Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2005:AU9506

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
21-12-2005
Datum publicatie
12-01-2006
Zaaknummer
03-700660-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte veroordeeld tot 4 jaren gevangenisstraf wegens afpersing en een aantal gewelddadige diefstallen, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/700660-05

Datum uitspraak: 21 december 2005

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 december 2005 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[naam],

geboren te [geboorteplaats en -datum],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid – Huis van Bewaring Overmaze te Maastricht.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat

1.

hij, verdachte, op of omstreeks 10 juni 2005 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld (in totaal ongeveer EURO 1051,-) en/of sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1 en/of 2], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) een (vuur)wapen zichtbaar voor voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgehouden en/of tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Dit is een overval, ga op de grond liggen en blijf liggen";

2.

hij, verdachte, op of omstreeks 11 juni 2005 te Hoensbroek in de gemeente Heerlen, op de openbare weg, het Gebrookerplein, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon(GSM)/autotelefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of (een van) zijn, verdachtes, mededader(s) die mobiele telefoon onverhoeds en/of met kracht uit de hand(en) van voornoemde [slachtoffer 2] heeft/hebben getrokken/gerukt en/of (dreigend) op voornoemde [slachtoffer 2] is/zijn toegelopen;

3.

hij, verdachte, op of omstreeks 13 juni 2005 in de gemeente Heerlen, op de openbare weg, de Unescostraat, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een beurs met inhoud en/of van een horloge en/of van een ring, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 3 en/of benadeelde partij 3], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) met uitgestoken hand(en) in de richting van die [slachtoffer 3] is/zijn gelopen en/of een (vuur)wapen heeft/hebben gericht op voornoemde [slachtoffer 3], in elk geval een (vuur)wapen, zichtbaar voor voornoemde [slachtoffer 3], heeft/hebben vastgehouden en/of tegen voornoemde [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd: "Op de grond", in elk geval woorden van soortgelijke strekking;

4.

hij, verdachte, op of omstreeks 13 juni 2005 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van zijn, verdachtes, gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij4 en/of slachtoffer 4], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 4 en 5], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met voornoemd oogmerk, met een of meer van zijn, verdachtes, mededader(s), althans alleen, toen aldaar een aan de [adres] gelegen café is/zijn binnengegaan en vervolgens tegen de in voornoemd café aanwezige [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd: "De beurs op tafel" en/of een lade heeft/hebben opengetrokken en/of een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan voornoemde [slachtoffer 4 en 5] en/of een schroevendraaier heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 5], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, op of omstreeks 13 juni 2005 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4 en 5] te dwingen tot de afgifte van geld en/of van (een) goed(eren) van zijn, verdachtes, gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 4 en 5], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), met voornoemd oogmerk, met een of meer van zijn, verdachtes, mededader(s), althans alleen, toen aldaar een aan de [adres] gelegen café is/zijn binnengegaan en vervolgens tegen de in voornoemd café aanwezige [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd: "De beurs op tafel" en/of een lade heeft/hebben opengetrokken en/of een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan voornoemde [slachtoffer 4 en 5] en/of een schroevendraaier heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 5], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij, verdachte, op of omstreeks 15 juni 2005 in de gemeente Heerlen op de openbare weg, het Vrieheidepark, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 6], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), met voornoemd oogmerk tegen voornoemde [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd: "geld, geld" in elk geval soortgelijke woorden en/of met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben gestoken in de richting van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 6] en/of voornoemde [slachtoffer 6] bij diens kleding heeft/hebben vastgepakt en/of voornoemde [slachtoffer 6] heeft/hebben geslagen en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachten] op of omstreeks 15 juni 2005 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 6], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan die [medeverdachten] en/of aan zijn/hun mededader(s) en/of aan hem, verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat voornoemde [medeverdachten] en/of zijn/hun mededader(s) tegen voornoemde [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd: "geld, geld" in elk geval soortgelijke woorden en/of met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben gestoken in de richting van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 6] en/of voornoemde [slachtoffer 6] bij diens kleding heeft/hebben vastgepakt en/of voornoemde [slachtoffer 6] heeft/hebben geslagen en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 15 juni 2005 in de gemeente Heerlen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen aldaar telefonisch een taxi te bestellen op het [adres];

