Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2006:AV0211

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
03-01-2006
Datum publicatie
25-01-2006
Zaaknummer
700628-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte wegens diverse woninginbraken en diefstallen in Heerlen o.a. tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/700628-05

Datum uitspraak: 3 januari 2006

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 december 2005 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],

wonende te [adres verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid – Huis van Bewaring Overmaze te Maastricht.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 12 september 2005 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (berging behorende bij een) woning, gelegen aan de [R.], weg te nemen een of meer fiets(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en zich daarbij de toegang tot voornoemde (berging behorende bij die) woning te verschaffen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met voormeld oogmerk doende is geweest om een deur van die woning/berging te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks de periode van 4 september 2005 tot en met 5 september 2005 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [G.], heeft weggenomen (een) autosleutel(s) en/of (een) kentekenbewijs/bewijzen en/of een beurs (onder andere) inhoudende geld en/of (een) rijbewijs/bewijzen en/of (een) paspoort(en) en/of een fotocamera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader, waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode van 4 september 2005 tot en met 5 september 2005 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toëeigening heeft weggenomen een personenauto, merk Renault (type Clio, gekentekend [x]) en/of een personenauto, merk BMW (type 530i, gekentekend [y]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]., in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader, waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), bestaande deze valse sleutel(s) uit bij die personenauto('s) behorende sleutel(s), tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader niet gerechtigd was/waren;

4.

hij op of omstreeks 17 augustus 2005 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [H.], heeft weggenomen een of meer camera('s) en/of een TFT-scherm en/of dvd-recorder, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij op of omstreeks 30 augustus 2005 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan het [D.], heeft weggenomen een portemonnee met inhoud (o.a. 100,- Euro) en/of een of meer autosleutel(s) en/of fotocamera('s) en/of een personenauto (merk/type Peugeot 407), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, bestaande deze valse sleutel(s) uit een bij die personenauto behorende sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader niet gerechtigd was/waren;

6.

hij op of omstreeks 30 augustus 2005 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, in/uit een personenauto (merk/type Aston Martin DB7 Vantage)

heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een hoeveelheid (klein)geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij

verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 12 september 2005 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een berging behorende bij een woning, gelegen aan de [R.], weg te nemen fietsen, toebehorende aan [slachtoffer 1], en zich daarbij de toegang tot voornoemde berging behorende bij die woning te verschaffen door middel van braak, met voormeld oogmerk doende is geweest om een deur van die berging te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in de periode van 4 september 2005 tot en met 5 september 2005 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [G.], heeft weggenomen autosleutels en kentekenbewijzen en een beurs onder andere inhoudende geld en rijbewijzen en paspoorten en een fotocamera, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij hij, verdachte en zijn, verdachtes, mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

3.

hij in de periode van 4 september 2005 tot en met 5 september 2005 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toëeigening heeft weggenomen een personenauto, merk Renault (type Clio, gekentekend [x]) en een personenauto, merk BMW (type 530i, gekentekend [y]), toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]., waarbij hij, verdachte en zijn, verdachtes, mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van valse sleutels, bestaande deze valse sleutels uit bij die personenauto's behorende sleutels, tot het gebruik waarvan hij, verdachte en zijn mededader niet gerechtigd waren;

4.

hij op 17 augustus 2005 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [H.], heeft weggenomen camera's en een TFT-scherm en dvd-recorder, toebehorende aan [slachtoffer 4];

5.

hij op 30 augustus 2005 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan het Dalpad 23, heeft weggenomen een portemonnee met inhoud (o.a. 100,- Euro) en autosleutels en een fotocamera en een personenauto (merk/type Peugeot 407), toebehorende aan [slachtoffer 5], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en een valse sleutel, bestaande deze valse sleutel uit bij die personenauto behorende sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en zijn mededader niet gerechtigd waren;

6.

hij op 30 augustus 2005 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, in/uit een personenauto (merk/type Aston Martin DB7 Vantage) heeft weggenomen een mobiele telefoon en een hoeveelheid (klein)geld, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.

