Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AV0218

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
03-01-2006
Datum publicatie
25-01-2006
Zaaknummer
700467-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank verklaart verdachte ten aanzien van een tweetal bewezenverklaarde feiten niet strafbaar en ontslaat hem ten aanzien van deze feiten van alle rechtsvervolging. De rechtbank gelast dat de verdachte ter zake van deze feiten in een psychiatrisch ziekenhuis wordt geplaatst.Ten aanzien van de overige feiten is naar het oordeel van de rechtbank thans niet meer vast te stellen in hoeverre de stoornis van verdachte hem parten speelde ten tijde van het plegen van deze feiten. De rechtbank zal verdachte daarom voor deze feiten geen straf of maatregel opleggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummers: 03/700467-05; 03/535172-05, 03/530177-05

Datum uitspraak: 3 januari 2006

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 oktober 2005 en 20 december 2005 op tegenspraak ex artikel 279 van het wetboek van Strafvordering gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],

wonende te [adres verdachte],

thans gedetineerd in de PI Vught - Nieuw Vosseveld 2 IBA/FSU te Vught.

De bij afzonderlijke dagvaardingen onder bovenvermelde parketnummers aangebrachte zaken zijn ter terechtzitting 11 oktober 2005 gevoegd.

De tenlasteleggingen

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/700467-05 ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 24 juni 2005 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, uit een woning gelegen aan de [M], een hoeveelheid water, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 24 juni 2005 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 2] hoofdagent van politie en/of [slachtoffer 3], agent van politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jullie zijn klootzakken, eikels, mietjes", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 30 juni 2005 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik pak je bij je strot. Ik weet waar jullie wonen op 34 en kom jullie uit huis halen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 1 juli 2005 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een accuboormachine in zijn handen gehad en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik kom je vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

5.

hij op of omstreeks 10 januari 2005 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen drinkyoghurt en/of vanillevla en/of kwark, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 10 januari 2005 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen drinkyoghurt en/of vanillevla en/of kwark, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met genoemd oogmerk die drinkyoghurt en/of vanillevla en/of kwark in een tas heeft gestopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op of omstreeks 21 februari 2005 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk en wederrechtelijk een deur van een doucheruimte, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan regiopolitie Limburg Zuid district Sittard, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

7.

hij op of omstreeks 14 februari 2005 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal (te weten een ziekenhuis) gelegen aan de [W] en in gebruik bij het [M], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte.

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/530177-05 ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 10 april 2005 in de gemeente Sittard-Geleen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal (te weten een ziekenhuis) gelegen aan de [W] en in gebruik bij het [M], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte;

2.

hij op of omstreeks 22 oktober 2004 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 22 oktober 2004 in de gemeente Maastricht [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (zichtbaar) een mes in zijn broekzak gehad en/of in een zijner handen genomen en/of gehouden en/of dat mes (met kracht weggegooid en/of (daarbij) deze [slachtoffer 6] dreigend de woorden toegevoegd: "dat mes is voor jou bedoeld", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 03/535172-05 ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 14 april 2005 in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk

een sleutelbos, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e)

goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als vinder, onder zich

had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij op of omstreeks 14 april 2005 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten erf en/of galerij, de [C] en in gebruik bij [slachtoffer 7], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700467-05 onder 7 is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700467-05 onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 24 juni 2005 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, uit een woning gelegen aan de [M], een hoeveelheid water, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op 24 juni 2005 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [slachtoffer 2], hoofdagent van politie, en [slachtoffer 3], agent van politie, gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jullie zijn klootzakken, eikels, mietjes";

3.

hij op 30 juni 2005 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik pak je bij je strot. Ik weet waar jullie wonen op 34 en kom jullie uit huis halen";

4.

hij op 1 juli 2005 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een accuboormachine in zijn handen gehad en daarbij deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik kom je vermoorden";

5.

hij op 10 januari 2005 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen drinkyoghurt en vanillevla en kwark, toebehorende aan winkelbedrijf [A];

6.

hij op 21 februari 2005 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk en wederrechtelijk een deur van een doucheruimte, toebehorende aan regiopolitie Limburg Zuid district Sittard, heeft beschadigd.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/530177-05 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 10 april 2005 in de gemeente Sittard-Geleen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal, te weten een ziekenhuis, gelegen aan de [W] en in gebruik bij het [M];

2.

hij op 22 oktober 2004 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 6];

3.

hij op 22 oktober 2004 in de gemeente Maastricht [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend zichtbaar een mes in zijn broekzak gehad en in een zijner handen genomen en gehouden en dat mes met kracht weggegooid en daarbij deze [slachtoffer 6] dreigend de woorden toegevoegd: "dat mes is voor jou bedoeld".