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, op of omstreeks 15 juni 2005 in de gemeente Heerlen, op de openbare weg, het Vrieheidepark, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) met voornoemd oogmerk tegen voornoemde [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd: "geld, geld" in elk geval soortgelijke woorden en/of met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben gestoken in de richting van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 6] en/of voornoemde [slachtoffer 6] bij diens kleding heeft/hebben vastgepakt en/of voornoemde [slachtoffer 6] heeft/hebben geslagen en/of getrapt;

meest subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachten] op of omstreeks 15 juni 2005 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan die [medeverdachten] en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan hem, verdachte, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat voornoemde [medeverdachten] en/of zijn/hun mededader(s) tegen voornoemde [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd: "geld, geld" in elk geval soortgelijke woorden en/of met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben gestoken in de richting van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 6] en/of voornoemde [slachtoffer 6] bij diens kleding heeft/hebben vastgepakt en/of voornoemde [slachtoffer 6] heeft/hebben geslagen en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 15 juni 2005 in de gemeente Heerlen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen aldaar telefonisch een taxi te bestellen op het [adres];

6.

hij, verdachte, op of omstreeks 16 juli 2005 in de gemeente Heerlen, op de openbare weg, [adres], in elk geval op een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een beurs, (onder andere) inhoudende geld en/of een G.S.M. en/of een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7 en 8], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer 7] heeft/hebben gedrukt en/of gedrukt gehouden, althans op voornoemde [slachtoffer 7] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of de handen van voornoemde [slachtoffer 7] heeft/hebben geboeid/samengebonden en/of tegen voornoemde [slachtoffer 7] heeft/hebben gezegd: "Geld, geld, we moeten geld hebben" en/of "Voorover bukken", althans soortgelijke woorden van die aard en/of strekking;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, op of omstreeks 16 juli 2005 in de gemeente Heerlen, op de openbare weg, [adres], in elk geval op een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van een beurs, (onder andere) inhoudende geld en/of een G.S.M. en/of een navigatiesysteem, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 7 en/of 8], in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer 7] heeft/hebben gedrukt en/of gedrukt gehouden, althans op voornoemde [slachtoffer 7] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of de handen van voornoemde [slachtoffer 7] heeft/hebben geboeid/samengebonden en/of tegen voornoemde [slachtoffer 7] heeft/hebben gezegd: "Geld, geld, we moeten geld hebben" en/of "Voorover bukken", althans soortgelijke woorden van die aard en/of strekking;

7.

hij, verdachte, op of omstreeks 20 juli 2005, in elk geval in het jaar 2005 in de gemeente Maastricht, in elk geval in het arrondissement Maastricht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een woning, gelegen aan de [adres], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of een hoeveelheid cocaine en/of (een) GSM('s) en/of een horloge en/of een ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer perso(o)n(en) welke perso(o)n(en) toen aldaar verbleven in voornoemde woning, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) voornoemde woning is/zijn binnengegaan en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben gericht/gericht gehouden op voornoemd(e) perso(o)n(en) en/of de handen en/of voeten van voornoemd(e) perso(o)nen heeft/hebben vastgebonden/samengebonden met tie-raps en/of tegen voornoemd(e) perso(o)nen heeft/hebben gezegd dat hij/zij op de grond moest(en) gaan liggen.

De geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank zal de in het onder 3 ten laste gelegde voorkomende zinsnede “met uitgestoken hand(en) in de richting van die [slachtoffer 3] is/zijn gelopen”, de in het onder 4 primair en 4 subsidiair ten laste gelegde voorkomende zinsnede “toen aldaar een aan de [adres] gelegen café is/zijn binnengegaan” en de in het onder 7 ten laste gelegde voorkomende zinsnede “voornoemde woning is/zijn binnengegaan” nietig verklaren, nu deze zinsneden niet redengevend zijn voor de bedreiging met geweld.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3, 4A, 4B, 5 primair, 6A, 6B en 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 10 juni 2005 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld (in totaal EURO 1051,-) en sigaretten, toebehorende aan [benadeelde partij 1], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij en zijn mededader een vuurwapen zichtbaar voor voornoemde [slachtoffer 1] hebben vastgehouden en tegen voornoemde [slachtoffer 1] hebben gezegd: "Dit is een overval, ga op de grond liggen en blijf liggen";

3.

hij op 13 juni 2005 in de gemeente Heerlen, op de openbare weg, de Unescostraat, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een beurs met inhoud, een horloge en een ring, toebehorende aan voornoemde [benadeelde partij 3 en/of slachtoffer 3], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij en zijn mededader een vuurwapen hebben gericht op voornoemde [slachtoffer 3] en tegen voornoemde [slachtoffer 3] hebben gezegd: "Op de grond";

4.

