Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2005:AT5931

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
06-04-2005
Datum publicatie
20-05-2005
Zaaknummer
99902 - KG ZA 05-83
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Diefstal Poststempel reden voor ontslag op staande voet.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 677
Burgerlijk Wetboek Boek 7 678
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2005/108
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak : 6 april 2005

Zaaknummer : 99902 / KG ZA 05-83

De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende kort-gedingvonnis gewezen

inzake

[Naam eiser],

wonende te Kerkrade,

eiser,

procureur mr. R.C. Breuls,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KONINKLIJKE TPG POST B.V.,

gevestigd te Heerlen,

gedaagde,

geen procureur gesteld hebbende,

advocaat mr. O.J. Ingwersen te Arnhem.

1. Het verloop van de procedure

Eiser, [Naam eiser], heeft gedaagde, hierna te noemen: TPG Post, gedagvaard in kort geding. Op de dienende dag, 31 maart 2005, heeft [Eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de dagvaarding, waarna hij zijn vordering met verwijzing naar op voorhand toegezonden producties nader heeft doen toelichten. [Eiser] heeft daarbij gebruik gemaakt van pleitaantekeningen.

TPG Post heeft aan de hand van een pleitnota verweer gevoerd, daarbij verwijzend naar een op voorhand toegezonden productie.

Partijen hebben daarna op elkaars stellingen gereageerd.

Ten slotte hebben partijen om vonnis verzocht. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1 [Eiser] is sedert 23 maart 1981 in loondienst (geweest) bij (de rechtsvoorgangers van) TPG Post, laatstelijk in de functie van postbode tegen een maandsalaris van € 1.930,42 bruto exclusief vakantietoeslag. [Eiser] heeft, afgezien van de hierna te bespreken feiten, steeds goed gefunctioneerd.

2.2 Op 25 januari 2005 is [Eiser] door TPG Post op non-actief gesteld en op 26 januari 2005 op staande voet ontslagen. Zulks is gebaseerd op het feit dat TPG Post gebleken is dat [Eiser] circa tweeëneenhalf jaar geleden een in eigendom aan TPG Post toebehorende stempel met de tekst "PTT Post Port Betaald" heeft ontvreemd, daarmee ten eigen nutte een aantal brieven heeft afgestempeld en op 20 januari 2005 bij de uitgaande post heeft gedeponeerd. Volgens [Eiser] gaat het daarbij in totaal om circa achttien brieven. Voordien zou hij, zo schat hij, "hooguit twee keer" aldus een poststuk hebben afgestempeld. TPG Post vermoedt dat het om (veel) meer door [Eiser] afgestempelde stukken gaat. [Eiser] is betrapt en heeft een en ander toegegeven.

2.3 Bij brief van 1 februari 2005 van zijn procureur heeft [Eiser] de nietigheid van het ontslag ingeroepen en zich beschikbaar gesteld de bedongen arbeid te verrichten. [Eiser] heeft aanspraak gemaakt op doorbetaling van zijn loon c.a.. [Eiser] is van oordeel dat de reactie van TPG Post overtrokken is. Hij wijst erop dat hij reeds 24 jaren in dienst is, "steeds uitstekend heeft gefunctioneerd", en gelet op het "betrekkelijk geringe financieel belang van het onderhavig voorval (enkele Euro's), een ontslag op staande voet een te zwaar middel is om het gedrag van [Eiser] te bestraffen." Volgens [Eiser] is geen sprake van een dringende reden.

2.4 Tegen deze achtergrond heeft [Eiser] gevorderd bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de arbeidsovereenkomst tussen [Eiser] en TPG Post nog steeds voortduurt en dientengevolge TPG Post te veroordelen om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [Eiser] te betalen het salaris ad € 1.930,42 bruto per maand, exclusief vakantie-toeslag per maand vanaf 26 januari 2005, tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd, alsmede TPG Post te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder het salaris van de procureur.

2.5 TPG Post heeft gemotiveerd verweer gevoerd, welk verweer, voor zover van belang, hierna wordt besproken.

3. De beoordeling

3.1 Een voldoende spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak.

3.2 De vordering van [Eiser] is alleen toewijsbaar als (ten minste) met een redelijke mate van zekerheid kan worden aangenomen dat de bodemrechter het op 26 januari 2005 verleende ontslag op staande voet als nietig zal aanmerken. Daarbij is bepalend of sprake is geweest van zodanig dringende redenen, opgekomen aan de kant van de werknemer, dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

3.3 Het relevante feitencomplex is niet bestreden. Kort gezegd heeft [Eiser] een in eigendom aan TPG Post toebehorende stempel met de tekst "PTT Post Port Betaald" ontvreemd, en heeft daarmee ten eigen behoeve een (onbekend) aantal brieven afgestempeld. Ofschoon [Eiser] de laakbaarheid hiervan heeft onderkend, heeft hij benadrukt dat het hier om voor TPG Post financieel gezien kleine schade gaat. Dat moge zo zijn, maar is van weinig gewicht. Hoezeer de maat van deze gedraging in financieel en maatschappelijk opzicht gering is, in het kader van de voor een goede arbeidsrelatie fundamentele vertrouwensband kan een gering feit toch van grote betekenis zijn. Eerlijkheid en het respecteren van de eigendommen van de werkgever, zijn essentiële elementen in dit vertrouwen. Bij een onderneming als die van TPG Post, waar wordt gewerkt met vertrouwelijke poststukken afkomstig van en bestemd voor derden, geldt dit in versterkte mate, bij welk oordeel de voorzieningenrechter betrekt dat in de bij TPG Post vigerende "Gedragslijn (on)gewenst gedrag en disciplinaire maatregelen" met zoveel woorden is neergeslagen dat diefstal en fraude door TPG Post niet getolereerd worden. In het licht hiervan behoeft TPG Post de gewraakte handelwijze niet te dulden, het langjarige dienstverband van [Eiser] en diens overigens goede functioneren ten spijt. Dat, zoals [Eiser] ingang heeft willen doen vinden, het binnen de onderneming van TPG Post gebruikelijk zou zijn dat poststukken van medewerkers, zonder dat ze zijn voorzien van een postzegel, bij de uitgaande post worden gelegd waarna zij door de betreffende postbezorgers op hun route meegenomen worden, leidt niet tot een ander oordeel. Afgezien van het feit dat dit door TPG Post is bestreden en deze stelling niet aannemelijk is gemaakt, kan een dergelijke praktijk, zo al aanwezig, niet op een lijn met het onderhavige geval worden gesteld. Alles overziend acht de voorzieningenrechter het meer dan aannemelijk dat de bodemrechter de dringende reden valide zal achten, zodat er geen reden bestaat voor het treffen van de gevraagde voorziening. Deze moet dus worden geweigerd met verwijzing van [Eiser] in de proceskosten.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

weigert de gevraagde voorziening;

veroordeelt [Eiser] in de proceskosten tot aan dit vonnis gerezen en aan de zijde van TPG Post begroot op € 244,- aan vast recht en € 816,- voor salaris procureur;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Groen, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

RQ