Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2005:AT3116

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
16-02-2005
Datum publicatie
04-04-2005
Zaaknummer
181516 ej 05-171
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschikking op verzoek ex artikel 36 Wet op de Ondernemingsraden.

Wetsverwijzingen
Wet op de ondernemingsraden
Wet op de ondernemingsraden 36
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ROR 2005, 2
JAR 2005/88
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton, locatie Heerlen

BESCHIKKING OP VERZOEK EX ARTIKEL 36 WET OP DE ONDERNEMINGSRADEN

Beschikking d.d. 16 februari 2005

Zaak/Rep.nr. : 181516 ej 05-171

De kantonrechter

gezien het op 17 januari 2005 ontvangen verzoekschrift van de Ondernemingsraad van de nevenvestiging Contact Center Europe van Sony e-Solutions Europe B.V. , domicilie hebbend ten kantore van verweerster te Heerlen, vertegenwoordigd door zijn voorzitter, gemachtigden mr. G.A.M.F. Spera en mr. B. Van Meurs,

en het op 1 februari 2005 ontvangen verweerschrift van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sony e-Solutions Europe B.V., statutair gevestigd te Badhoevedorp, gemachtigde mr. W. M. Hes;

gezien de verdere stukken;

gehoord partijen ter zitting van 2 februari 2005.

1 Feiten

Verweerster, hierna te noemen “SESE” heeft in het najaar van 2004 in het kader van haar voorgenomen besluit om tot sluiting van het Contact Center te Heerlen over te gaan een adviesaanvraag ingediend bij verzoekster, hierna te noemen “de OR”. Daarbij heeft de OR zich laten bijstaan door het uit de vakbond voortgekomen bureau Basis en Beleid Organisatie-Adviseurs B.V. en is zij juridisch ondersteund. De aan deze advisering en ondersteuning verbonden kosten heeft SESE voor haar rekening genomen. Het bureau Basis en Beleid heeft haar advieswerkzaamheden gestaakt toen SESE en FNV Bondgenoten gingen onderhandelen over een Sociaal Plan. Bij die onderhandelingen was Eggen, die zowel lid is van de OR als kaderlid van de FNV, betrokken. Tijdens de onderhandelingen tussen SESE en de FNV heeft Eggen ruggespraak gehouden met de (overige leden van de) OR en is onder meer de vraag aan de orde geweest of een CAO van toepassing zou (kunnen) zijn. Aan die vraag is op dat moment door de FNV, de OR en/of SESE geen aandacht besteed. Vervolgens is op 22 november 2004 een Sociaal Plan tot stand gekomen, dat door SESE en de FNV is ondertekend. De OR heeft aan dat Sociaal Plan een definitief “neutraal” advies verbonden en ingestemd met de implementatie.

In het kader van de sluiting van het Contact Center per 1 april 2005 en de door SESE bij de kantonrechter ingediende verzoeken tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een aantal leden van de OR hebben deze leden zich tot hun (huidige) gemachtigden gewend.

Deze gemachtigden hebben zich op 21 december 2004 tot de directie van SESE gericht met het volgende schriftelijke verzoek:

“ Tot mij wende zich de OR... met het verzoek haar belangen te behartigen. Ik zal in dit verzoek dan ook bewilligen. De OR heeft zich tot mijn kantoor gewend terzake een aantal punten met betrekking tot de op handen zijnde sluiting van de vestiging te Heerlen alsmede met betrekking tot de eventuele toepasselijkheid van een CAO. Hieromtrent zal ik u binnenkort nader berichten en u om inlichtingen verzoeken. Ik vertrouw erop dat u, overeenkomstig de daartoe strekkende regelingen, zult instaan voor de kosten van rechtsbijstand van de OR.."

Op 24 december 2004 heeft de OR zich zelf schriftelijk tot de directie van SESE gewend met het volgende:

“In het kader van het kunnen verrichten van onze werkzaamheden verzoeken wij u om, onder verwijzing naar art. 31 en 31a WOR, aan ons per omgaande, doch uiterlijk maandag 27 december 2004 te 12.00 uur, de navolgende gegevens te verstrekken:

1. de jaarrekening 2003 inclusief balans, winst- & verliesrekening alsmede toelichting daarop;

2. een geconsolideerde jaarrekening van Sony Europe Holding B.V. indien onder 1 sprake is van een gecomprimeerde balans en

3. een recent organigram.

Zoals u bekend is, hebben wij u geïnformeerd omtrent het feit dat wij kantoor Spera Van Houte corporate litigators te Heerlen benaderd hebben om ons te adviseren. Middels dit schrijven delen wij u ten aanzien van het kostenaspect mede dat dit kantoor haar werkzaamheden verricht op basis van een uurtarief van Euro [ ] per uur exclusief een opslag van 8% kantoorkosten en exclusief BTW en verschotten. De geraamde kosten voor de advisering tot en met de geplande bespreking van aankomende woensdag 29 december 2004 bedragen Euro [ ] waarbij achteraf de totale tijdsbesteding wordt vastgesteld. Eventuele meerkosten zullen op basis van het uurtarief door dit kantoor worden gedeclareerd. Een en ander is uitgezonderd van kosten verbonden aan het voeren van eventuele procedures, doch de OR streeft ernaar om in een goede onderlinge verstandhouding tot een oplossing te komen van hetgeen momenteel speelt. Wij gaan ervan uit dat u overeenkomstig het bepaalde in de WOR kunt instemmen met deze kosten en zult instaan voor de voldoening hiervan.”