Feit 1:

poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels

Feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen

Feit 5:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en valse sleutels

Feit 6:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf en maatregel

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 zal worden veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 159 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Met als bijzonderde voorwaarden dat de veroordeelde zich zal houden aan de richtlijnen van de reclassering en dat hij gedurende de eerste periode van die proeftijd onder elektronisch toezicht zal staan;

- een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 78 uren;

- een taakstraf in de vorm van een leerstraf SOVA voor de duur van 22 uren.

De raadsman heeft zich aangesloten bij de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf en taakstraf, zoals vorenvermeld.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een straf als door de officier van justitie gevorderd omdat daarin onvoldoende tot uitdrukking komt:

- de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het

belang van een juiste normhandhaving;

- de omstandigheid dat verdachte reeds eerder ter zake soortgelijke strafbare feiten is

veroordeeld;

- de grote brutaliteit van verdachte die spreekt uit de wijze waarop de bewezenverklaarde feiten

zijn begaan.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank ten bezware van verdachte er rekening mee gehouden dat verdachte heeft erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan strafbare feiten, ter zake waarvan de officier van justitie heeft medegedeeld dat verdachte daarvoor niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd, te weten:

- 700628-05 07 augustus 2005, de [W], Heerlen, Gemeente Heerlen, Diefstal door middel van braak, receiver + geld 'Ons Honk';

- 700628-05 01 mei 2005, de [K], Heerlen, Gemeente Heerlen, Fietsendiefstal mountainbike [B.];

- 700628-05 01 mei 2005, de [K], Heerlen, Gemeente Heerlen, Fietsendiefstal racefiets [B.]

De vorderingen van de benadeelde partijen

Ter terechtzitting zijn de formulieren, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] zich ter zake van hun vorderingen tot schadevergoeding als benadeelde partijen in het strafproces hebben gevoegd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij H.R.G.Winter in haar vordering niet-ontvankelijk.

De rechtbank overweegt te dien aanzien als volgt.

Blijkens het expertiserapport dat zich in het onderhavige dossier bevindt, is de personenauto (merk/type Aston Martin DB7 Vantage) tenaamgesteld van [W] [slachtoffer 6] is derhalve niet degene die rechtstreeks schade lijdt door het onder 6 bewezenverklaarde feit.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] door het hiervoor onder 5 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht tot het door haar gevorderde bedrag van € 312,00 en nu aan de verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd, zal deze vordering geheel worden toegewezen.

Nu de verdachte onder meer ter zake van het hiervoor onder 5 bewezen verklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer, zijnde de benadeelde partij [slachtoffer 5] aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, heeft de rechtbank tot het opleggen van nader te noemen maatregel besloten.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 45, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van TWAALF MAANDEN;

- beveelt, dat van de opgelegde gevangenisstraf een deel, groot drie maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op de grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit dan wel de volgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen overeenkomstig de door de Reclassering Nederland, Regio Limburg, Unit Maastricht, gevestigd te 6224 LA Maastricht, Heerderweg 25, te stellen richtlijnen zolang deze reclasseringsinstelling zulks gedurende de proeftijd nodig oordeelt;

- geeft opdracht aan genoemde instelling aan de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], [adres b.p.], te betalen een bedrag van € 312,00 (zegge: driehondertwaalf euro);

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 5] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], [adres b.p.], te betalen een bedrag van € 312,00 ( zegge: driehonderdtwaalf euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 dagen;

- verstaat dat toepassing van laatstbedoelde vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot betaling niet opheft;

- bepaalt dat, indien de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] voormeld bedrag van € 312,00 heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de staat komt te vervallen;

- bepaalt dat, indien verdachte aan de verplichting tot betaling aan de staat van het bedrag van € 312,00 heeft voldaan, de verplichting tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] komt te vervallen;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6], [adres b.p.], in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 6], in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. M.E. Kramer, voorzitter, mr. I. Becker-Hartenhof en mr. M.J.M. Goessen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.M.L.C. Limpens, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 januari 2006, zijnde mr. M.E. Kramer buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.