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/535172-05 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 14 april 2005 in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk een sleutelbos, toebehorende aan [slachtoffer 7], welke goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als vinder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij op 14 april 2005 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten galerij, de [C] en in gebruik bij anderen dan bij verdachte.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700467-05 onder 1, 3 en 6 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/535172-05 onder 2 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.

03/700467-05 feit 1:

diefstal

03/700467-05 feit 2:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar

gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd

03/700467-05 feit 3:

bedreiging met zware mishandeling

03/700467-05 feit 4:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

03/700467-05 feit 5 primair:

diefstal

03/700467-05 feit 6:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoort beschadigen

03/530177-05 feit 1:

in het besloten lokaal, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen

03/530177-05 feit 2:

diefstal

03/530177-05 feit 3:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

03/535172-05 feit 1:

verduistering

03/535172-05 feit 2:

in het besloten erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen

De strafbaarheid van de verdachte

Ten aanzien van verdachte is met betrekking tot het in de zaak met het parketnummer 03/700467-05 onder 3 en 4 tenlastegelegde door dr. C.E.P. Dillen, forensisch psychiater, en drs. A.F.J.M. Zwegers, psycholoog/neuropsycholoog, een onderzoek ingesteld naar de geestvermogens van verdachte.

Van dat onderzoek heeft voornoemde psychiater een rapport, gedateerd 25 november 2005, opgemaakt, welk rapport vermeldt -zakelijk weergegeven- als beantwoording van de gestelde vragen:

- psychiatrisch diagnostisch weerhouden we bij onderzochte een chronisch psychotische stoornis, type defectueuze schizofrenie;

- ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde waren de kenmerken van hoger genoemde stoornis ook aanwezig;

- de ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens van onderzochte beïnvloedde zijn gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde, in die mate dat het ten laste gelegde geheel vanuit pathologie verantwoord kan worden;

- de aanwezigheid van de chronisch psychotische stoornis heeft in grote mate een rol gespeeld ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten;

- op grond hiervan is een volledige ontoerekeningsvatbaarheid te adviseren.

Voorts heeft voornoemde psycholoog van dat onderzoek een rapport, gedateerd 24 november 2005, opgemaakt, welk rapport vermeldt -zakelijk weergegeven- als beantwoording der vragen:

- betrokkene is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, er is sprake van schizofrenie van het paranoïde type;

- de ziekelijke stoornis bestond evenzo ten tijde van het ten laste gelegde;

- de ziekelijke stoornis was van invloed op betrokkene’s gedrag zodanig dat het ten laste gelegde, voor zover dat bewezen wordt, daaruit verklaard zou kunnen worden;

- de ziekelijke stoornis gaat gepaard met een gebrekkige realiteitstoetsing zodanig dat er ten tijde van het ten laste gelegde van wilsvrijheid geen sprake kon zijn. Het is te adviseren betrokken te beschouwen als ontoerekeningsvatbaar.

De rechtbank verenigt zich, gelet op de daarvoor gegeven gronden, geheel met de in de rapporten van dr. C.E.P. Dillen en drs. A.F.J.M. Zwegers gegeven conclusies en maakt deze mitsdien tot de hare.

De verdachte is derhalve ten aanzien van het onder 3 en 4 bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 03/700467-05 niet strafbaar en zal van alle rechtsvervolging worden ontslagen.

Ten aanzien van de overige bewezenverklaarde feiten is er geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid geheel uitsluit. De verdachte is derhalve ten aanzien van die feiten strafbaar.

De redengeving van de op te leggen maatregel

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken ter zake van het feit onder 7 in de zaak met het parketnummer 03/700467-05. Voorts heeft zij ten aanzien van de overige tenlastegelegde feiten gevorderd dat de verdachte zal worden geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar.

De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak van de feiten onder 4, 6 en 7 in de zaak met het parketnummer 03/700467-05, het feit onder 2 onder in de zaak met het parketnummer 03/530177-05 en de feiten onder 1 en 2 in de zaak met het parketnummer 03/535172-05.

