Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2005:AT8021

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
27-05-2005
Datum publicatie
22-06-2005
Zaaknummer
AWB 05/52 ZFW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 april 2004 heeft verweerster eisers aanvraag van een binoculaire Biessels prismaloep afgewezen, aangezien niet voldaan is aan de voorwaarde dat het hulpmiddel gezien de behoefte en uit oogpunt van doelmatige zorgverlening noodzakelijk is. Tegen dit besluit is door eiser bezwaar gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RZA 2005, 148
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Procedurenummer: AWB 05 / 52 ZFW

Uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

[A],

wonende te Landgraaf, eiser,

tegen

de Stichting Ziekenfonds VGZ,

gevestigd te Nijmegen, verweerster.

Datum bestreden besluit: 15 december 2004

Kenmerk: klantnummer 620144375/Z

Behandeling ter zitting: 23 mei 2005

1. Ontstaan en loop van het geding

Bij het in de aanhef van deze uitspraak genoemde besluit van 15 december 2004 heeft verweerster een door eiser ingediend bezwaarschrift van 9 mei 2004 tegen een door verweerster genomen besluit van 5 april 2004 ongegrond verklaard.

Tegen eerstgenoemd besluit is door eiser beroep ingesteld bij deze rechtbank.

De door verweerster ter uitvoering van artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingezonden stukken zijn in kopie aan eiser gezonden, evenals het door verweerster ingediende verweerschrift.

Bij brieven van 28 april 2005 en 10 mei 2005 is het beroep nog nader toegelicht door eisers gemachtigde mr. D.E. de Hoop, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch.

Het beroep is behandeld ter zitting van deze rechtbank op 23 mei 2005, waar eiser en zijn gemachtigde – met kennisgeving – niet zijn verschenen. Verweerster heeft zich evenmin ter zitting doen vertegen-woordigen.

2. Overwegingen

De feiten

Ten behoeve van eiser is door zijn behandelend specialist K.H.M. van de Kar-Hendrickx, oogarts te Heerlen, bij verweerster in het kader van de Ziekenfondswet (ZFW) een aanvraag d.d. 30 januari 2004 ingediend, strekkende tot toekenning van een verrekijkerbril (3x bino-culair) alsmede een binoculaire Biessels prismaloep (4x). Daarbij is aangegeven, dat bij eiser sprake is van retinoschizis OS, visus OD 0,10 en OS 4/60. Deze aanvraag is vergezeld ge-gaan van een prijsopgave van Consten Optiek met betrekking tot een binoculaire verrekijker-bril ad € 306,20 en een binoculaire Biessels prismaloep met toebehoren ad € 1.683,30.

Verweerster heeft een onafhankelijk adviesorgaan, Sensis, verzocht ter zake van de Biessels prismaloep te adviseren.

Blijkens een door de low vision specialist A. Roumen van Sensis uitgebrachte rapportage van 19 maart 2004 is het overzicht bij gebruik van een loepbril te beperkt. Een acceptabele leessnelheid blijkt niet haalbaar. Er vallen stukken uit woorden/letters. Een ruimer overzicht is dan ook noodzakelijk. Hierin kan alleen worden voorzien door middel van een beeld-scherm--loep. Om voldoende profijt te hebben van natuurboeken/plantenboeken is het zien van kleuren noodzakelijk. De Tieman Spectrum blijkt voor eiser hiertoe beter dan de Ergo Color.

Een leesbril is hierbij een duidelijke verbetering. Ook aflezen van de insulinepen is goed mogelijk. Om het te injecteren gebied op het been te kunnen zien is gebruik van een loep onpraktisch. Beter is het gebruik te maken van een leesbril met een hoge lichtintensiteit.

De low vision specialist komt tot de conclusie dat de visus beiderzijds maar moeizaam tot stand komt, met name wegens een storende (para)centrale uitval. Het linker oog stoort bij binoculair zien: monoculair zien (OD) blijkt beter. Een binoculair hulpmiddel heeft dan ook geen toepassing. Eiser leest veel; als IVN-gids wil hij graag natuur/plantenboeken kunnen inzien. Lezen met behulp van een loepbril blijkt niet op effectieve wijze mogelijk; de lees-snelheid is zeer laag en het overzicht is veel te beperkt. Hij is dan ook aangewezen op een beeldschermloep. Ook wegens de snelle visusdaling het afgelopen jaar is de keuze voor een beeldschermloep te verkiezen boven een loepbril. Eiser kan onder de beeldschermloep ook zijn insulinespuit aflezen. Om de te injecteren plaats op zijn been te zien is een loep(bril) niet zinvol; veel eenvoudiger en praktischer is het een leesbril aan te schaffen en een hoge lichtintensiteit te gebruiken. Geadviseerd wordt dan ook tot een beelschermloep van Tieman, de Twinkle Spectrum (kleurenloep), een PL-lamp 11 Watt en een (standaard) leesbril van +2,5 bij de beeldschermloep.

