of Roermond, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk van het nummer 112;

4.

hij op of omstreeks 11 mei 2005 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk en wederrechtelijk TL-lamp, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de politie Limburg Zuid, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

5.

hij op of omstreeks 10 mei 2005 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Vieze vuile jood", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700099-05 na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 13 februari 2005 in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een fiets (merk Giant), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij],) en die weg te nemen fiets onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met genoemd oogmerk doende is geweest het (hang)slot van die fiets te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 12 januari 2005 in de gemeente Valkenburg aan de Geul, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een beurs (inhoudende (een) bankpas(sen) en/of een geldbedrag van € 150,-, althans enig geldbedrag) en een GSM (merk Nokia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [adres], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 4 januari 2005 in de gemeente Beek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijf gelegen aan de [adres] weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan het [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot dat bedrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met genoemd oogmerk een raam van dat bedrijf heeft geforceerd en/of een bureau heeft opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 30 oktober 2004 in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk van het nummer 112.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700314-05 onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 28 januari 2005 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto merk Opel Kadett [kenteken] weg te nemen goederen en/of geld van zijn gading, toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en zich daarbij de toegang tot die personenauto te verschaffen door middel van braak, met genoemd oogmerk het linker portierslot van die personenauto heeft geforceerd en die auto heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 15 oktober 2003 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto merk Fiat Punto, [kenteken], heeft weggenomen een radio-cd-speler (merk JVC) en een 10-tal cd's en een headset voor een GSM, toebehorende aan [benadeelde partij], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

3.

hij in de periode van 2 februari 2005 tot en met 3 april 2005 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen en/of in de gemeente Maastricht en/of in de gemeente Roermond, meermalen opzettelijk zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk van het nummer 112;

4.

hij op 11 mei 2005 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk en wederrechtelijk een TL-lamp, toebehorende aan de politie Limburg Zuid, heeft vernield;

5.

hij op 10 mei 2005 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer], gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Vieze vuile jood".

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700099-05 onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 13 februari 2005 in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een fiets (merk Giant), toebehorende aan [benadeelde partij], en die weg te nemen fiets onder zijn bereik te brengen door middel van braak, met genoemd oogmerk doende is geweest het hangslot van die fiets te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 12 januari 2005 in de gemeente Valkenburg aan de Geul met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een beurs (inhoudende een bankpas en een geldbedrag van € 150,-) en een GSM (merk Nokia), toebehorende aan [adres];

3.

hij op 4 januari 2005 in de gemeente Beek, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijf gelegen aan de [adres] weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan het [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot dat bedrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak en inklimming, met genoemd oogmerk een raam van dat bedrijf heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op 30 oktober 2004 in de gemeente Sittard-Geleen opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk van het nummer 112.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700314-05 onder 1, 2 en 4 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700099-05 onder 1 en 3 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsverweer

De raadsvrouwe heeft ter terechtzitting betoogd dat het bij dagvaarding met het parketnummer 03/700314-05 onder 5 tenlastegelegde niet bewezen kan worden geacht, nu kort gezegd het bewijs alleen steunt op het proces-verbaal van verbalisant.

De rechtbank verwerpt dit verweer, omdat overeenkomstig het gestelde in artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan door de rechter kan worden aangenomen op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar en de rechtbank niet twijfelt aan hetgeen de verbalisant ten aanzien van het onderhavige feit in zijn ambtsedig proces-verbaal heeft gerelateerd.

De kwalificatie

Het in de zaak met het parketnummer 03/700314-05 bewezen verklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt:

feit 1:

poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 2:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 3:

opzettelijk, zonder dat daartoe noodzaak aanwezig is, gebruik maken van een alarmnummer voor publieke diensten, meermalen gepleegd;

feit 4:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

feit 5:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Het in de zaak met het parketnummer 03/700099-05 bewezen verklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt:

feit 1:

poging tot diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 2:

diefstal;

feit 3:

poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of inklimming;

feit 4:

opzettelijk, zonder dat daartoe noodzaak aanwezig is, gebruik maken van een alarmnummer voor publieke diensten.