Voorts acht de raadsman plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis niet noodzakelijk.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen maatregel het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

In vorenvermeld rapport is dr. C.E.P. Dillen voorts tot het volgende advies gekomen -zakelijk weergegeven-:

- de kans op recidive is als zijnde relatief groot in te schatten. De stoornis van onderzochte is immers resistent aan psychiatrische behandeling;

- de omgevingsfactoren zijn totaal ondergeschikt aan de intrinsieke stoornis bij onderzochte;

- naar de mening van ondergetekende is er een psychiatrische behandeling noodzakelijk voor onderzochte. Ondergetekende adviseert dan ook dat een gestructureerde behandelsetting noodzakelijk is in een Forensisch Psychiatrische Kliniek gezien de ernst van de stoornis waaraan onderzochte lijdt. Dit kan in praktijk bekomen worden door het opleggen van een maatregel tot verplichte opname in een psychiatrisch ziekenhuis gedurende de periode van één jaar volgens artikel 37-39.

In vorenvermeld rapport is drs. A.F.J.M. Zwegers voorts tot het volgende advies gekomen -zakelijk weergegeven-:

- vanzelfsprekend is door de gebrekkige realiteitstoetsing de kans op grensoverschrijdend gedrag sterk verhoogd. Dit gedrag kan ook gevaarlijk worden voor betrokkene zelf of voor zijn omgeving. Inherent aan de aard van de stoornis mist betrokkene elk ziektebesef, waardoor hij geen intrinsiek motief heeft om de medicatie te blijven innemen.

- het is van belang dat de stoornis (met medicatie) wordt behandeld. Gelet op de aard en de ernst van de stoornis, dient die behandeling aan te vangen in een psychiatrisch ziekenhuis. Omdat van betrokkene geen behandelingsmotivatie verwacht kan worden, is het te adviseren om behandeling veilig te stellen middels plaatsing ex. art. 37-39. Na een jaar kan een opname, indien nodig, door de civiele rechter verlengd worden.

Gezien de inhoud van vorenbedoelde rapporten en het beeld dat de rechtbank naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van de verdachte heeft gekregen acht de rechtbank termen aanwezig de adviezen, inhoudende de maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis op te leggen, te volgen.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel, dat de veiligheid van verdachte en de veiligheid van anderen het opleggen van die maatregel eisen, waarbij de rechtbank mede in aanmerking heeft genomen de ernst en de aard van de begane feiten 3 en 4 in de zaak met parketnummer 03/700467-05, de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De rechtbank zal derhalve gelasten dat verdachte ter zake het onder 3 en 4 bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 03/700467-05 in een psychiatrisch ziekenhuis wordt geplaatst.

Ten aanzien van de overige feiten is naar het oordeel van de rechtbank thans niet meer vast te stellen in hoeverre de stoornis van verdachte hem parten speelde ten tijde van het plegen van deze feiten. De rechtbank zal verdachte daarom voor deze feiten geen straf of maatregel opleggen.

De in de beslissing als zodanig te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven accuboormachine is vatbaar voor verbeurdverklaring.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 4 in de zaak met het parketnummer 03/700467-05 bewezen verklaarde met behulp van voornoemde accuboormachine is begaan.

De vordering van de benadeelde partij

Ter terechtzitting is het formulier, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij de [P] zich ter zake van haar vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij in het strafproces heeft gevoegd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij [P] niet van zodanig eenvoudige aard dat deze zich voor behandeling in dit strafgeding leent, reden waarom zij zal bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk is en die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 37, 57, 63, 138, 266, 267, 285, 310, 321 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700467-05 onder 7 is ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/700467-05 onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/530177-05 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met het parketnummer 03/535172-05 onder 1 en 2 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/700467-05 onder 1, 3 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met het parketnummer 03/535172-05 onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte ten aanzien van het onder 3 en 4 bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 03/700467-05 niet strafbaar en ontslaat hem tem aanzien van deze feiten van alle rechtsvervolging;

- gelast dat de verdachte ter zake het onder 3 en 4 bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 03/700467-05 in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor de termijn van één jaar;

- verklaart dat de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 5, 6 in de zaak met parketnummer 03/700467-05, het onder 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer 03/530177-05 en het onder 1 en 2 in de zaak met parketnummer 03/535172-05 bewezenverklaarde strafbaar is;

- bepaalt dat ten aanzien van het onder 1, 2, 5, 6 in de zaak met parketnummer 03/700467-05, het onder 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer 03/530177-05 en het onder 1 en 2 in de zaak met parketnummer 03/535172-05 bewezenverklaarde geen straf of maatregel zal worden opgelegd;

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomene, te weten 1 stuk gereedschap: accuboormachine, kleur: zwart, merk: Skil

- verklaart de benadeelde partij [P], [adres b.p.], in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij [P], in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. I. Becker-Hartenhof, voorzitter, mr. M.E. Kramer en mr. M.J.M. Goessen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.L.P. Biesmans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 januari 2006, zijnde mr. M.E. Kramer buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.