Bij besluit van 5 april 2004 heeft verweerster eisers aanvraag van een binoculaire Biessels prismaloep afgewezen, aangezien niet voldaan is aan de voorwaarde dat het hulpmiddel gezien de behoefte en uit oogpunt van doelmatige zorgverlening noodzakelijk is.

Tegen dit besluit is door eiser bij brief van 9 mei 2004 bezwaar gemaakt. Daarbij is aan-gevoerd, dat tijdens het onderzoek bij Sensis uitvoerig is gesproken over eisers dagelijkse medicatie, mobiliteit, zelfbehulpzaamheid en lezen buitenshuis. De thans door verweerster in bruikleen verstrekte beeldschermloep, die overigens binnenshuis uitstekend voldoet voor lezen, gaat hieraan volledig voorbij. Met die beeldschermloep is het onmogelijk dat eiser zelf zijn driedagelijkse insuline-injecties op de juiste plaats toedient. Hij kan hier evenmin zijn vingerprik mee verrichten (ten behoeve van de bepaling van het bloedsuikergehalte).

Het probleem van het lezen buitenshuis (onder andere archiefonderzoek, inzien officiële stukken) is met het verstrekte hulpmiddel absoluut niet mogelijk.

Eiser is in de gelegenheid gesteld om op 1 juni 2004 telefonisch op het bezwaar te worden gehoord. Bij die gelegenheid is onder meer naar voren gebracht, dat eiser insulinepatiënt is. Hij kan met de beeldschermloep niet gericht insuline in zijn benen/buik spuiten. Hij heeft een speciale bril nodig om insuline te spuiten. Een leesbril is niet de oplossing, omdat hij erg slechte ogen heeft. Met zijn huidige beeldschermloep, die 25 kilo weegt, is eiser niet mobiel. Eiser wil op vakantie en kan zijn beeldschermloep niet meenemen. Ook met een (mobiele) prisma-loep is het niet mogelijk om insuline te spuiten. Nu is er een vrijwilliger die bij eiser insuline inspuit. In de toekomst wil hij dit graag zelf doen.

Verweerster heeft het College voor zorgverzekeringen (Cvz) gevraagd advies ter zake uit te brengen. In zijn advies van 13 september 2004 geeft het Cvz het volgende aan. Een Biessels binoculaire prismaloep dient te worden aangemerkt als een bijzonder optisch hulpmiddel. Daarop bestaat aanspraak, indien de verzekerde een dusdanig verlies van gezichtsvermogen heeft dat redelijkerwijs niet kan worden volstaan met brillenglazen of contactlenzen.

Verweerster heeft de aanvraag afgewezen, aangezien de aangevraagde loep onnodig kostbaar is, vergeleken met een standaard beeldschermloep. Omdat het gevraagde hulpmiddel niet kan worden beschouwd als een beeldschermloep maar als een bijzonder optisch hulpmiddel en bovendien het beoogd gebruik van dit hulpmiddel verschilt van het beoogd gebruik van de reeds verstrekte beeldschermloep, kan deze overweging niet als juist worden aangemerkt.

Bovendien is niet duidelijk waarom verweerster meent dat de conventionele loep in het geval van eiser als adequaat hulpmiddel moet worden beschouwd. Met name blijkt niet dat verweer-ster heeft onderzocht in hoeverre eiser met de reeds verstrekte conventionele loep in staat moet worden geacht buitenshuis te lezen. Voor zover verweerster uitgaat van het verslag van Sensis, waarin bij de beeldschermloep een leesbril (+2,5) en PL-lamp wordt geadviseerd, moet worden opgemerkt dat de bedoelde voorzieningen buitenshuis geen uitkomst zijn. Een conventionele beeldschermloep is immers niet draagbaar in die zin dat het eenvoudig mee naar buiten kan worden genomen. Eiser zou buitenshuis een leesbril met

een sterkte van ten minste +15 dioptrieën moeten gebruiken. De low vision specialist van Sensis is van mening dat een loepbril (lees: prismaloep) in eisers geval geen uitkomst biedt.