De strafbaarheid van de verdachte

De psychiater dr. C.E.P. Dillen en de psycholoog drs. J.E.J. Spée hebben beiden een onderzoek naar de geestvermogens van de verdachte ingesteld en hebben van dat onderzoek een rapport, respectievelijk gedateerd 19 november 2005 en 23 november 2005 uitgebracht. Beide deskundigen komen tot de conclusie dat de verdachte de hem tenlastegelegde feiten slechts in (sterk) verminderde mate kunnen worden toegerekend. De rechtbank neemt deze conclusie, gelet op de daarvoor gegeven gronden, over en maakt deze tot de hare.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

Verweer op grond van artikel 6 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

Van de zijde van verdachte is het verweer gevoerd dat ten aanzien van het bij dagvaarding met het parketnummer 03/700314-05 onder 2 tenlastegelegde feit het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verdachte op een openbare behandeling van de strafzaak binnen een redelijke termijn is geschonden. Dit verweer is, zakelijk weergegeven, toegelicht met het argument dat het feit reeds op 15 oktober 2003 is gepleegd en de verdachte eerst vandaag daarvoor terecht moet staan.

De rechtbank stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Dit recht strekt ertoe te voorkómen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.

Deze termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het openbaar ministerie het ernstig voornemen had tegen verdachte een strafvervolging in te stellen. In het onderhavige geval moet de termijn worden gerekend vanaf 10 mei 2005, zijnde de dag waarop verdachte mede voor dit feit in verzekering werd gesteld.

Naar het oordeel van de rechtbank is het recht op een openbare behandeling binnen een redelijke termijn hier niet geschonden omdat de termijn van 10 mei 2005 tot op de dag van de uitspraak, zijnde 31 januari 2006, noch in zijn geheel noch in zijn afzonderlijke onderdelen als onredelijk moet worden aangemerkt.

De rechtbank verwerpt dan ook het door de verdediging gedane beroep op schending van de redelijke termijn van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

De redengeving van de op te leggen maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten bij dagvaarding met parketnummer 03/700314-05 onder 1 tot en met 5 en bij dagvaarding met parketnummer 03/700099-05 onder 1 tot en met 4 de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar zal worden opgelegd.

De raadsvrouwe heeft ter terechtzitting bepleit de officier van justitie niet te volgen in zijn vordering tot oplegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en door en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen maatregel het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder in aanmerking genomen dat:

- blijkens de rapporten van de psychiater dr. C.E.P. Dillen van 19 november 2005 en de psycholoog drs. J.E.J. Spée van 23 november 2005 de verdachte een zwakbegaafde man is, verslaafd is aan verdovende middelen en lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis en aan ADHD;

- de bewezenverklaarde feiten misdrijven opleveren waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten;

- blijkens het zich bij de stukken bevindende uittreksel uit het algemeen documentatieregister van 21 december 2005 de verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de door hem begane feiten tenminste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf is veroordeeld en dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten zijn begaan na de tenuitvoerlegging van vorenbedoelde vrijheidsbenemende straffen;

- er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf samenhangend met zijn verslaving en zijn persoonlijkheidsproblematiek zal begaan en dat de veiligheid van goederen het opleggen van na te noemen maatregel eist en

- de voormelde gedagtekende en ondertekende rapporten van respectievelijk dr. Dillen en drs. Spée beiden een advies inhouden met betrekking tot de wenselijkheid of de noodzakelijkheid van de maatregel.

Gezien al het vorenstaande zal de rechtbank aan de verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opleggen, waarbij de rechtbank in aanmerking neemt dat de maatregel er in casu mede toe strekt een bijdrage te leveren aan de oplossing van de verslavingsproblematiek en de persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte, ten behoeve van zijn terugkeer in de maatschappij en de beëindiging van zijn recidive. Nu de maatregel in eerste instantie is gericht op beveiliging van de maatschappij en op beëindiging van de recidive door verdachte, levert de afwezigheid van een behandelplan met betrekking tot de problematiek van verdachte, anders dan de raadsvrouwe heeft betoogd, geen grond op voor een afwijzing van de vordering.

Verdachte heeft op de terechtzitting zeer duidelijk laten weten dat hij de ISD-maatregel niet wil. De rechtbank stelt voorop dat de wetgever de oplegging van de ISD-maatregel niet afhankelijk heeft gesteld van de voorafgaande instemming van de verdachte. Deze maatregel kan ook geïndiceerd zijn bij verdachten die niet bereid zijn om mee te werken aan trajecten die er op zijn gericht een eind te maken aan hun verslaving en hun criminele gedrag. Dit is bij verdachte het geval.

Ter optimale bescherming van de maatschappij en om de beëindiging van de recidive en de oplossing van de problematiek van verdachte alle kansen te geven zal de rechtbank de ISD-maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen. Daarbij zal de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering worden gebracht op de duur van de maatregel.

