Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2005:AU6395

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
01-11-2005
Datum publicatie
17-11-2005
Zaaknummer
03/005530-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dat de reclassering, als gevolg van een impasse in de behandeling van veroordeelde kennelijk geen vorm kan geven aan de individuele hulpverlening aan veroordeelde en heeft voorgesteld de contactfrequentie laag te houden, kan veroordeelde niet worden tegengeworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/005530-04

Deze beslissing is gegeven door de meervoudige kamer voor strafzaken op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Maastricht d.d. 08-09-2005, ingekomen ter griffie op 09-09-2005, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis d.d. 20-10-2004 van de meervoudige kamer voor strafzaken in deze rechtbank.

Bij dit vonnis is

[naam veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde],

wonende te [adres veroordeelde],

hierna te noemen: de veroordeelde,

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met het bevel dat een deel van deze straf, groot 4 maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit dan wel op grond van het niet-naleven van de bijzondere voorwaarde. De bijzondere voorwaarde hield in dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen overeenkomstig de door of vanwege de Reclassering Nederland, Ressort ’s-Hertogenbosch, Arrondissement Maastricht te stellen richtlijnen zolang deze reclasseringsinstelling zulks gedurende de proeftijd noodzakelijk oordeelt, ook indien zulks inhoudt het meewerken aan een deliktpreventieplan, gericht op het werken aan agressieregulatie en aan de partnerrelatieproblematiek.

Behandeling ter terechtzitting

De rechtbank heeft de vordering behandeld tijdens de in het openbaar gehouden terechtzitting van 18 oktober 2005.

De veroordeelde is daar met zijn raadsvrouwe, mr. M.E.Th. Hogervorst, advocate te Maastricht verschenen, teneinde te worden gehoord.

Niet verschenen is, hoewel behoorlijk opgeroepen, de getuige-deskundige, de heer [X], werkzaam als reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de inhoud van:

? voormeld vonnis, waarbij de bijzondere voorwaarde is opgelegd;

? het adviesrapport d.d. 04-07-2005, opgemaakt door de heer [X], reclasseringswerker;

? het afloopbericht toezicht d.d. 31-08-2005, opgemaakt door de heer [X], reclasseringswerker;

? de overige stukken.

De rechtbank heeft gehoord de officier van justitie omtrent haar ter terechtzitting gewijzigde vordering, strekkende tot verlenging van de proeftijd met 1 jaar.

De rechtbank heeft gehoord de veroordeelde en diens raadsvrouwe. Deze pleitte voor afwijzing van de vordering.

Overweging

In voornoemd afloopbericht toezicht wordt in verband met de naleving van de bijzondere voorwaarde, verbonden aan de aan veroordeelde bij voornoemd vonnis opgelegde straf, vermeld dat het niet lukt om de beoogde individuele hulpverlening aan veroordeelde vorm te geven, nu er bij hem nauwelijks enig schuldbesef aanwezig is en ook geen motivatie om aan enig probleem te gaan werken. Voorts heeft veroordeelde niet gereageerd op twee uitnodigingen en een officiële waarschuwing verzonden na 12 juli 2005.

De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Veroordeelde heeft ter terechtzitting verklaard dat hij van 18 juli 2005 tot 7 september 2005 op vakantie was in Marokko. In deze periode heeft de heer [X] van de reclassering veroordeelde 2 maal schriftelijk uitgenodigd voor een gesprek. Nadat veroordeelde is teruggekeerd van vakantie en de uitnodigingen in de brievenbus vond, is hij naar de reclassering gegaan. De heer [X] was op dat moment met vakantie. Veroordeelde heeft vervolgens met een andere persoon bij de reclassering gesproken. Deze persoon zou er in de computer melding van maken dat veroordeelde zich bij de reclassering had gemeld. Veroordeelde heeft na voornoemd bezoek aan de reclassering niets meer van de heer [X] vernomen. Dat de reclassering, als gevolg van een impasse in de behandeling van veroordeelde kennelijk geen vorm kan geven aan de individuele hulpverlening aan veroordeelde en heeft voorgesteld de contactfrequentie laag te houden, kan veroordeelde niet worden tegengeworpen.

Mede gelet op het feit dat de proeftijd inzake de veroordeling op 20 oktober 2004 nog loopt tot 20 oktober 2006 en ook in die periode alsnog gewerkt kan worden aan de agressieregulatie van veroordeelde, waarbij veroordeelde ter terechtzitting heeft verklaard dat hij gemotiveerd is aan zijn problemen te werken, is de rechtbank van oordeel dat er thans geen termen aanwezig zijn de verlenging van de proeftijd toe te wijzen.

Gelet hierop zal de rechtbank beslissen zoals hierna te vermelden.

Beslissing

De rechtbank:

wijst de ter terechtzitting gewijzigde vordering af.

Aldus gegeven door mr. Th.J.M. Oostdijk, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en mr. W.A.P. Hillen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.L.P. Biesmans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 november 2005.