Het overzicht is te beperkt en een acceptabele leessnelheid is niet haalbaar. Een monoculair hulpmiddel heeft de voorkeur boven een binoculair hulpmiddel. Dit wordt door eiser tijdens de hoorzitting bevestigd. Niet duidelijk is waarom de betrokken low vision specialisten van mening verschillen over de vraag of het gevraagde hulpmiddel in eisers geval een doelmatige verstrekking zal zijn. Verweerster heeft zich dan ook onvoldoende rekenschap gegeven van de hulpvraag van eiser, dat in dit geschil sprake is van tegenstrijdige opvattingen (de low vision specialisten) en dat eiser beschikt over een hulpmiddel waarvan aannemelijk is dat het niet als een te allen tijde adequaat hulpmiddel kan worden aangemerkt. De gevraagde voorziening zal het verstrekte hulpmiddel niet noodzakelijkerwijs vervangen. Immers, het gevraag-de is een bijzonder optisch hulpmiddel en het verstrekte is een beeldschermloep.

Verweerster zal nader moeten onderzoeken (e.g. door de mening van een derde low vision specialist te vragen) in hoeverre eiser – gelet op zijn beperkingen, zijn hulpvraag en de hulp-middelen waarover hij reeds kan beschikken – is aangewezen op het gevraagde. Indien wordt geconcludeerd dat het gevraagde hulpmiddel geen uitkomst biedt, zal het ziekenfonds ervoor moeten zorgen dat eiser beschikt over een adequate beeldschermloep die beantwoordt aan de eerdergenoemde hulpvraag. Niet duidelijk is waarom verweerster van oordeel is dat de con-ventionele loep in eisers geval als adequaat hulpmiddel moet worden beschouwd, nu eiser uitdrukkelijk aangeeft ook buitenshuis behoefte te hebben aan een hulpmiddel dat hem in staat stelt te lezen.

Het besluit

Verweerster heeft bij het bestre-den besluit het bezwaarschrift van eiser ongegrond verklaard.

Eiser is niet aangewezen op verstrekking van de gevraagde mobiele beeldschermloep. Hij kan volstaan met een goedkoper alternatief, namelijk een conventionele beeldschermloep, waarvoor hij wel in aanmerking komt en die hij reeds in zijn bezit heeft. Verweerster begrijpt dat de aangevraagde beeldschermloep bepaalde voordelen biedt ten opzichte van een een-vou-diger beeldschermloep. Het strookt niet met de noodzakelijke uitgangspunten in de gezond-heidszorg onnodig kostbare hulpmiddelen te verstrekken. Op grond van artikel 2a, eerste lid, van het Verstrekkingenbesluit bestaat alleen aanspraak op de goedkoopst adequate voor-zie-ning. De aangevraagde beeldschermloep is onnodig kostbaar in vergelijking met een stan-daard beeldschermloep, aangezien deze (aanzienlijk) goedkoper is en als een adequaat func-tionerend hulpmiddel moet worden beschouwd. Eiser moet volgens het verslag van Sensis in staat worden geacht om met een lamp en leesbril zelf insuline te spuiten. Daarom is de verstrekking van de binoculaire Biessels prismaloep niet doelmatig.