Nu de verdachte ter terechtzitting uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven geen medewerking te willen verlenen aan een eventuele behandeling in het kader van de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders komt het de rechtbank geraden voor te beslissen tot een tussentijdse beoordeling na zes maanden door de rechtbank van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

De vorderingen van de benadeelde partijen

Ter terechtzitting zijn de formulieren, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij [benadeelde partij en [benadeelde partij], zich ter zake van hun vorderingen tot schadevergoeding als benadeelde partijen in het strafproces hebben gevoegd.

De [benadeelde partij] voornoemd heeft blijkens het voegingformulier benadeelde partij in het strafproces een totaalbedrag van € 190,- gevorderd, bestaande uit een bedrag van € 135,- en een bedrag van € 155,-. Het totaalbedrag van deze laatste twee bedragen is echter € 290,-, zodat de rechtbank er van uitgaat dat de benadeelde partij een bedrag van € 290,- wenst te vorderen.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat de [benadeelde partij] voornoemd door het hiervoor bij dagvaarding met parketnummer 03/700314-05 onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 290,- en nu aan de verdachte ter zake van dat feit een maatregel zal worden opgelegd, zal de vordering geheel worden toegewezen.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de [benadeelde partijen] voornoemd door de hiervoor bij dagvaarding met parketnummer 03/700099-05 onder respectievelijk 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks schade is toegebracht tot de door hen gevorderde bedragen van respectievelijk € 32,95 en € 195,- en nu aan de verdachte ter zake van die feiten een maatregel zal worden opgelegd, zullen deze vorderingen geheel worden toegewezen.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen maatregelen zijn gegrond op de artikelen 24c, 36f, 38m, 45, 63, 57, 142, 266, 267, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700314-05 onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700099-05 onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700314-05 onder 1, 2 en 4 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700099-05 onder 1 en 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- legt aan de verdachte op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar;

- beslist dat zes maanden na aanvang van de maatregel een tussentijdse beoordeling door de rechtbank van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel zal plaatsvinden;

- bepaalt de termijn waarbinnen het openbaar ministerie de rechtbank over de voornoemde noodzaak zal berichten op uiterlijk een maand voordat de beoordeling zal plaatsvinden;

- gelast de teruggave van het volgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

2005012548 1 een GSM, kleur:zilver, merk PANASONIC, provider VODAFOON, aan [verdachte] voornoemd;

- gelast de teruggave van het volgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

een hangslot, kleur zwart, aan [benadeelde partij]:

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij] , te betalen een bedrag van EUR 32,95 (TWEEËNDERTIG 95/100 EURO);

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de [benadeelde partij] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], te betalen een bedrag van EUR 32,95 (TWEEËNDERTIG 95/100 EURO), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1dag;

- verstaat dat toepassing van laatstbedoelde vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot betaling niet opheft;

- bepaalt dat, indien de verdachte aan de [benadeelde partij] voormeld bedrag van EUR 32,95 heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de staat komt te vervallen;

- bepaalt dat, indien verdachte aan de verplichting tot betaling aan de staat van het bedrag van EUR 32,95 heeft voldaan, de verplichting tot betaling van dat bedrag aan de [benadeelde partij] komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [adres] te betalen een bedrag van EUR 195,- (HONDERDVIJFENNEGENTIG EURO);

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [adres] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [adres] te betalen een bedrag van EUR 195,- (HONDERDVIJFENNEGENTIG EURO), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen;

- verstaat dat toepassing van laatstbedoelde vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot betaling niet opheft;

- bepaalt dat, indien de verdachte aan de benadeelde partij [adres] voormeld bedrag van EUR 195,- heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de staat komt te vervallen;

- bepaalt dat, indien verdachte aan de verplichting tot betaling aan de staat van het bedrag van EUR 195,- heeft voldaan, de verplichting tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij [adres] komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij], [adres], te betalen een bedrag van EUR 290,- (TWEEHONDERDNEGENTIG EURO);

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de [benadeelde partij] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], [adres], te betalen een bedrag van EUR 290,- (TWEEHONDERDNEGENTIG EURO), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen;

- verstaat dat toepassing van laatstbedoelde vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot betaling niet opheft;

- bepaalt dat, indien de verdachte aan de [benadeelde partij] voormeld bedrag van EUR 290,- heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de staat komt te vervallen.

- bepaalt dat, indien verdachte aan de verplichting tot betaling aan de staat van het bedrag van EUR 290,- , heeft voldaan, de verplichting tot betaling van dat bedrag aan de [benadeelde partij] komt te vervallen.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. J.H. Klifman, voorzitter, mr. W.L.J. Voogt en mr. M.C.A.E. van Binnebeke, rechters, in tegenwoordigheid van J.M.A. Haanen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 januari 2006.