Op 31 december 2004 richt de OR zich wederom schriftelijk tot de directie van SESE met het verzoek om verstrekking van de hiervoor sub genoemde gegevens, en herhalen dat zij ervan uitgaan dat de directie zal instaan voor de voldoening van de advieskosten.

Op 11 januari 2005 richt de OR zich andermaal tot de directie van SESE met het volgende schriftelijke verzoek:

“In het kader van onze zorgtaak op basis van art. 28 WOR hebben wij onze verantwoordelijkheid genomen om toe te zien op de naleving van de algemeen verbindend verklaarde CAO voor de Elektrotechnische detailhandel... In dat kader hebben wij besloten om op korte termijn de Voorzieningenrechter te verzoeken om een uitspraak te doen op de vraag of de CAO voor de Elektrotechnische detailhandel van toepassing is. Zoals u bekend is, hebben wij kantoor Spera en Van Houte corporate & tax litigators te Heerlen benaderd om ons hieromtrent te adviseren en aan ons rechtsbijstand te verlenen. Eventuele meerkosten zullen op basis van het uurtarief door dit kantoor worden gedeclareerd. De geraamde kosten voor het voeren van een procedure bij de Voorzieningenrechter omtrent de toepasselijkheid van de CAO worden geraamd op een bedrag van ongeveer Euro 20.000,= exclusief kosten, BTW en verschotten, waarbij achteraf de totale tijdsbesteding wordt vastgesteld... Wij gaan er van uit dat u overeenkomstig het bepaalde in de WOR kunt instemmen met deze kosten en zult instaan voor de voldoening hiervan. Indien dit, evenals bij de advieskosten, niet het geval mocht zijn dan zijn wij genoodzaakt om ook dit aspect aan de rechter voor te leggen”.

Op 14 januari 2005 richt de OR zich nogmaals schriftelijk tot de directie van SESE met het verzoek om in te staan voor de advieskosten en de kosten van juridische bijstand voor een procedure bij de Voorzieningenrechter met betrekking tot de toepasselijkheid van de CAO.

SESE heeft de OR bij schrijven d.d. 17 januari 2005 laten weten geen budget voor verdere bijstand en juridische advisering ter beschikking te willen stellen en de OR heeft op dezelfde dag, 17 januari 2005, de onderhavige procedure aangespannen.

2 Verzoek

2.1 De OR verzoekt op grond van artikel 36 van de WOR en overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 31 en 31a WOR om aan SESE op te dragen binnen twee dagen na de in deze te wijzen beschikking:

2.1.1 schriftelijk aan de OR en zijn gemachtigden te bevestigen dat zij instaat voor de advieskosten van de OR, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of een gedeelte daarvan dat SESE in gebreke blijft om aan het door de kantonrechter bepaalde te voldoen;

2.1.2 schriftelijk aan de OR en zijn gemachtigden te bevestigen dat zij instaat voor de kosten terzake rechtsbijstand van de OR voor de procedure die de OR samen met FNV Bondgenoten wenst te entameren teneinde een gerechtelijk oordeel te verkrijgen omtrent de toepasselijkheid van de CAO, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of een gedeelte daarvan dat SESE in gebreke blijft om aan het door de kantonrechter bepaalde te voldoen;

2.1.3 schriftelijk aan de OR en zijn gemachtigden te bevestigen dat zij instaat voor de kosten terzake rechtsbijstand van de OR voor de onderhavige procedure, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of een gedeelte daarvan dat SESE in gebreke blijft om aan het door de kantonrechter bepaalde te voldoen;

2.1.4 schriftelijk aan de OR te verstrekken de jaarrekening over het afgelopen gebroken boekjaar dat eindigde per 31 maart 2004, bestaande uit (1) de balans, (2) de verlies- & winstrekening, (3) de toelichting op de balans en de verlies- & winstrekening, (4) jaarverslag alsmede (5) de accountantsverklaring, opgesteld conform de geldende voormelde inrichtingsvoorschriften, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of een gedeelte daarvan dat SESE in gebreke blijft om aan het door de kantonrechter bepaalde te voldoen;

2.1.5 schriftelijk aan de OR te verstrekken een overzicht van de algemene arbeidsvoorwaarden en individuele arbeidsvoorwaarden onder de huidige situatie en een overzicht waaruit blijkt wat de algemene en individuele arbeidsvoorwaarden zijn indien de CAO voor de Elektrotechnische Detailhandel van toepassing is, welk overzicht in ieder geval de reeds door de OR verzochte voormelde gegevens dient te bevatten, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of een gedeelte daarvan dat SESE in gebreke blijft om aan het door de kantonrechter bepaalde te voldoen;

2.1.6 schriftelijk aan de OR te verstrekken een overzicht waarin per individuele werknemer wordt aangegeven wat de huidige arbeidsvoorwaarden zijn en wat de arbeidsvoorwaarden zijn indien de CAO voor de Elektrotechnische Detailhandel van toepassing is, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of een gedeelte daarvan dat SESE in gebreke blijft om aan het door de kantonrechter bepaalde te voldoen;

met veroordeling van SESE in de proceskosten.