Het beroep

Eiser kan zich met het bestreden besluit niet verenigen. Daartoe is in beroep aangevoerd, dat hij de loep heeft aangevraagd voor het zelf toedienen van injecties, het zelf uitvoeren van de vingerprik en het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en het lezen binnen- en buitenshuis. De beeldschermloep die eiser thans in zijn bezit heeft is niet geschikt, omdat deze door formaat, gewicht en het ontbreken van een eigen stroomvoorziening niet hand-zaam is buitenshuis. Ook bij het aflezen van de injectiepen alsmede het prikapparaaat is dit niet handzaam. Een gewone leesbril en een hoge lichtintensiteit zijn geen adequate oplos-sing, omdat buitenshuis een hoge lichtintensiteit alleen verkregen kan worden door een lichtbron met eigen stroom-voorziening. Een gewone leesbril is geen optie omdat deze voor-bijgaat aan het verminderde zicht/lees-vermogen alsmede aan het verschil in leessterkte per oog. Verweerster gaat volledig voorbij aan de vraag naar de zelfredzaamheid en het lezen buitenshuis. Ook gaat verweerster voorbij aan het door het Cvz uitgebrachte advies. Daarin staat dat verweerster zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de hulpvraag en dat thans een hulpmiddel verstrekt is waarvan aannemelijk is dat het niet als een te allen tijde adequaat hulpmiddel kan worden aangemerkt. Daarom moet de geleverde conventionele beeldschermloep worden vervangen door een Tieman Clearview Bright. Deze kan aange-sloten worden op de computer met 21’ beeld-scherm en hoge resolutie, waarmee eiser uitstekend uit de voeten kan. Bijkomend voordeel is dat deze Clearview Bright beduidend goedkoper is dan de ongevraagd en zonder overleg geleverde Tieman Twinkle Spectrum. Eiser vordert een adequate geldelijke vergoeding voor het door verweerster veroorzaakte verminderde levensgenot, het ervaren ongemak en over-last en het inschakelen van derden voor het toedienen van de levensnoodzakelijke insuline--injecties.

Het verweer

In het verweerschrift heeft verweerster het navolgende naar voren gebracht.

Volgens de zorgbemiddelaar van verweerster is voor het toedienen van injecties en het uitvoeren van de vingerprik een adequate leesbril met een hoge lichtintensiteit voldoende. Volgens de low vision specialist van Sensis kan onder de beeldschermloep de insulinespuit worden afgelezen en om de te injecteren plaats op het been te zien is een prismaloep niet zinvol. Er zijn voor mensen die blind of slechtziend zijn hulpmiddelen op de markt om een injectiespuit te vullen en/of een juiste dosis te waarborgen. Voor het lezen buitenshuis is de aangevraagde prismaloep niet effectief. Het overzicht is veel te beperkt en de leessnelheid is zeer laag. Consten Low Vision/Consten Optiek is geen low vision specialist in de zin van het advies van het Cvz maar een leverancier en in het geheel niet vergelijkbaar met een onafhan-kelijke instelling zoals Sensis. Sensis heeft een technisch adviesonderzoek bij eiser gedaan, waarbij met name gelet werd op de volgende beperkingen: insulinespuit controleren, zien waar eiser precies moet injecteren, lezen, ook natuurboeken en fijnelectronica. Er is derhalve geen sprake van tegenstrijdige opvattingen van de low vision specialist.

Nader beroepschrift

Verweerster gaat blijkens de bestreden beslissing en het verweerschrift ten onrechte uit van een gevraagde mobiele beeldschermloep. Eiser heeft echter gevraagd om vergoeding van een binoculaire Biessels prismaloep. Dit is geen mobiele beeldschermloep, maar betreft een loep die in het montuur van een bril wordt geplaatst. Dat is ook al terecht gesteld door de arts van het Cvz. Het gaat om een bijzonder optisch hulpmiddel waarvan het beoogd gebruik wezen-lijk verschilt van het gebruik van een beeldschermloep. Een conventionele beeldschermloep voldoet niet voor gebruik buitenshuis door de omvang en het gewicht. Ook een gewone lees-bril voldoet niet voor gebruik buitenshuis, gezien de voorwaarde, die geldt voor het gebruik van een gewone leesbril, namelijk een krachtige PL-lamp. Daarom is eiser aangewezen op de gevraagde voorziening. Verweerster heeft verzuimd het advies van eisers low vision specia-list bij te voegen. Terecht stelt het Cvz in zijn advies dat verweerster zich onvoldoende reken--schap geeft van de hulpvraag van eiser en de tegenstrijdige opvattingen van de specia-listen. Het advies van het Cvz is dan ook dat verweerster een onafhankelijke derde low vision specialist raadpleegt. Zonder verder onderzoek en zonder deugdelijke motivering gaat verweerster volledig voorbij aan het advies van het Cvz. Dit is verre van zorgvuldig. Van de door eiser geraadpleegde low vision specialist mag worden verwacht dat hij een deskundig en adequaat advies uitbrengt. Niet valt in te zien waarom het advies dat hij heeft gegeven niet onafhankelijk en adequaat is. Door te stellen dat sprake is van een leverancier miskent verweerster op oneigenlijke gronden de professie en deskundigheid van de specialist.