A.

hij omstreeks 13 juni 2005 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, toebehorende aan [slachtoffer 5] en daarbij die voorgenomen diefstal te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 5], te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, met voornoemd oogmerk, een lade heeft opengetrokken en een schroevendraaier heeft gericht op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 5], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

B.

hij omstreeks 13 juni 2005 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld, [slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 6], met voornoemd oogmerk, tegen [slachtoffer 5] heeft gezegd: "De beurs op tafel" en een vuurwapen heeft getoond aan voornoemde [slachtoffer 5], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5. primair

hij op 15 juni 2005 in de gemeente Heerlen op de openbare weg, het Vrieheidepark, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem en zijn mededaders, met voornoemd oogmerk tegen voornoemde [slachtoffer 6] heeft gezegd: "geld, geld" en met een mes heeft gestoken in de richting van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 6] en voornoemde [slachtoffer 6] bij diens kleding heeft vastgepakt en voornoemde [slachtoffer 6] heeft geslagen en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

A.

hij op 16 juli 2005 in de gemeente Heerlen, op de openbare weg, [adres], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een G.S.M. en een navigatiesysteem, toebehorende aan [slachtoffer 7 en 8], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij en zijn mededaders een pistool tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer 7] hebben gedrukt en de handen van voornoemde [slachtoffer 7] hebben geboeid/samengebonden en tegen voornoemde [slachtoffer 7] hebben gezegd: "Geld, geld, we moeten geld hebben" en "Voorover bukken";

B.

hij op 16 juli 2005 in de gemeente Heerlen, op de openbare weg, [adres], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van een beurs, toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 7 en/of 8], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij en zijn mededaders een pistool tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer 7] hebben gedrukt en de handen van voornoemde [slachtoffer 7] hebben geboeid/samengebonden en tegen voornoemde [slachtoffer 7] hebben gezegd: "Geld, geld, we moeten geld hebben" en "Voorover bukken";

7.

hij in het jaar 2005 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met anderen, in een woning, gelegen aan de [adres], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, een hoeveelheid cocaïne, gsm’s, een horloge en een ring, toebehorende aan een ander of anderen dan aan hem en aan zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, welke personen toen aldaar verbleven in voornoemde woning, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij en zijn mededaders een vuurwapen hebben gericht op voornoemde personen en de handen van voornoemde personen hebben vastgebonden/samengebonden met tie-raps en tegen voornoemde personen hebben gezegd dat zij op de grond moesten gaan liggen.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 3, 4A, 4B, 5 primair, 6A, 6B en 7 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.

Feit 1:

diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 3:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 4:

A.

poging tot diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

B.

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 5 primair:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 6:

A.

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

B.

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 7:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf en maatregel

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten onder 1, 3, 4 subsidiair, 5 primair, 6 subsidiair en 7 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 2, 4 primair en 5 primair tenlastegelegde bepleit en geconcludeerd dat om die reden een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf en maatregel het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving;

- de omstandigheid dat de verdachte zeer recent is veroordeeld, onder meer ter zake een soortgelijk strafbaar feit;

- het gewelddadig karakter van het bewezenverklaarde en de maatschappelijke onrust die mede daarvan het gevolg is;

- de doortrapte wijze waarop de bewezenverklaarde feiten in een korte periode zijn gepleegd tegen personen, die als gevolg van de omstandigheden waaronder zij hun beroep moeten uitoefenen, zeer kwetsbaar zijn.

De vordering van de benadeelde partij

Ter terechtzitting is het formulier, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij [slachtoffer 3] zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij in het strafproces heeft gevoegd.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] door het hiervoor onder 3 bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht tot het door hem gevorderde bedrag van € 1.060,00 en nu aan de verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd, zal deze vordering geheel worden toegewezen.

Nu de verdachte onder meer ter zake van het hiervoor onder 3 bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer, zijnde de hiervoor genoemde benadeelde partij, aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, heeft de rechtbank tot het opleggen van nader te noemen maatregel besloten.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 24c, 36f, 45, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart de in het onder 3 ten laste gelegde voorkomende zinsnede “met uitgestoken hand(en) in de richting van die [slachtoffer 3] is/zijn gelopen”, de in het onder 4 primair en 4 subsidiair ten laste gelegde voorkomende zinsnede “toen aldaar een aan de [adres] gelegen café is/zijn binnengegaan” en de in het onder 7 ten laste gelegde voorkomende zinsnede “voornoemde woning is/zijn binnengegaan” nietig;

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1, 3, 4A, 4B, 5 primair, 6A, 6B en 7 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 3, 4A, 4B, 5 primair, 6A, 6B en 7 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER JAREN;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], [adres], te betalen een bedrag van € 1.060,00 (zegge: duizendzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 december 2005 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 3] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het [slachtoffer 3], [adres], te betalen een bedrag van € 1060,00 (zegge: duizendzestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 21 dagen;

- verstaat dat toepassing van laatstbedoelde vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot betaling niet opheft;

- bepaalt dat, indien de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] voormeld bedrag van € 1.060,00 heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de staat komt te vervallen;

- bepaalt dat, indien verdachte aan de verplichting tot betaling aan de staat van het bedrag van € 1.060,00, heeft voldaan, de verplichting tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] komt te vervallen.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. R.A.J. van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 december 2005.