2.2 SESE beroept zich primair op niet ontvankelijkheid van de OR. Subsidiair concludeert zij tot afwijzing van de verzoeken onder compensatie van de proceskosten.

3 Beoordeling

3.1 Ingevolge artikel 36 lid 3 van de WOR is een verzoek als het onderhavige niet ontvankelijk indien de verzoeker niet vooraf schriftelijk de bemiddeling van de bedrijfscommissie heeft gevraagd. Vaststaat dat de OR de bedrijfscommissie die bemiddeling niet heeft gevraagd.

3.2 De OR stelt zich op het standpunt - zo wordt begrepen - dat hij ontvankelijk is in verband met het spoedeisend karakter van het verzoek. Deze spoedeisendheid is volgens de OR daarin gelegen dat het mandaat van de OR afloopt, nu uiterlijk op 1 april 2005 het Contact Center te Heerlen zal sluiten. Daarmee eindigen de arbeidsovereenkomsten van de OR-leden en zal de OR worden ontbonden. Voorts is de OR voornemens om op korte termijn een kort geding te starten waarin de toepasselijkheid van de CAO voor de Elektrotechnische detailhandel ter discussie staat. Dat geding dient in de loop van februari aanhangig gemaakt te worden teneinde vóór 1 april 2005 een uitspraak te kunnen verkrijgen. Alvorens dat kan gebeuren dient de OR echter duidelijkheid te verkrijgen over de daarmee gemoeide proceskosten en dient de OR over (financiële) informatie te beschikken van SESE. Zolang SESE aan de OR financiële middelen en informatie onthoudt is de OR feitelijk niet in staat om een kort geding te starten.

3.3 De kantonrechter oordeelt over de ontvankelijkheid van de OR als volgt.

De wetgever heeft in artikel 36 lid 3 van de WOR een “vóórprocedure” ingevoegd, voordat een verzoek door de kantonrechter in behandeling kan worden genomen. De argumenten van de OR op grond waarvan die procedure bij de bedrijfscommissie in de onderhavige situatie kon worden gepasseerd overtuigen niet. De wetgever heeft er niet voor niets voor gekozen om, voorafgaand aan een formele en kostbare procedure als de onderhavige, de bedrijfscommissie een bemiddelingspoging te laten verrichten. In de onderhavige zaak heeft de OR niet naar voren gebracht, dat op voorhand moest worden verwacht dat een dergelijke bemiddelingspoging gedoemd was te mislukken.

Voorts is het zo dat de toepasselijkheid van de CAO reeds bij de totstandkoming van het Sociaal Plan in oktober/november 2004 aan de orde is geweest en de OR omstreeks die tijd ook wist dat SESE het voornemen had om het Contact Center per 1 april 2005 te sluiten. Onder die omstandigheden had van de OR een actievere houding mogen worden verwacht, zeker nu zij op dat moment beschikte over juridische bijstand. Verder had de OR zich, toen op haar brief d.d. 24 december 2004 met het verzoek om in te staan voor de advieskosten, geen (positieve) reactie kwam van SESE en zelfs nog op de datum van indiening van het onderhavige verzoekschrift tot de bedrijfscommissie kunnen richten met het verzoek om - met het oog op de voorgenomen sluiting – bij de advisering de nodige spoed te betrachten. De aan de bedrijfscommissie ex artikel 36 lid 3 van de WOR gegunde termijn van twee maanden geldt immers als een maximale termijn en staat er niet aan in de weg dat de bedrijfscommissie haar advies eerder uitbrengt. Ook indien van SESE een voortvarender stellingname had mogen worden verwacht aangaande haar bereidheid om (g)een budget ter beschikking te stellen voor de kosten van juridische bijstand in het kader van de latere CAO-discussie, dan neemt zulks de eigen verantwoordelijkheid van de OR om op korte termijn uitsluitsel daarover te krijgen niet weg. De OR heeft zich vanaf november 2004 tot de bedrijfscommissie kunnen wenden en kan zich door (nalaten) te handelen, zoals in het vorenstaande omschreven, geen rechtstreekse toegang tot de kantonrechter verschaffen en aldus de door de wetgever voorgeschreven vóórprocedure bij de bedrijfscommissie doorkruisen.

Het hiervoor overwogene leidt tot de conclusie dat de OR niet ontvankelijk wordt verklaard.

4 De proceskosten zullen worden gecompenseerd als nader in het dictum te vermelden.

4 Beslissing

verklaart de OR niet ontvankelijk in zijn verzoek;

compenseert de proceskosten aldus dat ieder partij haar eigen kosten draag.

Aldus gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. A.C. Oosterman-Meulenbeld, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.