De beoordeling

De rechtbank dient in dit geding te beoordelen, of het bestreden besluit in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel dan wel met enig algemeen rechtsbeginsel.

Dienaangaande overweegt de rechtbank het volgende.

Ingevolge artikel 8, eerste lid, aanhef en onder i, van de ZFW hebben de verzekerden, voor zover daarop geen aanspraak bestaat ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, ter voorziening in hun geneeskundige verzorging aanspraak op zorg bestaande uit hulp-middelen.

Ingevolge artikel 8, derde lid, van de ZFW kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de inhoud en omvang van de aanspraken nader worden geregeld en kunnen voor het tot gelding brengen van de aanspraken voorwaarden worden gesteld.

Deze algemene maatregel van bestuur is het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering.

Ingevolge artikel 2a, eerste lid, van het Verstrekkingenbesluit kan de aanspraak op een verstrekking slechts tot gelding worden gebracht voor zover de verzekerde, gelet op zijn behoefte en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening, redelijkerwijs daarop naar aard, inhoud en omvang is aangewezen.

Ingevolge artikel 15, eerste lid, van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering omvat-ten hulpmiddelen de middelen welke bij ministeriële regeling als zodanig zijn aange-we-zen. In de Regeling hulpmiddelen 1996 (hierna: de Regeling) wordt aan het voorgaande nader inhoud gegeven.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder f, van de Regeling omvat de aanspraak op hulpmid-delen de verschaffing van een te allen tijde adequaat functionerend hulpmiddel, bestaande uit gezichtshulpmiddelen als aangegeven in artikel 12.

Ingevolge artikel 12, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling zijn de in artikel 2, eerste lid, onder f, bedoelde middelen: bijzondere optische hulpmiddelen, bestemd voor recht-streek--se waarneming, met inbegrip van montuur, statief of verlichting, indien deze met het hulpmiddel één geheel vormen.

Ingevolge artikel 12, vierde lid, van de Regeling bestaat aanspraak op een middel als bedoeld in het eerste lid, onder d, indien de verzekerde een dusdanig verlies van gezichtsvermogen heeft, dat redelijkerwijs niet kan worden volstaan met een middel als bedoeld in het eerste lid, onder a of b.

Ten behoeve van eiser heeft zijn oogarts Van de Kar-Hendrickx verweerster verzocht eiser

in aanmerking te brengen voor een binoculaire Biessels prismaloep.

Verweerster heeft zich bij het bestreden besluit onder toepassing van artikel 2a, eerste lid, van het Verstrekkingenbesluit op het standpunt gesteld, dat eiser niet is aangewezen op de aangevraagde mobiele beeldschermloep. Hij kan volgens verweerster volstaan met een goedkoper alternatief, namelijk een conventionele beeldschermloep.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerster zich ten onrechte op voormeld stand-punt gesteld. Eiser heeft geen mobiele beeldschermloep aangevraagd, maar een binoculaire Biessels prismaloep, een loep die in het montuur van een bril wordt geplaatst. Een dergelijke prismaloep dient blijkens het advies van het Cvz te worden aangemerkt als een bijzonder optisch hulpmiddel, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling.

Daarop bestaat ingevolge het vierde lid van dat artikel aanspraak, indien de verzekerde een dusdanig verlies van gezichtsvermogen heeft dat redelijkerwijs niet kan worden volstaan met brillenglazen of contactlenzen. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser aan deze voor-waar-de voor verstrekking voldoet.

Verweerster heeft de aanvraag afgewezen, aangezien het gevraagde hulpmiddel onnodig kostbaar is, vergeleken met een standaard beeldschermloep. De rechtbank is van oordeel, dat de bestre-den beslissing niet door deze over-weging kan worden gedragen, aangezien de aangevraagde prisma-loep niet kan worden beschouwd als een beeldschermloep maar als een bijzonder optisch hulp-middel. Bovendien verschilt het beoogde gebruik van de prismaloep van het beoogde gebruik van de beeldschermloep. Het is niet de bedoeling dat de prismaloep de conventionele beeldschermloep vervangt. Verweerster heeft ten onrechte artikel 2a, eerste lid, van het Verstrekkingenbesluit aan de afwijzing ten grondslag gelegd. Indien eiser op grond van dit artikel bepaalde beperkin-gen dient te accepteren, zou dit betekenen dat hij belangrijke activiteiten buitenshuis niet meer kan verrichten.

