Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2005:AU8341

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
07-12-2005
Datum publicatie
19-12-2005
Zaaknummer
03/703090-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte was de leider van een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het opzettelijk in de uitoefening van een bedrijf telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van hennep en/of hennepplanten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/703090-05

Datum uitspraak: 7 december 2005

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 november 2005 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],

wonende te [adres verdachte],

thans gedetineerd in de P.I. Limburg Zuid – Huis van Bewaring Overmaze te Maastricht.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2003 tot en met 31 mei 2005 in het arrondissement Maastricht en/of in het arrondissement Roermond, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen (waartoe naast verdachte behoorden [medeverdachten] en/of anderen of een ander), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- het opzettelijk (al dan niet in de uitoefening van een bedrijf) telen,

bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren

van hennep en/of hennepplanten,

- het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en/of hennepplanten,

- het plegen en/of medeplegen van opzetheling,

- witwassen,

- het plegen en/of medeplegen van diefstal van elektriciteit door middel van

braak/verbreking,

terwijl hij, verdachte, (de/een) oprichter en/of leider van die organisatie

was;

2.

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks het tijdvak van 1 oktober 2003 tot en met 31 mei 2005 in de gemeente(n) Landgraaf, Roggel en Neer, Schinnen, Sittard-Geleen, Stein en/of Heerlen, in elk geval in de arrondissementen Maastricht en/of Roermond, in elk geval in Nederland en/of in de gemeente, althans te Dilsen-Stokkem, in elk geval in België, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk (al dan niet in de uitoefening van een bedrijf) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad hoeveelheden of een hoeveelheid hennep en/of hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, te weten in hennepplantages en/of (zogenaamde) (hennep)stekkenplantages te:

- [adres A] en/of

- [adres B] en/of

- [adres C] en/of

- [adres D] en/of

- [adres E] en/of

- [adres F] en/of

- [adres G] en/of

- [adres H] en/of

- [adres I] en/of

- [adres J] en/of

- [adres K] en/of

- [adres L];

3.

hij in of omstreeks het tijdvak van 1 oktober 2003 tot en met 31 mei 2005 in de gemeente(n) Landgraaf, Roggel en Neer, Sittard-Geleen, Stein, Schinnen en/of Heerlen, in elk geval in de arrondissementen Maastricht en/of Roermond, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een of meer elektriciteitsleveranciers, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

4.

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 1 oktober 2003 tot en met 31 mei 2005 te Roggel, althans in de gemeente Roggel en Neer, in elk geval in Nederland, een "HUUROVEREENKOMST VOOR KANTOOR, WERKPLAATS, OPSLAGPLAATS, OPPERVLAKTE" (document in kopie opgenomen op p. 858-861 van het proces-verbaal) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk en in strijd met de waarheid die huurovereenkomst (als huurder) ingevuld en/of opgemaakt en/of ondertekend op naam van [X], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

5.

hij in of omstreeks de periode van 30 tot en met 31 mei 2005, te Urmond, gemeente Stein, in elk geval in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van (ongeveer) 2340 stekken, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 mei 2005 in de gemeente Urmond, gemeente Stein, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in de woning [adres M] heeft weggenomen een hoeveelheid electriciteit en/of een hoeveelheid gas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Essent Netwerk BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij in de periode van 1 oktober 2003 tot en met 31 mei 2005 in het arrondissement Maastricht en in het arrondissement Roermond, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen (waartoe naast verdachte behoorden [medeverdachten] en/of anderen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het opzettelijk in de uitoefening van een bedrijf telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van hennep en/of hennepplanten, terwijl hij, verdachte, leider van die organisatie was;

2.

hij meermalen, in het tijdvak van 1 oktober 2003 tot en met 31 mei 2005, in de gemeenten Roggel en Neer, Schinnen, Sittard-Geleen, Stein en Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, opzettelijk in de uitoefening van een bedrijf heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd een hoeveelheid hennep en/of hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, te weten in hennepplantages en/of (zogenaamde) (hennep)stekkenplantages te:

- [adres B] en

- [adres C] en

- [adres E] en

- [adres F] en

- [adres G] en

- [adres H] en

- [adres I] en

- [adres J] en

- [adres L];

3.

hij in het tijdvak van 1 oktober 2003 tot en met 31 mei 2005 in de gemeenten Sittard-Geleen, Stein, Schinnen en Heerlen, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit toebehorende aan een of meer elektriciteitsleveranciers, waarbij verdachte en zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

4.

hij in de periode van 1 oktober 2003 tot en met 31 mei 2005 in Nederland een "HUUROVEREENKOMST VOOR KANTOOR, WERKPLAATS, OPSLAGPLAATS, OPPERVLAKTE" -zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk en in strijd met de waarheid die huurovereenkomst (als huurder) ingevuld en opgemaakt en ondertekend op naam van [X], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

5.

hij in de periode van 30 tot en met 31 mei 2005 te Urmond, gemeente Stein, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van (ongeveer) 2340 stekken hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

6.

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 mei 2005 in Urmond, gemeente Stein, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in de woning [adres M] heeft weggenomen een hoeveelheid electriciteit en een hoeveelheid gas toebehorende aan Essent Netwerk BV, waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De beslissing van de rechtbank, dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.

Ten aanzien van feit 1:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl hij de organisatie leidt.

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, terwijl het feit wordt gepleegd in de uitoefening van een bedrijf.

Ten aanzien van feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

valsheid in geschrift.

Ten aanzien van feit 5:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet

gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 6:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straffen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en een geldboete van € 20.000,-.

De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte van een aantal onderdelen in de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken en dat de gevorderde straf aldus te hoog is.

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straffen het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straffen gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving;

- de omvang van de activiteiten van de organisatie en de leidinggevende rol van verdachte, zoals die uit het dossier naar voren zijn gekomen.

De toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 47, 57, 140, 225, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van VIERENTWINTIG maanden;

- beveelt, dat van de opgelegde gevangenisstraf een deel, groot zes maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tevens tot een geldboete van € 20.000 bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 200 dagen.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. A.M.A. Eijck en mr. M.J.M. Goessen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.M.H. Simonis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 december 2005.