Verweerster heeft naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte niet onderzocht in hoeverre eiser met de conventionele beeldschermloep in staat moet worden geacht buitenshuis te lezen. Deze beeld-schermloep (met leesbril en PL-lamp) is buitenshuis geen uitkomst voor eiser, nu deze niet eenvoudig mee naar buiten kan worden genomen. Deze voorziening kan dan ook niet worden beschouwd als een te allen tijde adequaat functionerend gezichtshulp-middel, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder f, van de Regeling.

Volgens het Cvz is niet duidelijk waarom de oogarts van eiser en de low vision specialist van Sensis met elkaar van mening verschillen over de vraag of de aangevraagde prismaloep in eisers geval een doelmatige verstrekking zal zijn. Indien wordt geconcludeerd dat het gevraagde hulpmiddel geen uitkomst biedt, zal verweerster ervoor moeten zorgen dat eiser beschikt over een adequate beeldschermloep die beantwoordt aan de hulpvraag (lezen buitenshuis).

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerster het advies van het Cvz ten onrechte - ongemotiveerd - naast zich neergelegd. Het aan het Cvz voorgelegde concept is nagenoeg identiek aan het bestreden besluit. Verweerster heeft het Sensis-rapport alleen iets specifieker herhaald. Er is niet ingegaan op de kritiek van het Cvz, noch is het advies van het Cvz opge-volgd. Immers, het Cvz is van oordeel dat eiser geen adequate oplossing is geboden voor het zien buitenshuis, terwijl het artikel spreekt van een te allen tijde adequaat functio-nerend hulp-middel, dus ook als eiser buitenshuis verblijft.

In het verweerschrift heeft verweerster nog naar voren gebracht, dat Consten Low Vision/ Consten Optiek geen low vision specialist is in de zin van het advies van het Cvz maar een leverancier en in het geheel niet vergelijkbaar met een onafhan-kelijke instelling zoals Sensis en dat er daarom geen sprake is van tegenstrijdige opvattingen van de low vision specialist. Naar het oordeel van de rechtbank miskent verweerster hiermee dat de aanvraag niet door de leverancier, maar door eisers oogarts Van de Kar-Hendrickx is ingediend, die toch als een specialist op dat gebied moet worden aangemerkt. Welke mate van deskundigheid de low vision specialist A. Roumen precies heeft is de rechtbank niet duidelijk. Hij is in ieder geval geen oogarts. De rechtbank stelt overigens vast, dat de door Sensis uitgebrachte rapportage niet is ondertekend door de klinisch fysicus/visuoloog dr. W.J.M. Van Damme.

De rechtbank is gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel, dat het bestreden besluit onzorg-vuldig is voorbereid en op een onjuiste grondslag berust, zodat het beroep gegrond dient te worden verklaard. De rechtbank zal verweerster opdragen een nieuw besluit te nemen op eisers bezwaarschrift. Daarbij zal verweerster tevens dienen in te gaan op de door eiser – in beroep – gevorderde (materiële en immateriële) schadevergoeding.

De rechtbank acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling, nu niet geble-ken is van door eiser gemaakte proceskosten. Hij heeft het beroepschrift immers zelf inge-diend, terwijl zijn gemachtigde niet ter zitting is verschenen. Er zijn evenmin reiskosten gemaakt.

Op grond van de artikelen 8:70, 8:72 en 8:74 van de Awb wordt als volgt beslist.

3. Beslissing

De rechtbank Maastricht:

1. verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

2. draagt verweerster op om met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser;

3. bepaalt dat aan eiser het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 37,00 wordt vergoed door de Stichting Ziekenfonds VGZ.

Aldus gedaan door mr. F.A.G.M. Vluggen in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Kavelaars als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2005 door mr. Vluggen voornoemd in tegenwoordigheid van voornoemde griffier.

w.g. C. Kavelaars w.g. F.A.G.M. Vluggen

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden: 27 mei 2005

Voor een belanghebbende en het bestuursorgaan staat tegen deze uitspraak het rechtsmiddel hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De termijn voor het instellen van het hoger beroep bedraagt zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak.

Bij een spoedeisend belang bestaat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan, nadat hoger beroep is ingesteld, tevens de mogelijkheid om de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep te verzoeken een voorlopige voorziening te treffen, als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht.